Bram Lambert, veldritstem van Telenet: “Niveau Michel Wuyts haal ik niet, maar wil renners doen shinen”
Lambert (rechts) met collega Paul Herygers
Niels Bastiaens
vrijdag 26 december 2025 om 18:53

Bram Lambert, veldritstem van Telenet: “Niveau Michel Wuyts haal ik niet, maar wil renners doen shinen”

Interview De veelbesproken veranderingen in het televisielandschap in het veldrijden, gaan ook gepaard met een nog meer prominente rol voor Bram Lambert. De 48-jarige West-Vlaming kennen we al langer als presentator en commentator in de cross, maar deze winter geeft hij live-commentaar bij de twaalf veldritten die Telenet Play Sports en Proximus Pickx in België mogen uitzenden. Hoog tijd voor een kennismaking, in gesprek met onze website.

De Belgische betaalzenders hebben al een tiental jaar lang de uitzendrechten voor een pakket crossen in de Superprestige en Wereldbeker, maar Belgen konden voor die crossen ook vaak bij Eurosport, HBO Max, NOS en Sporza terecht. Deze winter zit het merendeel van de klassementscrossen exclusief bij Telenet en Proximus, bovendien achter de betaalmuur, waardoor het bereik van Lambert groter is geworden.

“Ik ben heel blij dat ik die crossen mag becommentariëren met toppers als Paul Herygers en Niels Albert, maar naar mijn gevoel hebben we er nog te weinig. Het mogen er gerust meer zijn”, vertelt hij. “Het is een beetje verwarrend voor ons, maar zeker ook voor de kijker, dat er een deel bij ons zit en een deel bij Sporza. Het zou logischer zijn als de hele Wereldbeker bij ons zat en de Superprestige bij Sporza. Of alles bij ons, dat zou – vanuit mijn eigen perspectief, natuurlijk – nog beter, duidelijker en transparanter zijn. Maar het is een situatie die gegroeid is doorheen de jaren, waarbij er verschillende rechten en belangen spelen.”

Dat Belgen nu moeten betalen voor de cross, is niet de meest populaire beslissing geweest.
“Het is een rare situatie. Mensen zijn het veertig, vijftig jaar lang gewend geweest om de cross gratis te kunnen zien. Maar ze beseffen niet goed hoe gigantisch duur de captatie van een cross is. Een voetbalmatch kan je met pakweg zes camera’s in beeld brengen. Cross, daar heb je er twintig voor nodig. Anders kun je deze sport gewoon niet in beeld brengen. Los van drones en flylines, om het allemaal nog wat toffer en chiquer en mooier te maken. Voor buitenlandse crossen is dat nog erger. Ik ben in Terralba geweest voor de Wereldbeker. Daar moet een crew van vijftig man naar worden overgevlogen om alles te doen werken.”

“Het is ook niet van deze tijd om alles gewoon vrij op het scherm te brengen. Het voetbal zit ook achter een betaalmuur en dat vinden we normaal. Hetzelfde geldt voor Formule 1. Wat de cross betreft: het is gewoon een economisch gegeven. Ik denk dat het zonder de inspanning van Telenet en Play Sports niet eens zou lukken om alle crossen uit te zenden. Het is een noodzakelijk kwaad om de cross te doen overleven. Ik zou het liever anders zien en altijd in het open net te horen zijn , maar het is gewoon de huidige economische realiteit. En dat kunnen we niet wegcijferen.”

Lambert mag mooie crossen becommentariëren – foto: Fotopersburo Cor Vos

Vanuit de zenders klinkt voorlopig tevredenheid over de kijkcijfers.
“Ik heb altijd meegekregen dat de cross het best bekeken product is bij Play Sports. Het is ook een sport met een gigantisch draagvlak in Vlaanderen. Misschien nog meer dan voetbal. Ik denk dat de mensen de voorbije jaren Play Sports zijn beginnen nemen, omdat ze wisten dat we al tien jaar een loyale partner van de cross zijn. Ze kunnen elk jaar toch meer dan tien crossen bij Play Sports zien, en het worden er steeds meer.”

Je bent nochtans begonnen als voetbalcommentator, iets wat je op de dag van vandaag nog altijd doet naast je crossuitzendingen.
“Ik ben altijd een voetbalman geweest. Pas toen Telenet in 2015 voor het eerst de cross in Oostmalle mocht uitzenden, werd intern de vraag gesteld: wie van ons gaat dat voor zijn rekening nemen? Ik ben vanaf dan de presentatie beginnen doen, maar ik was altijd al geïnteresseerd in wielrennen op de weg en de cross, zoals zo veel Vlamingen. Ik ben er nooit professioneel mee bezig geweest, maar ik fiets zelf heel veel en het leek me een mooie afwisseling met het voetbal. Ik vond het dus een fantastische move van Telenet.”

Merk je als verslaggever ook veel verschil tussen die twee werelden?
“Ik heb het voetbal zien evolueren. 25 jaar geleden deden wij interviews met een voetbalspeler na een training. Je moest dat niet aanvragen, maar gewoon die speler of trainer aanspreken en dat lukte. Nu zijn ze allemaal afgeschermd en wordt elk woord bij wijze van spreken voorgekauwd. Een spontaan interview is al niet meer zo evident. In de cross is het een andere wereld, ze zijn benaderbaar.”

“Alleen stel ik de voorbije weken vast dat, zelfs als rechtenhouder, interviews met de grootste mannen als Mathieu van der Poel en Wout van Aert zo kort mogelijk moeten zijn. Ik snap dat wel, maar ik vind dat het – zeker voor de rechtenhouder – toch iets meer zou mogen zijn. In het voetbal is die evolutie al veel verder ingezet, dat is nog van een heel andere orde. Maar ik hoop dat we niet stilaan die weg opgaan. Ze moeten ook beseffen dat ze de media nodig hebben. Dat is deel van het spel, en voor een stuk iets wat bij hun job als crosser hoort. Het is altijd de grote sterkte van de sport geweest dat ze zo benaderbaar zijn.”

Is het lastig om telkens die switch te maken?
“Absoluut. Heel concreet: zaterdag heb ik de cross in Antwerpen becommentarieerd, zondag een voetbalmatch in Nederland. Ik moest dan ’s avonds een samenvatting van de cross in Koksijde bekijken, want dinsdag gaf ik alweer commentaar bij de cross in Heusden-Zolder. Als ik in een situatie kom dat ik elke week de cross kan doen, dan gaat je eigen kennis en niveau ook omhoog.”

Lambert bij de Wereldbeker in Tábor

Is het een cadeau om de wedstrijden met Mathieu van der Poel te mogen becommentariëren, of juist lastig omdat hij vaak in het begin al solo gaat?
“Het is altijd zoeken naar iets anders, een andere insteek. Maar ook de wisselwerking met een co-commentator zoals Paul Herygers of Niels Albert is belangrijk. Het is fijn dat je iets kunt poneren, dat hij erop ingaat en dat je kunt lachen met wat er gebeurt, maar ook met jezelf. Je moet jezelf ook niet te serieus nemen als commentator.”

“Je probeert info mee te geven, mee te gaan in het verhaal van de cross. Maar als die niet zo spannend is, dan probeer je op een andere manier de cross toch boeiend en interessant te houden. Het is ook daar een evenwicht zoeken tussen info meegeven, maar tegelijkertijd beseffen dat je achtergrond bent voor de mensen thuis. En dat het vooral gaat over de crossers zelf.”

Waar leg jij je accenten?
“Ik heb niet de ambitie om te poneren: ik ga hier nu een keer de cross vertellen en ik ga dat op een poëtische manier brengen. Nee, ik heb altijd naar de cross geluisterd met commentaar van Michel Wuyts, zoals zo velen onder ons. En ik vind dat top. Zijn niveau, daar kan ik niet aan, want hij is verbaal ook zodanig sterk. Dat is een encyclopedie. Ik heb daar geweldig veel respect voor. Ik ben heel blij dat ik nog een aantal jaar met hem heb kunnen samenwerken. Net als van Renaat Schotte, heb ik heel veel van hem geleerd.”

“Wat ik zelf probeer, is om mij goed voor te bereiden en info te geven die ik belangrijk of interessant vind. Ik probeer ook voldoende ruimte te laten aan de co-commentator naast mij. Als dat allemaal goed zit, dan ben ik content. Soms heb ik een beter gevoel dan een andere keer, maar dat heeft vaak ook met het verhaal van de wedstrijd te maken. Ik wil niet de ambitie hebben om iconische woorden te vertellen. Dan ga je op zoek naar iets dat niet is. Dat moet vanzelf komen.”

“Ik probeer eigenlijk heel nederig en bescheiden mijn rol als commentator in te vullen. Het gaat om de renners en ik wil die doen ‘shinen’. Ik heb respect voor alle renners aan de start, ook al komen sommigen vaak te weinig of zelfs niet in beeld. Ik fiets zelf regelmatig genoeg om te beseffen: om in een cross te mogen meedoen, moet al een hele straffe atleet zijn. Dat vind ik wel een missie van mij, als commentator: dat respect voor nummer 1, maar ook voor nummer 34 moet er zijn. We houden allemaal van deze sport.”

Is een solo van Van der Poel becommentariëren een cadeau? – foto: Fotopersburo Cor Vos

Commentatoren worden, met name op het internet, vaak geviseerd. Vaak niet onderbouwd, als gemakkelijke schietschijf. Hoe ga je daarmee om, nu je voor een groter publiek commentaar geeft?
“Ik moet je eerlijk zeggen dat ik dat niet lees. Als iemand mij een bericht stuurt, ga ik dat wel lezen. Maar ik ga niet zelf in de commentaarsectie op Instagram kijken om te zien wat ze over mij zeggen. Er is uiteindelijk toch niks subjectiever dan sportcommentaar. De ene wil een commentator die de hele tijd van alles vertelt. De andere wil er eentje die veel zwijgt. In de cross ga ik meer vertellen dan in een voetbalmatch, waar ik meer stiltes laat. In een cross zit er meer een flow.”

“Ik probeer dat zo goed mogelijk te doen. En ik ben wie ik ben. Ik heb de stem die ik heb. Ik heb mijn journalistieke insteek die ik belangrijk vind. Maar ja, hoe mensen erover denken? Ze mogen kritiek hebben op hoe commentaar geef. Alle respect en begrip. Maar niet op het feit dat ik voor iemand of tegen iemand ben. Of dat ik iets slecht of verkeerd aanpak. Nee, ik probeer het in eer en geweten zo goed mogelijk te doen. Met respect voor iedereen. Als er dan toch nog kritiek komt, kun je daar niet tegen vechten.”

Bij sommige collega’s gaat het zo ver dat zelfs hun privéleven mikpunt van spot of commentaar wordt. Soms ver over de grenzen van het fatsoen, als je naar de situatie van Ruben Van Gucht kijkt.
“Ik kan me niet vergelijken met Ruben. Dat is een hele straffe kerel, die heel veel zaken doet. Iedereen heeft er zijn mening over, en dat is jammer. Ik vind het een enorme vakman. Want je kunt zeggen wat je wilt, maar hij komt vijf minuten voor de cross toe, zet zijn headset op en geeft twee, drie uur commentaar. Ik zou het niet kunnen op die manier. Ik heb tijd nodig om mij daarop voor te bereiden, om daar klaar voor te zijn.”

Leef jij nu je droom als commentator en hoe ben je daar destijds ingerold?
“Absoluut. Ik ben ooit begonnen als student journalistiek in Brussel, en terwijl werkte ik in een studentencafé in de buurt. Daar kwam elke middag een oudere man langs, die daar een broodje at, zijn krant las en een paar pintjes met de studenten dronk. Op een bepaald moment, in 2000, zei hij mij: ‘Bram, ze zoeken bij Canal+ nog een sportjournalist. Je moet een tekst schrijven over voetbal, dat inlezen en opsturen.’ Dat heb ik ook gedaan.”

“Alleen, op de dag dat alle kandidaten op gesprek mocht komen, was ik juist op kamp. Gelukkig ben ik nog eens terug mogen komen. Dat is mijn geluk geweest. Canal+ is later Telenet Play Sports geworden, en daar mag ik nu al 25 jaar lang het binnenlands en buitenlands voetbal doen. Sinds tien jaar aangevuld met de cross. Elk jaar komen daar een paar mooie kansen bij en daar kan ik alleen maar heel dankbaar voor zijn.”

Om te reageren moet je ingelogd zijn.