Giro 2022: Voorbeschouwing op het parcours
foto: Cor Vos
donderdag 5 mei 2022 om 07:20

Giro 2022: Voorbeschouwing op het parcours

Het is na de voorjaarsklassiekers tijd voor de eerste grote ronde van 2022! De Giro d’Italia begint voor het eerst in haar lange geschiedenis in Hongarije. Vrijdag 6 mei gaat de ronde van start in de hoofdstad Boedapest. Drie weken later wordt de winnaar gehuldigd in het amfitheater van Verona! Wat je in de tussentijd kunt verwachten, lees je in deze voorbeschouwing!

Voor het eerst sinds de Grande Partenza van 2018 in Jeruzalem, Israël, wordt de Giro buiten de Italiaanse landsgrenzen op gang gebracht. Waar Hongarije de start van de ronde pas voor het eerst ontvangt, had Nederland al driemaal die eer. In 2002 begon de wedstrijd in Groningen, in 2010 in Amsterdam en in 2016 in Apeldoorn. Ook België kreeg de start al meermaals toegewezen. In 1973 was Verviers daarvoor het decor en in 2006 Seraing. Verder werd de wedstrijd al afgetrapt in Denemarken, Frankrijk, Griekenland, Israël dus, Monaco, San Marino, Vaticaanstad en Groot-Brittannië.

De organisatie heeft in Hongarije drie verschillende etappes uitgetekend. Op de eerste dag ligt de aankomst op een heuvel en zijn de puncheurs in het voordeel, daarna wordt een individuele tijdrit afgewerkt en de driedaagse wordt afgesloten met een rit voor sprinters. Vervolgens blijft de ronde twee dagen op Sicilië, voor onder meer een aankomst bergop op de Etna. Eenmaal op het vaste land gaat de koers door de Italiaanse laars noordwaarts, onder meer via een aankomst bergop op Blockhaus en een ‘Tappa dei Muri’. Via de Alpen komt de wedstrijd uiteindelijk bij de Dolomieten en de afsluitende tijdrit in Verona.

De 105e Giro d’Italia kort samengevat

  • 21 etappes
  • 3.445,6 kilometer
  • 50.580 hoogtemeters
  • Start in Boedapest
  • Finish in Verona
  • Rustdagen op maandag 9 mei, maandag 16 mei en maandag 23 mei
  • 2 tijdritten
  • 26,6 tijdritkilometers
  • 7 aankomsten bergop
  • 4 etappes langer dan 200 kilometer
  • 14 etappes tussen de 150 en 200 kilometer lang
  • 11 beklimmingen van de vierde categorie
  • 10 beklimmingen van de derde categorie
  • 11 beklimmingen van de tweede categorie
  • 14 beklimmingen van de eerste categorie
  • 1 Cima Coppi (Passo Pordoi)

Beginnen in Boedapest

Alle drie de Grote Rondes beginnen dit jaar in het buitenland: de Tour de France gaat van start in Kopenhagen, de Vuelta a España in Utrecht en de Giro d’Italia in Boedapest. Eigenlijk zou de Corsa Rosa de Hongaarse hoofdstad in 2020 al aandoen, maar vanwege de coronapandemie werden die plannen met twee jaar uitgesteld. Zoals wel vaker gebeurt bij tripjes van de Grote Rondes buiten de eigen landsgrenzen, begint de drieweekse etappekoers op vrijdag en wordt de eerste maandag gebruikt als een extra rust- en reisdag.

In de eerste van de trits etappes door Hongarije volgt de route, die begint in hartje Boedapest, de lichte glooiingen ten noordwesten van de hoofdstad helemaal tot aan de grens met Slowakije, waar de koers aankomt bij de rivier de Donau. Op weg daarnaartoe worden enkele grote steden bezocht, zoals Székesfehérvár en Esztergom, met zijn imposante basiliek. Uiteindelijk verlaat de route de rivieroevers voor een uitdagend einde van deze openingsrit. Vanuit het centrum van Visegrád stijgt de weg over ongeveer vijf kilometer aan een constante 5% tot aan de blootgelegde resten van een koninklijk paleis uit de middeleeuwen. Puncheurs wrijven zich zonder twijfel in hun handen bij het zien van deze finale én de kans op de eerste Maglia Rosa.

Het peloton wordt langs enkele plaatsen uit de Ronde van Hongarije gevoerd – foto: Cor Vos

Op de tweede dag blijven de racefietsen achter in de materiaalwagen en mogen de tijdritfietsen van stal worden gehaald voor de eerste rit tegen de klok van de ronde. Het parcours loopt dwars door Boedapest, van Pest op de oostelijke oever van de Donau naar het historische centrum van Boeda, op de westelijke oever. De rit begint op het Heldenplein en gaat dan westwaarts richting het neogotische parlementsgebouw en de Donau. De rivier wordt overgestoken en de rit wordt aan de andere oever verdergezet. De route draait uiteindelijk van het water af richting de slotklim naar de finish in het Castle District. Deze klim is een echte scherprechter met een piek van 14% in het eerste deel en stukken over straatklinkers.

Voor de laatste en derde etappe in Hongarije verplaatst de karavaan zich naar het zuidwesten van het land. Gestart wordt in universiteitsstad Kaposvár en van daaruit gaat het parcours over licht glooiende wegen naar Nagykanizsa en het kuuroord Hévíz. Dan doorkruist de route de Balaton, die ook wel de Provence van Hongarije wordt genoemd en wordt gekenmerkt door de vulkanische heuvels. De laatste vijftig kilometer gaat langs de oevers van het Balatonmeer, al spreken ze in Hongarije ook wel over de Hongaarse Zee. Op ruim tien kilometer van de meet ligt nog een laatste korte klim bij de abdij van Tihany, voordat de laatste rechte lijn leidt naar de – normaal gesproken – eerste massasprint van de ronde.

Vrijdag 6 mei, etappe 1: flag-hu Boedapest – flag-hu Visegrád (195 km)

Zaterdag 7 mei, etappe 2: flag-hu Boedapest – flag-hu Boedapest (ITT, 9,2 km)

Zondag 8 mei, etappe 3: flag-hu Kaposvár – flag-hu Balatonfüred (201 km)


Van Sicilië naar Blockhaus

Na de Grande Partenza in Hongarije en de eerste reis- en rustdag, gaat de Giro d’Italia verder op Italiaans grondgebied voor twee etappes op het eiland Sicilië. De vierde etappe heeft een aankomst bergop op de vulkaan Etna. Vanuit startplaats Avola passeert de route Noto, een van de belangrijkste baroksteden van het land. Daarna gaat het parcours verder langs de rotsgraven van Pantalica en het historische stadje Vizzini, terwijl de renners steeds dichter bij de Etna komen.

De slotklim, die eindigt bij het Rifugio Sapienza, wordt aangevangen vanuit Ragalna (zoals in de zesde Giro-etappe in 2018), maar gaat vervolgens naar de kant van Nicolosi (zoals in 2011) voor de laatste veertien kilometer. De Etna wordt de laatste jaren vaker aangedaan door de Giro. Twee jaar geleden kwam Jonathan Caicedo als eerste over de finish, nadat hij op de slotklim de beste was uit de vlucht van de dag.

Jonathan Caicedo won twee jaar geleden de etappe naar de Etna – foto: Cor Vos

De vijfde etappe doet veel bekende locaties van de Giro di Sicilia aan. De route voert het peloton van Catania naar Messina, beginnend aan de oostkust en daarna over de berg Portella Mandrazzi en de glooiingen daar in de buurt. Als de renners de noordkust bereiken, komen ze door plaatsen als Villafranca Tirrena en Ganzirri, waar de Pilone dello Stretto, de wit-rode stalen torens van de oude hoogspanningskabel, hoog boven het landschap uittorenen.

Het is een rit voor snelle mannen. Na twee dagen op Sicilië gaat de ronde verder in Calabrië, in het zuiden van de Italiaanse laars. Ook de zesde etappe eindigt waarschijnlijk in een sprint. Na een heuvelig eerste deel vanuit Palmi volgt de route de Tyrreense kust naar Scalea. Verwacht wordt dat de finale daar zeer snel zal zijn.

De zevende etappe heeft een zeer uitdagend profiel en gaat dwars door de bergen van Calabrië en Basilicata – de hoeveelheid klimwerk doet niet onder voor een rit door de Dolomieten. De start langs de zee vanuit Diamante is het enige relatief vlakke stuk. Zodra de renners voorbij het plaatsje Maratea zijn, volgt een aaneenschakeling van veeleisende beklimmingen – de een zwaarder dan de ander.

De renners beklimmen de Passo Colla, die naar Lauria leidt. Daar rijden ze de Monte Sirino omhoog, die na 23 jaar weer is opgenomen in het parcours. Na de doortocht door Viggiano beklimt het peloton de veeleisende Montagna Grande di Viggiano. De beklimming van Sellata is de laatste alvorens aankomstplaats Potenza wordt bereikt.

Voor de achtste etappe strijkt de karavaan neer in Napels, Campanië. De etappe staat deels in het teken van Procida, het eiland dat bij de stad Napels hoort en dit jaar tot de culturele hoofdstad van Italië is uitgeroepen. Het parcours tussen Napels en het Flegreïsch schiereiland is kort maar veeleisend. Vanuit de hoofdstad van Campanië gaat de koers naar Bacoli, waar een uitdagend circuit van zo’n negentien kilometer over de Monte di Procida begint en dat meermaals moet worden afgelegd.

Aan het eind van de laatste ronde keert de koers terug naar de stad Napels, waar aan de kust op de boulevard Via Francesco Caracciolo de finish wordt neergelegd. Verwacht daar een eindsprint van een uitgedund peloton.

Nairo Quintana maakte in 2017 het zegegebaar op de Blockhaus-klim – foto: Cor Vos

De eerste volle week wordt afgesloten met een bergetappe over de Apennijnen, op de grens van Molise met de Abruzzen – halverwege de Italiaanse laars. Het is de eerste rit die van de organisatie de maximale vijf sterren heeft gekregen. Al meteen in de eerste kilometers vanuit startplaats Isernia richting Rionero Sannitico loopt de route bergop. Na de Macerone en de Rionero Sannitico begint de beklimming van Roccaraso. Tot aan Guardiagrele loopt het enige redelijk rustige stuk van de etappe grotendeels bergafwaarts.

Dan begint de dubbele klim naar Blockhaus. Vanuit Pretoro bereiken de renners de Passo Lanciano om vervolgens af te dalen naar Lettomanoppello. Na een rondje om de voet van de Majella, wordt vanuit Roccamorice naar de finish geklommen, net als in 2017 toen Nairo Quintana de overwinning pakte. De finale van de etappe wordt gekenmerkt door stroken met stijgingspercentages van twee cijfers en een reeks haarspeldbochten op weg naar de streep.

Maandag 9 mei, rustdag

Dinsdag 10 mei, etappe 4: Avola – Etna-Nicolosi (172 km)

Woensdag 11 mei, etappe 5: Catánia – Messina (174 km)

Donderdag 12 mei, etappe 6: Palmi – Scalea (192 km)

Vrijdag 13 mei, etappe 7: Diamante – Potenza (196 km)

Zaterdag 14 mei, etappe 8: Napels – Napels (153 km)

Zondag 15 mei, etappe 9: Isernia – Blockhaus (191 km)


Via San Remo naar de Alpen

Na de tweede rustdag gaat de wedstrijd verder aan de Adriatische kust van de Abruzzen en de Marche. De tiende etappe begint vanuit Pescara vlak en volgt lange tijd de kustlijn, maar in de tweede helft trekt het parcours het binnenland in en krijgen we een ander gezicht van deze rit te zien. Het gaat namelijk voortdurend op en af over de Muri rond aankomstplaats Jesi.

Vanaf Civitanova Marche hebben de renners geen tijd meer voor adempauzes. Ze moeten achtereenvolgens de beklimmingen naar Crocette di Montecosaro, Recanati, Filottrano, Santa Maria Nova en Monsano bedwingen – stuk voor stuk veeleisende hellingen, met enkele zeer steile stroken die zeker voor een selecte groep gaan zorgen die in Jesi gaat strijden om de etappezege.

Na enkele lastige etappes krijgen de sprinters in de elfde rit, dwars door de regio Emilia-Romagna, weer een kans om voor de zege te gaan strijden. Het profiel is zo vlak als een pannenkoek en, samen met de derde rit, het langste van de Giro. Vanaf de start in Santarcangelo di Romagna tot aan Bologna volgt de route de Via Consolare Emilia, een weg waar je makkelijk een lineaal langs kunt leggen. Na Bologna doet het peloton enkele plaatsen aan die door de zware aardbeving van 2012 waren getroffen, zoals San Giovanni in Persiceto, Crevalcore, Camposanto, Carpi en Corregio. De route gaat dan verder over vlakke en rechte wegen tot in Reggio Emilia, voor een verwachte massasprint.

De twaalfde etappe is een middelzware bergrit door het westen van Emilia-Romagna naar Ligurië, waarin de ontsnapping het tot het einde kan halen. De route stijgt vanuit Parma eerst gestaag, bij het binnenrijden van Ligurië via de Passo del Bocco, en daalt dan snel af naar Carasco, in de Val Fontanabuona. De route loopt oostwaarts door de vallei en bereikt dan Ferriere en La Colletta.

Na een afdaling via Bargagli en Cavassolo komt de etappe op het grondgebied van Genua en begint de korte, maar moeilijke Valico di Trensasco. In Bolzaneto loopt de route een klein stukje langs de autoweg en steekt vervolgens de Polcevera over via de nieuwe San Giorgio-brug, alvorens in het centrum van Genua langs de Via 20 Settembre naar de finish te koersen.

Het parcours trekt in etappe 14 langs de indrukwekkende basiliek van Superga – foto: Cor Vos

De dertiende etappe door Ligurië en Piemonte is relatief kort en redelijk zwaar. Het parcours is dat van de zomerse Milaan-San Remo van 2020, maar dan in omgekeerde richting. Beginnend in San Remo doet de etappe eerst Imperia aan, loopt dan over de Colle di Nava om vervolgens Ceva te bereiken, op weg naar de finish in Cuneo. Enkele van de meest iconische locaties van de Giro in het gebied, zoals het heiligdom van Vicoforte en Mondovì, liggen na vele jaren weer op de route. Een snelle finale over de vlaktes rond Cuneo leidt normaal gesproken naar de massasprint.

In de veertiende etappe krijgen de renners een korte en uitdagende rit voor de wielen geschoven, waar nauwelijks ruimte is voor adempauzes. Het totale hoogteverschil, in verhouding tot de lengte van deze rit door Piemonte, is een Alpenetappe waardig. De eerste tien kilometer van Santena naar Chieri zijn de enige kilometers zonder beklimmingen of afdalingen.

Daarna volgt een circuit dat omhoog loopt naar achtereenvolgens de Superga, de iconische aankomstlocatie van Milaan-Turijn, en de Colle della Maddalena. Na de finishpassage op de Corso Moncalieri in Turijn begint de ronde nog een keer van voren af aan. Na de tweede keer de Maddalena volgt een technische afdaling naar de finish.

Vlak voor de laatste rustdag, wacht een kolossale etappe dwars door Piemonte en de westelijke Alpen, met lange beklimmingen. Beginnend in Rivarolo Canavese, loopt de route langs de rivier de Dora Baltea helemaal tot aan de Valle d’Aosta en de regionale hoofdstad Aosta. Het parcours van de etappe omvat vervolgens opeenvolgende beklimmingen van Pila-Les Fleurs, een klim die de Giro na een afwezigheid van dertig jaar weer verwelkomt, Verrogne (voor het laatst beklommen in 2019) en Cogne, om te eindigen in het Nationaal Park Gran Paradiso, dat nu 100 jaar bestaat. Opgelet: meer dan 46 kilometer van de laatste 80 kilometer is bergop!

Maandag 16 mei, rustdag

Dinsdag 17 mei, etappe 10: Pescara – Jesi (196 km)

Woensdag 18 mei, etappe 11: Santarcangelo di Romagna – Reggio Emilia (203 km)

Donderdag 19 mei, etappe 12: Parma – Genua (204 km)

Vrijdag 20 mei, etappe 13: San Remo – Cuneo (150 km)

Zaterdag 21 mei, etappe 14: Santena – Turijn (147 km)

Zondag 22 mei, etappe 15: Rivarolo Canavese – Cogne (178 km)


Duelleren in de Dolomieten

De laatste week begint met een traditionele bergetappe door Lombardije, met een serie bergen waarvan sommige na vele jaren opnieuw zijn ontdekt. Deze vijfsterrenrit begint in Salò en gaat vervolgens naar de beklimmingen van Bagolino en de Goletto di Cadino, die in 1998 voor het laatst omhoog werd gereden toen Marco Pantani naar de overwinning reed in Montecampione.

De route voert vervolgens naar de Mortirolo, die net als in 2017 vanuit Monno moet worden bedwongen. Daarna wordt afgedaald naar Grosio en loopt de route over de wegen van de Sforzato, de wijn waarnaar deze Sforzato Wine Stage is vernoemd. Na de klim naar Teglio en de Valico di Santa Cristina, in 1999 voor het laatst aangedaan, wordt uiteindelijk Aprica bereikt.

De zeventiende etappe door de regio’s Lombardije en Trentino-Zuid-Tirol bestaat uit twee delen. Het begin gaat meteen bergop naar de Passo del Tonale, gevolgd door een stuk van meer dan zeventig kilometer dat grotendeels bergaf loopt. Na het oversteken van de rivier de Adige, klimt de route naar Giovo en loopt het parcours door de Valle di Mocheni om Pergine Valsugana te bereiken.

Het laatste stuk van de etappe zou op zichzelf al een lastige rit zijn: na Pergine Valsugana beklimmen de renners namelijk de Passo del Vetriolo van een nieuwe kant en rijden zij over de Strada del Menador (ook wel de Kaiserjägerstraße), met zijn krappe haarspeldbochten en tunnels. Na de Monterovere brengen de laatste paar glooiende kilometers waarschijnlijk een kleine groep naar de finish.

Voor de sprinters is de achttiende etappe van Borgo Valsugana naar Treviso, door Trentino-Zuid-Tirol naar Veneto, de laatste kans om te strijden voor de overwinning. In het begin volgt de route de milde glooiingen van de iconische Scale di Primolano, helemaal tot aan de vallei van de rivier de Piave, en doorkruist dan de streek van de Prosecco tussen Valdobbiadene en Refrontolo. De laatste klim is de korte Muro di Ca’ del Poggio, waarna de route de laagvlakte rond Treviso bereikt. Op het lokale circuit rond de aankomstplaats beslist normaal gesproken een massasprint over wie de zege pakt.

Drie dagen voor het einde wacht de renners een uitdagende etappe in het middengebergte door Friuli-Venezia Giulia en deels door Slovenië, die begint in Marano Lagunare. Daarna loopt het parcours over het laagland omhoog naar de Morenische heuvels van het Gardameer rond Fagagna en Majano. Na de doortocht van Buja bereikt de koers de Julische Alpen, genoemd naar Julius Caesar, en de klim naar Villanova Grotte, gevolgd door de Passo di Tanamea.

Net als in 2019 is Verona het sluitstuk van de drieweekse ronde – foto: Cor Vos

De renners komen vervolgens Slovenië binnen en rijden dan naar Kobarid. Hier begint een van de nieuwe beklimmingen van deze Giro, de Monte Kolovrat, tien kilometer aan bijna 10% – het stijgingspercentage valt iets lager uit door een klein plateau halverwege de klim. Een lang stuk vals plat naar beneden leidt dan terug naar Italië. Vanuit Cividale del Friuli begint de klim die leidt naar het heiligdom van Castelmonte, dat al bijna 1.000 jaar de omgeving van deze streek domineert.

Op de voorlaatste dag staat een kolossale etappe door de Dolomieten van Veneto en Trentino-Zuid-Tirol, en de laatste aankomst bergop van deze Giro, op het programma. Deze laatste vijfsterrenrit begint in Belluno en met een korte omweg door de vallei van de rivier de Piave passeert de route Agordo en Cencenighe.

Dit is het begin van de finale met drie grote beklimmingen: de Passo San Pellegrino (met eenmaal voorbij Falcade stijgingspercentages van meer dan 15%), de Passo Pordoi (de Cima Coppi, het ‘dak van de ronde’, van 2022) en de Passo Fedaia via Malga Ciapela, waar de stijgingspercentages gestaag boven de 10% blijven zweven, met pieken van 18%. Een passage door de kloof de Serrai di Sottoguda laat de koers links liggen, aangezien de weg door de storm Vaia onbegaanbaar is gemaakt. Na veertien jaar is Marmolada weer een keer aankomstplaats in de Giro.

Maandag 23 mei, rustdag

Dinsdag 24 mei, etappe 16: Salò – Aprica (202 km)

Woensdag 25 mei, etappe 17: Ponte di Legno – Lavarone (168 km)

Donderdag 26 mei, etappe 18: Borgo Valsugana – Treviso (152 km)

Vrijdag 27 mei, etappe 19: Marano Lagunare – Santuario di Castelmonte (177 km)

Zaterdag 28 mei, etappe 20: Belluno – Marmolada (168 km)


Gran finale in Verona

De 105e Giro d’Italia eindigt met een individuele tijdrit in en rond Verona (Veneto) op het circuit van Torricelle, bekend van het WK. Het eerste deel loopt over rechte en zeer brede wegen. Dan volgt een onregelmatige klim van ongeveer 5% over een iets smallere weg.

Na de klim en de opname van de tussentijden op de top, krijgen de renners een snelle afdaling van vier kilometer voor de wielen. De laatste drie kilometer door de straten van Verona heeft enkele technische bochten voor de aankomst op de Piazza Bra en uiteindelijk in de Arena van Verona.

Zondag 29 mei, etappe 21: Verona – Verona (ITT, 17,4 km)


WielerFlits komt tijdens de Giro d’Italia dagelijks met een voorbeschouwing op de 21 etappes. In die vooruitblik wordt het parcours extra geduid en wijzen we, zoals jullie van ons gewend zijn, tien favorieten voor de dagzege aan.


RIDE Magazine

Om te reageren moet je ingelogd zijn.