Dylan Groenewegen: “In 2020 debuteer ik in Milaan-San Remo”

Door , woensdag 13 maart 2019 om 07:49

©Cor Vos

Hij is inmiddels 25, maar Dylan Groenewegen blijft zijn carrière netjes plannen en gaat vooral niet overhaast te werk. “Voorlopig ben ik honderd procent sprinter”, vertelt hij. “Voor Milaan-San Remo pas ik nog, net als voor de Vlaamse klassiekers. Maar volgend jaar heb ik normaal twee extra grote rondes in de benen. Dan maak ik alvast mijn debuut in de Primavera.”


Drie weken geleden was het voor Dylan Groenewegen al een uitgemaakte zaak. “Ik zou graag mijn titel verlengen in Kuurne-Brussel-Kuurne, maar Parijs-Nice is toch het eerste écht grote doel dit voorjaar”, vertelde de Jumbo-Vismasprinter in de Volta ao Algarve aan WielerFlits. Groenewegen hield woord. Meer zelfs, hij maakte indruk. Met de manier waarop hij in de eerste twee etappes de waaiers overleefde, oogstte de Amsterdammer veel respect.

En dat zorgde dan weer voor een nieuw gespreksonderwerp. Zowel zondag als maandag mocht Groenewegen het aan de internationale media uitleggen. Waarom hij als sprinter in vorm niet van start gaat in Milaan-San Remo. En waarom Gent-Wevelgem in godsnaam niet op zijn programma staat. Zelfs Philippe Gilbert, eergisteren bevoorrechte getuige van Groenewegens vierde seizoenszege, snapt het niet.

“Groenewegen is dé sprinter van de toekomst”, aldus de ex-wereldkampioen gisteren in Het Laatste Nieuws. “Sterk, slim en gesteund door een goed team. Die gaat de komende vijf, zes jaar nog veel spurten en mooie wedstrijden winnen. Ik begrijp alleen niet waarom hij Milaan-San Remo niet rijdt. Mocht ik hem zijn, ik start. Ook al heeft hij maar één kans op honderd.”  Het is een van de vragen die ook wij Groenewegen stelden in de Algarve.

Vorig jaar proefde je van Gent-Wevelgem, Dwars door Vlaanderen, de Scheldeprijs en Parijs-Roubaix. Dit jaar staat niets van dat alles op je programma. Vind je Vlaanderen niet leuk meer?

“(lacht) Natuurlijk wel. Ik hou van het Vlaamse voorjaar. Van de kasseien ook. Maar als renner moet je soms keuzes maken. En voor mij is in deze fase van mijn loopbaan sprinten het allerbelangrijkste. Vorig jaar besefte ik snel dat het trainen tussen de klassiekers door wat lastiger werd. Dus heb ik – in overleg met de ploegleiding – besloten om dat klassieke voorjaar links te laten liggen en alleen Kuurne te doen. Om van start te gaan in de andere voorjaarsklassiekers heb ik trouwens een aangepaste training en voorbereiding nodig, terwijl ik me nu wil focussen op het sprinten.”

Is Gent-Wevelgem dan te zwaar voor jou?
“Ook dat. Voorlopig toch. In Kuurne, waar de hellingenzone een eind van de finish ligt, slaag ik erin om te overleven. In Gent-Wevelgem ligt de Kemmelberg dichter bij de streep. We zagen vorig jaar dat het echt een selecte groep was die voor de overwinning sprintte. Maar ik hoop er ooit wel terug te keren om er iets moois te doen.”

©Cor Vos

Dan lijkt de Scheldeprijs wél een haalbare kaart, maar ook daar start je niet…
“Dat paste dan weer niet in mijn/ons programma. Om mee te doen voor winst in Schoten, heb je een hele ploeg rond jou nodig. Maar een groot deel van die jongens die ik rond mij wil, moet dan Parijs-Roubaix verkennen. Het kwam gewoon niet goed uit. Maar nog eens, ik kom er zeker terug. Ook de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix staan nog op mijn verlanglijstje. Vlaanderen wordt voor mij misschien kantje, boord. Maar in Parijs-Roubaix moet het op termijn wel lukken om ver te komen.”

Wat met Milaan-San Remo?
“Daarin maak ik normaal volgend jaar mijn debuut. Het is een optie geweest, toen we mijn programma opmaakten. Maar het paste niet in de planning. Ik heb gekozen voor de combinatie Parijs-Nice – Ronde van Catalonië. Daarna neem ik rust en werk ik toe naar de Tour en de Vuelta. Die dubbel zal al pittig genoeg zijn. Dus wil ik de frisheid bewaren. En die grote rondes zullen er voor zorgen dat ik toekomstgericht nog meer inhoud krijg. ”

Ben jij op dit moment de snelste sprinter in het peloton?
“Dat is een lastige. Er zijn een aantal oudere sprinters die hun allerbeste tijd achter zich hebben. Greipel, Cavendish, misschien moet ik Kittel ook noemen. Maar je mag ze toch niet helemaal afschrijven. Daarnaast is er de nieuwe generatie waartoe ikzelf behoor. Samen met Gaviria, Ewan en nog enkele anderen. En dan komt er al een nieuwe generatie aan met onder meer Fabio Jakobsen. Die jongens moeten zich nog bewijzen in de grote rondes. Qua pure snelheid behoor ik tot de allerbesten. Maar wie de snelste is, hangt af van koers tot koers. Maar ik denk dat ik iedereen aan kan. En dat wil ik deze zomer in de Tour bewijzen.”

Zondag klopte Groenewegen Ewan in een rechtstreeks duel.  © Cor Vos

Maar Jumbo-Visma mikt in de Ronde van Frankrijk, net als vorig jaar, ook op het klassement. Kan je je daar in vinden?
“Absoluut. Vorig jaar is bewezen dat die combinatie lukt. Ik ben er zelfs voorstander van: een iets kleinere sprinttrein en een aantal jongens die zowel mij als de klimmers kunnen ondersteunen. De hele ploeg op één man inzetten is overigens gevaarlijk. Wat als het tegenvalt?”

We veronderstellen dat je mee de invulling en de volgorde van dat treintje bepaalt.
“Deels wel. Dat is eigenlijk al bepaald. Zoals jullie al weten: óf Timo Roosen óf Mike Teunissen als laatste man. Daarvoor Amund Grondahl Jansen. Met daarvoor nog eens Tony Martin. Tony zal in de Tour een belangrijke rol gaan spelen. Hij heeft bakken ervaring en is sterk. Hij weet precies wat hij moet doen en zijn kopbeurten zijn aardig lang. Ook voor de klimmers zal Tony trouwens belangrijk zijn.”

Heb je al aan de groene trui gedacht?
“Ooit wil ik het groen pakken. Maar dat is een beetje hetzelfde verhaal als dat van de Vlaamse klassiekers: ik moet nog meer inhoud krijgen, dus is dat nog niet voor dit jaar. Tenzij – door omstandigheden – de situatie zich plots zou voordoen. Maar normaal is dat een verhaal voor de toekomst. In 2019 focus ik sowieso vol op ritzeges. Niet alleen in de Tour.”

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.