Eindejaarslijstjes: Hét wielermoment van 2022

Eindejaarslijstjes: Hét wielermoment van 2022

foto: Cor Vos

donderdag 1 december 2022 om 08:00

In de maand december blikt WielerFlits traditioneel terug op het afgelopen wielerseizoen met de reeks Eindejaarslijstjes. Wat waren de hoogte- en dieptepunten van het afgelopen jaar en welke renners verdienen nog een eervolle vermelding voor 2022? Iedere werkdag is er een nieuwe lijst met bijbehorende poll. Vandaag staat centraal: hét wielermoment van 2022.


Wielergeschiedenis in Wevelgem

Gent-Wevelgem of La Roue Tourangelle? Het is vrijdagavond 25 maart 2022 en Biniam Girmay moet een keuze maken. Eigenlijk stond zijn programma al vast – hij zou zondag zijn voorjaar afsluiten in La Roue Tourangelle, een 1.1-koers in Frankrijk -, maar enkele uren geleden is er iets veranderd. Girmay heeft een ontdekking gedaan: hij is een kasseienvreter. Zonder de koers te verkennen, eindigde hij als vijfde in de E3 Saxo Bank Classic.

Hij kiest voor Gent-Wevelgem. Een goede keuze, zo blijkt.

Op 24 kilometer van de streep in Wevelgem, na de laatste keer Kemmelberg, schiet Christophe Laporte weg uit een groep van 24 renners. Direct in zijn wiel: Biniam Girmay. Jasper Stuyven en Dries Van Gestel weten ook nog mee te schuiven, maar Rasmus Tiller en Greg Van Avermaet zijn te laat. We krijgen zodoende vier koplopers, die uitstekend samenwerken. Hoewel Groupama-FDJ, Alpecin-Fenix en Movistar alles geven in de achtervolging en het lang spannend blijft, beginnen de aanvallers met een veilige marge aan de slotkilometer. Het wordt een sprint met vier.

Wie van de vier is de snelste? – foto: Cor Vos

Laporte, de te kloppen man, heeft zich de kop op laten dringen. In zijn wiel Van Gestel, daarachter Stuyven, dan Girmay – met zijn soepele tredje. De sprint begint vroeg, op 250 meter van de streep. Het is Girmay die aangaat. Laporte komt laat op gang, komt als enige toch nog in het spoor van de Eritreeër, komt er zelfs naast, maar komt vooral te laat. Girmay pakt Gent-Wevelgem en schrijft wielergeschiedenis.

Wielergeschiedenis ja, want nog nooit eerder won een Afrikaanse renner een klassieker. En een zwarte Afrikaanse renner? Die zagen we überhaupt nog nooit zegevieren in een grote wegwedstrijd – klassieker of niet. Girmay bracht daar met zijn machtige sprint in Wevelgem verandering in. “Er gaat heel veel veranderen voor mij, maar ook voor andere Afrikaanse renners”, zei hij na afloop. “We hebben een mooie toekomst.”

Girmay heeft de snelste benen – foto: Cor Vos


Van der Poel, Pogačar en de sandwich

Vorig jaar stond Mathieu van der Poel met maar liefst drie momenten in dit lijstje. Zijn machtsexplosie in Strade Bianche, zijn heroïsche solo in Tirreno-Adriatico en zijn gele eerbetoon aan zijn papi, Raymond Poulidor, staan nog altijd in ons wielergeheugen gegrift. In 2022 was MVDP minder indrukwekkend, maar laten we vooral niet vergeten dat hij – na een heel moeilijke winter – wel gewoon de Ronde van Vlaanderen op zijn naam schreef. En wat voor Ronde van Vlaanderen.

De koers ontploft op 54 kilometer van de streep, op de Oude Kwaremont. De aanstichter? Tadej Pogačar. Van der Poel zit aanvankelijk op een gaatje, maar weet op de top de sprong naar het groepje met de Sloveen te maken. Een tros andere renners weet in de daaropvolgende kilometers eveneens weer aan te sluiten. Maar dan komt de gevreesde Koppenberg, waar de ontketende Pogačar opnieuw doortrekt. Van der Poel is mee, neemt later over. Valentin Madouas haakt zijn wagonnetje ook nog aan.

Pogacar geeft er een patat op – foto: Cor Vos

De drie komen vervolgens bij Dylan van Baarle en Fred Wright, die geanticipeerd hadden en een stukje voor de troepen uitreden. Het vijftal blijft bij elkaar tot de laatste beklimming van de Oude Kwaremont, waar Tadej Pogačar nog maar eens zijn duivels ontbindt. Nu kan alleen Van der Poel volgen. De twee sterkste mannen in koers rijden richting de Paterberg. Op die beklimming komt de Nederlander even in de problemen als hij het gootje opzoekt, maar hij weet zich te herstellen en komt in het spoor van Pogačar boven. Samen naar Oudenaarde dus, samen sprinten om de zege.

Daar lijkt het lange tijd inderdaad op, maar in de laatste kilometer verandert de situatie volledig. Van der Poel en Pogačar kijken naar elkaar, pokeren, laten het tempo zakken. Zodoende komen Madouas en Van Baarle, de eerste achtervolgers, snel dichterbij. Net voordat ze aansluiten, zet Van der Poel, op een kleine 250 meter voor de streep, zijn sprint van kop af aan in. Maar door de hoge snelheid van het aanstormende duo wordt de sprint-a-deux niettemin een sprint-a-quatre.

Voor Van der Poel pakt dit evenwel goed uit. Want terwijl de Nederlander ruimte houdt om voluit te sprinten, raakt Pogačar ingesloten. Madouas komt de Sloveen rechts voorbij, Van Baarle links. Er is geen uitweg, hij zit in de sandwich. Nadat hij de benen stilhoudt en boos beide handen in lucht gooit, komt Van der Poel met één gebalde vuist en een oerkreet over de finish. Alle tegenslagen van de voorbij maanden zijn vergeten.

De vreugdekreet van Van der Poel – foto: Cor Vos


Van Baarle brommert naar Roubaix

Van Baarle speelde in de Ronde van Vlaanderen al een hoofdrol, maar de sterkste man in koers was hij in de Hoogmis duidelijk niet. Twee weken later was dat wel anders. In de Amstel Gold Race? Nee, want de wielerkalender zag er dit voorjaar immers iets anders uit dan gewoonlijk. Door de Franse presidentsverkiezingen wisselden Parijs-Roubaix en de Amstel Gold Race van datum, waardoor de Helleklassieker een weekje later op het programma stond. Van Baarle moest dus nog wat langer wachten op de grootste zege uit zijn carrière.

Hoe behaalde hij die ook alweer? Nadat hij de hele dag al actief was – door in de openingsfase mee te zitten in de eerste waaier, door op 57 kilometer van de streep mede een elitegroep te forceren, door vlak voor de vijfsterrenstrook Mons-en-Pévèle even te ontsnappen -, maakte Van Baarle op een kleine dertig kilometer voor de finish de beslissende move. Hij springt weg uit een groepje met onder anderen Wout van Aert en Mathieu van der Poel, en gaat op jacht naar de drie koplopers: Yves Lampaert, Matej Mohoric en Tom Devriendt.

Van Baarle met Lampaert in zijn spoor – foto: Cor Vos

Eerst lijkt Van Baarle er in een streep naartoe te rijden, maar dan blijf hij hangen. “Hij geraakt er niet”, zegt Karl Vannieuwkerke op het moment dat de INEOS-renner Cysoing-Bourghelles opdraait. Het is alsof Van Baarle het hoort, want hij versnelt nog eens en maakt op de dezelfde strook nog de aansluiting. Minder dan tien kilometer later, op Champhin-en-Pévèle, rijdt hij zijn drie kompanen glad uit het wiel. Hij is alleen. Karren maar.

Mohoric en Lampaert proberen druk te houden, en in de achterhoede versnellen Wout van Aert en Stefan Küng, maar aan Van Baarle is niets te doen. Hij loopt alleen maar verder uit. Zijn uiteindelijk voorsprong op runner-up Van Aert zal een minuut en 47 seconden bedragen. Op de piste van Roubaix kan Van Baarle dus uitgebreid zegevieren. Hij beleeft, na een zege in Dwars door Vlaanderen en een zilveren plak op het WK in Leuven, zijn ultieme gloriemoment.

De kassei is voor Van Baarle – foto: Cor Vos


Fabio en Dylan maken samen de cirkel rond

Roskilde-Nyborg, de eerste rit in lijn van de Tour de France. Het is wachten op de Storebæltsbroen, een achttien kilometer lange brug diep in de finale. Hier zal de koers ontploffen. Waaiers, tijdsverschillen, spektakel. Maar nee, niets van dat. De wind staat verkeerd, blaast de renners in het gezicht, en dus blijft alles bij elkaar. We gaan gewoon sprinten met een voltallig peloton. Een anticlimax dus? Verre van.

Het verhaal van de winnaar maakt alles goed. Het is namelijk Fabio Jakobsen die zijn eerste Touretappe pakt. Een kleine twee jaar na Katowice, een kleine twee jaar na die vreselijke val. Natuurlijk, Jakobsen is al even terug – hij heeft vorig jaar drie ritten gewonnen in de Vuelta, is dit voorjaar ongenaakbaar geweest in de sprints -, maar winnen in de Tour? Dat is een droom die ondanks alles toch is uitgekomen. Nu is de cirkel rond, klinkt het.

Jakobsen juicht in Nyborg – foto: Cor Vos

Een dag later. Vejle-Sønderborg. Weer een vlakke etappe, weer geen spektakel, weer een sprint. Maar niet dezelfde winnaar. Fabio Jakobsen verliest veel plekken in de laatste bocht voor de finish en speelt niet meer mee voor de zege. In plaats daarvan lijkt Wout van Aert, een dag eerder tweede, op de winst af te stevenen. Tot hij in extremis gepasseerd wordt door toch weer een Nederlander: Dylan Groenewegen.

Groenewegen, de veroorzaker van de val van Jakobsen. De dader, maar ook een slachtoffer. Ook hij heeft geleden onder de gebeurtenis in Polen. Negen maanden schorsing, doodsbedreigingen, een enorm schuldgevoel. Al die pijn komt eruit, als hij in Sønderborg als eerste over de streep komt. En voorbij die streep, als hij zijn vader in de armen valt en de tranen laat vloeien. Nu is de cirkel echt rond.

Het ongeloof bij Groenewegen – foto: Cor Vos


De coup van Calais

De bijzondere wielermomenten volgden elkaar snel op in het begin van de Tour de France. Na het openingsweekend van Jakobsen en Groenewegen, ging de wedstrijd dinsdag verder met de rit van Duinkerke naar Calais, de eerste rit op Franse bodem. En de eerste rit die gewonnen werd door Wout van Aert. Later in de ronde zou de Belg nog twee keer zegevieren, maar op weg naar Calais trakteerde hij het publiek op zijn strafste stoot.

Een kleine twaalf kilometer voor de streep begint de Côte du Cap Blanc-Nez, een helling van 900 meter aan 7,5%. INEOS Grenadiers neemt het initiatief richting de voet, maar net voor het opdraaien neemt Jumbo-Visma over. En niet om louter te controleren. Nathan Van Hooydonck gaat vol aan en trekt het peloton op een lint. Achter hem sturen renners uit, vallen gaten. Dan komt de overname van Tiesj Benoot, die voor nog meer schade zorgt. Op 300 meter van de top zitten enkel Van Aert, Jonas Vingegaard en Adam Yates nog in zijn wiel. De rest is weggeblazen.

Benoot geeft alles – foto: Cor Vos

Als ook de beurt van Benoot erop zit, is het aan Van Aert zelf. De geletruidrager gaat genadeloos hard aan en rijdt de laatste twee volgers glad uit het wiel. Op de top lijkt het verschil nog overbrugbaar, maar Van Aert wacht niet. Hij gaat proberen om de teamaanval van Jumbo-Visma met een tien kilometer lange solo af te ronden. Geen eenvoudige taak, want achter hem vormt zich opnieuw een omvangrijk peloton. En met zo’n grote groep ben je op de lange, rechte wegen richting Calais natuurlijk in het voordeel.

Daar is echter maar weinig van te zien. Van Aert verliest in de laatste kilometers wel iets van zijn pluimen, maar komt met een veilige marge in de laatste rechte lijn. Hij gaat ‘eindelijk’ winnen deze Tour, na drie keer op rij tweede te zijn geworden. Van Aert viert het door bij het passeren van de streep met zijn gespreide armen te wapperen. “Deze trui geeft mij vleugels”, zei hij na afloop, verwijzend naar zijn sponsor Red Bull. Het was te zien, die vleugels. Van Aert vloog.

Ongenaakbaar – foto: Cor Vos


Vingegaard en Jumbo-Visma kraken Pogačar

We hopen er elke keer weer op, maar het gebeurt slechts zelden: een bergetappe in de Tour de France waar de strijd tussen de favorieten al ver voor de slotklim losbarst. Op woensdag 18 juli werd de wachtende wielerfan beloond. In de rit van Albertville naar de Col du Granon barstte de koers al vroeg los en zagen we urenlang koers van de bovenste plank.

Het feest begint op zeventig kilometer van de streep, op de Col du Telégraphe. Terwijl er een kopgroep vooruit rijdt met onder anderen Christophe Laporte en Wout Van Aert, trekt Tiesj Benoot in het peloton door. In zijn wiel zit Primož Roglič, die ondanks een val in de Roubaix-rit nog niet helemaal kansloos lijkt voor de eindzege. Geletruidrager Tadej Pogačar laat het niet gebeuren en dicht eigenhandig het gat. Net voor de top volgt echter een volgende prik van Jumbo-Visma. Pogačar is opnieuw alert, maar als de uitgezakte Laporte in de korte afdaling het tempo opschroeft, zijn de ploegmaten van de tweevoudig Tourwinnaar nergens te bekennen. Pogi zit geïsoleerd.

Nadat Laporte wegvalt, beginnen we met vier favorieten aan de Col du Galibier: Geraint Thomas, Primož Roglič, Tadej Pogačar en Jonas Vingegaard. Nu gaat het echt los. Al op de eerste, nog niet zo steile stroken opent Vingegaard het bal met een aanval. Het is nog bijna zestig kilometer tot de streep. Pogačar springt naar het wiel, maar als het tempo stilvalt, versnelt Roglič van achteruit. Dit is het beeld dat we komende kilometers zien: de Jumbo-Visma-kopmannen die de klassementsleider om beurten bestoken. Vingegaard, Roglič, Vingegaard, Roglič, Vingegaard, Roglič.

Het is koers! – foto: Cor Vos

Als Pogačar niet blijkt te breken, wordt het tempo wat gedrukt. Daardoor kan de rest van de favorietengroep terugkeren. Het spektakel is daarmee niet voorbij, want in het lastigere, laatste deel van de Galibier kiest Jumbo-Visma nog eens voor het offensief. Nu heeft Pogačar er genoeg van en trekt hij zelf door. Alleen Vingegaard kan volgen. De Deen en de Sloveen komen uiteindelijk ook samen boven, maar in de afdaling van de Galibier kwam weer een grote groep bij elkaar. Van Aert had gewacht om Roglič weer vooraan te brengen.

Roglič zou echter geen rol meer spelen op de Granon, hij had zijn taak al vervuld. Op de slotklim moest Vingegaard het sloopwerk van Jumbo-Visma afmaken. En dat deed hij, want als hij op 4,6 kilometer voor de streep versnelt, kan Pogačar niet mee. Sterker nog, de Sloveen stort in. Terwijl Vingegaard vleugels krijgt en voorbij alle mannen voor hem vliegt, krijgt Pogačar de pedalen maar moeizaam rond: hij zal uiteindelijk bijna drie minuten verliezen op zijn Deense rivaal. Die wint de rit, pakt het geel en is plots niet meer een uitdager, maar de topfavoriet voor de Tourzege. Inmiddels weten we dat die nieuwe status terecht was.

Vingegaard pakt de rit én het geel – foto: Cor Vos


Van Vleutens verbluffende solo door de Vogezen

Eindelijk, er was dit jaar weer een Tour de France voor vrouwen: de Tour de France Femmes avec Zwift. En de achtdaagse rittenkoers leverde direct spektakel op. We zagen Lorena Wiebes naar twee zeges sprinten, we zagen Marianne Vos schitteren in het geel en we zagen Cecilie Uttrup Ludwig in tranen uitbarsten na haar zege in Épernay. Maar we zagen vooral Annemiek van Vleuten ouderwets huishouden in de bergen.

Nochtans begon de Tour de France Femmes vreselijk voor Van Vleuten. Voorafgaand aan de tweede etappe was ze niet in staat om haar koffer in te pakken, vertelde ze onlangs in de podcast In het Wiel. Ze was die dag ziek, zwak en misselijk. Vermoedelijk door een voedselvergiftiging. Om de concurrentie niet op ideeën te brengen, hield ze zich stil, deed ze alsof alles prima was. En toen haar tegenstanders later wel op de hoogte waren, verzuimden ze om toe te slaan. De schade bleef zo beperkt. Bij aanvang van het zware slotweekend had ze achterstand van zeventien seconden ten opzichte van Demi Vollering, haar voornaamste uitdager.

Van Vleuten op kop, Vollering volgt – foto: Cor Vos

Zeventien seconden bleek niets te zijn in de Vogezenrit van Sélestat en Le Markstein. Op de eerste beklimming van de dag, de Col du Petit Ballon, valt Van Vleuten al aan. Slechts één renster kan haar volgen: Vollering. Samen beginnen ze aan de Col du Platzerwazel en ze lijken ook samen boven te komen. Vollering wil van geen wijken weten: ze bijt zich vast in het wiel van haar voorganger.

Tot 800 meter voor de top, als Van Vleuten nogmaals versnelt. Nu maakt de kopvrouw van Movistar wel het verschil. Met nog zo’n 62 kilometer te gaan – we zijn net voorbij half koers – begint ze aan een indrukwekkende solo. De voorsprong aan het einde van de rit spreekt voor zich. Ze moet in Le Markstein, net na de Grand Ballon, drie minuten en 26 seconden wachten op haar eerste achtervolger, Vollering. De rest van het veld is nog veel verder weggeslagen. 

Van Vleuten krijgt de gele trui omgehangen en is al bijna zeker van de eindoverwinning, maar dat betekent niet dat ze zich op de slotdag beperkt tot verdedigen. Op Le Planche des Belles Filles rijdt ze nogmaals weg bij alles en iedereen om haar Tourzege nog meer kracht bij te zetten. Alsof dat nog nodig was na het nummertje van zaterdag.

Van Vleuten slaat toe richting Le Markstein – foto: Cor Vos


Goud met een gebroken elleboog

We gaan door met nog een Annemiek van Vleuten-moment, maar wel van een heel ander soort Annemiek van Vleuten-moment. Dit keer geen minuten voorsprong, geen monsterachtige solo, geen verpulverde concurrentie. Niets van het machtsvertoon dat we gewoonlijk van haar gewend zijn. En toch zal Van Vleutens overwinning op het WK in Wollongong – want daar hebben we het natuurlijk over – de geschiedenisboeken ingaan als een van de hoogtepunten uit haar rijke carrière.

Dat heeft voor een groot deel te maken met de aanloop naar de koers. Woensdag, drie dagen voor de wegrit voor vrouwen, komt Van Vleuten ongelukkig ten val in de eerste meters van de Mixed Relay. Gevolg: een gebroken elleboog. Haar plannen voor een grootse solo kunnen de prullenbak in en even is het twijfelachtig of ze überhaupt zal starten. Uiteindelijk doet ze dat wel, maar alleen om Marianne Vos bij te staan. Ze start dus als pure knecht. Tegen vrienden en kennissen zegt ze dat ze hun wekker niet hoeven te zetten, dat ze rustig moeten blijven slapen.

Van Vleuten na haar val in de Mixed-Relay – foto: Cor Vos

Van Vleuten komt haar belofte na. Ze zet zich volledig in voor Vos, maar die blijkt in de finale niet sterk genoeg. Zelf kan Van Vleuten ook niet mee met de besten. Ze bevindt zich na de laatste helling in een groepje achter Katarzyna Niewiadoma, Elisa Longo Borghini, Lianne Lippert, Cecilie Uttrup Ludwig en Ashleigh Moolman, die lijken te gaan strijden om de overwinning. De vijf werken echter niet voorbeeldig samen. Aldus kruipen de achtervolgers dichterbij en sluiten ze net voor de slotkilometer weer aan. De ‘knecht’ Van Vleuten heeft opeens toch nog een kans.

En die kans benut ze op formidabele wijze. Als het vooraan de groep één moment stilvalt, schiet ze van achteruit weg. De favorieten kijken naar elkaar, Van Vleuten slaat een gaatje. Vanwege haar blessure kan ze niet op de pedalen staan, maar zittend in het zadel, geeft ze alles wat ze nog in haar gehavende lijf heeft. Het blijkt genoeg. Haar sprintende tegenstanders – met een balende Lotte Kopecky voorop – komen te laat. Annemiek van Vleuten is voor de tweede keer in haar carrière wereldkampioen op de weg geworden. En hoe.

Van Vleuten kan het na afloop zelf nauwelijks bevatten – foto: Cor Vos


De grote Remco Evenepoel WK-show

Remco Evenepoel zorgde in 2022 voor verschillende memorabele momenten. Denk aan zijn solo in Luik-Bastenaken-Luik, zijn soortgelijke stunt in de Clásica San Sebastián of een van zijn vele exploten in de Vuelta. Maar voor dit lijstje hebben we gekozen voor zijn knallende afsluiter: zijn huzarenstukje op het WK op de weg.

Evenepoel is niet de topfavoriet voorafgaande aan de wegrit in Wollongong. Dat zijn Mathieu van der Poel (28,8% van de stemmen), Wout van Aert (25,01%) en Tadej Pogacar (21,95%), als we afgaan op de resultaten van de poll van WielerFlits. Evenepoel staat hier wel op de vierde plek. Hij heeft net de Ronde van Spanje op zijn naam geschreven en eindigde eerder in de week al op het podium van het WK tijdrijden. Niet iemand die je moet laten rijden, kortom.

Toch weet Evenepoel er vanonder te muizen. Als Quentin Pacher met nog 77 kilometer voor de boeg doortrekt op Mount Pleasant, is de Belg als een van de weinige favorieten bij de pinken. Hij sluipt mee met de grote groep die wegrijdt. Al snel slokken de tegenaanvallers de vroege vlucht op en pakken ze een flinke voorsprong op het peloton. Met Pieter Serry, Stan Dewulf en Quinten Hermans heeft Evenepoel drie renners bij zich.

Hermans bepaalt het tempo voor Evenepoel – foto: Cor Vos

Evenepoel is echter niet van plan zich naar de laatste ronde te laten brengen. Op een kleine zestig kilometer van de streep, geeft hij er voor het eerst een lap op. Daarna volgen nog verschillende prikken. Een bres slaan slaagt echter niet, tot 34 kilometer voor het einde. Evenepoel gaat er net voor de finishpassage als een raket vandoor en krijgt Alexey Lutsenko mee. Voor even, althans. Met nog een kleine 26 kilometer te gaan – tijdens de voorlaatste beklimming van Mount Pleasant – wordt de Kazach glad uit het wiel gereden. De grote Remco Evenepoel-show is begonnen.

De wereldtitel komt vervolgens geen moment meer in gevaar voor de Aerokogel van Schepdaal. Op het moment dat hij Lutsenko achterlaat heeft hij twee minuten en 27 seconden voorsprong op de andere favorieten, aan de finish is het verschil twee minuten en 21 seconden. Dat is het grootste verschil op een WK sinds de door Vittorio Adorni gewonnen editie van 1968. Kortom: Evenepoel levert een prestatie af die in het moderne wielrennen ongezien is.

Impressionante! – foto: Cor Vos


En meer…

Het wielerseizoen 2022 bevatte nog veel meer spectaculaire, indrukwekkende en ontroerende momenten. We zouden er een heel boekwerk over kunnen schrijven, maar laten we dat niet doen. Een korte opsomming zal volstaan. Wat het voorjaar betreft, moeten we hier in ieder geval de raid van Tadej Pogačar in Strade Bianche, het een-twee-drietje van Jumbo-Visma in Parijs-Nice en de dropper post-actie van Matej Mohoric in Milaan-San Remo noemen.

Van de Giro d’Italia herinneren we ons vooral de rit naar Turijn, die al vroeg losbarstte, en de etappe naar de Passo Fedeia, waar Jay Hindley rozetruidrager Richard Carapaz kraakte. De Tour is hierboven al vaak voorbij gekomen, maar de fantastische strijd op weg naar Hautacam, de machtige overwinning van Michael Matthews op Mende en de emotionele ritzege van Hugo Houle noemden we nog niet. Hetzelfde geldt voor de triomf van Thymen Arensman in de koninginnenrit van de Vuelta. Veel Nederlandse wielerliefhebbers zullen zijn solo naar Sierra Nevada nog lang herinneren.


Stem hier op jouw favoriet!

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.

Populair

Headlines

Materiaalzone