Gesterkt door de tragiek van de Hel wint Wout van Aert ‘zijn’ Parijs-Roubaix
Analyse Wout van Aert werd stiekem al de kampioen van de ereplaatsen genoemd. De Belg grossiert in podiumplekken, maar zeker de laatste jaren waren de tweede en derde plaatsen veel vaker zijn deelgenoot dan de hoogste trede. Gekscherend werd hij al de Raymond Poulidor van deze generatie genoemd. Totdat hij op zondag 12 april 2026 in Parijs-Roubaix de Hel tot zijn hemel transformeerde.
L’Enfer du Nord, de Hel van het Noorden: een wedstrijd die voor Wout van Aert jarenlang vooral tragiek en tegenslagen bracht. Al had de kopman voor het klassieke werk van Visma | Lease a Bike ook altijd het gevoel dat als hij nog een Monument kon winnen, dat dit Parijs-Roubaix zou zijn.
Ineens kwam alles bij elkaar. Kasseizone 27: drie kilometer gemene stenen in Viesly à Briastre, gekwalificeerd met drie sterren qua moeilijkheidsgraad. Voor het eerst sinds 2018 werd deze ‘secteur’ weer in het parcours opgenomen. Acht jaar geleden stierf op deze plek de jonge Belgische coureur van de ploeg Veranda Willem – Crelan, Michael Goolaerts, aan een hartstilstand.
Ditmaal was deze zone juist de plek waar Van Aert na een eerste lekke band weer bij het eerste peloton kon aansluiten. Het moet hem het gevoel hebben gegeven dat toeval niet bestaat. Dat er bovennatuurlijke krachten zijn en dat die vriend en ploegmaat, die hier zo noodlottig aan het einde van zijn leven kwam, ditmaal met hem meefietste.
In 2018 maakte Van Aert zijn debuut in Parijs-Roubaix en eindigde na een sterke wedstrijd op het Velodrome André Pétrieux als dertiende… Op de pelouse van de wielerbaan kreeg hij het verhaal te horen dat zijn ploegmaat in levensgevaar verkeerde. Later die avond, in het Van der Valk-hotel in Nazareth, kreeg de hele ploeg het vreselijke nieuws te horen.
Sindsdien fietst Goolaerts altijd in het hoofd van Van Aert mee in Parijs-Roubaix. Al waakt hij er zelf wel voor om voor de buitenwereld niet te veel aan diens dood verbonden te worden. Van Aert zag ook hoe andere ploegmaten geraakt waren door dit enorme verlies en altijd klaarstonden voor zijn familie. Daarom probeert hij de aandacht niet naar zich toe te trekken.

Foto: Fotoburo Cor Vos
Al zijn de prestaties van ‘WVA’ in Parijs-Roubaix natuurlijk wel het meest in het oog springend. En was zijn vinger, wijzend naar de hemel ter ere van Michael Goolaerts bij zijn zege, een prachtig en ontroerend menselijk gebaar.
Al een jaar na zijn debuut in Parijs-Roubaix was de keienvreter uit Herentals misschien al de beste in de koers, maar verspeelde hij door pech en valpartijen de energie om in de finale voor de hoofdprijs mee te spelen. Het had twaalf maanden na de Zwarte Zondag in Roubaix een eerbetoon voor Goolaerts moeten worden, maar het eindigde in een desillusie. Onderweg van de wielerbaan naar de bus brak Van Aert destijds, in de armen van PR-man Ard Bierens, en liet hij de tranen de vrije loop.
Met een tweede, derde en vierde plaats kwam Van Aert in de afgelopen jaren dicht bij de zege in de Helletocht. Toch leek de overwinning door de dominantie van Mathieu van der Poel en Tadej Pogacar in de Monumenten verder weg dan ooit. Kenners schreven hem al af, terwijl het Belgische volk hem vanwege zijn werklust en karakter juist meer dan voorheen omarmde. De nummer twee wint immers vaak meer sympathie bij het volk dan de winnaar.
Zeker als je ziet welke blessures en tegenslagen Van Aert de laatste jaren heeft moeten overwinnen. Zijn zware val in Dwars door Vlaanderen 2024. Eenmaal in de winnende mood terug op de fiets liep hij door een val in de Vuelta a España een ernstige knieblessure op. Ondertussen leek zijn eeuwige rivaal Mathieu van der Poel letterlijk bij hem weg te fietsen en steeg hij met onder andere acht zeges in de Monumenten boven hem uit.
Toch bleef Van Aert veerkrachtig. Tegenslagen krijgen hem niet klein. Hoe hij vorig jaar de Strade Bianche-rit in de Giro d’Italia won door in Siena met Isaac Del Toro af te rekenen, was groots. En zijn overwinning in de Montmartre-slotrit van de Tour de France in Parijs, door Tadej Pogacar uit het wiel te rijden, maakte nog meer indruk. Het was het bewijs dat hij zich op bepaalde dagen nog altijd met de allergrootsten kon meten.
Ik heb de laatste jaren vraagtekens geplaatst bij zijn hoogtestages in maart met het oog op het Vlaamse voorjaar. In plaats van de combinatie Tirreno-Adriatico of Parijs-Nice én Milaan-San Remo koos hij voor de eenzaamheid van de bergen. De Primavera was het Monument dat hij al (in de coronazomer van 2020) op zijn naam had geschreven. Alles moest wijken voor die zege op de kasseien in zijn thuisland Vlaanderen of in het mistroostige ‘Le Nord’. Mathieu van der Poel bleef steeds bij deze aanpak zweren.

Foto: Fotoburo Cor Vos
Afgelopen winter kwam ‘WVA’ terug op deze aanpak. Het Italiaanse voorjaar werd weer in zijn programma opgenomen. Al was de aanloop andermaal verre van ideaal. Begin januari liep hij bij de veldrit in de Zilvermeercross een breukje in zijn enkel op. En het openingsweekend met Omloop en Kuurne moest hij door ziekte missen. In de Tirreno zagen we hem echter dag na dag sterker worden. De koershardheid bracht beetje bij beetje ook zijn vorm terug.
De derde plaats in Milaan–San Remo, al deed hij nooit echt mee in de strijd om de zege, was een enorme opsteker. Vervolgens zag je hem week na week sterker worden. Op weg naar Wevelgem ging hij op avontuur met Mathieu van der Poel. In Dwars door Vlaanderen werd hij pas op honderd meter voor de streep achterhaald door een ontketende Filippo Ganna en in de Ronde van Vlaanderen werd hij knap vierde.
De Vlaamse media kwamen na die Paaszondag in de ‘Hoogmis’ tot de conclusie dat Van Aert zonder mirakel nooit ‘Vlaanderens Mooiste’ zou winnen. Zelfs een tweede podiumplaats wordt steeds moeilijker, nu zich met Remco Evenepoel een nieuwe protagonist heeft gemeld.
Parijs-Roubaix is echter een ander verhaal. Een klassieker waarin de pure wattages tellen en niet zozeer het wattage per kilogram lichaamsgewicht. Een wedstrijd waarin geluk ook een grote rol speelt.
Wat dat betreft had Van Aert ditmaal ‘Vrouwe Fortuna’ misschien net iets meer aan zijn zijde dan Van der Poel en Pogacar. Van der Poel reed twee keer lek in het Bos van Wallers, waarbij zich een hele klucht rond zijn fietswissel afspeelde. De twee minuten achterstand die ‘MVDP’ daar opliep, bleken onoverbrugbaar. Pogacar reed lek in de aanloop naar het Bos van Wallers en kende ook daar een zeer ongelukkige fietswissel. Op 71,9 kilometer van de streep moest de wereldkampioen nogmaals met een lekke band afrekenen.
Anderhalve kilometer verder kreeg ook Van Aert voor de tweede keer een leegloper. Hij had toen het geluk dat hij kon aansluiten bij het Red Bull BORA hansgrohe-tweetal Laurence Pithie en Jordi Meeus, die vol met hem doorreden.

Tadej Pogačar en Wout van Aert. Foto: Fotoburo Cor Vos
Er valt echter helemaal niets op de zege van Van Aert af te dingen. Hij reed de perfecte wedstrijd. Na een krachtige aanval van Pogacar op de strook van Camphin-en-Pévèle nestelde hij zich op de kasseien in het wiel van de wereldkampioen. Hij wilde zich niet nog een keer laten verrassen. Doordat Van der Poel met een minieme achterstand van zo’n halve minuut druk van achteren bleef zetten, moest Van Aert vooraan ook zijn werk doen.
De sprint op het Velodrome gold ditmaal niet als het recht van de snelste, maar draaide vooral om wie na zo’n zware en knotsgekke wedstrijd nog de meeste energie in zijn lichaam had. En daar vloerde Van Aert de beste renner van deze generatie op glorieuze wijze. Juist door Pogacar in een rechtstreeks duel te verslaan, krijgt deze zege nog meer waarde.
“Dit is een droom die werkelijkheid is geworden”, concludeerde hij na afloop terecht.
Om te reageren moet je ingelogd zijn.