De échte Ronde van Vlaanderen: zeven dagen en 860 kilometer langs de Vlaamse grenzen
Fietstoerisme Vergeet de Muur van Geraardsbergen, Paterberg en Oude Kwaremont. De eerste zondag van april mag dan wel dé Hoogmis zijn, maar de echte Ronde van Vlaanderen werd deze zomer ontdekt door vijf Gentse vrienden. Zeven dagen op rij, 860 kilometer lang flirtten zij op de fiets met de Vlaamse grenzen. RIDE Magazine kroop in hun spoor.
Hoe verder in de tocht, hoe beter de bekentenissen worden. Jaarlijks vieren sommigen van de Gentse vrienden hun vakantie met het gezin in een luxe all-inclusive resort. Het ontbreekt hen dan aan niets en ze beleven een fantastische tijd. “Maar het kan niet op tegen dit avontuur”, bekennen ze. “Het samen onderweg zijn. De sportieve uitdaging. Het wisselende landschap. De mensen die je onderweg ontmoet en de onderlinge kameraadschap. Dit is een tocht die we ons leven lang niet vergeten.”
Zoals zo vaak ontstaan de beste ideeën bij een pot bier in een café. Bert, Laurent, Nicolas, Pieter en Tom kennen elkaar van het oudercomité van de basisschool in Drongen. Tijdens de vergaderingen over het wel en wee van de school van hun kinderen ontstond een vriendschap. En toevallig hebben ze allemaal een grote passie voor fietsen. “We gaan de Ronde van België over de landsgrenzen rijden”, was het eerste stoere plan. Totdat Pieter de route op Komoot begon uit te zetten en tot de conclusie kwam dat dit een rit van 1.445 kilometer zou worden.
Je moet weten wat je kunt, maar zeker ook wat niet binnen je mogelijkheden ligt. Wijselijk werd besloten dat deze afstand niet reëel voor de hobbyfietsers was, of toch niet binnen één week. Een tweede plan werd een Ronde van Vlaanderen. Niet de route van ‘Vlaanderens Mooiste’, maar een parcours over de Vlaamse grenzen over een afstand van 860 kilometer. Een uitdaging die binnen zeven dagen op een relaxte manier te realiseren is. Er moet immers ook nog wat tijd vrij zijn voor de geneugten des levens.

Aanhangkeuken
Wanneer Bert, Laurent, Nicolas en Pieter besluiten om ervoor te gaan, sluit Tom zich bij hen aan. Hij heeft een camper met aanhangkeuken en zal hen onderweg bijstaan. Dagelijks halverwege de route zal hij een idyllische plek voor de lunch zoeken en ’s avonds kunnen ze bij de camper dineren. Organisatorisch een doorbraak.
“Met Komoot ben ik vervolgens aan de slag gegaan en heb de route steeds zo dicht mogelijk tegen de Vlaamse grenzen aangesleept”, vertelt Pieter. “Achteraf gezien bleken er best veel gravelpaden genomen te moeten worden. In eerste instantie hadden we nog het idee om bepaalde stukken te verkennen om zeker te zijn of het fietsend wel te doen is. Gezamenlijk hebben we besloten om die verkenning achterwege te laten. Nu is het een groot avontuur en weten we elke dag niet wat ons te wachten staat.”
Op zaterdag 13 augustus 2023 begon hun Royal Ride of Flanders. Ze hebben zeven ritten uitgestippeld van zo’n 120 kilometer. Steeds wordt er een afstand gevonden die past richting een leuke Bed & Breakfast, een hotelletje, terwijl er de laatste nacht bewust voor tentjes op een camping is gekozen. De camper is hun metgezel en Tom wordt omschreven als soigneur-mecanicien-volgwagen-kok-coach van het team.
Voor hun ‘Ronde’ hebben de meesten nog wat extra kilometers getraind. Alleen Laurent heeft de toerversie van de Ronde van Vlaanderen dit jaar nog gereden waardoor hij al redelijk getraind in het voorjaar is. Al heeft nog niemand van het kwartet ooit eerder zeven dagen lang na elkaar op de fiets gezeten. In Zelzate klinkt het startschot en er wordt koers gezet richting Fort Liefkenshoek waar ze met de waterbus de Schelde oversteken. Hun ogen worden die eerste dag al geopend bij de haven van Antwerpen, waar ze op deze rustige zondagmiddag zo’n 25 kilometer lang door het haventerrein fietsen. De container-terminals fascineren en de omvang van BASF is indrukwekkend.

Smokkelaarsroute
Vervolgens komt de Kempense heide en de bekende smokkelaarsroute, waar Nederlandse oud-wielrenners Wim van Est en Jon Braspennincx met tabak, boter en textiel op hun bagagedrager in de jaren dertig, veertig en vijftig vele kilometers door de bossen maakten. Inmiddels is hier ook een fietstocht uitgezet (45 kilometer) die je meeneemt langs het rijke smokkelverleden van de Kempense grensstreek nabij Poppel, Ravels en Baarle. In de prachtige bosrijke omgeving Wortel-Kompanie wordt gestopt bij de landlopersbegraafplaats, om zo weer iets van de grensgeschiedenis van de Lage Landen te leren kennen.
“De eerste twee dagen langs de Nederlandse grens hebben we vooral het gevoel dat we in een groot onbewoond gebied zitten. We hebben vrijwel niemand gezien en bijvoorbeeld grote stukken door de heide en het zand gefietst. Soms vijftien kilometer aan één stuk door het mulle zand en dan is het balen dat we deze tocht met de ‘gewone’ racefietsen zijn begonnen en niet met gravelbikes. Op onze voor dit terrein te dunne banden is het af en toe niet te doen. Het is zwoegen en zweten, terwijl de achterwielen alle kanten uit zwaaien. Soms is het frustrerend, omdat je niet weet hoelang zo’n zandstrook duurt. Maar dat is natuurlijk ook de uitdaging. En als we weer een grenspaal zien, dan omhelzen we deze liefelijk”, zegt Bert die in het dagelijks leven leerkracht is.
Onderweg volgen ze een deel van de ‘Dodendraadroute’, een recreatieve fietsroute van 38 kilometer die je via fiets-knoop punten naar opmerkelijke plaatsen uit de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog leidt. De tweede avond slapen de vrienden in Achel en besluiten met de camper naar de parking van de plaatselijke abdij te rijden om daar knal voor de Kluis te barbecueën. Als ze daar eenmaal het vuur op temperatuur hebben, komt er een auto aangereden met een man die zo’n twintig meter verderop parkeert. De man kijkt hen zeker een kwartier lang gebiologeerd aan, waarna de fietsers besluiten om te vragen of ze de man ergens mee van dienst kunnen zijn.
Na een kort gesprek wordt Peter, zoals hij blijkt te heten, uitgenodigd om een hapje mee te eten. Een uitnodiging die de man niet afslaat. Het blijkt dat hij tijdelijk door enkele tegenslagen dakloos is en in de auto woont. Hij is dankbaar dat hij de avond met hen kan doorbrengen, maar is zelfverzekerd dat hij er weer bovenop komt.
Luisterend oor
Tom: “Dit is gek: ‘s ochtends stonden we aan de Landloper begraafplaats van Wortel-Kolonie, ’s avonds bieden we aan een dakloze een bord eten en een begripvol luisterend oor. Wij zijn met een goed gevoel gaan slapen omdat we hem een mooie avond hebben bezorgd. Elk jaar ga ik met leerlingen van mijn school in Afrika een project ondersteunen. Waarom zou je dan iemand die dichtbij staat niet helpen? Zijn verhaal heeft op ieder van ons een enorme indruk gemaakt.”
Een verhaal dat een dikke maand later nog een triest vervolg krijgt, wanneer binnen de app-groep van de vrienden een bericht van Omroep Brabant wordt gedeeld dat een 64-jarige man, die sinds april dakloos was, is overleden. Op het parkeerterrein waar hij woonde bij de Achelse Kluis overleed hij aan een natuurlijke dood door een hartprobleem. Dit bleek ‘hun’ Peter te zijn.
Niet wetend van dit latere onheil in Achel volgen de vrienden op hun derde fietsdag van Hamont-Achel naar Tongeren lange tijd de grens tussen de beide Limburgen en wordt een lang stuk langs het Albert-kanaal gefietst. “Een ongekend mooie en gevarieerde streek”, concludeert Bert. In Boorsem/Kotem stoppen de vrienden even aan de Buffalo voor een foto. Het betreft een amfibievoertuig dat in 1977 uit het water werd gevist, waar het 32 jaar was blijven liggen. De Buffalo was eigenlijk naar de Nederlandse kant afgedreven, maar werd in het geniep naar de Belgische kant getrokken om daar te bergen. Als je over de grens fietst, dan kom je ook grensverhalen tegen.

Wielrennersmaaltijd
Die avond wordt de camper midden in de velden voor de Bélvèdere van het kasteel van Hamal geplaatst. Een heerlijke wielrennersmaaltijd wordt gekookt: Tagliatelle met zalm en spinazie en een saus van basilicum en pijnboonpitten. Prima kost om de volgende dag te fietsen, al geeft een goede rode Spaanse wijn, enkele flessen rosé en ook nog wat speciaal bieren tevens het Bourgondische karakter van het gezelschap aan.
Vanuit Rutten staat op dag vier via de fruitbomenregio een rit langs de taalgrens met Wallonië op het programma. Dat betekent meer hoogtemeters. Volgens Komoot zouden er deze dag 740 hoogtemeters bedwongen moeten worden, maar het worden er uiteindelijk 1.300 in de 110 kilometer lange rit. Al zijn de hoogtemeters niet het enige dat in deze rit overwonnen dient te worden. De regen komt met pakken uit de lucht.
“Eindelijk kunnen we laten zien dat we Flandriens zijn”, geeft Pieter aan. Hij is werkzaam als hoofd communicatie bij SD Worx en heeft zodoende veelvuldig contact over de beste vrouwenwielerploeg van het peloton. Dat Lotte Kopecky die zondag wereldkampioene op de weg is geworden zorgt bij hem dus niet alleen voor nationale trotse gevoelens, maar doet ook zijn SD Worx harder kloppen. Fier draagt hij in deze Ride dan ook elke dag het paars-rood-gele shirt van ‘zijn’ ploeg. Voor het eerst worden de vier Gentse musketiers met mindere weersomstandigheden geconfronteerd. Het leidt tot twee lekke banden, maar de glimlach is niet van hun gezichten te halen.
“Met deze tocht leren we ons land op een heel andere manier kennen en ontdekken we regio’s en prachtige gebieden waarvan we het bestaan niet wisten”, stelt Nicolas, de vélo-futurist van het kwartet. Niet alleen lopen de paden hier langs talrijke fruitplantages, langs de weg geven borden ook aan dat we ons in het land van de bijen begeven. Niet de nuttige insecten, maar wegenwerken noodzaken hen een paar keer om van route te wisselen.
Op één van die open wegstukken maakt Bert een schuiver. In deze Ronde van Vlaanderen laat je je echter net als de profs in april niet afleiden door enkele schaafwonden. Om de ontberingen van deze dag compleet te maken krijgen de mannen ook hun eerste kasseienstrook voor de boeg. Voorbij Bierbeek is het ruim twee kilometer dokkeren op kasseien die in ‘Vlaanderens Mooiste’ niet zouden misstaan.

Wijwater
Na de kasseien, gravel, grind en zand volgt een schitterende lange weg door het uitgestrekte bos van het Meerdaalwoud. De streek rond de taalgrens wordt in België het gebied met de meest vruchtbare grond genoemd. Fruitbomen, akkerbouw, bossen, die rijke afwisseling hebben de mannen onderweg ook gezien. En achteraf wordt rit vier vanuit Rutten door de streek ten zuiden van Leuven en Brussel door allen tot de mooiste etappe van het zevental genoemd.
Een klein hoogtepunt wordt opnieuw ingeluid door wegwerkzaamheden. Zo worden de Ride-wielrenners even genoodzaakt om door een boomgaard te rijden. Hun fietsen komen zodanig onder het gras en de modder dat de versnellingsapparaten vast beginnen te lopen. Bert heeft een wijze raad: aan een kerk vind je altijd een kraan. En inderdaad in Gingelom wordt aan de kerk een tuinslang gevonden om de fietsen schoon te spuiten. “Niet met gewoon water, maar met wijwater vervolgen we onze route”, grapt Nicolas.
“Deze onverwachte belevenissen is wat fietsen langs de Vlaamse grens zo anders maakt: never a dull moment, altijd dikke fun. Achter elke hoek schuilt er weer een nieuwe verrassing. Wat een verademing ten opzichte van de routes die we als training hebben gereden en die we blindelings kennen. Dat was rijden op automatische piloot, wat we nu doen is stuntvliegen”, beklemtoont Laurent. Al liggen de mannen in Dworp toch ietwat vroeger dan de voorgaande dagen in bed.
De volgende dag staat immers de zwaarste rit op het schema. Dwars door de Vlaamse Ardennen met een paar stukken van ‘Vlaanderens Mooiste’. En tijdens de eerste kilometers van rit vijf wordt er inderdaad al geklommen. Net zoals de voorbije dagen ligt de route bezaaid met grote huizen. Blijkbaar heeft de grens een aantrekkingskracht op bepaalde mensen. Voor Bert is dit een rit waar hij naar uit heeft gekeken omdat ze nu zijn geboortestreek rondom Geraardsbergen doorkruisen. Hij laat de groep een kleine omweg van een paar kilometer maken om hen in Zarlardinge bij bakkerij Sarlar te trakteren op de beste mattentaarten van de regio. Dé lekkernij van de regio.
Scheidingsgebied
De beroemdste klimmen uit de Ronde van Vlaanderen liggen niet rond de Vlaamse grens, maar de Hotond, Knokteberg en Kluisberg liggen wel in het scheidingsgebied tussen Vlaanderen en Wallonië. Toeval bestaat niet, bij de Hotond komen ze dé Leeuw van Vlaanderen tegen. Drievoudig winnaar van de Ronde van Vlaanderen Johan Museeuw is hier ook aan het fietsen en geeft hen aan dat het nog maar een klein stukje tot de top van deze klim is. Wat Museeuw niet weet is dat er halverwege de Hotond naar rechts nog een onverhard zijweggetje door het bos gaat dat dichter bij de Vlaamse grens ligt en dat Pieter natuurlijk heeft gekozen.
“Ik heb al talrijke keren de Hotond bedwongen, maar dit pad kende ik nog niet”, stelt Laurent. “Het is nog veel zwaarder. Dit is stampen en vloeken. Een mountainbike was hier veel handiger geweest, maar het is ook opnieuw een mooie test voor ons doorzettingsvermogen. Juist het afwijken van de gebaande wegen maakt deze roadtrip zo boeiend.”
De beloning komt even later in de Ronde van Vlaanderen-straat, van waar je de Oude Kwaremont ziet liggen. Niet iedereen in de groep is op de hoogte dat in deze straat in de gemeente Kluisbergen alle oud-winnaars van de Ronde van Vlaanderen worden geëerd en dat hun naam op het wegdek is gekalkt. Een selfie op deze plek symboliseert hun Ronde van Vlaanderen. Al zijn op dag vijf ook de kilometers door de vele bossen zoals Livierenbos, Brakelbos, Patersbos, Scherpenbergbos en Kluisbos voor altijd in hun herinneringen. De laatste kilometers richting finishplaats Wervik zijn vlakker, maar worden algemeen tot het lelijkste gebied van de route uitverkozen. Met de blik op oneindig wordt de grensstreek met Frankrijk onder Moeskroen en Menen doorkruist.
Wetend dat de laatste twee ritten voor een groot deel langs de kust gaan zit het zwaarste deel van deze zevendaagse erop. De meeste hoogtemeters zijn overwonnen wanneer er koers wordt gezet richting Nieuwpoort. Het eerste deel wordt hen door de vele kerkhoven afstammend uit de Eerste Wereldoorlog weer eens herinnerd hoe zwaar er gevochten is in de streek rond Ieper. Maar ook hoeveel Britse toeristen nu nog hun voorouders komen eren en hoe piekfijn al die graven in orde worden gehouden.

Vuistdikke keien
Nadat een dag eerder een deel van dé Ronde is doorkruist worden nu bepaalde wegen uit Gent-Wevelgem door de fietsers herkend. Een ommetje om de Kemmelberg op het palmares te zetten zit er niet in: ook hier bepaalt de grens en alleen de grens de weg. Net voorbij Loker wijst Komoot hen een landweg in, onverharde wegen waar ze zo stilaan aan gewend zijn geraakt. Gravel, gras, zand, heide, paden bezaaid met vuistdikke keien, wie doet hen wat? Andermaal is dit geen pad voor échte wielertoeristen, maar het brengt hen wel in een idyllisch landschap.
“De tocht zou niet volmaakt zijn als we niet als veldrijders onze fiets op onze schouders omhoog moeten dragen. Via brede houten treden klimmen we lopend naar boven. Een Superprestige cross zou hier niet misstaan”, zegt Nicolas. Verbazing alom is er wanneer ze ontdekken dat ten zuiden van Poperinge vele wijngaarden en hoppevelden liggen en hoe mooi die er medio augustus uitzien. Het vizier is echter op de zee gericht en De Panne wordt met de grote molen bereikt.
Al wordt er voor de kustplaats een stop gemaakt bij het authentieke café ‘Au retour de la chasse’. Voor de deur staat op een bord geschreven: ‘Last van een lege bidon, hier huisgemaakte picon.’ In het bijzondere café zit pépé Willy nog in zijn zetel en trekt dochterlief Rita flessen Jupiler open en schenkt overheerlijke huisgemaakte picon in.
Picon is een karamelkleurig bitter aperitief dat zijn oorsprong kent in Marseille en van oudsher met witte wijn of bier wordt gemengd. Het wordt typisch geserveerd in het noorden van Frankrijk en over de grens met België. “Dit soort cafés wordt zeldzaam, we moeten ze koesteren, we moeten ze sponsoren, we moeten hier enen drinken. Een Duvel kost hier drie euro, een picon vier euro. Hoe bestaat het?”, vraagt Pieter zich af.
Aan de overkant van de straat wapperen een Franse en Belgische vlag. De fietsvrienden zitten hier letterlijk op de grens. Toch houden ze het bij één consumptie en rijden verder. De zee lonkt. De vele zonaanbidders en de uitnodigende strandbedjes ten spijt, hier wacht alweer de volgende fietsuitdaging. Een pad midden door de duinen wat niet echt geschikt is voor een racefiets. De overweging om een gravelfiets aan te schaffen wordt met de dag groter. “Al hebben we alle niet-geëffende paden toch vrij probleemloos doorkruist. Op zeven dagen tijd hebben we slechts vier lekke banden gehad”, stelt Pieter achteraf.
Na een overnachting op een camping in Nieuwpoort wacht alweer de laatste rit. De aanvankelijke gedachte is om een beetje van de directe kustlijn af te blijven omdat er gevreesd wordt dat het hier in de zomervakantie veel te druk zou zijn, maar dit valt reuze mee. Daardoor wordt het merendeel van de kilometers door Middelkerke, Oostende (dat na een week op de fiets op rustige wegen echt een stad aan zee blijkt te zijn), Bredene, De Haan, Blankenberge, Zeebrugge en Knokke op de dijk afgelegd en blijft het uitzicht op de zee fascinerend. Wanneer ze Cadzand in de verte zien opdoemen, wordt naar rechts afgebogen. De grens volgen is immers de opdracht. Al hebben ze daar geen spijt van want de route dwars door het natuurreservaat Het Zwin blijkt prachtig te zijn.
Ten noorden van Brugge in de polders tussen akkers en weiden leggen de vier helden van de ‘Royal Ride of Flanders’ hun laatste kilometers naar start- en finishplaats Zelzate af. Voldaan, maar ook met weemoed dat deze voor hen unieke week er alweer opzit. “Als je er op uittrekt dan loop je tegen verhalen aan. Dan ontmoet je mensen en maak je zaken mee. Deze tocht was één groot avontuur”, concludeert Pieter. Al verrast hij twee weken later zijn vrienden met de eerste pennenstreken van een nieuwe tocht voor in de zomer van 2024. Zeven dagen lang langs de zeven trappistenabdijen in Nederland en België. Proost, santé, skol, zeggen wij alvast.

De etappes
Etappe 1: Zelzate – Meerle
Kilometers: 140,8 kilometer
Hoogtemeters: 206 meter
Etappe 2: Meerle – Achel
Kilometers: 124 kilometer
Hoogtemeters: 201 meter
Etappe 3: Achel – Tongeren
Kilometers: 115 kilometer
Hoogtemeters: 405 meter
Etappe 4: Rutten – Dworp
Kilometers: 112,6 kilometer
Hoogtemeters: 1297 meter
Etappe 5: Dworp – Wervik
Kilometers: 126,1 kilometer
Hoogtemeters: 1.123 meter
Etappe 6: Wervik – Nieuwpoort
Kilometers: 115,1 kilometer
Hoogtemeters: 467 meter
Etappe 7: Nieuwpoort – Zelzate
Kilometers: 128,9 kilometer
Hoogtemeters: 200 meter
Dit verhaal was eerder te lezen in de RIDE Magazine Wintergids van 2023.


Om te reageren moet je ingelogd zijn.