Bondscoach Koos Moerenhout: “Hoogtestages en wattages zijn niet allesbepalend”

Bondscoach Koos Moerenhout: “Hoogtestages en wattages zijn niet allesbepalend”

Foto: Raymond Kerckhoffs

dinsdag 21 september 2021 om 11:18
Interview

Het WK in Vlaanderen wordt het zevende optreden van Koos Moerenhout als bondscoach. Met Mathieu van der Poel heeft hij in de wegwedstrijd een renner die ondanks zijn grillige voorbereiding door een rugblessure een hoofdrol kan opeisen. In het najaarsnummer van RIDE Magazine staat een groot interview met Moerenhout over zijn rol als bondscoach, maar ook zijn kijk op het beloftewielrennen als ploegleider van Axeon Hagens. Een paar fragmenten.

In het najaarsnummer van RIDE besteden we ruimschoots aandacht aan het komende WK en lees je onder meer interviews met Wout van Aert en Jasper Stuyven. Profiteer nu van onze abonnee-actie en krijg tijdelijk bij het afsluiten van een jaarabonnement ons najaarsnummer gratis. Bestel je RIDE liever los? Vroege beslissers profiteren tijdelijk van een aantrekkelijke Early Bird-korting.

Moerenhout heeft de afgelopen jaren de wetenschap een steeds belangrijkere rol zien innemen in de wielersport. Op het gebied van trainingen, hoogtestages, voeding, materiaal, aerodynamica zijn enorme stappen gezet. Al vraagt de bondscoach zich af of in sommige WorldTour-formaties het meest essentiële, de koerservaring in de praktijk, niet onderbelicht is geraakt.

“Al die wetenschappelijke zaken, het klopt allemaal. Je kunt daarmee een slag in professionaliteit maken en moet er zeker voor open staan. Maar het wil niet zeggen dat alle wetenschappelijke beweringen voor iedereen werken. En wat vandaag werkt, hoeft volgend jaar niet meer te werken. Dan kan het ineens als een belasting worden ervaren. Net zoals voor sommige renners een wetenschappelijke aanpak misschien helemaal niet rendeert. Tegen dat probleem beginnen nu al diverse ploegen aan te lopen. Daarom moet de wetenschap altijd hand in hand gaan met de praktijk. Je moet altijd in staat zijn om te durven zoeken naar andere oplossingen. Het is in de wielersport niet één weg die naar Rome leidt. Misschien loopt die route soms zelfs met een omweggetje wanneer dat mentaal beter voor de renner is. Je hebt nog altijd te maken met mensen en die laten zich niet vangen in protocollen en tabellen.”

Is binnen sommige ploegen de afstand tussen wetenschap en de praktijk niet te groot geworden?
“Er zijn ploegen die te veel nadruk op het fysieke aspect leggen. Dat begint al bij de scouting. Het eerste dat je voor je neus krijgt zijn wattages. Dat is slechts één van de aspecten die nodig is om een goede wielrenner te worden. Er zijn immers ook heel veel renners in het verleden geweest die waardeloze testresultaten kenden, maar een geweldige carrière hebben gehad. Je kunt veel van wattages afleiden. Het is een prima indicatie of je een goede atleet bent, maar het zegt niet dat je een goede coureur bent.”

Waar plaats jij dan nog meer vraagtekens achter?
“Er zijn momenteel discussies of renners niet te veel op hoogtestage gaan en te weinig wedstrijden rijden. Daardoor ontwikkelt hun koersgevoel zich niet echt. Ik twijfel er niet aan dat hoogtestages een positief effect hebben, maar het wedstrijdgevoel krijg je niet met die trainingsstages. Het is toch niet raar om te stellen dat de kans groter is dat je in een wild peloton eerder ten val komt wanneer je weinig wedstijden rijdt. Kom je van de serene rust op een berg in de hel die een eerste week van de Tour de France kan zijn, waar 200 renners op hun beste niveau niet van plan zijn te remmen en jou een centimeter ruimte te geven. Vallen is van alle tijden, maar ik vind wel dat met name de Tour in zijn eerste week al diverse klassementsrenners kwijtraakt.”

Richard Plugge stelde in een interview met WielerFlits tijdens de Tour de France dat wielrennen zich steeds meer ontwikkelt als een voorbereidingssport. Erken je dat?
“Het is de vraag of we die kant op willen. Wil je als hoofdsponsor je renner maar twee maanden per jaar in actie zien. Dat is een vraag die iedere ploeg voor zichzelf moet invullen. Als je naar de Tour kijkt, dan zie je dat de resultaten worden behaald met totaal verschillende aanpakken. Er zijn inderdaad renners die bijna alleen maar op hoogtestage zijn geweest, maar anderen heb een aardig druk wedstrijdprogramma gehad. Persoonlijk vind ik dat je met een zo open mogelijke blik moet kijken hoe je prestaties kunt behalen.”

Het complete interview waarin Moerenhout nog veel dieper op deze materie in gaat staat in het najaarsnummer van RIDE Magazine en is te koop in de boekhandel, Bruna, AKO en Primera of je kunt het via WielerFlits bestellen en krijgt het thuis opgestuurd.

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.