De Zillertaller Höhenstrasse: alle wegen leiden naar boven

De Zillertaller Höhenstrasse: alle wegen leiden naar boven

foto's: Tom Klocker

Door Michael Hoefnagel
donderdag 17 november 2022 om 11:05

Zin in hoogtemeters? De Zillertaler Höhenstraße in het gelijknamige Tiroolse dal heeft er ruim tweeduizend voor je in petto, inclusief haarspeldbochten en fraaie uitzichten. Neem wel een goede conditie mee en steek een bergverzet, want er zijn meerdere secties met stijgingspercentages tot wel 15%.

Strakblauw boven ons, beneden in het dal een eindeloze wolkenzee. Als ik dat weer eens zie weet ik weer waarom ik zo graag in de bergen ben. De natuur geeft hier bijzondere cadeautjes! Oké, en de mens natuurlijk, want zonder het zwarte asfaltlint dat haarspeldbocht na haarspeldbocht naar boven slingert, had ik hier natuurlijk niet met m’n racefiets gestaan. Bovendien: wie een wolkenzee wil ervaren moet niet te lang willen uitslapen. Hoe langer de zon de tijd krijgt z’n warme stralen richting dal te sturen, hoe kleiner de kans dat je nog een wolkenzee treft. Overigens, ook vanwege de temperatuur is het prettig om er een beetje op tijd bij te zijn. Niet dat het op hellingen van de Tuxer Voralpen bloedheet wordt – het is en blijft natuurlijk Tirol – maar desondanks leg ik m’n hoogtemeters het liefst af bij gematigde temperaturen.

Zillertaler Höhenstraße, dat is de weg die Lisa en ik aan het beklimmen zijn, is geen bergpas met een epische geschiedenis van agressieve Romeinse veldheren, volhardende Middeleeuwse handelaren of – om het bij ons eigen tijd te houden – heroïsche wielerhelden. Nee, de geschiedenis van de Zillertaler Höhenstraße is veel prozaïscher. De weg werd pas in de jaren zestig van de vorige eeuw aangelegd om de hooggelegen almen voor de boeren uit het dal te ontsluiten. En technisch gesproken is net niet eens een echt bergpas, want hij voert niet van de ene naar de andere vallei, maar alleen maar omhoog. En daarna weer naar beneden, hetzelfde dal in. Dat geeft als je op het hoogste punt bent niet die karakteristieke pasbeleving, maar het is ook wel weer praktisch. Immers, bij een échte bergpas moet je op de een of andere manier ook weer terug naar het startpunt. En dat is hier een stuk praktischer.

Grindweg
De Zillertaler Höhenstraße was niet altijd het strakke en gladde asfaltlint dat het nu is. De weg begon zijn leven als grindweg. Of, zoals ze dat in het Duits zeggen, als ‘Schotterweg’. Pas eind jaren zeventig kwam het asfalt en in de jaren tachtig verschenen er onderin het dal tolpoorten. Dat betekent dat automobilisten en motorrijders moeten betalen als ze naar boven willen. Fietsers mogen gratis. Dat is een fijn idee, dat auto- en motorrijders betalen voor het gladde asfalt waarover wij nu naar boven ploeteren.

Alhoewel de naam suggereert dat het om maar één weg gaat, leiden in totaal vanuit het dal vijf verschillende wegen naar boven. De voor wielertoeristen mooiste beklimming is de route die Lisa en ik rijden, de meest noordelijke, die start in het plaatje Ried. Vanaf 573 meter hoogte klim je over een afstand van 26 kilometer naar het Zirmstadl-waterbekken op 1.740 meter en vervolgens trap je – na een korte tussenafdaling waarmee je een deel van de overwonnen hoogtemeters weer opsoupeert, voor mij altijd een lastig mentaal dingetje  – door tot het hoogste punt van de weg, de Melchboden op 2.020 meter, aan de voet van de Arbisjochkopf. Wie hoger wil moet lopen. De top van de Arbisjochkopf ligt op 2.133 meter.

Je bereikt het hoogste punt na 15 fraaie haarspeldbochten en bijna 25 kilometer trappen. Flínk trappen, want de stijgingspercentages liegen er niet om; regelmatig tikken deze de 15% aan! En vlakke secties zijn buitengewoon schaars. Het is dus niet bepaald een ontspannen zondagochtendtochtje. Wat dat betreft doet deze onbekende bergweg niet onder voor klassiekers als de Mortirolo of de Zoncolan. Ik vind het prima, want als ik niet bereid zou zijn om te zweten voor m’n uitzicht-op-hoogte, dan had ik wel de auto genomen. Of de e-bike. Maar serieus, het is ongelofelijk, zoveel als er van die dingen hier rondrijden. Hoe zit dat? Ze rijden met een elektromotortje, maar ze zijn tóch vrijgesteld van tol.

Bergverzet
We overmeesteren de Zillertaler Höhenstraße dus zónder motorische ondersteuning. Maar gelukkig heb ik een bergverzet gestoken, want met m’n standaardcassette ben ik hier kansloos. Okay, één keer een sectie van 15% red ik wel. En een tweede keer misschien ook nog wel. Maar vaker? Ik ben daarom blij dat ik een bergcassette gemonteerd heb. Trouwens, als je voortdurend op de toppen van je kunnen moet rijden, heb je ook geen oog voor de omgeving. En dat is zonde, want het is hier echt prachtig. 

De eerste sectie voert afwisselend door weilanden en bossen, met her en der prachtige Tiroolse boerderijen. En boven de boven de boomgrens doet de weg zijn reputatie als ‘Panoramastraße’ eer aan, met in zuidelijke richting uitzicht op de gletsjers van de Alpenhoofdkam en links in de diepte de bodem van het Zillertal. Maar onder of boven de boomgrens, je moet wel blijven opletten. Niet dat het druk op de weg is. Integendeel. Maar zeker als de dag vordert zijn Lisa en ik niet meer de enigen die onderweg zijn naar boven. Of andersom natuurlijk. En omdat de weg niet alleen flink slingert, maar ook erg smal is, zie je tegemoetkomend verkeer niet altijd goed aankomen.

Na de obligatoire ‘kaffee und kuchen’ bij Jausenstation Melchboden, rollen we weer naar beneden. Niet via de zojuist gereden noordroute, maar naar via de zuidelijke tak van de Zillertaler Höhenstraße. Zo steil als het omhoog ging, zo steil gaat het ook weer omlaag. Onze schijfremmen maken hier overuren! Dat we dit soort wegen nog niet zo lang geleden met velgremmen reden kan ik me al bijna niet meer voorstellen.

Veertien kilometer, ruim 1.400 hoogtemeters en maar liefst 22 haarspeldbochten later zijn we weer in het dal, bij het dorpje Hippach. Vanaf hier kunnen we weer naar het noorden over de Zillertaler Radweg, een zo goed als autovrije fietsroute die door het gehele dal loopt. Zit je compleet stuk en zie je zelfs een vlakke eindetappe niet meer zitten? De trein die ook dwars door het dal loopt neemt jou en je fiets graag mee. Maar hé, het is terug naar Ried nog geen vijftien kilometer, dus dat is prima te doen!

Praktische informatie
Het Zillertal ligt in de Oostenrijkse deelstaat Tirol, vlakbij de stad Innsbruck. Je bent er dus met de auto vrij snel, vanaf Utrecht is het ongeveer 950 kilometer rijden. Omdat het Zillertal natuurlijk ook een wintersportmagneet is, vind je door het gehele dal volop accommodaties in alle prijsklassen. Ook zijn er een aantal campings. Wie een centrale plek als uitvalsbasis zoekt kan terecht in Mayrhofen, de grootste plaats in het dal. Vanuit daar kun je alle hieronder beschreven wielerroutes starten. 

In het Zillertal zijn naast de Zillertaler Höhenstraße nog veel meer uitdagende wielerroutes. Zoals over de Gerlospass (1.800 hoogtemeters), naar de gletsjer van Hintertux (900 hoogtemeters) of naar het eind van het rustige Zillergrund, een afgelegen zijdal van het Zillertal. Hier vind je verschillende routes.

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.