Fusieploeg Jumbo-Visma en Soudal Quick-Step bokst op tegen financiële geweld Midden-Oosten
foto: Raymond Kerckhoffs
Kerckhoffs Raymond
maandag 25 september 2023 om 19:00

Fusieploeg Jumbo-Visma en Soudal Quick-Step bokst op tegen financiële geweld Midden-Oosten

Opinie De paringsdans afgelopen zomer tussen drie van de grootste wielerploegen geeft een zekere armoede van het wielrennen weer. INEOS Grenadiers, Soudal Quick-Step en Jumbo-Visma zitten alle drie in de top-vijf van de WorldTeams met de grootste budgetten, maar toch zijn deze drie ploegen de afgelopen maanden druk bezig geweest om te kijken of ze met een onderlinge fusie hun toekomst kunnen verzekeren.

Dat Jumbo-Visma en Soudal Quick-Step waarschijnlijk vanaf 2024 samengaan betekent dat de wielersport een topteam verliest. Anderzijds staat er door deze samenvoeging een ploeg die de komende jaren kan opboksen tegen het financiële geweld uit het Midden-Oosten.

Half juni kregen wij een serieuze tip dat INEOS Group-eigenaar Sir. Jim Ratcliffe, volgens Forbes wordt zijn vermogen op 21,8 miljard US dollar geschat, aan het onderzoeken was of hij de ploeg van Patrick Lefevere kon overnemen om op die manier Remco Evenepoel in te lijven. Een gerucht dat gedurende de Tour de France werd bevestigd door bronnen dicht bij de Tsjechische miljardair Zdenek Bakala (volgens Forbes met een vermogen van 1,9 miljard dollar) die 80% van de aandelen van Soudal Quick-Step in zijn bezit heeft.

Het nieuws dat de ploeg van Patrick Lefevere mogelijk te koop zou zijn, bracht ook de leiding van Jumbo-Visma op het idee om eens met Bakala te praten. Een jaar eerder was teammanager Richard Plugge al eens bij Bakala op bezoek geweest om over de verdienmodellen van een wielerploeg te brainstormen. Ook met de directie van Soudal werd contact opgenomen en al snel bleek dat alle partijen open stonden voor een fusie.

Patrick Lefevere met Zdenek Bakala. Foto: Cor Vos

Voor beide ploegen waren er mogelijkheden om zelfstandig verder te gaan, maar het werd de leiding van de twee teams ook duidelijk dat het zeer moeilijk zal worden om de komende jaren de financiële aansluiting te houden met de door oliedollars uit het Midden-Oosten gesponsorde teams als UAE Emirates, Bahrain Victorious, Jayco AlUla en tegenwoordig ook Movistar (de Saoedi-Arabische STC Group heeft een belang van 9,9% genomen in Telefonica in een poging om de grootste aandeelhouder van de Spaanse telecomgigant te worden).

Jumbo-Visma was sinds april via IMG global sports and culture company in vergaande onderhandelingen met NEOM City, een project waar men 500 miljard dollar investeert om langs de Rode Zeekust een ‘stad’ ter grootte van België te bouwen. Vlak voor de Tour-start liepen deze onderhandelingen vast. Diverse andere, belangrijke sponsors van de ploeg gaven eerder al aan dat ze weinig voelden in een samenwerking met een Saoedische hoofdsponsor.

Patrick Lefevere, teammanager van Soudal Quick-Step, stelde afgelopen zomer mee te leven met collega Plugge. Dat zelfs diens zo succesvolle Jumbo-Visma in de problemen komt zodra een sponsor wegvalt, stemde Lefevere somber zo gaf hij in interviews aan. Zelf heeft de Vlaming ondanks zijn vele succesvolle topteams ook al jarenlang moeite om zijn budget sluitend te krijgen. Teameigenaar Bakala heeft sinds hij zich in 2010 in de ploeg heeft ingekocht geregeld gaten in de begroting gefinancierd. “In het wielrennen zitten alle ploegen budgettair op het puntje van hun zadel”, concludeerde Lefevere.

Het zijn rijke suikerooms (voorbeelden zijn Jim Rattclife (INEOS), Sylvan Adams (Israel Cycling Academy), Zdenek Bakaka (Soudal Quick-Step), Andy Rihs (Phonak en BMC), Oleg Tinkov (Tinkoff), Gerry Ryan (Jayco AlUla) en onder anderen Dariusz Milek (CCC) die de topteams financieren of de miljoenenbudgetten komen via oliedollars uit het Midden-Oosten. Multinationals die puur om marketingtechnische redenen 15 à 20 miljoen euro per jaar op tafel leggen voor de beste wielerploegen zijn niet of nauwelijks te vinden.

Jayco-AlUla op kop voor Dylan Groenewegen in de Saoedische woestijn rondom AlUla. Foto: Cor Vos

Al is deze ontwikkeling niet vreemd in de sportwereld. Ook in het voetbal waren het in eerste instantie suikerooms als Roman Abrahamovic (Chelsea), Avram en Joel Glazer (Manchester United), George Gillet en Tom Hicks (Liverpool) die zich inkochten. Zakenbank UBC en consultant PwC brachten in 2017 een rapport naar buiten dat de bekendste 140 sportclubs in handen van 109 miljardairs waren. De gemiddelde leeftijd van deze tycoons is 68 jaar.

Tegenwoordig zie je echter dat de rol van ‘oliesjeiks’ uit het Midden-Oosten steeds groter wordt. Zo is Manchester City in handen van Sheikh Mansour, Paris Saint Germain in bezit van de Emir van Qatar genaamd Tamin bin Hamad al-Thani, een investeringsfonds van de Saudische kroonprins Mohammed bin Salman is eigenaar van Newcastle United, terwijl Barcelona ook een grote geldstroom uit Qatar heeft. Topspelers als Cristiano Ronaldo en Karim Benzema komen tegenwoordig uit voor een club in Saudi-Arabië.

Eind maart in de aanloop naar de Ronde van Vlaanderen maakte Jumbo-Visma bekend dat het op zoek was naar een nieuwe geldschieter. Er hebben zich diverse nationale en internationale partijen gemeld, maar niet die ene grote nieuwe sponsor die een dergelijk bedrag kan en/of wil betalen. Dat Jumbo-Visma zoveel moeite heeft om een nieuwe geldschieter te vinden tekent de armoede in het wielrennen. Als de Nederlandse ploeg met al haar prestaties in de afgelopen jaren er al niet in slaagt om een multinational te vinden welk ander team moet er dan wel in slagen?

In 2017 bezocht ik Floris Weisz op het Aziatische hoofdkantoor van IMG in Singapore. Hij onderhandeldedagelijks over de wereldwijde tv-rechten van diverse grote sporten. Weisz benadrukte dat wielrennen mondiaal gezien niet groter is dan handbal en judo. Buiten negen Europese landen zijn alleen Australië, Japan, Colombia en enigszins de Verenigde Staten geïnteresseerd. Een ‘probleem’ dat ook UCI-voorzitter David Lappartient aangaf in een interview met WielerFlits.

“In de belangrijkste wereldmarkten met een enorme bevolking hebben wij slechts een klein aandeel. In landen als India, China, Indonesië en de Verenigde Staten is wielrennen een kleine sport. Als we daar voet aan de grond kunnen krijgen, dan zal dat niet alleen de sportieve strijd maar ook de economie van onze sport ten goede komen”, aldus Lappartient.

Richard Plugge met tweevoudig Tour de France-winnaar Jonas Vingegaard. Foto: Cor Vos

De problematiek waar Jumbo-Visma en Soudal Quick-Step nu tegen aanlopen roept vragen op over de huidige staat van het profwielrennen. Zijn de budgetten van de topteams te ver omhoog gejaagd door het grote geld van Jim Ratcliffe (INEOS) en de oliedollars uit het Midden-Oosten. Liggen de salarissen van de belangrijkste toppers tussen de 4 à 6 miljoen euro per jaar te hoog? Door ook vrouwenploegen en opleidingsteams aan het WorldTeam te koppelen zijn de kosten eveneens verder gestegen.

De fusie tussen Jumbo-Visma en Soudal Quick-Step doet twee ploegen met een zeer rijk verleden uit het peloton verdwijnen. De basis van Jumbo-Visma ligt bij de door Jan Raas in het leven geroepen Kwantum Hallen-ploeg die in 1984 het licht zag. Via onder andere hoofdsponsors als Superconfex, Buckler, WordPerfect, Rabobank, Belkin, Lotto-Jumbo transformeerde het team naar Jumbo-Visma. Het verleden van de ploeg van Patrick Lefevere gaat terug naar GB-MG Maglificio in 1992 en vervolgens o.a. Mapei, Domo, Quick Step en nu Soudal.

Natuurlijk is het triest dat deze twee zeer succesvolle ploegen niet meer zelfstandig verder gaan. Anderzijds moet je mee gaan in de tijd. De fusieploeg die waarschijnlijk door het leven gaat als Visma-Soudal of anders Soudal-Visma lijkt toekomstbestendig te zijn in het geweld van de oliedollars uit het Midden-Oosten en diverse rijke suikerooms die het wielrennen, net zoals het merendeel van de mondiale topsport, in hun macht hebben. Wat dat betreft is het goed dat deze twee topploegen nu gezamenlijk een vuist tegen dat grote geld maken.


RIDE Magazine

Om te reageren moet je ingelogd zijn.