Giro 2019: Vooruitblik op het parcours

Door , maandag 6 mei 2019 om 08:30
Giro 2019: Vooruitblik op het parcours

foto: LaPresse

Vergeet de koninklijke spurt van Julian Alaphilippe op de Via Roma, de sensationele overwinning van Alberto Bettiol in de Ronde van Vlaanderen en de tranen van Philippe Gilbert na Parijs-Roubaix. Vergeet de voorjaarsklassiekers. Aankomende zaterdag begint in Bologna de 102e editie van de Giro d’Italia. WielerFlits blikt uiteraard vooruit op La Corsa Rosa. Te beginnen met het parcours: waar moeten de renners op letten?


Andiamo! De Giro d’Italia doet zijn naam weer eer aan, aangezien de renners ‘eindelijk’ weer beginnen op het Italiaanse vasteland. In 2015 startte de karavaan in San Lorenzo al Mare, in het uiterste noordwesten van Italië. Sindsdien koos organisator RCS Sport voor een Grande Partenza in Nederland (Apeldoorn) en Sardinië (Alghero). Vorig jaar begon de drieweekse ronde zelfs in Jeruzalem, zo’n drieduizend kilometer van de Italiaanse grens. Een primeur, want de Giro d’Italia was nog nooit buiten Europa gestart.

Spettacolo, maar niet alle renners waren even enthousiast. “Het stoort me al langer dat er met geen enkele ploeg of renner is geconsulteerd. Zien de coureurs – die als acteurs voor het spektakel moeten zorgen – zo’n oversteek wel zitten? We worden gewoon niet gehoord”, aldus een bijzonder scherpe Jan Bakelants. Een jaar later staat de Belg namens Team Sunweb aan de start van de prestigieuze rittenkoers. Maar ditmaal zal de klimmer toch een stuk minder te klagen hebben, gezien de startplaats van de 102e Giro d’Italia.

Marco Pantani is trots op zijn Maglia Rosa – foto: Cor Vos

Want dat is Bologna, met zijn Piazza Maggiore, Basilica di San Domenico en Università di Bologna. Maar daarover later meer. Vanuit Bologna trekt het peloton zuidwaarts, langs de Tyrreense Zee, naar de Abruzzen. Vervolgens maakt de karavaan een soort U-bocht, om koers te zetten richting de Alpen. Na ruim één week doet de Giro d’Italia San Marino aan, waar een tijdrit op het programma staat. Niet veel later doemen de Alpen op, waarna een welverdiende rustdag volgt voor de renners.

De beslissing zal echter vallen in de Dolomieten, met etappes naar Ponte di Legno, Antholz, San Martino di Castrozza en Croce d’Aune. En mochten de verschillen nog speelbaar zijn op de top van de Monte Avena, dan zal alles afhangen van de individuele tijdrit in Verona. Laat de Giro d’Italia maar beginnen. Vai! Vai! Vai!

Statistieken voor de 102e editie flag-it Giro d’Italia
flag-it Drie tijdritten
flag-it Zes bergetappes
flag-it Zeven semi-bergetappes/heuveletappes
flag-it Vijf vlakke etappes
flag-it 39 gecategoriseerde beklimmingen
flag-it Vijf aankomsten bergop
flag-it Negen etappes van boven de tweehonderd kilometer
flag-it Drie beklimmingen van boven de tweeduizend meter
flag-it 59,8 tijdritkilometers
flag-it 3.578,8 kilometers

Homo universalis

Vergeet Apeldoorn, Alghero en Jeruzalem, de 102e editie van de Giro d’Italia begint zaterdag 11 mei in Bologna. En dat is niet verrassend, aangezien de stad ook gastheer was van de allereerste Giro-finish. In 1909 begonnen 115 renners aan het grote onbekende: een achtdaagse rittenwedstrijd, verspreid over ruim twee weken, van en naar hoofdstad Milaan. De eerste etappe eindigde na 397 kilometer in Bologna, waar Dario Beni werd gehuldigd als allereerste winnaar van een Giro-etappe.

De amper 20-jarige Beni kreeg na afloop de bloemen en de felicitaties van de aanwezige notabelen, maar niet de roze trui. Die werd namelijk pas ingevoerd in 1931, toen Beni al lang en breed was gestopt. De Romein zal echter nooit worden vergeten. Net als al die andere renners die zegevierden in Bologna, want dat zijn er nogal wat. De Giro kwam namelijk ontelbare keren aan in de middeleeuwse stad, zoals in 1994. Dat jaar was Bologna zelfs gastheer van een ochtend- én middagetappe. Endrio Leoni en de betreurde Armand De las Cuevas zegevierden. De Fransman sloeg een dubbelslag in de zeven kilometer lange tijdrit: de ritwinst én de roze trui.

De renners in volle inspanning op de San Luca – foto: Cor Vos

Precies 25 jaar na zijn zege kiest de organisatie opnieuw voor een korte tijdrit, al ligt de aankomst ditmaal niet in hartje Bologna. Koersdirecteur Mauro Vegni heeft namelijk gekozen voor een finish op de vermaarde San Luca (2 km aan 9,7%, maximaal 16%). Deze beklimming – die voert naar de gelijknamige basiliek – ligt iets buiten de stad, maar is daardoor niet minder bekend. Ah, de San Luca… Bekend als scherprechter van de Giro dell’Emilia. Daar waar onder meer Michael Boogerd, Gilberto Simoni en Robert Gesink wisten te zegevieren. Wie mag zich na zaterdag in één adem noemen met deze renners?

Een tip voor de mensen die het Giro-circus achterna reizen: breng een bezoekje aan Bologna. Er zijn maar weinig steden waar de tijd zo heeft stilgestaan. Loop enkele uren door de binnenstad en je waant je voor even een inwoner van het renaissancistische Italië. Vrijwel iedereen kent het Piazza Maggiore, maar wat te denken van de universiteit van Bologna, opgericht in 1088. Waarom die zo bijzonder is? Omdat het de oudste universiteit van Europa is.

De Giro d’Italia komt aan in de geboorteplaats van Andrea Tafi – foto: Cor Vos

De renners blijven vervolgens in Bologna, aangezien daar ook het startschot zal klinken voor de tweede etappe. Een rit die voert naar het zuidelijker gelegen Fucecchio, dat voor het eerst de Giro d’Italia zal verwelkomen. We bevinden ons nu in Toscane, in de zomer een populaire vakantiebestemming. De renners hebben echter geen tijd om te relaxen; gefietst zal er worden. Wie denkt dat Fucecchio geen wielergemeente is, heeft het fout.

Het is namelijk de geboorteplaats van ex-renners Andrea Tafi en Andrea Scinto. De een bereidt tegenwoordig een comeback voor, de ander is teammanager van Neri Sottoli-Selle Italia-KTM. Wat we kunnen vertellen over de etappe zelf? De renners koersen door de Apennijnen, waardoor er geklommen moet worden. Een sprint met een uitgedunde groep behoort tot de mogelijkheden, zeker na de Montalbano en San Baronto in volle finale.

Mocht de finale te zwaar zijn voor de Elia Viviani’s, Fernando Gaviria’s en Caleb Ewan’s van deze wereld, dan krijgen zij maandag een nieuwe kans. De derde etappe van Vinci naar Orbetello bevat de nodige hoogtemeters, maar kent wel degelijk een vlakke finale. Vlak genoeg voor een eerste echte massasprint in deze Giro d’Italia. Wie verheft zijn sprint tot pure kunst? Waarom we dit zeggen? Aangezien de derde etappe ook een eerbetoon is aan een groot kunstenaar, die precies vijfhonderd jaar geleden overleed.

Sprinten in de Giro d’Italia! – foto: Cor Vos

In startplaats Vinci stond namelijk de wieg van Leonardo di ser Piero da Vinci (1452-1519), beter bekend als Leonardo da Vinci. De artistieke duizendpoot. De man die alles kon. Architect, scheikundige, uitvinder, ingenieur, filosoof, beeldhouwer, schrijver, dichter, kunstenaar, schilderaar en componist. Zijn geboortehuis in Anchiano – zo’n drie kilometer buiten Vinci – is omgetoverd tot een heus museum.

Anno 2019 wordt Da Vinci’s kunst nog door miljoenen mensen aanschouwd. Denk alleen al aan de Mona Lisa en zijn muurschildering Het Laatste Avondmaal. Maar ook zijn anatomische studies worden als baanbrekend beschouwd. Da Vinci wordt dan ook gezien als een homo universalis. De algemene mens, die van alle markten thuis is. Of de winnaar in Ortebello een homo universalis is, is maar de vraag. Maar hij kan wel laten zien heel goed te kunnen sprinten.

De Giro d’Italia kiest voor een lange aanloop richting de echte bergen, maar toch is het opletten voor de klassementsrenners. De vierde etappe van toeristenoord Ortebello naar Frascati is namelijk voer voor de puncheurs, gezien de oplopende finishstraat. De Giro kwam vier keer eerder aan in Frascati. De Spanjaard Bernardo Ruiz was in 1955 de eerste winnaar, gevolgd door zijn landgenoot Miguel Poblet (1957) en de Duitse sprinter Robert Förster (2007).

Het absolute orgelpunt van Stan Ockers carrière: de wereldtitel in Frascati – foto: Cor Vos

In 1998 was het Mario Cipollini die won, voor landgenoot Silvio Martinello en de Rus Sergej Smetanin. Opvallend genoeg startte men ook toen vanuit Ortebello. Maar of er ditmaal weer een sprinter aan het feest is… De laatste twee kilometer stijgt namelijk aan 4,4%, met een maximale piek van 7%. Spektakel verzekerd! In Frascati werd overigens ook een keer het WK wielrennen georganiseerd. Het was Stan Ockers die in 1955 naar de wereldtitel wist te soleren. Een jaar later overleed de Belg na een valpartij op de piste van het Antwerpse sportpaleis.

De koers gaat echter verder. Op woensdag trekt het peloton van Frascati naar Terracina, gelegen in de provincie Latina. Terracina – dat bijna vijftigduizend inwoners telt – ligt aan de Golf van Gaeta, dat onderdeel uitmaakt van de Tyrreense Zee. Onderweg staan enkele klimmetjes op het menu, maar de laatste vijftig kilometer zijn zo goed als vlak. Wie sprint in de voetsporen van Eddy Merckx, Guido Bontempi en Ivan Quaranta, renners die eerder al wonnen in Terracina?

Zaterdag 11 mei, Etappe 1: Bologna-San Luca (8 km)

Zondag 12 mei, Etappe 2: Bologna-Fucecchio (205 km)

Maandag 13 mei, Etappe 3: Vinci-Orbetello (220 km)

Dinsdag 14 mei, Etappe 4: Orbetello-Frascati (235 km)

Woensdag 15 mei, Etappe 5: Frascati-Terracina (140 km)

Een eerbetoon aan L’Aquila

Het is nog een weekje wachten op de echte cols, maar onderschat het parcours zeker niet. De Giro zoekt namelijk de nodige heuveltjes op in centraal-Italië. De springveren konden zich al uitleven onderweg naar Fucecchio en Frascati, maar ze krijgen een nieuwe kans onderweg naar de provincie Foggia. In de zesde etappe doet het peloton het zuidelijkste puntje van deze Giro aan: San Giovanni Rotondo. Nog nooit kwam de Giro aan in dit plaatsje dat vooral leeft van de landbouw en veeteelt.

Vooruit, we klimmen (nog) niet naar tweeduizend meter hoogte, maar de finale is bijzonder pittig. Het begint allemaal met de Coppa Casarinelle (15 km aan 4,4%), met zijn top op achttien kilometer van de meet. Daarna gaat het op en af richting San Giovanni Rotondo. Verwacht geen grote verschillen aan de finish. Verwacht geen heldendaden van Primož Roglič, Tom Dumoulin of Mikel Landa. Maar verwacht wel degelijk spektakel.

Negen jaar geleden reed het peloton langs het – toen nog – verwoeste L’Aquila – foto: Cor Vos

We hebben al enkele mooie ritten behandeld, maar wat dan te denken van de zevende etappe naar L’Aquila. Zie het als een eerbetoon aan de hoofdstad van de gelijknamige provincie, die tien jaar geleden werd getroffen door een zware aardbeving. Bijna veertigduizend mensen hadden plots geen huis meer. Meer dan vijftienduizend huizen waren beschadigd. Ruim 1100 inwoners raakten gewond, terwijl 295 mensen overleden.

De schade was enorm, maar L’Aquila kwam er weer bovenop, met dank aan de Italiaanse overheid. Nu, exact tien jaar later, hoopt de stad definitief met het verleden af te rekenen. Het hoopt wat van zijn vroegere grandeur te laten zien, zoals in 2005, toen Danilo Di Luca het peloton wist te verrassen met een late aanval. En een nieuwe verrassing in L’Aquila is niet uitgesloten, want het kan in deze regio flink spoken.

Vraag dat maar aan David Arroyo, die hier in 2010 bijna de Giro d’Italia wist te winnen. De Spanjaard was mee in een monsterontsnapping die uit de greep wist te blijven van de favorieten. Evgeni Petrov won in de stromende regen de etappe, maar Arroyo pakte bijna dertien minuten op Ivan Basso, Vincenzo Nibali en Michele Scarponi. Er was een heel sterke Basso voor nodig om de renner van Caisse d’Epargne uit het roze te fietsen.

Evgeni Petrov wint een verregende etappe naar L’Aquila – foto: Cor Vos

Het was de Italiaan die in Verona zijn tweede Giro-overwinning mocht vieren. En Arroyo? Die mocht concullega Basso een hand geven als de nummer twee in het eindklassement. Het bleek meteen het hoogtepunt uit zijn carrière. Misschien krijgen we dit jaar weer een dergelijk scenario in L’Aquila. Die kans is klein, maar de finale is bijzonder lastig met Le Sivolte Di Popoli (7,5 km aan 6,6%) en de oplopende slotkilometers. De laatste duizend meter lopen omhoog aan 7%, met een uitschieter tot 11%.

Als de renners zijn binnengedruppeld in L’Aquila, kan de schade worden opgemeten. De Giro d’Italia is precies één week onderweg, maar de verschillen in het klassement zijn nog speelbaar. Nog wel, want op zondag staat er een individuele tijdrit op het programma naar San Marino. Maar eerst is het tijd voor een monsteretappe naar Pesaro. Het peloton koerst opnieuw langs de kust, al is het ditmaal die van de Adriatische Zee. Na goed acht kilometer doorkruisen de renners San Benedetto del Tronto.

Gaat er al een belletje rinkelen? Hier wordt namelijk traditioneel de slottijdrit verreden van Tirreno-Adriatico. Ditmaal is San Benedetto del Tronto niet meer dan een tussenstop, onderweg naar finishplaats Pesaro. Onderschat deze zaterdagetappe niet, aangezien er 239 kilometers op de teller staan. In de laatste zeventig staan er met de Monte della Mattera, de Monteluro én de Gabbice Monte nog enkele pittige klimmetjes op het menu. Zoek naar de waaghalzen in het Giro-peloton, aangezien de finale naar beneden gaat.

Tweevoudig Giro-winnaar Giuseppe Saronni won ooit in San Marino – foto: Cor Vos

San Luca, L’Aquila, Pesaro… De Giro d’Italia trakteert de renners én fans in de eerste week op prachtige aankomsten, maar op zondag 19 mei zal het kaf voor het eerst van het koren worden gescheiden. Waarom? Omdat er een individuele tijdrit op het programma staat naar dwergstaat San Marino. De organisatie heeft gekozen voor een lastige tijdrit met de nodige hoogtemeters. Goed indelen is dan ook het devies.

Vanuit kustplaats Riccione gaat het over relatief vlakke wegen naar het eerste tussenpunt in Ospedaletto, waar de stopwatch na 11,7 kilometer zal worden stilgezet. De route loopt echter door, richting het tweede meetpunt in Faetano én de grens met San Marino. De weg loopt dan al zoetjesaan omhoog, maar het zwaarste moet nog komen. De laatste twaalf kilometer lopen omhoog aan 4,4%, maar laat u niet in de maling nemen door de gemiddelde stijgingsgraad.

Jan Nolten was ooit succesvol in dwergstaat San Marino – foto: Cor Vos

De eerste vijf kilometer na het tweede tussenpunt stijgen namelijk aan ruim 6%, met pieken tot 11%. De drie daaropvolgende kilometers lopen lichtjes bergop, gevolgd door een korte afdaling richting de laatste tweeduizend meter, die weer flink omhoog gaan. Schrijf Primož Roglič en Tom Dumoulin maar op als mogelijke ritwinnaars, maar onderschat ook Simon Yates niet. Immers: klimmen blijft klimmen.

Een (individuele) tijdrit naar San Marino, het is niet nieuw. Zo wonnen Charly Gaul, Felice Gimondi, Eddy Merckx, Roberto Visentini en Pavel Tonkov in het verleden al in de dwergstaat. Er is zelfs Nederlands succes te noteren, aangezien Jan Nolten in 1956 de grote Federico Bahamontes en Jean Dotto wist te verslaan. De laatste keer dat de Giro aankwam in San Marino, was in 1998, voor een rit-in-lijn welteverstaan. Andrea Noè won die dag.

Eerdere winnaars in flag-sm San Marino
1951: flag-es Giancarlo Astrua
1956: flag-nl Jan Nolten
1958: flag-lu Charly Gaul
1959: flag-it Nino Defilipis
1964: flag-ch Rolf Maurer
1968: flag-it Felice Gimondi
1969: flag-it Franco Bitossi*
1969: flag-be Eddy Merckx*
1979: flag-it Giuseppe Saronni
1987: flag-it Roberto Visentini
1997: flag-ru Pavel Tonkov
1998: flag-it Andrea Noè

* In 1969 kwamen er twee Giro-etappes aan in San Marino

Donderdag 16 mei, Etappe 6: Cassino-San Giovanni Rotondo (238 km)

Vrijdag 17 mei, Etappe 7: Vasto-L’Aquila (185 km)

Zaterdag 18 mei, Etappe 8: Tortoreto Lido-Pesaro (239 km)

Zondag 19 mei, Etappe 9: Riccione-San Marino (34,8 km, ITT)

Maandag 20 mei, Rustdag

De bergen in

Na bijna 1500 kilometer en de nodige heuveltjes, verdienen de renners op maandag 20 mei wel een rustdag. Of mogen we zeggen: drie ‘rustdagen’? De etappes naar Modena en Novi Ligure zijn namelijk zo goed als vlak, wat in de kaart speelt van de aanwezige sprinters. Viviani, Gaviria en Ewan hebben nog niet veel kansen gehad in deze Giro d’Italia. En veel kansen zullen ze ook niet meer krijgen, aangezien de Alpen en Dolomieten wachten.

Het peloton koerst door de Po-vlakte. De naam zegt het al: de coureurs krijgen op dinsdag en woensdag een biljartvlak parcours voorgeschoteld. Er ligt zelfs geen enkel klimmetje op het parcours. En dus zullen de sprinters willen scoren, zeker gezien de weinige kansen die ze krijgen op dagsucces. Wellicht zullen enkele (oude) inwoners van Modena nog de Giro-overwinning van ene Fausto Coppi kunnen herinneren.

De gebroeders Coppi na de finish van een koers – foto: Cor Vos

De Italiaan zegevierde er namelijk in 1940, goed voor zijn eerste grote zege als wielerprof. De amper 20-jarige Coppi was toen nog een onbeduidende renner. Toen nog wel… Overigens is Coppi niet de enige Campionissimo die zal worden geëerd. Novi Ligure – waar de finish is gelegen van de twaalfde etappe – is namelijk de geboorteplaats van Costante Girardengo, die andere grote kampioen uit het verleden. Bijzonder: Girardengo won precies honderd jaar geleden zijn eerste van twee Giro’s. Een mooie reden om hem te eren, moet de organisatie hebben gedacht.

Op woensdag 23 mei krijgen de snelheidsduivels hun – voorlopig – laatste kans, want op donderdag trekken de renners de bergen in. Alhoewel, in de twaalfde etappe van Cuneo naar Pinerolo zoekt men nog niet het hooggebergte op, maar de Montoso (8,9 km aan 9,4%) is de eerste zware beklimming in deze Giro d’Italia. Na de top is het nog goed dertig kilometer naar finishplaats Pinerolo, waar de Giro ook al eens finishte in 1949. En net als Modena is deze plaats onlosmakelijk verbonden met Fausto Coppi.

De Italiaan voerde dat jaar een groots nummer op tussen Cuneo en Pinerolo. L‘Airone soleerde over de Alpen, zoals alleen hij dat kon. Na 254 kilometer werd de schade opgemeten. Zijn grote rivaal Gino Bartali verloor bijna twaalf minuten, terwijl de nummer drie – Alfredo Martin – nog eens acht minuten later binnenkwam. Coppi legde in Pinerolo de basis voor zijn derde Girozege. Precies zeventig jaar later eert de Giro een van zijn helden, die bovendien honderd jaar geleden het levenslicht zag. Symbolischer kan haast niet…

Danilo Di Luca is de laatste Giro-winnaar in Pinerolo – foto: Cor Vos

De vraag is wie er in de voetsporen van Coppi zal treden. Misschien niet door een fameuze solo, maar wel door te winnen in Pinerolo. Het belooft in ieder geval een spectaculaire finale te worden, gezien de Via Principi d’Acaja (450 meter aan 14%, maximaal 20%) in volle finale. Maar zie de twaalfde etappe vooral als een opwarmertje voor de komende dagen, want op vrijdag is het tijd voor de eerste echte bergetappe in deze Giro. De organisatie heeft een pittig parcours uitgetekend in de regio Piëmont, dwars door de Alpen.

De renners beklimmen onderweg de Colle del Lys (14,9 km aan 6,4%), de onuitgegeven Pian Del Lupo (9,4 km aan 8,7%) en de slotklim naar het Lago Serrú (20,3 km aan 5,9%). Ook interessant: de karavaan komt én finisht voor het eerst boven de tweeduizend meter, wat allemaal in de kaart speelt van de pure klimmers. De derde en laatste klim is bijzonder onregelmatig, maar de laatste vijf kilometer (gemiddeld 9,2%) zijn loodzwaar. Ow ja, de heren coureurs zullen geen tijd hebben om te genieten van het uitzicht. Maar een tip voor de televisiekijker: neem de laatste kilometers in je op, want het decor is wonderschoon.

We blijven in de Alpen, want de veertiende etappe eindigt op de flanken van Coumayeur, een populaire bestemming onder wintersportgangers. Hoe we deze rit kunnen samenvatten? Kort, maar krachtig. Startplaats Saint-Vincent en de finish liggen ‘slechts’ 131 kilometer uit elkaar, maar het zal aanvoelen als een eeuwigheid. Omdat de renners de Verrayes (6,7 km aan 8%), de Verrogne (13,8 km aan 7,1%), de Truc D’Arbe (8,2 km aan 7%) én de Colle San Carlo (10,5 km aan 9,8%) moeten beklimmen, vooraleer ze aan de voet komen van de slotklim. Op, af, op, af, op, af…

Is de duivel ook weer aanwezig in de Alpen? – foto: Cor Vos

Nee, geen Monte Zoncolan, Mortirolo of de Passo Fedaia vandaag, maar laat u niet foppen door de relatief onbekende beklimmingen. Want één ding is zeker: ze zijn loodzwaar. Vooral de Colle San Carlo – met maximale percentages van 15% – is een echte smeerlap. Wellicht dat er een belletje gaat rinkelen bij het horen van de naam Colle San Carlo. De Giro d’Italia deed deze beklimming ook al aan in 2006, toen de renners finishten in het lager geleden La Thuile. Leonardo Piepoli en Ivan Basso wisten toen in de stromende regen van iedereen weg te rijden. Die eerste won uiteindelijk de rit, terwijl die laatste zijn leiderspositie nog verder wist te verstevigen.

Maar ditmaal finishen de renners niet in La Thuile, al komen ze er wel langs. Ditmaal zoeven ze verder door de Aosta-vallei, richting de slotklim naar het dorpje Coumayeur, die overigens niet al te lastig is. Maar met ruim drieduizend hoogtemeters in de benen is zelfs een verkeersbrug nog een hele onderneming. De laatste acht kilometer stijgen aan goed 3%, met uitschieters tot 9%. De grote vraag is: krijgen we oorlog op de Colle San Carlo? Of houden de favorieten hun kruit droog voor die allesbeslissende slotweek?

Ook nog interessant om te vermelden: de renners passeren na goed tachtig kilometer het plaatsje Arvier. Hier zag Maurice Garin op 3 maart 1871 het levenslicht. De naam zegt u ongetwijfeld wel iets, aangezien Garin in 1903 de allereerste Tour de France won. De Giro kwam overigens één keer eerder aan in Coumayeur. In 1959 won de gevleugelde Luxemburgse klimmer Charly Gaul, na een aanval op de Grote Sint-Bernhardpas. Een dag later boekte De Engel van het Gebergte zijn tweede én laatste eindzege in de Giro d’Italia.

De renners komen boven op de Madonna Del Ghisallo – foto: Cor Vos

De renners laten het hooggebergte eventjes links liggen, maar dat betekent niet dat ze tijd hebben om uit te hijgen. Op zondag – pal voor de tweede rustdag – is het namelijk tijd voor de Ronde van Lombardije. Althans, voor een heel goede kopie van het Italiaanse wielermonument. Het heeft ook alles van een klassieker, aangezien de renners liefst 237 kilometer moeten afwerken. We mogen het nodige spektakel verwachten in een van de langste etappes van deze Giro d’Italia, aangezien de renners via plaatjes als Cantù, Erba en Onno het dorpje Bellagio bereiken.

Naar het schijnt een van de mooiste plaatsjes van Italië. Niet gek dus dat de wereldberoemde componist Franz Liszt (1811-1886) hier een tijdje verbleef met zijn vrouw. Zou de Hongaar ooit een keer over de flanken van de Madonna Del Ghisallo (8,6 km aan 5,6%, maximaal 14%) hebben gelopen? Ongetwijfeld, aangezien de beklimming iets buiten het dorp begint. Ach, de Madonna Del Ghisallo, nabij het Comomeer, met op de top het wereldberoemde kerkje. Het kerkje dat inmiddels als bedevaartsoord dient voor de fietstoerist. Wie de Madonna Del Ghisallo heeft gezien, kan rustig sterven. De ontelbare wielershirtjes en fietsen van grote kampioen gelden als relikwieën.

Wie kan Vincenzo Nibali volgen in de afdaling van de Civiglio? – foto: Cor Vos

Maar waar de fietstoerist halt kan houden, moeten de renners door, naar de tweede scherprechter van de dag: de Colma di Sormano. Een geluk voor de heren renners: ze hoeven ditmaal niet helemaal naar boven, over de Muur van Sormano met zijn verschrikkelijke stijgingspercentages van 27%. Nee, het blijft bij tien kilometer klimmen aan 6,6%. Hierna dalen de renners af naar Nesso, om via Torno én een eerste keer Como te beginnen aan de Civiglio (4,2 km aan 9,6%). Op deze beklimming valt tegenwoordig vaak de beslissing in de Ronde van Lombardije. Is het niet bergop, dan wel in de zeer technische en smalle afdaling.

Vraag dat maar aan Vincenzo Nibali, die hier tweemaal bijkans zijn leven waagde op weg naar de zege in Il Lombardia. Wie het twee keer kan, moet het ook drie keer kunnen. Houd Nibali dus in de gaten tijdens de afzink van de Civiglio. Als de Italiaan een gaatje heeft, haalt niemand hem meer terug, zeker ook omdat het na de afdaling nog maar drie kilometer is tot finishplaats Como. Koersdirecteur Vegni kiest dus niet voor de San Fermo della Battaglia als laatste beklimming van de dag, al was dat wél zijn plan. Vanwege wegwerkzaamheden is dit echter niet mogelijk. Jammer, maar het is zo al zwaar genoeg.

Thibaut Pinot komt Como binnen als winnaar van de Ronde van Lombardije – foto: Sirotti

Dinsdag 21 mei, Etappe 10: Ravenna-Modena (145 km)

Woensdag 22 mei, Etappe 11: Carpi-Novi Ligure (221 km)

Donderdag 23 mei, Etappe 12: Cuneo-Pinerolo (158 km)

Vrijdag 24 mei, Etappe 13: Pinerolo-Ceresole Reale (196 km)

Zaterdag 25 mei, Etappe 14: Saint Vincent-Coumayeur (131 km)

Zondag 26 mei, Etappe 15: Ivrea-Como (232 km)

Maandag 27 mei, Rustdag

Het spookt op de Gavia

Eindelijk rust. Op maandag 27 mei kunnen de renners even met de beentjes omhoog, al is het niet voor lang. Want op dinsdag is het tijd voor Il Tappone. De koninginnenrit in deze 102e editie van de Giro d’Italia. De coureurs verzamelen zich in Lovere voor een etappe over maar liefst vier cols. De eerste twee – de Passo della Presolana (4 km aan 7,1%) en de Croce Di Salven (9,1 km aan 3,9%) – zullen nog weinig angst inboezemen, maar hoe anders is dit voor de laatste twee beklimmingen.

Maar voor het zover is, zullen de renners na 112,7 kilometer al een keer de finish bereiken. Maar het zwaarste moet dan nog komen, want na Ponte Di Legno bereiken de renners al snel de voet van de Passo Gavia. Een van die beklimmingen die onlosmakelijk met de Giro d’Italia verbonden is. De Tour de France heeft Alpe d’Huez. De Vuelta a España heeft de Alto de l’Agliru. Maar de Giro heeft de Passo Gavia. Wat de renners te wachten staat? Bijna zeventien klimmen aan 8%. En dat is nog niet alles…

Johan van der Velde beklimt de Gavia in heroïsche omstandigheden – foto: Cor Vos

De renners koersen naar een hoogte van 2618 meter, waarmee de klim geldt als de Cima Coppi van deze Giro: het hoogste punt van de wedstrijd. Iedereen kent wel het verhaal uit 1988, toen de Gavia door hevige sneeuwval haast onbegaanbaar was. De renners veranderden in Yeti’s. Johan van der Velde kwam als eerste boven, maar de Nederlander was tegen die tijd al volledig verkleumd. Hij probeert het nog even, maar in de afdaling moet hij in de remmen knijpen. Van der Velde besluit om zich op te warmen in een busje.

Het helpt, waardoor Van der Velde na een tijd weer op de fiets kruipt om de laatste drie kilometers af te leggen. De Brabander komt uiteindelijk 47 minuten na de winnaar binnen: zijn landgenoot Erik Breukink. “Ze spreken me er nog steeds over aan”, zo kijkt Van der Velde er twintig jaar later op terug. “Ik word nog altijd herinnerd als de man van Gavia.” Ook Andy Hampsten – die de Giro van 1988 wist te winnen – zal die bewuste veertiende etappe nooit vergeten. “Het was de zwaarste rit uit mijn carrière.”

Het is te hopen dat de renners ditmaal onder betere weersomstandigheden de Gavia mogen beklimmen. Helemaal omdat later in de etappe ook nog de Mortirolo wacht. Na een lange afdaling begint deze monsterbeklimming vlak na het dorpje Mazzo di Valtellina. Ook over de Mortirolo zijn heroïsche verhalen te vertellen. Dat kan ook niet anders, want de beklimming is loodzwaar. De nog aanwezige favorieten zullen twaalf kilometer moeten klimmen aan 10,9%. Een verschrikking. Zeker omdat het wegdek geregeld piekt tot 14-18%.

Steven Kruijswijk kwam in 2015 als eerste boven op de Mortirolo – foto: Cor Vos

Na de top van de Mortirolo is het nog ruim 27 kilometer tot de finish in Ponte Di Legno. Eerst volgt er een snelle en technische afdaling van een tiental kilometer, waarna de weg weer langzaam begint te stijgen. Als de renners de finish overschrijden, hebben ze meer dan vijfduizend hoogtemeters achter de kiezen. En dan zijn we nog maar bij de eerste van vier Dolomietenritten. Want op woensdag volgt een verraderlijke etappe naar Antholz, met onderweg de Passo della Mendola (8,4 km aan 4,5%), de Elvas (3,4 km aan 7,6%) en de Terento (6,6 km aan 7,6%) voor de slotklim naar Antholz (5,5 km aan 6,9%). De finish is in een heus biatlonstadion, vlak na de schietbaan. Wie schiet met scherp?

Renners die als eerste bovenkwamen op de flag-it Mortirolo 
1990: flag-ve Leonardo Sierra
1991: flag-it Franco Chioccioli
1994: flag-it Marco Pantani
1996: flag-it Ivan Gotti
1997: flag-it Wladimir Belli
1999: flag-it Ivan Gotti
2004: flag-it Raffaele Illiano
2006: flag-it Ivan Basso
2008: flag-es Antonio Colom
2010: flag-it Ivan Basso
2012: flag-ch Oliver Zaugg
2015: flag-nl Steven Kruijswijk
2017: flag-es Luis León Sánchez

Na twee bergetappes is het even opgelucht ademhalen, want de achttiende etappe van Valdaora naar Santa Maria di Sala is zo goed als vlak. Dit betekent dat de (nog aanwezige) sprinters een laatste kans krijgen. Want op vrijdag en zaterdag is het weer klimmen geblazen. De negentiende etappe is niet meteen de lastigste, maar eindigt wel gewoon bergop. Na een relatief gemakkelijke (voor Giro-begrippen, welteverstaan) aanloop begint de beklimming naar San Martino Di Castrozza (13,6 km aan 5,6%). Een echte loper, die San Martino Di Castrozza. Bochtig ook, maar we zullen waarschijnlijk een sprint krijgen met een elitegroepje. Al weet je het in de derde week natuurlijk nooit.

In de Dolomieten kan het aardig spoken – foto: Cor Vos

Misschien houden de favorieten wel hun kruit droog voor de laatste twee etappes. Op de voorlaatste dag krijgen de klimmers nog een ultieme kans om de Giro op zijn kop te zetten, gezien de vele beklimmingen onderweg. Het begint allemaal met de Cima Campo (18,7 km aan 5,9%), gevolgd door de pittige Passo Manghen (18,9 km aan 7,6%) en de Passo Rolle (20,6 km aan 4,7%). Wat opvalt: het zijn stuk voor stuk lange beklimmingen, waardoor je je krachten goed moet indelen. Dat laatste is ook verstandig voor de slotklim van de Monte Avena.

De laatste (echte) beklimming in deze Giro d’Italia is eigenlijk een tweetrapsraket. Met nog ruim twintig kilometer te gaan begint de elf kilometer lange Croce D’Aune: gemiddeld 5,5%, maar met pieken tot liefst 16%. Na een korte afdaling gaat het meteen weer omhoog richting de top van Monte Avena. Dit betekent zeven kilometer klauteren aan 7,3%, met uitschieters tot 11%. De grote vraag is: hoe ziet het klassement eruit eenmaal de stofwolken zijn neergedaald? Dat is namelijk wel belangrijk, aangezien de 102e editie van de Giro eindigt met een individuele tijdrit in en rond het schitterende Verona.

Ivan Basso kroont zich tot keizer in het amfitheater – foto: Cor Vos

Mochten de verschillen nog speelbaar zijn, dan krijgen we een ongekende apotheose in de slottijdrit. De organisatie heeft gekozen voor het Torricelle Circuit (daar waar ook het WK wielrennen werd georganiseerd, u weet wel, met Oscar Freire als winnaar) als decor van de chrono. De eerste kilometers gaan over brede boulevardwegen, richting de enige klim van de dag. De Torricelle is 4,5 km lang aan 4,6%, wat toch ambetant is als je op een tijdritfiets zit. Op de top worden de tussentijden opgemeten.

Hierna volgt een brede en dus niet al te lastige afdaling van vier kilometer, gevolgd door drie vlakke, maar wel technische kilometers richting het Romeinse amfitheater. Hier is de finish van de 102e editie van de Giro d’Italia. Net als in 2010, toen Ivan Basso als winnaar werd gehuldigd. Wie treedt er in de voetsporen van de Italiaan? Dat is onmogelijk te voorspellen. Maar een ding weten we zeker: de winnaar moet van goeden huize komen.

Dinsdag 28 mei, Etappe 16: Lovere-Ponte di Legno (226 km)

Woensdag 29 mei, Etappe 17: Commezzadura-Anterselva/Antholz (181 km)

Donderdag 30 mei, Etappe 18: Valdaora-Santa Maria di Sala (222 km)

Vrijdag 31 mei, Etappe 19: Treviso-San Martino di Castrozza (151 km)

Zaterdag 1 juni, Etappe 20: Feltre-Croce D’Aune-Monte Avena (194 km)

Zondag 2 juni, Etappe 21: Verona-Verona (17 km, ITT)


WielerFlits komt tijdens de Giro d’Italia dagelijks met een voorbeschouwing op de eerstvolgende etappe, waarin uitgebreid het parcours en de favorieten aan bod komen. Mis niets van de Giro bij WielerFlits!

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.