David van der Poel pakt training aan: “De cross is totaal anders dan tien jaar geleden”
foto: Cor Vos
zondag 10 november 2019 om 10:15

David van der Poel pakt training aan: “De cross is totaal anders dan tien jaar geleden”

Interview De veldrijders strijden dit weekend tijdens het EK in het Italiaanse Silvelle om de eerste titel van dit seizoen. Een mooie gelegenheid voor David van der Poel om na de nodige tegenslag het tij te keren. Na een goed begin sukkelde hij immers – andermaal – met zijn rug en afgelopen zondag werd hij in Ruddervoorde nog vakkundig het veld uit gebeukt door Laurens Sweeck, die moest corrigeren na een bruusk manoeuvre van Joris Nieuwenhuis. Hoogste tijd voor WielerFlits om eens bij te praten met de crosser van Corendon-Circus.

We spreken met de oudste van de Van der Poel-broers af voorafgaand aan de Superprestige-veldrit van Gieten, eigenlijk net voordat alle miserie echt begint. Ver weg van het parcours staan de campers van de ploegen van de gebroeders Roodhooft al jaren verstopt in het Drentse dorp. Buiten de mobilhome maken vader Adrie en vaste mechanieker Jack van Trijp de fietsen van David op orde, nadat hij is teruggekomen van de verkenning. Binnen zorgt moeder Corinne voor de koffie en brengen de twee dalmatiërs een huiselijke sfeer mee. Business as usual, another day at the office voor de familie Van der Poel.

Veel veranderingen, maar toch ook weer niet
Anderhalf uur voor de cross heerst er rust in de mobilhome. Logisch ook, want de jongste telg is er niet bij. Niet dat Mathieu per se een druktemaker is, maar zonder hem is het anders. Zoals er al zo veel anders was voor David in het wielerjaar 2019. Dankzij de ProContinental-licentie van Corendon-Circus werd hij namelijk professioneel wegwielrenner. Maar dat blijkt vooral een titel op papier. “Qua programma is er voor mij niet heel veel veranderd”, steekt hij van wal. “Ik heb wel een aantal mooie en iets grotere koersen kunnen rijden, zoals bijvoorbeeld de Vierdaagse van Duinkerke en de Ronde van Denemarken. Dat vond ik erg leuk, ook dat er nieuwe wedstrijden bijkwamen die we voorheen nooit reden.”

Een vertrouwd beeld ondertussen (deze is uit 2015): de dalmatiërs van de familie Van der Poel – foto: Cor Vos

De grootste verandering is de toename van het personeel, het materiaal en de renners, vindt Van der Poel. Het was plots een stuk drukker in en rond de bus. Dat was even wennen. Daarnaast ervaarde David dat het niveau in de nieuwe wedstrijden hoger lag. Bovendien won Corendon-Circus al snel aan status in het peloton, waardoor het niet louter meer koerskilometers maken was. “Vooral ook na de komst van Tim Merlier gingen andere ploegen op de weg steeds meer naar ons kijken”, legt David uit. “We moesten dus iets meer onze verantwoordelijkheid nemen. Zeker in de kleinere koersen. In dat opzicht was het voor mij persoonlijk anders koersen dan dat ik voorheen deed.”

De oudste Van der Poel concludeert dat de Belgische ploeg een droomseizoen achter de rug heeft. “Het is meer meegevallen dan op voorhand was gedacht. In 2018 zijn we vrij laat met het idee gekomen om een ProContinental-licentie aan te vragen. Dat kwam eigenlijk pas na het NK op de weg ter sprake. Maar voor het definitief gestalte kreeg, waren we weer een tijdje verder. Daarna is het snel gegaan. We moesten dus even afwachten of dat ging meevallen. Ik weet niet of het door de prestaties van Mathieu komt, maar ik denk wel dat iedereen een klein beetje boven zichzelf is uitgestegen. Als iemand veel wint, dan brengt dat de ploeg wel naar een hoger niveau. Maar toch moet de kwaliteit van de renners ook hoog genoeg zijn. En dat is bij ons zeker het geval, denk ik.”

Anders trainen
Al bij al vielen de veranderingen voor Van der Poel mee, toch is er wel degelijk een verschil met 2018. Sinds april van dit jaar is Kristof De Kegel namelijk zijn trainer. Het vaste stramien waar hij als crosser in zat, ging op de schop. “De training is nu veel specifieker, zowel op de weg als in het veld”, legt hij uit. “Dat was voor mij wel echt een verandering. Ik heb altijd alles een beetje op gevoel gedaan. ’s Zomers werkte ik vooral aan mijn basis en richting het veldritseizoen werd het allemaal wat intensiever. Dat was wat meer spelenderwijs, zal ik maar zeggen. Nu is het gestructureerder en zit er echt een plan achter. Voor mij is dat een heel andere manier van trainen.”

“Tijdens het wegseizoen deed ik voorheen niets anders dan domweg koersen en daartussen af en toe wat duurtrainingen afwerken en losrijden”, legt hij uit. “Nu zijn daarvoor in de plaats trainingen gekomen waarbij ik echt specifieke oefeningen moet doen, blokjes afwerken, sprintjes trekken. Dat is voor mij voor het eerst. Tot dit jaar heb ik op trainingen bijvoorbeeld nooit echt een sprint getrokken of een blok afgewerkt waarin je een bepaalde tijd op een bepaald wattage moet fietsen, om mezelf te verbeteren. Ik merkte tijdens het wegseizoen al dat ik weer sterker en beter ben dan een jaar eerder. Mijn basisniveau is nu hoger. Dit jaar was er – door het grotere programma van de ploeg – richting de cross ook iets meer mogelijk om een betere planning te maken en meer periodisering toe te passen.”

David tijdens het NK op de weg – foto: Cor Vos

De nieuwe trainingsmethode betaalde zich meteen uit: David won eind september in het Franse Vittel direct zijn eerste cross van het seizoen. Althans, scoreboardjournalistiek-technisch zou je zeggen dat de aanpak van De Kegel werkt. “Maar het begin van het seizoen is voor mij altijd lastig”, verklaart de veldrijder. “Hoe ik ook train of hoe goed ik ook ooit op de weg zal rijden: de eerste vijf à zes wedstrijden op de crossfiets zijn voor mij altijd heel erg lastig. Ik heb door de jaren heen al verschillende zaken geprobeerd om tijdens de eerste cross goed te zijn. Maar dat is voor mij altijd moeilijk. De inspanning in de cross moet je niet onderschatten. Het is een uur lang in het rood, een uur lang over je limiet. Dat is zo’n specifieke inspanning. Mijn lijf heeft een paar wedstrijden nodig om daaraan te wennen.”

Vertrouwen
Desondanks heeft David vertrouwen in het trainingsbeleid van De Kegel. “Ik probeer nu gerichter te pieken naar de belangrijke periodes. Daarnaast ben ik nog meer bezig met verbeteren dan dat ik voorheen was. Ik volg tot op de secondes af alle schema’s die ik van Kristof krijg. Ik doe wat ik moet doen. Het is niet zo dat er geen overleg mogelijk is, laat ik dat eventjes helder maken. Als ik ’s morgens ontwaak en ik voel me niet goed, dan verplaats ik de training of bouw ik een extra rustdag in. Deze manier van trainen staat mij wel aan, met al die opdrachtjes. En ik vind het ook heel leuk om de progressie te zien en dat je datagegevens kunt vergelijken met die van vorig jaar of van vorige week. Dat je ziet dat de blokken beter gaan, of dat bepaalde inspanningen mij makkelijker afgaan dan eerder.”

In tegenstelling tot veel andere topsporters, is Van der Poel niet altijd wanhopig op zoek naar die eeuwige bevestiging. “Natuurlijk is het altijd prettig als je binnen een paar weken een aantal goede resultaten neerzet. Dan weet je dat je vertrokken bent en dat is goed voor het zelfvertrouwen. Maar tijdens de training hou ik daar eigenlijk redelijk weinig rekening mee. Het is afhankelijk van zo veel zaken. Slaap je een keer slecht, dan heeft dat al invloed. Ik staar me zeker niet blind op cijfers of op wat ik moet doen. Ik probeer mijn trainingen zo goed mogelijk af te werken en ik heb er vertrouwen in dat het werkt. De mensen die mij daarbij helpen, die weten waar ze mee bezig zijn. Op een gegeven moment gaat dat zijn vruchten afwerpen, daar ben ik van overtuigd.”

foto: Cor Vos

Aanvankelijk was het Davids bedoeling om in Gieten voor het eerst naar een resultaat te kijken. Het werd echter een lijdensweg. Opnieuw speelde zijn rug hem parten, terwijl Van der Poel de voorbije zomer hard werkte om dat in orde te krijgen. “Ik heb ook het gevoel dat het beter is, maar waarschijnlijk was het een combinatie van overbelasting en een ontsteking. Nu gaat dat stap voor stap weer de goede kant op.” En dat is maar goed ook, want het EK staat voor de deur. Na een aantal lastige weken is dat een belangrijke afspraak. “Aan het begin van het seizoen heb ik het, zoals gezegd, altijd lastig. Dan moet het gevoel goed zijn en kijk ik niet naar mijn resultaten. Maar op het EK kun je niet zeggen: ik ben blij, want ik had een goed gevoel. Daar móet je naar de uitslag kijken.”

Evolutie in de wielersport
Wie de resultaten van de 27-jarige nummer achttien op de UCI Ranking erbij pakt, ziet dat hij na zijn opgave in Gieten als 21ste eindigde in Gavere en als 36ste in Ruddervoorde. Daarbij komt de kanttekening dat hij in alle drie de Superprestige-crossen (het enige klassement dat David volledig rijdt) dus te kampen had met rugproblemen én hij in Ruddervoorde kort na de start ten val werd gebracht. Niet meteen de resultaten waar hij op hoopte. “Op voorhand is het sowieso een stuk moeilijker om te stellen wat mijn plek is. Voorheen kon je perfect zeggen: ‘die jongens steken er een beetje bovenuit. Daarachter heb je die en tussen plek A en plek B zal ik ongeveer uitkomen’. Maar tegenwoordig is dat compleet anders. Ik kan als derde eindigen, maar even zo goed als vijftiende. Het niveau ligt zo dicht bij elkaar. Dan komen daar nu Eli Iserbyt en Tom Pidcock nog bij, die zich er meteen tussen gooien.”

Met andere woorden: voor mannen als David van der Poel is het verdraaid lastig om anno 2019 nog een cross te winnen. “Je hebt daar geen 1001 manieren meer voor, tegenwoordig. Althans, dat is mijn indruk. Het veldrijden is geëvolueerd. Ik heb nog twee jaar in een periode met Sven Nys gereden. Dat was een heel andere manier van crossen. Dan had je af en toe een snelle ronde en dan viel het weer helemaal stil. Maar tegenwoordig is het niets van dat. Nu Mathieu en Wout van Aert er allebei niet waren, dacht de buitenwacht dat de wedstrijden wat tactischer zouden zijn. Maar dat was niet het geval. Ook nu was het vanuit de start volle bak en pas na de finish haal je de voet van het gaspedaal. En daarbij komt iedereen op zijn plek terecht, zeker wanneer het zware wedstrijden betreft.”

Wat dat betreft is Lars Boom een mooi voorbeeld. Hij werd in 2008 nog wereldkampioen veldrijden. Nu ruim tien jaar later, komt hij er niet meer aan te pas. Zijn focus ligt en lag de laatste jaren uiteraard op de weg, maar het tekent wel het verschil. “Hij moet wel altijd van achteren starten, natuurlijk”, verduidelijkt David. “Maar mag hij van de eerste of tweede rij starten, dan doet hij nog niet mee voor winst of top-10. Het veldrijden is helemaal anders en totaal niet meer te vergelijken met tien jaar geleden. Ik ben er zeker van dat Sven Nys en Niels Albert het nu ook heel moeilijk zouden hebben om op het podium te eindigen. Daarmee wil ik absoluut niet zeggen dat Albert en Nys sukkelaars waren. Die konden een heel stuk met de fiets rijden. Ik heb ook nog met Sven en Niels gereden in de cross. Maar in vergelijking met toen ik overstapte naar de beloften/elite, is dat uur nu totaal anders.”

De kleppers van tien jaar geleden: Niels Albert (links) en Sven Nys – foto: Cor Vos

Volgens Van der Poel – die denkt dat old school crossen hem wellicht beter had gelegen – komt de verandering door een opvallend gegeven. “Jongere coureurs zijn steeds beter. Het is een evolutie in de wielersport, want je ziet het op de weg ook. De grenzen en de manier van koersen is veranderd door de jonge gasten. Die durven van ver te koersen én ze kunnen dat. Daar kan niemand iets aan doen, het is een vaststelling. Iemand van 19 jaar wint een loodzware wedstrijd als Clásica San Sebastián (Remco Evenepoel, red.), iemand van 20 jaar wint drie bergetappes en eindigt als derde in de Vuelta á España (Tadej Pogačar, red.), iemand van 22 jaar wint zelfs de Tour de France (Egan Arley Bernal, red.) en al die andere jonge gastjes die sommige profs naar huis rijden. En dan hebben we het over renners die vijf tot tien jaar geleden ook veel wonnen.”

Wat kan een wegwielrenner – al dan niet – leren van crossers?
Brengt ons meteen bij een volgende trend. Mathieu van der Poel en Wout van Aert stootten dit jaar ook op de weg meteen door naar de wereldtop. Tim Merlier werd Belgisch kampioen op de weg en won massasprints. Quinten Hermans die al tweede (2018) en vierde (dit jaar) werd in de Tour de Wallonie. Toon Aerts die als vierde eindigde in Baloise Belgium Tour. Tom Pidcock komt eraan. Het mag duidelijk zijn: de veldrijders drukken ook stevig hun stempel op de weg. “Maar dat heeft niet per se iets met crossen te maken”, vindt David. “Zeker in het geval van Mathieu en Wout niet. Dat zijn twee heel grote talenten die in iedere discipline zouden komen bovendrijven. Veldrijden is wel een heel goede basis. Die inspanning van een uur, dat is wel iets dat je op de weg heel hard kunt gebruiken.”

Toch verleidden die resultaten een renner als Tom Dumoulin meermaals tot de uitspraak dat hij misschien iets van de veldrijders kan leren. David durft dat te betwijfelen. “Ik denk dat het moeilijk is, als je nog nooit hebt gecrost. Als je dan in het veld gaat rijden, ben je echt aan het sukkelen. Maar ik denk wel dat wegwielrenners een punt hebben als ze hun voorbereiding op het seizoen eens gaan aanpakken. Tegenwoordig zijn de meeste renners al twee of drie keer op hoogtestage geweest, vooraleer er nog maar een koerskilometer in het nieuwe seizoen gereden is. Weken aan een stuk alleen op een berg… Ik denk niet dat zoiets een meerwaarde is om als renner te groeien. Natuurlijk moeten die jongens heel veel bergop trainen, omdat het nu eenmaal in hun wedstrijden zit. Maar drie of vier keer op hoogtestage voordat het seizoen effectief begint, ik denk niet dat het veel bijbrengt.”

Zelf ziet David van der Poel niet eenzelfde rol voor zichzelf weggelegd. “Ik hoef ook niet te veel op de weg te koersen. Dat maakt het voor mij ook wel interessanter, omdat ik dan met veel moraal naar iedere koers toe ga. In dat opzicht ben ik wel hetzelfde als Mathieu: te veel wegkoersen zou mij op den duur ook gaan vervelen. Zeker van die koersen waar er na twee kilometer een vroege vlucht met vier man wegrijdt en je vervolgens drie, vier of soms vijf uur uit je neus loopt te eten. Ik zou wel graag eens een keer grotere wedstrijden proberen te rijden, zoals bijvoorbeeld Parijs-Roubaix. Maar dan moet ik wel laten zien dat ik dat verdien. Die plaatsen zijn duur, zeker nu met de nieuwe ploeg. En ik wil niet een plek inpakken, zonder dat ik van toegevoegde waarde voor de ploeg ben. Ook een grote ronde zou ik weleens willen meemaken. Maar dat gaat zeker nog niet voor 2020 zijn. Ik moet daar eerst nog twee of drie jaar voor groeien, want daarvoor moet ik sterker zijn. En dan moet de ploeg het ook nog zien zitten. Maar we willen met het team wel naar dat soort wedstrijden toe.”

David tijdens de Vierdaagse van Duinkerke op de wielerbaan van Roubaix – foto: Cor Vos


*Ondanks dat het beter ging met Davids rug, ondervindt hij nog te veel last om te starten tijdens het EK zondag.

RIDE Magazine

Om te reageren moet je ingelogd zijn.