De beste wielrenner van 2020

De beste wielrenner van 2020

foto: Cor Vos

woensdag 2 december 2020 om 18:00
Eindejaarslijstjes

In de maand december blikt WielerFlits traditioneel terug op het afgelopen wielerseizoen met de reeks Eindejaarslijstjes. Wat waren de hoogte- en dieptepunten van het afgelopen jaar en welke renners verdienen nog een eervolle vermelding voor 2020? Iedere werkdag is er een nieuwe lijst met bijbehorende poll. Vandaag staat centraal: de beste wielrenner van 2020.

Het knotsgekke wielerjaar 2020 zit erop. Door het coronavirus duurde het seizoen bij elkaar opgeteld vier en een halve maand, verspreidt over twee periodes. Maar wie was er in dit gekke jaar nu eigenlijk de beste? WielerFlits analyseert de kanshebbers.


flag-be Wout van Aert (Jumbo-Visma)

Van Aert wint Milaan-San Remo – foto: Cor Vos

Als er één renner ter wereld is die de corona-pauze van het wielerseizoen gigantisch in zijn voordeel beslist heeft, is dat zonder een graantje twijfel Wout van Aert. Na zijn zware valpartij in de Tour de France 2019 en een daaropvolgende maandenlange revalidatie, hervatte de Belg op 27 december 2019 de cross. Dat was niet op het niveau dat we van hem gewend waren, al sloot hij in zijn eigen Lille de winter wel af met een knaller: winst in de Krawatencross. Drie weken later hervatte hij ook op de weg. In de buik van de achtervolgers bolde hij als elfde over de meet in de Omloop Het Nieuwsblad. En toen brak corona uit.

Ongevraagd kocht Van Aert meer hersteltijd en daar plukte hij post-corona de vruchten van. En hoe. De 26-jarige Belg van Jumbo-Visma stoomde zich in Tignes klaar voor de Tour de France. Het zorgde ervoor dat we bij de hervatting van het seizoen de beste Wout van Aert ooit kregen te zien. Over de witte sterrati soleerde de klassiekerkopman naar winst in Strade Bianche, midweeks gevolgd door een derde plaats in Milaan-Turijn. Daarna ging hij als een van de topfavorieten van start in Milaan-San Remo en dat bleek terecht. In een zinderende ontknoping vloerde hij Julian Alaphilippe in een sprint met twee: een monumentale zege.

Van Aert zegeviert naar de waaierrit in de Tour in Lavaur – foto: Cor Vos

Van Aert trok daarna in ondersteunende rol naar het Critérium du Dauphiné, waar hij meteen de eerste rit won en later ook het puntenklassement. In topvorm verlengde hij dan ook nog eens zijn Belgische titel tijdrijden. Tijdens de Tour de France ontbolsterde Van Aert dan helemaal. De klassiekerspecialist en ex-wereldkampioen veldrijden bleek plots ook een begenadigd klimmer. De Belg ontpopte zich tot een van de meesterknechten van kopman Primož Roglič. Vooral in de Alpen maakte hij indruk. Ook werd hij vierde in de klimtijdrit naar La Planche des Belles Filles. En voor we het vergeten: hij won eerder ook nog twee etappes.

Was het na twee volledige maanden op het toppen van je kunnen presteren dan al gedaan voor Van Aert? Neen. Op het voorspelde loodzware WK-parcours van Imola hielden de topfavorieten hun kruit lang droog. Toen Alaphilippe zijn duivels ontbond, had niemand een antwoord. Ook Van Aert niet, hoewel hij in de achtervolging het leeuwendeel van het werk op zich nam. De Belg moest genoegen nemen met zilver, de medaille die hij twee dagen daarvoor óók bij de tijdrit had veroverd. Diezelfde tweede plek haalde hij in zijn laatste koers nogmaals: na een beklijvend duel met eeuwige rivaal Mathieu van der Poel moest hij na een millimeterspurt daarmee genoegen nemen in de Ronde van Vlaanderen.

Beste resultaten
flag-it Milaan-San Remo – flag-nr1
flag-fr Tour de France – 2 etappezeges + 20ste in het eindklassement
flag-it Strade Bianche – flag-nr1
flag-wc Wegwedstrijd én tijdrit – flag-nr2
flag-be Ronde van Vlaanderen – flag-nr2


flag-fr Julian Alaphilippe (Deceuninck-Quick-Step)

Alaphilippe kroonde zich in Imola tot wereldkampioen – foto: Cor Vos

Voor Julian Alaphilippe was het een uitermate gek jaar. De Franse springveer is de laatste jaren een van de absolute smaakmakers van het peloton, met zijn attractieve koersstijl. Vooral in heuvelachtige wedstrijden komt hij uitstekend tot zijn recht, maar dit jaar wilde hij voor het eerst ook de Ronde van Vlaanderen aandoen. Geen sinecure, aangezien Deceuninck-Quick-Step in dat monument al jaar en dag de sterkste formatie is. Bovendien had Flip zijn seizoenstart toch een beetje gemist. Misschien dat voor hem de corona-break net op het juiste moment kwam. Hij kon daardoor herbeginnen en dat bleek goud waard.

Maar tussendoor kreeg de Fransman te maken met een groot persoonlijk verlies. Alaphilippe verloor eind juni zijn vader, die al geruime tijd ziek was. De heuvelspecialist ging echter niet bij de pakken neer zitten. In Strade Bianche kreeg hij echter af te rekenen met niet minder dan vijf lekke banden, waardoor hij in de verzengende hitte rondom Siena geen rol kon spelen. Dat zijn vorm prima op orde was, bleek tijdens Milaan-San Remo. Op de Poggio had niemand een antwoord op zijn demarrage. In de afzink haalde Wout van Aert hem bij, waarna de Belg hem in een sprint nipt klopte. Maar Alaphilippe gaf er wel zijn mentale weerbaarheid vorm.

In het Critérium du Dauphiné en het Frans kampioenschap op de weg (derde) liet hij zich ook zien, maar de echte uitsmijter bleef andermaal uit. In de tweede etappe van de Tour de France haalde een duidelijk nerveuze Alaphilippe dan toch zijn gram. Hij won – zij het nipt – van Marc Hirschi na een late aanval. Het leverde hem ook drie dagen het geel op. In de rest van de Tour trok de Fransman meermaals ten aanval, maar reed hij volgens velen tactisch niet altijd even slim. De doorgewinterde wielervolgers zagen allang waarmee Flip bezig was: het WK, dat verplaatst werd van Zwitserland naar Italië. Imola was voor hem op maat gemaakt.

Alaphilippe verschalkt in de regenboogtrui Van der Poel tijdens de Brabantse Pijl – foto: Cor Vos

Op en rond het F1-circuit aldaar ging Alaphilippe van start als een van de topfavorieten. De koers zat lang op slot. Maar op de steilste strook op de laatste klim van de dag schoot de Fransman zijn cartouche af. Niemand kon antwoorden. Alaphilippe hield daarna knap stand en bouwde zijn voorsprong zelfs uit. Hevig geëmotioneerd kwam hij over de streep. Een week later deed hij dat ook, maar dan anders. Hij reed een geweldige Luik-Bastenaken-Luik, maar juichte te vroeg en werd door een manoeuvre in de eindsprint zelfs teruggezet naar plek vijf.

Van held naar schlemiel in een week. De nieuwbakken wereldkampioen presteerde het. Ergens hoort het ook wel bij Alaphilippe. Hij liet het er echter niet bij zitten en herpakte zich. Drie dagen later mocht hij wél juichen in zijn regenboogtrui. In een sprint met Benoît Cosnefroy en Mathieu van der Poel zette hij de Nederlander een hak en pakte hij de zege in de Brabantse Pijl. Als slotstuk volgde dan toch zijn debuut in Vlaanderens Mooiste. Samen met Van Aert en Van der Poel was hij de beste in koers, maar op 35 kilometer van het einde botste hij op een motard. Einde seizoen, maar wel een met een zwarte én gouden rand.

Beste resultaten
flag-wc WK op de weg – flag-nr1
flag-it Milaan-San Remo – flag-nr2
flag-fr Tour de France – 1 etappezege
flag-be Luik-Bastenaken-Luik – 5e
flag-be Brabantse Pijl – flag-nr1


flag-fr Arnaud Démare (Groupama-FDJ)

Het begon voor Démare met Milaan-Turijn – foto: Cor Vos

Peter Sagan stond de laatste jaren als sprinter nog weleens in dit rijtje. Toch wint een spurter zelden de ‘titel’ Beste Wielrenner van het Jaar. Ook dit keer zal dat waarschijnlijk niet gebeuren. Maar voor een sprinter leverde Arnaud Démare toch wel bijzondere prestaties. De 29-jarige Fransman is veel completer dan menig snelle collega. Natuurlijk, in het verleden won hij Milaan-San Remo en werd hij ook al eens zesde in Parijs-Roubaix en vijftiende in de Ronde van Vlaanderen. Dan kun je met een fiets rijden. Andermaal bleek de sprint het grote wapen van Démare. De renner van Groupama-FDJ werd de absolute zegekoning van 2020.

Het grappige is dat hij ‘pas’ op 5 augustus begon met winnen. In een normaal seizoen moet je dan bijna al je wedstrijden winnen om nog op het totaal van veertien zeges te komen. Maar eigenlijk was dat ook nu het geval. Post-corona reed Démare 44 koersdagen. Statistisch won hij dus om de drie koersdagen een wedstrijd. Dat begon allemaal met Milaan-Turijn. Menig wereldtopper stond er aan de start; het podium bestond naast de Fransman uit Caleb Ewan en Wout van Aert. In Milaan-San Remo kwam Démare er vervolgens niet aan te pas. Maar daarna leek het wel de kermis bij hem: winnen, winnen, winnen, altijd prijs.

Démare was zonder twijfel de beste sprinter van 2020, maar maakt je dat ook de beste renner – foto: Lapresse

Op veertien dagen reed Démare namelijk twee rittenkoersen, de Tour de Wallonie en Tour Poitou-Charentes. De Fransman werd daarin twee keer zevende, een keer derde (een tijdrit over 22,5 kilometer) en een keer tweede. Maar bovenal won hij vijf etappes, waardoor hij ook beide rittenkoersen op zijn naam zette. Oké, het zijn niet meteen de zwaarste wedstrijden, maar ga er maar aanstaan als sprinter. Wat we tussendoor bijna vergaten: Démare kroonde zich tussen beide koersen door ook nog tot Frans kampioen. In het Franse Plouay moest hij de Europese titel drie dagen later echter pijnlijk prijsgeven aan de Italiaan Giacomo Nizzolo.

Wat ook opviel: Démare won die hele reeks wedstrijden tijdens de Tour de France. Voor het tweede jaar op rij liet de sterke sprinter La Grande Boucle links liggen. Het alternatief was net als een seizoen eerder de Giro d’Italia. Dat bleek een gouden greep, want Démare bleek er veruit de beste sprinter. Alle ritten die eindigden in een massaspurt kregen namelijk dezelfde winnaar. De Fransman liet geen kruimels over en maakte vier keer het zegegebaar in Italië. Hij voegde er meteen een vijftiende ‘overwinning’ aan toe. Démare won namelijk het puntenklassement, al telt dat niet als UCI-zege. Maar hij won dus veruit het meest.

Beste resultaten
flag-it Giro d’Italia – 4 etappezeges + flag-nr1 puntenklassement
flag-be Tour de Wallonie – flag-nr1 Eindklassement + 2 ritzeges
flag-it Milaan-Turijn – flag-nr1
flag-fr Tour Poutoi-Charentes – flag-nr1 Eindklassement + 3 ritzeges
flag-fr Frans kampioenschap op de weg – flag-nr1


flag-be Remco Evenepoel (Deceuninck-Quick-Step)

Evenepoel veegt het vuil van zijn schouders in Burgos – foto: Cor Vos

Er is sinds 2019 een nieuwe maatstaaf voor jongelingen in het profpeloton. Op die maatstaaf staan de letters REV gekerfd. We hebben het over het wonderkind Remco Evenepoel. Ook op het seizoen 2020 drukte hij stevig zijn stempel. Maar anderzijds moeten we ook eerlijk zijn: door een val in de Ronde van Lombardije reed hij na de corona-break eigenlijk maar twee weken mee. Als je het hebt over de beste wielrenner van het gehele jaar, telt Evenepoel maar voor de helft mee. En dus zou hij moeten afvallen voor dit eindejaarslijstje. Maar eerlijkheid gebiedt te zeggen doen we hem daarmee veel te kort. Véél te kort.

Want welke wielrenner kan dit jaar zeggen dat hij alle wedstrijden waarin hij startte ook effectief won? Niemand. Behalve Evenepoel. Het klinkt bijna als twee jaar geleden, maar hij begon daarmee in de periode eind januari-begin februari. De nog altijd maar 20-jarige Belg reisde af naar Argentinië voor de Vuelta a San Juan. In de individuele tijdrit (15,5 kilometer) reed hij gemiddeld liefst anderhalve kilometer per uur rapper dan Filippo Ganna, de nummer twee die dag. Toch geen koekenbakker, aangezien Ganna nu wereldkampioen tijdrijden is. In de bergrit hield Evenepoel daarna stand en zo stak hij zijn eerste wedstrijd meteen op zak.

Remco Evenepoel komt met het rugnummer van Jakobsen over de streep in Polen – foto: Justin Setterfield / Getty Images

Twee en een halve week daarna trok hij vol vertrouwen naar de Volta ao Algarve. Nog altijd een voorbereidingskoers, maar wel eentje met een straf palmares. In de tweede rit lag de aankomst meteen op de lastige Alto de Fóia. Evenepoel liet er geen gras over groeien en sloeg er een dubbelslag. Twee dagen later moest hij op Malhão – die andere bekende klim in de Algarve – genoegen nemen met plek drie, maar op de slotdag was hij vervolgens heer en meester in de afsluitende tijdrit. In zijn leiderstrui bleef hij alles en iedereen voor, met toenmalige wereldkampioen Rohan Dennis en Stefan Küng als naaste belagers in de uitslag.

Daarna sloeg corona toe. Maar niet getreurd, want Evenepoel sloeg meteen raak bij de hervatting van het seizoen. Op de vermaarde Picón Blanco in de Vuelta a Burgos reed hij de concurrentie de vernieling in, goed voor een nieuwe eindzege. Toch zal vooral zijn huzarenstuk in de Ronde van Polen menig fan bijgebleven zijn. Geïnspireerd door de die week verschrikkelijk gevallen Fabio Jakobsen vermorzelde hij in deze WorldTour-koers alles en iedereen. Jakob Fuglsang was de eerste achtervolger die binnenkwam, op iets minder dan twee minuten. Opnieuw een eindzege voor Evenepoel en een volle 100%-score. Maar is dat voldoende om als Wielrenner van het Jaar uit de bus te komen? De meeste stemmen gelden.

Beste resultaten
flag-pl Ronde van Polen – flag-nr1 Eindklassement + 1 ritzege
flag-es Vuelta a Burgos – flag-nr1 Eindklassement + 1 ritzege
flag-pt Volta ao Algarve – flag-nr1 Eindklassement + 2 ritzeges
flag-ar Vuelta a San Juan – flag-nr1 Eindklassement + 1 ritzege


flag-dk Jakob Fuglsang (Astana)

Fuglsang begon het seizoen voortvarend in Spanje – foto: Cor Vos

Intussen is hij 35 jaar, maar nog lang niet versleten. Sterker nog: Jakob Fuglsang gold jarenlang als een van de grootste talenten uit het peloton. Het kwam er alleen nooit echt uit. De laatste twee jaren heeft hij echter een klik gemaakt, want hij is steeds bij de beste renners in koers. Misschien is de Deense kopman van Astana zelfs de beste eendagscoureur in de heuvelklassiekers van de laatste twee seizoenen. Vorig jaar werd hij immers nog derde in de Amstel Gold Race, tweede in de Waalse Pijl en eerste in Luik-Bastenaken-Luik – zijn eerste monumentale zege. Saillant detail: in 2020 reed hij geen enkele van die drie koersen.

Het weerhield Fuglsang er niet van om andermaal een fantastisch seizoen te rijden, van A tot Z. Het begon meteen al in februari, toen hij op vijf etappes in de Ruta del Sol twee keer tweede werd én twee keer zegevierde. Hij verzekerde zich meteen ook van de eindzege. Na de corona-break stond hij er ook weer meteen. De Astana-kopman werd vijfde in Strade Bianche, om daarna als tweede te eindigen in de door Remco Evenepoel gedomineerde Ronde van Polen. Het was ook Fuglsangs enige uitstapje buiten Italië in het tweede deel van het seizoen. Geen Tour de France dus, maar de Giro d’Italia en andere Italiaanse koersen.

Fuglsang won met Il Lombardia zijn tweede monument – foto: Cor Vos

Te beginnen met de Ronde van Lombardije; la corsa delle foglie morte. Vooraf had Evenepoel de schijnwerpers op zich gericht, maar hij maakte een fout in de afdaling van Muro di Sormano en tuimelde van een viaduct het ravijn in. Daarna probeerde Trek-Segafredo de koers in handen te nemen. Uiteindelijk bleek dat voor niets, want toen Aleksandr Vlasov versnelde in dienst van ploegmaat Fuglsang, kon alleen George Bennett van Jumbo-Visma mee. Van die drie bleek de Deen in de afzink van de Civiglio de sterkste, waarna hij onder het genot van een stralende zon de finish passeerde. Zijn tweede monument was binnen.

De Italiaanse campagne van Fuglsang zat er nog niet op. In de Giro dell’Emila en Tirreno-Adriatico bereidde hij zich voor op het WK in Imola. Op dat zware parcours behoorde hij als beste heuvelrenner van het anderhalve jaar daarvoor tot de topfavorieten, maar ook Fuglsang had geen antwoord op de demarrage van Julian Alaphilippe. In de sprint voor het zilver moest hij uiteindelijk genoegen nemen met een vijfde plek. Daarna stond de Giro dus op het programma. Voor de eindzege deed Fuglsang nooit mee, maar hij werd wel zesde in Milaan. Daarmee gaf hij andermaal zijn visitekaartje af voor een constant seizoen: behoudens Tirreno-Adriatico (veertiende) besloot hij al zijn koersen in 2020 bij de eerste zes.

Beste resultaten
flag-it Ronde van Lombardije – flag-nr1
flag-wc WK op de weg – 5e
flag-it Giro d’Italia – 6e in het eindklassement
flag-pl Ronde van Polen – 2e in het eindklassement
flag-es Ruta del Sol – flag-nr1 Eindklassement + 2 ritzeges


flag-ch Marc Hirschi (Team Sunweb)

Hirschi werd ook meest strijdlustige renner in de Tour – foto: Cor Vos

Zwitserland heeft weer een topper van formaat. Na Fabian Cancellara moesten ze eventjes een paar jaar geduld hebben, maar de opvolger is daar. Nota bene uit dezelfde regio – Berner Oberland – als Spartacus himself: Marc Hirschi. De nog altijd maar 22-jarige renner van Team Sunweb kondigde zichzelf vorig jaar al aan met een derde plek in Clásica San Sebastián, een vijfde stek in de BinckBank Tour en een tiende plaats in de E3 BinckBank Classic. Bevestigen is dan nog een tweede, maar daarin slaagde de jongeling wonderwel. Toch duurde het best een tijd voordat Hirschi er dan toch helemaal doorheen kwam.

Voorafgaand aan de Tour de France was er veel kritiek op de selectie van Team Sunweb. Met een vooral jonge en onervaren ploeg werden ze voor de leeuwen gegooid, terwijl kopmannen Wilco Kelderman en Michael Matthews naar de Giro werden gestuurd. De verwachtingen waren niet al te hoog, maar de Duitse formatie reed uiteindelijk een voortreffelijke Ronde van Frankrijk. Hirschi had daar een groot aandeel in. Al in de tweede etappe had hij toch verrassend een antwoord op een versnelling van Julian Alaphilippe. In de sprint die volgde, kwam de Zwitser meteen akelig dichtbij winst.

Hirschi was de sterkste op de Mur de Huy – foto: Cor Vos

Het bleek een opmaat naar een sterk groterondedebuut voor Hirschi. In de negende etappe sloop hij mee in de vroege vlucht en bleef hij lang vooruit. Pas in de laatste paar kilometers werd hij als laatste teruggehaald door een elitegroepje. In de sprint die volgde eindigde hij – andermaal nipt – als derde. Daarmee was het voor de smaakmaker nog niet gedaan. In de twaalfde etappe zat hij opnieuw mee in de ontsnapping en toen bleek Hirschi veruit de sterkste. De U23-wereldkampioen van 2018 reed al snel weg van zijn mede-kornuiten en rondde een lange solo met een ruime voorsprong af. Hij gaf ermee zijn visitekaartje af.

Hirschi verkeerde duidelijk in hoogvorm en trok dat door in de wedstrijden waar hij over een paar jaar in zou moeten excelleren. Maar dat deed hij dit seizoen dus al. Met verve, zelfs. Op het WK op de weg streed hij met de besten ter wereld en als tweedejaars neoprof veroverde hij meteen een bronzen medaille. Amper drie dagen later boekte hij ook meteen zijn eerste klassieke zege. Op de loeisteile Muur van Huy was Hirschi de allersterkste en schreef hij de Waalse Pijl op zijn palmares. Weer vier dagen later had daar ook Luik-Bastenaken-Luik al bij gekund. Een manoeuvre van Alaphilippe schakelde hem echter uit. Hirschi werd er tweede.

Beste resultaten
flag-be Waalse Pijl – flag-nr1
flag-fr Tour de France – 1 ritzege
flag-be Luik-Bastenaken-Luik – flag-nr2
flag-wc WK op de weg – flag-nr3


flag-si Tadej Pogačar (UAE Emirates)

Wie had dat gedacht: Pogacar als winnaar van de Tour de France? – foto: Cor Vos

Wat goed is, komt snel. Het is een bekende uitspraak in de wielrennerij. Zie alleen al dit eindejaarslijstje maar. Remco Evenepoel (20), Marc Hirschi (22) en Tadej Pogačar (22) zijn de levende voorbeelden. Net als de Belg en de Zwitser kondigde ook de Sloveen zich reeds vorig jaar aan. In de Vuelta a España zette hij zijn naam met drie gewonnen bergetappes en een derde plek in het eindklassement op de kaart. Zet daar een gewonnen Volta ao Algarve en de Tour of California naast en je spreekt over een super doorbraak. Reden genoeg om de piepjonge ronderenner vorig jaar al te vermelden in dit lijstje. Niet voor niets, dus.

Pogačar bevestigde in zijn eerste koers van het seizoen meteen zijn status. Hij won voor de corona-break de voorbereidingskoers Volta a Valenciana, twee ritzeges incluis. Op WorldTour-niveau werd hij twee weken later tweede in de UAE Tour, maar won hij wel de slotrit met aankomst op Jebel Hafeet. Het seizoen ging daarna op slot, maar bij de hervatting was Tamau meteen weer op de afspraak. Het Sloveens kampioenschap op de weg was de eerste wielerkoers na de break. In een directe krachtmeting met Primož Roglič moest hij tijdens de wegwedstrijd nog het onderspit delven, maar in de tijdrit was hij wel de beste.

Hét moment van het seizoen 2020 was misschien wel de oppermachtige zege van Pogacar in de tijdrit van de Tour – foto: Cor Vos

In Milaan-San Remo (twaalfde) en Strade Bianche (dertiende) verzamelde hij verre ereplaatsen, om in het Critérium du Dauphiné als vierde te eindigen. Pogačar trok daarna zonder al te veel druk vanuit zijn ploeg UAE-Emirates naar de Tour de France. Daar begon hij goed, tot een lekke band in de waaieretappe naar Lavaur hem terugwierp van de derde naar de zestiende plek. Hij bleef echter kalm en vertelde na die bewuste rit dat een minuut niets was in de bergen. Pogačar had gelijk. In de eerste de beste Pyreneeënrit knabbelde het toptalent meteen veertig tellen van zijn achterstand af, na een aanval op de slotklim.

In het Centraal Massief rukte hij vervolgens op naar de tweede plek in het klassement. Na nog een gewonnen rit op de Grand Colombier ging hij met een achterstand van 57 seconden de slottijdrit in naar La Planche des Belles Filles. Waar praktisch heel de wereld ervanuit ging dat Roglič die voorsprong nooit meer ging weggeven, was dat buiten Pogačar gerekend. De jonge Sloveen vermorzelde de tegenstand, won met zevenmijlslaarzen voorsprong de tijdrit en liet iedereen met stomheid geslagen achter: Pogačar werd een van de jongste Tourwinnaars uit de geschiedenis. Hij besloot het seizoen met plek drie in Luik-Bastenaken-Luik.

Beste resultaten
flag-fr Tour de France – flag-nr1 Eindklassement + 3 ritzeges
flag-be Luik-Bastenaken-Luik – flag-nr3
flag-fr Critérium du Dauphiné – 4e in het eindklassement
flag-es Volta a Valenciana – flag-nr1 Eindklassement + 2 ritzeges
flag-ae UAE Tour – flag-nr2 Eindklassement + 1 ritzege


flag-nl Mathieu van der Poel (Alpecin-Fenix)

“Een van mijn strafste nummers ooit”, zei Van der Poel over de BinckBank Tour – foto: Cor Vos

Waar Pogačar vorig jaar net niet tot WielerFlits’ genomineerden voor Wielrenner van het Jaar behoorde, was dat voor Mathieu van der Poel wel het geval. De 25-jarige Nederlander won vorig jaar natuurlijk de memorabele Amstel Gold Race. Ook in 2020 zette hij een aantal grote wedstrijden achter zijn naam, maar daar leek het aanvankelijk niet op. De renner van Alpecin-Fenix oordeelde na afloop van de eerste wedstrijden dat hij zichzelf in de coronabreak waarschijnlijk over de kling had gejaagd. Het was niet slecht, maar de lat voor Van der Poel ligt voor de buitenwereld doorgaans een stuk hoger dan voor anderen.

Strade Bianche (vijftiende), Milaan-Turijn (dertiende) en Milaan-San Remo (ook dertiende) verliepen niet zoals gehoopt voor MVDP. Met een derde plek in de lastige Gran Piemonte leek het tij te keren. In de Ronde van Lombardije (tiende) kon hij tot enkele honderden meters voor de top van Muro di Sormano mee met de beste tien klimmers. Hij tankte er vertrouwen voor het Nederlands kampioenschap op de weg, die hij na een solo van meer dan veertig kilometer binnen harkte. Drie dagen later lag ook de Europese titel voor het grijpen, maar daar raakte de Nederlander ingesloten in de eindsprint: hij werd vierde.

De absolute climax van het seizoen: het slot van de Ronde van Vlaanderen, met Van der Poel als winnaar – foto: Cor Vos

Na een derde plek in de Druivenkoers wilde Van der Poel zijn vorm verder aanscherpen in Tirreno-Adriatico. Hij won op knappe wijze de voorlaatste rit en reed daags nadien een redelijk goede tijdrit. Het bleek een voorbode voor de BinckBank Tour. In de sprintetappes deed hij daar de lead out voor Tim Merlier, al pakte hij wel wat secondes in de Gouden Kilometers. In de individuele tijdrit eindigde hij als vijfde, maar er leek niets te doen aan leider Mads Pedersen. MVDP besliste in de slotrit over de Muur van Geraardsbergen en aankomst op de Vesten echter om de sloopkogel eigenhandig door het peloton te halen.

De Nederlands kampioen trok op meer dan zeventig kilometer van de meet ten aanval en zette op een kleine 45 kilometer voor het einde zijn escapade solo voort. Hij hield zijn poging vol en schreef en passant ook het eindklassement op zijn naam. Een dag later koos hij ervoor om ook maar Luik-Bastenaken-Luik te rijden. Op het moment suprême moest hij het hoofd buigen, maar toch eindigde hij als zesde. Na een grote ontgoocheling in de Brabantse Pijl (tweede) volgde zijn tot nu toe grootste zege ooit: na een beklijvend duel met eeuwige crossrivaal Wout van Aert besliste hij, in een zenuwslopende millimetersprint, de Ronde van Vlaanderen in zijn voordeel. Van der Poel boekte zo zijn eerste monumentale zege.

Beste resultaten
flag-be Ronde van Vlaanderen – flag-nr1
flag-nl Binck Bank Tour – flag-nr1 Eindklassement + 1 ritzege
flag-europe EK op de weg – 4e
flag-be Luik-Bastenaken-Luik – 6e
flag-be Brabantse Pijl – flag-nr2


flag-si Primož Roglič (Jumbo-Visma)

Donkere wolken pakten zich samen tijdens de Tour voor Roglic – foto: Cor Vos

In 2019 verkoos de WielerFlits-community Primož Roglič tot Wielrenner van het Jaar. In de sport zegt men vaak dat uitgroeien tot een kampioen al moeilijk genoeg is, maar dat kampioen blijven misschien nog wel moeilijker is. Toch was dat dit seizoen de opdracht voor de kopman van Jumbo-Visma. Daarin liet de 31-jarige Sloveen niets aan het toeval over. De inzet was bovendien hoog, want het hoofddoel van zijn ploeg – met Roglič die voor het kopmanschap een streepje voor had op Tom Dumoulin en Steven Kruijswijk – loog er ook niet om: het winnen van de Tour de France. In die koers ging hij als topfavoriet van start.

Die status had Rogla in het voortraject verdiend. Op het Sloveens kampioenschap op de weg begon de voormalig schansspringer meteen met een zege, maar een week later kreeg hij in de tijdrit klop van zijn jonge tegenstrever en vriend Tadej Pogačar. In zijn nieuwe kampioenstrui won Roglič begin augustus wel meteen twee etappes en het eindklassement in de Tour de l’Ain, waar Jumbo-Visma de kopmannen van INEOS Grenadiers aan gort reed. Ook in het daaropvolgende Critérium du Dauphiné was de Sloveen heer en meester, maar moest hij na een harde val in de voorlaatste rit opgeven. Plots waren er zorgen rondom Roglič.

Roglic maakte het seizoen meer dan goed met de eindzege in de Vuelta – foto: Cor Vos

Pas op het allerlaatste moment besloot de kopman van Jumbo-Visma toch te starten in de Tour de France, zij het gehavend. Het resulteerde in de eerste aankomst bergop (rit vier) meteen in een overwinning. Roglič rukte daarna snel op in het klassement en veroverde in de negende etappe de gele leiderstrui. Jumbo-Visma heerste en verdeelde daarna. Er werd een nieuwe standaard gezet met de Sloveen als orgelpunt. Na negentien etappes leek het klip en klaar, want Roglič ging de afsluitende tijdrit – een van zijn specialiteiten – in met een voorsprong van 57 tellen. Een fenomenale Pogačar liet hem echter gedesillusioneerd achter.

Roglič kreeg een klap van jewelste te verwerken, al was hij groots in zijn verlies. Een week later profiteerde de Sloveen nog wel van zijn hoogvorm tijdens het WK, al zat er in de diepe finale niets meer op. Hij werd zesde. Uitgeblust was hij echter allerminst, bleek in Luik-Bastenaken-Luik. Roglič was in de finale van het monument het sterkst en griste onder de neus van de nieuwbakken wereldkampioen Julian Alaphilippe de zege weg. Maar toen moest de Vuelta a España nog komen. Titelverdediger Roglič won er vier etappes, het punten- én het eindklassement. Kroon op een topseizoen: 2020 was misschien nóg wel straffer dan 2019.

Beste resultaten
flag-es Vuelta a España – flag-nr1 Eindklassement + 4 ritzeges
flag-fr Tour de France – flag-nr2 Eindklassement + 1 ritzege
flag-be Luik-Bastenaken-Luik – flag-nr1
flag-fr Tour de l’Ain – flag-nr1 Eindklassement + 2 ritzeges
flag-wc WK op de weg – 6e


flag-ru Aleksandr Vlasov (Astana)

Vlasov – toen nog Russisch kampioen – was al in februari op de afspraak – foto: Cor Vos

Eerder in deze lijst kwam al Marc Hirschi naar voren, die we als een van de revelaties van het seizoen kunnen beschouwen. Datzelfde kunnen we stellen van Aleksandr Vlasov. De 24-jarige Rus brak dit seizoen definitief door en plaatste zijn naam bij de wereldtoppers. Dat begon meteen in februari al met een tweede plek in de Tour de la Provence, achter dé man van het pre-corona-deel van het seizoen: Nairo Quintana. Het klimtalent van Astana ging echter ook na de hervatting van het seizoen door met goede resultaten neerzetten. In La Route d’Occitanie werd hij meteen derde, achter Egan Bernal en landgenoot Pavel Sivakov.

Twee dagen na de Franse rittenkoers pakte Vlasov uit met een mooie uitsmijter. Op de mythische Mont Ventoux won hij de nieuwe eendagskoers Mont Ventoux Dénivelé Challenge. Het bleek een opmaat naar een heel oogstrijke periode in Italiaanse wedstrijden. In Gran Piemonte moest hij dan nog wel genoegen nemen met een plek net buiten het podium (vierde), maar in de Ronde van Lombardije streed hij mee met de besten ter wereld. In dienst van ploeggenoot Jakob Fuglsang – de latere winnaar – werd hij derde in de Ronde van Lombardije. Drie dagen later sloeg Vlasov zelf weer toe: hij won de Giro dell’Emilia.

Vlasov zegevierde in de Giro dell’Emilia – foto: Cor Vos

Daarna was hij actief in Tirreno-Adriatico, waar hij opnieuw een hoog niveau haalde. Vlasov won er het jongerenklassement, goed voor een vijfde plek in het eindklassement. In de schaduw van Fuglsang trok hij toen naar de Giro d’Italia, zijn eerste grote ronde. Door zijn uitslagen behoorde hij meteen tot de outsiders voor eindwinst. Darmklachten noopten hem echter al in de tweede rit tot een opgave. Zestien dagen later verscheen hij dan aan de start van de Vuelta a España. In de eerste twee ritten verloor hij weliswaar vijf en een halve minuut, maar daarna kwam hij erdoor. Vlasov miste de top-10 uiteindelijk op twee tellen. De Rus van Astana werd elfde op ruim negen en een halve minuut van eindwinnaar Primož Roglič.

Vlasovs nominatie dankt hij vooral aan zijn regelmaat die hij tentoonspreidde van februari tot en met begin november. In het kader van dat licht zijn er nog twee renners die een eervolle vermelding verdienen. Zo reed Diego Ulissi (31, UAE Emirates) een van zijn beste seizoenen ooit. Hij werd onder meer tweede in de Tour Down Under en vijfde in de Ronde van Polen. Hij won daarnaast onder meer de Ronde van Luxemburg en twee ritten in de Giro. Ook Guillaume Martin (27, Cofidis) verzamelde een sloot UCI-punten. Opvallend: hij won geen enkele keer in 2020. Wel werd hij elfde in de Tour en dertiende in de Vuelta. In die laatste grote ronde zette hij toch een kroon op zijn seizoen: de Fransman won het bergklassement.

Beste resultaten
flag-it Giro dell’Emilia – flag-nr1
flag-fr Mont Ventoux Dénivelé Challenge – flag-nr1
flag-it Ronde van Lombardije – flag-nr3
flag-fr Tour de la Provence – flag-nr2 Eindklassement + 1 ritzege
flag-es Vuelta a España – 11e in het eindklassement


Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.