Tour de France 2019 – Etappe 3 van Binche naar Épernay

maandag 29 oktober 2018 om 15:20

Tour de France 2019, Etappe 3, Binche – Épernay, 215 km

In etappe drie is het tijd voor het peloton om België te verlaten en voorgoed over de Franse grens te trekken. De start ligt dan wel in Binche, de plek waar de hoofdzetel van Wanty is gelegen. Daarnaast kennen we Binche ook van de Mémorial Frank Vandenbroucke, waar Danny van Poppel vorig najaar de handen in de lucht mocht steken. Maar lang blijven de renners hier niet treuzelen, want al na amper tien kilometer bereiken we de grensovergang in het plaatsje Macquenoise, vlak voor Hirson.

Nu we in Frankrijk zijn, kan de Tour écht beginnen. Toch zijn de eerste 160 kilometer zijn nagenoeg volledig vlak. Intussen passeert het peloton onder andere in Fourmies – gekend van de gelijknamige Grote Prijs – en Reims, waar André Greipel in 2014 nog de handen in de lucht mocht gooien.

Maar eens Reims gepasseerd, wordt het terrein plots een pak heuvelachtiger. Maar liefst zeven klimmetjes, waarvan er vijf een categorie hebben gekregen, liggen op de renners te wachten. Te beginnen met de Côte de Nanteuil-la-Fôret (1,1 kilometer aan 6,8 procent), op een dikke dertig kilometer van de aankomst. Na een recuperatiestrook van een tiental kilometer volgen de drie lastigste hellingen van de dag – allen van derde categorie – zeer kort op elkaar.

We hebben het over de Côte d’Hautvillers (900 meter aan 10,5 procent), de Côte de Champillon (1,8 kilometer aan 6,6 procent) en de Côte de Mutigny (900 meter aan 12,2 procent). Leuk extraatje aan die laatste helling is dat de organisatie er 8, 5 en 2 boniseconden weggeeft, wat het spektakel alleen maar ten goede komt. Wie vervolgens wil doorzetten richting finish, moet 15 kilometer overbruggen.

Maar ook daar ligt met de Côte du Mont Bernon (1,1 kilometer aan 5,5 procent) nog een verraderlijk slot te wachten. Dit hellinkje krijgt in het routeboek dan wel geen categorie mee, maar toch kan een ultieme aanval hier beslissend zijn. De laatste vier kilometer gaan immers grotendeels in dalende lijn, op de laatste vijfhonderd meter aan 8 procent na. Voor de sprinters wordt het moeilijk om al dit klimwerk te overleven, maar waarom zou een Michael Matthews of Caleb Ewan dit niet aankunnen?

Finishplaats van dienst is Epernay, een dorpje in de champagnestreek. Echt een rijkgevulde geschiedenis met de Tour kent de hoofdstad van de champagne evenwel niet: alleen in 1963 mocht het met Eddy Pauwels een ritwinnaar kronen. Het was wel al meermaals startplaats van een etappe, waarvan de laatste keer in 2014. Toen ging Matteo Trentin met de zegebloemen aan de haal.

Dit artikel delen: