Belgische wielerbond blijft opvolgers van Remco Evenepoel actief opsporen met klimproject
Foto: Elvire Van Ooteghem
Niels Bastiaens
dinsdag 21 april 2026 om 07:22

Belgische wielerbond blijft opvolgers van Remco Evenepoel actief opsporen met klimproject

Special Met Remco Evenepoel, Cian Uijtdebroeks, Lennert Van Eetvelt, Ilan Van Wilder en Jarno Widar heeft België momenteel tal van klimtalenten. Dat is wellicht voor een deel te danken aan het klimproject van wielerbond Belgian Cycling. Iedere lente organiseert de wielerbond klimtesten, gevolgd door een stage in de Vogezen, om talenten die sterk bergop rijden te detecteren. Afgelopen week was dat opnieuw het geval. Bondscoach Serge Pauwels (Belgian Cycling) praat ons bij.

Voor wie het in Keulen hoort donderen: het klimproject werd tien jaar geleden geroepen door Erwin Koninckx, toenmalig trainingscoördinator van Belgian Cycling. Zijn doel was om jeugdrenners die de kwaliteiten hebben om bergop te rijden, en dus minder tot hun recht komen in de vele vlakke jeugdwedstrijden in Vlaanderen, te ontdekken en begeleiden. Ook renners die trager groeien en fysiek een achterstand hebben, zouden door het project meer kansen moeten krijgen.

Klimtesten
Het concept is simpel: jeugdrenners kunnen zich bewijzen met twee testjes in de Ardennen. Op een stukje van de Côte de Wanne, 450 meter aan 10%, meet men het explosief klimvermogen. Een stuk van de Côte de Brume, 2,4 kilometer aan 6%, brengt het uithoudend klimvermogen in kaart. Jeugdrenners rijden op diezelfde stroken tegen de tijd. Het blijkt voor de wielerbond de ideale veldtest om talent te detecteren.

Bondscoach Serge Pauwels – foto: Fotopersburo Cor Vos

Een van de coördinatoren van het klimproject is bondscoach Serge Pauwels. Hij moest de afgelopen weken vijf keer naar de Ardennen afzakken, waar telkens een twintigtal junioren kwamen testen. Later op het jaar komen er ook nog drie testdagen voor nieuwelingen, en ook de meisjes komen aan bod. In het verleden moesten renners een eigen inspanningstest insturen om geselecteerd te worden. Vanaf dit jaar waren de testdagen open voor iedereen die zich geroepen voelt. Al hoopt de bond op enige vorm van zelfselectie.

“We merken dat over de hele lijn sneller wordt gereden dan tien jaar terug”, zegt Pauwels na afloop. “Onze belangrijkste test is natuurlijk de langere inspanning. Iemand als Cian Uijtdebroeks reed destijds bij de korte test relatief traag, omdat hij niet explosief genoeg is. Op de langere test kwam hij dan beter tot zijn recht. Dat was interessant om te zien. We zoeken met dit project renners die goed kunnen klimmen, maar explosieve klimmers – met extreem hoge wattages over één minuut – houden we ook in het oog.”

Jarenlang stonden de beste klimtijden op naam van Soudal Quick-Step-renner Ilan Van Wilder. “Twee jaar geleden reed Vos Coleman een stuk sterker en vorig jaar dook Seff Van Kerckhove onder die tijd. We merken dat er steeds sneller wordt gereden. Als renners sneller dan zes minuten rijden bij onze lange klimtest, zeggen we doorgaans dat ze echt over een klimmersprofiel met potentieel beschikken. Wel, ik kan je zeggen dat deze week de helft onder de vijf minuten reed. Er was wel meewind, maar het zegt iets over het talent.”

Foto: Elvire Van Ooteghem

Voor deel twee van het project trekt Belgian Cycling op stage naar de Vogezen, van 14 tot 17 mei. “We hebben telkens tien plaatsen van jongeren die we mee nemen en met wie we aan de slag gaan. Meestal zijn dat acht junioren, maar we mogen ook niet blind zijn voor de nieuwelingen. Als we merken dat er iemand bovenuit steekt op heel jonge leeftijd en we denken dat hij het niveau aankan, gaan we hem niet tegenhouden.”

Einddoel
Het einddoel is de aanvoer van klimtalent blijven stimuleren. Maar in hoeverre is dat met de professionalisering van internationale opleidingsploegen nog relevant voor een wielerbond? “We zijn ons ervan bewust dat talent grotendeels in koersen wordt ontdekt. Maar vaak heb je toch een renners die er in koers nog niet bovenuit steekt, maar wel goede klimtesten rijdt. Dan geven we hem een kans met de nationale ploeg en nemen we hem mee naar een aantal klimkoersen. Zo lanceer je die jongens.”

“We blijven overtuigd van die methode”, zegt Pauwels. “Het beste bewijs is dat Visma | Lease a Bike iets vergelijkbaars organiseert in de Ardennen. Een soort copy-paste. Ze moeten hun talent meer van onderaf gaan zoeken, omdat de toppers voor meerdere jaren vastliggen. Dan kan je beter zelf talent ontdekken en opleiden. Wat dat betreft zitten ze niet in onze weg, want ook wij willen al vroeg met talent aan de slag.”

Om te reageren moet je ingelogd zijn.