Dit zijn alle beklimmingen uit de eerste week van de Giro d’Italia 2024
foto

Dit zijn alle beklimmingen uit de eerste week van de Giro d’Italia 2024

Fietstoerisme De 107e editie van de Giro d’Italia telt maar liefst 45 gecategoriseerde beklimmingen. Hoewel over de ene berg meer te vertellen is dan over de andere, maak je met dit overzicht kennis met alle beklimmingen uit de openingsweek van de eerste grote ronde van het jaar. Dit zijn de achttien gecategoriseerde bergen en heuvels uit de eerste week van de Ronde van Italië van 2024.

Eerste etappe naar Turijn

Berzano di San Pietro
De eerste etappe telt al drie officiële beklimmingen. De eer van eerste gecategoriseerde klim van de Giro d’Italia gaat dit jaar naar de Berzano di San Pietro beklimming. Met een lengte van 2.900 meter en een gemiddeld stijgingspercentage van 5,1 procent is de beklimming niet erg lastig. Vanwege het maximum stijgingspercentage van zes procent, is de beklimming constant te noemen. Tijdens het klimmen overbrug je een hoogteverschil van slechts 120 meter en eindig je op een hoogte van 395 meter.

Superga (via dei Colli)
Hoewel de naam van de Superga bij veel wielerliefhebbers bekend is, wordt er niet vaak gekoerst over de oostkant die de renners van het Giro-peloton in de openingsetappe moeten bedwingen. De Superga via dei Colli is acht kilometer lang en telt een gemiddeld stijgingspercentage van 4,3 procent. Met uitschieters tot slechts zeven procent is ook deze beklimming niet zwaar te noemen. De bekendere beklimming via de westelijke zijde is een stuk bekender in de wielerwereld. Deze route werd vaak opgenomen in de finale van Milaan-Turijn, de oudste wielerklassieker ter wereld.

De Superga met de Basiliek op de top – foto: Shutterstock

De Superga staat bekend om haar rijke geschiedenis. Zo herdenken Torino FC supporters op de dag van La Grande Partenza de vliegramp van hun onoverwinnelijke team uit 1949. Wanneer de Giro-karavaan over de heuvel trekt, is het exact 75 jaar geleden dat de bijna voltallige selectie van de succesvolle club terugkeerde van een vriendschappelijke wedstrijd tegen Benfica. Vanwege dichte mist vloog het vliegtuig tegen de omheining van de Basiliek bovenop de berg. Hierbij kwamen alle 31 inzittenden om het leven.

Colle Maddalena
De derde en laatste gecategoriseerde beklimming uit de openingsetappe van de Giro is de Colle Maddalena van tweede categorie. Met een lengte van zeven kilometer, een gemiddeld stijgingspercentage van 6,8 procent en uitschieters tot elf procent, is deze berg met afstand de zwaarste van de dag. Tijdens het fietsen overbrug je 479 meter om op een hoogte van 698 meter te eindigen.

Colle della Maddalena, Pecetto, Italy

• Distance: 6.7 km, Elevation: 388 m, Avg. Grade: 6 %


Tweede etappe naar Oropa

Oasi Zegna
Op de tweede dag van de Ronde van Italië wordt er voor het eerst geklommen in het natuurreservaat Oasi Zegna. De gelijknamige beklimming kent een afstand van 5,5 kilometer en een gemiddeld stijgingspercentage van 5,2 procent. Met enkele uitschieters tot zeven procent en een te overbruggen hoogteverschil van 272 meter, is deze beklimming slechts een klein voorproefje voor de slotbeklimming van de tweede dag.

Nelva
Met een afstand van vijf kilometer en een gemiddeld stijgingspercentage van 5,4 procent is ook de tweede officiële beklimming van de dag er een van derde categorie. De beklimming in Nelva bevat steile stroken tot 8,8 procent en brengt de renners tot een hoogte van 775 meter. Het hoogste punt in de Giro tot dan toe.

Santuario di Oropa (Biella)
Maar dat record blijft niet lang staan. De etappe eindigt namelijk bovenop de Santuario di Oropa op een hoogte van 1.142 meter. Voor velen klinkt de term ‘Oropa’ bekend in de horen. De laatste keer dat de beklimming opgenomen werd in het parcours van de drieweekse ronde, was in 2017. Veel Nederlandse wielerliefhebbers hebben een goede herinnering aan deze laatste Giro-passage over de Noord-Italiaanse beklimming.

Etappewinst in de roze trui op Oropa – foto: Cor Vos

Toen wist Tom Dumoulin zijn leiding in het algemeen klassement namelijk te verstevigen door als eerste binnen te komen op de berg van eerste categorie. De Limburger won deze veertiende etappe door Ilnur Zakarin vlak voor de finish op de heilige steentjes van het bedevaartsoort in te halen. Mikel Landa en Nairo Quintana werden respectievelijk derde en vierde. Uiteindelijk won de man uit Maastricht ook het eindklassement van de Giro dat jaar.

De beklimming van de Oropa brengt de renners naar het hooggelegen standbeeld van de Zwarte Maagd van Oropa, dat zich in de basiliek van Oropa bevindt. De berg is hierdoor één van de negen heilige bergen in Italië die op de werelderfgoedlijst staan.

Santuario di Oropa, Biella, Italy

• Distance: 10.3 km, Elevation: 677 m, Avg. Grade: 7 %


Derde etappe naar Fossano

Lu
In het eerste deel van de derde rit stuit het peloton op de enige gecategoriseerde beklimming van de dag. De Lu (3,4 km aan 3,8%) mag nauwelijks een naam hebben (dat heeft de berg daarom ook niet) en wordt daarom aangeduid als een klim van vierde categorie. De beklimming brengt de renners ten noordoosten van de Italiaanse stad Alessandria tot een hoogte van 278 meter. Alessandria is een Italiaanse stad in de regio Piëmonte gesitueerd in de Povlakte tussen de rivieren Bormida en Tanaro.


Vierde etappe naar Andora

Colle del Melogno
Net als de derde etappe telt ook de vierde rit slechts één beklimming. De Colle del Melogno is er een van derde categorie vanwege de lengte van 7.500 meter. Met een gemiddeld stijgingspercentage van 4,8 procent en maximale stijgingspercentages van 6,9 procent is de heuvel niet steil te noemen. Wel brengt de beklimming je tot een hoogte van 1.028 meter. De bergpas in de provincie Savona in Italië biedt uitzicht over zowel de Tyrreense zee, als de prachtige Alpen. Na de Colle del Melogno trekt het peloton richting de kust.

De provincie Savona kent mooie plekjes – foto: Cor Vos


Vijfde etappe naar Lucca

Passo del Bracco
Op dag vijf staan er twee beklimmingen op het menu. Met de beklimming van de Passo del Bracco wordt de langste beklimming tot dan toe gepasseerd. De beklimming van derde categorie is 15,2 kilometer lang en kent een gemiddeld stijgingspercentage van 3,9 procent. Door de ligging naast de Tyrreense kust is het niet gek dat de heuvel je slechts tot een hoogte van 610 meter brengt.

Montemagno
In de finale van de de vijfde etappe ligt met de Montemagno nog een beklimming. De drieduizend meter lange oplopende weg brengt het peloton pal naast de kust naar een hoogte van 212 meter. Met een gemiddeld stijgingspercentage van 4,3 procent kan de heuvel niet hoger worden ingedeeld dan een beklimming van vierde categorie.


Zesde etappe rond Siena

Volterra
In de finale van de zesde etappe krijgen de renners te maken met enkele gravelsectoren, maar in het eerste gedeelte van de rit moeten ze eerst zien af te rekenen met een geasfalteerde beklimming in Volterra. De 9,8 kilometer lange beklimming met een gemiddeld stijgingspercentage van 4,2 procent leidt de renners naar een hoogte van 516 meter.

Grotti
De tweede beklimming in de rit door Toscane, is met een lengte van slechts 2.500 meter een stuk korter. Toch is de Grotti met een gemiddeld stijgingspercentage van zes procent en een onverharde ondergrond nog best lastig. Bepaalde gedeelten in de beklimming tikken zelfs stijgingspercentages van vijftien procent aan. De top van deze beklimming ligt aan het einde van de tweede gravelsector van de dag.

Wielerkoersen door het Toscaanse landschap leveren altijd mooie plaatjes op. Dat zal tijdens de zevende etappe van de Giro d’Italia 2024 niet anders zijn. Met twee overwinningen in het semi-monument Strade Bianche wist Tadej Pogacar al twee keer zege te vieren. Grote kans dus dat hij zich ook op de beklimming van de Grotti goed voelt.


Zevende etappe naar Perugia

Ponte Valleceppi
De Ponte Valleceppi uit de zevende etappe is met recht een muur te noemen. Omdat de steile beklimming onderdeel is van een verder vlakke tijdrit, is de kans groot dat het gros van het peloton het muurtje op de tijdritfiets bedwingt. De beklimming is slechts 1.300 meter lang maar met een gemiddeld stijgingspercentage van bijna twaalf procent zeker niet te onderschatten. Bovendien bevat de klim enkele uitschieters tot stijgingspercentages van wel zestien procent.

Hoewel de officiële beklimming slechts 1,3 kilometer is, loopt de weg nadien nog flink omhoog richting Perugia, de hoofdstad van de regio Umbrië. Zodoende zijn de bergpunten pas te behalen aan de finishlijn. Al het klimwerk maakt een totaal van 6,5  stijgende kilometers met een gemiddeld stijgingspercentage van vier procent.


Achtste etappe naar Prati di Tivo

Forca Capistrello
Op dag acht krijgen we een heuse bergetappe voorgeschoteld. De eerste beklimming in deze rit is de Forca Capistrello. Met een lengte van 16,3 kilometer en een gemiddeld stijgingspercentage van 5,6 procent, wordt de col gecategoriseerd als klim van tweede categorie. In 2007 was de beklimming ook al onderdeel van het Giro-parcours. Destijds werd de berg centraal in de etappe vanaf de andere eenvoudigere kant gepasseerd.

De beklimming is omgeven door de vele groene en glooiende heuvels die de regio Umbrië kenmerken. Vanwege de bosrijke natuur en de centrale ligging, wordt de streek ook wel het groene hart van Italië genoemd. In het gebied zijn talloze wijngaarden, en olijfboomgaarden te vinden en wisselen grote velden met gewassen als tarwe, suikerbiet, tabak of zonnebloemen elkaar af.

Croce Abbio
Voordat we na de Forca Capistrello richting de zwaarste beklimming van de dag trekken, passeert het peloton eerst nog over de Croce Abbio. De berg van derde categorie is 8,1 kilometer lang en kent een gemiddeld stijgingspercentage van 4,7 procent. De top van de berg ligt op 1.276 meter, daarmee is de Croce Abbio hoger dan de voorgaande beklimming van tweede categorie.

Chris Froome kwam in 2013 als eerste boven op de Prati di Tivo - foto: Cor Vos

Chris Froome kwam in 2013 als eerste boven op de Prati di Tivo – foto: Cor Vos

Prati di Tivo
Maar de hoogste en zwaarste beklimming van de dag biedt het slot van de etappe met de Prati di Tivo. De col van eerste categorie is pas de tweede berg met deze klassering in het parcours van de Giro d’Italia tot dan toe. De beklimming is met 14,6 kilometer niet de langste van de dag – die eer gaat naar de Forca Capistrello – maar is wel de zwaarste van etappe acht.

Tijdens het klimmen overbrug je namelijk een hoogteverschil van 1.026 meter aan een gemiddeld stijgingspercentage van zeven procent. Met slechts een enkele uitschieter van stijgingspercentages tot 12 procent, is de beklimming als zeer constant te omschrijven. Dat de berg ondanks constante percentages niet eenvoudig is, tonen de grote namen op de erelijst van de Prati di Tivo wel aan.

De slotklim werd namelijk al eerder in parcoursen van grote Italiaanse wedstrijden opgenomen. Zo finishten drie etappes van Tirreno-Adriatico op de beklimming van eerste categorie. In 2012 won Vincenzo Nibali, een jaar later was Chris Froome als eerste boven. Tadej Pogacar won de etappe naar de Prati di Tivo in de editie van 2021. In deze bergrit nam de Sloveen de leiderstrui over van Wout van Aert. De Belg kwam 45 seconden later binnen dan de uiteindelijke eindwinnaar.

Prati di Tivo, Italy

• Distance: 14.5 km, Elevation: 992 m, Avg. Grade: 6.9 %


Negende etappe naar Napoli

Monte di Procida (Panoramica)
Tussen de bergetappe naar de Prati di Tivo en de eerste rustdag in, krijgen de sprinters een kans in het Zuidelijk gelegen Napoli. Onderweg passeren zij immers slechts één gecategoriseerde beklimming. De Monte di Procida (Panoramica) is er een van vierde categorie.

Het gedeelte tussen haakjes zegt het al: de beklimming op het Italiaanse schiereiland Monte di Procida biedt een geweldig uitzicht over de golf van Napoli. De beklimming is met een lengte van 3.700 meter en een gemiddeld stijgingspercentage van 3,1 procent klim-technisch gezien misschien niet de moeite waard, maar de locatie en het mooie zicht maken veel goed.

Het schiereiland in beeld – foto: Cor Vos

Om te reageren moet je ingelogd zijn.