Giro d’Italia 2026: Voorbeschouwing op het parcours – Minder zwaar, maar meer spektakel?
De Giro d’Italia gaat op vrijdag 8 mei van start in Bulgarije. Organisator RCS heeft dit jaar weer zijn best gedaan om een aantrekkelijk parcours door Italië uit te tekenen, maar doet dat niet per se met de grootste Alpen-monsters. Wordt de koers hierdoor helemaal opengebroken? WielerFlits blikt vooruit.
De Giro d’Italia kent in 2026 de Grande Partenza in Bulgarije. Voor het eerst in de geschiedenis verwelkomt het Oost-Europese land een grote ronde. Op vrijdag 8 mei krijgen de sprinters meteen een kans om de eerste roze trui te pakken, als de renners over vlakke wegen van Nessebar naar Burgas rijden. De rest van de ritten in Bulgarije zijn al wat lastiger, waardoor het goed mogelijk is dat de roze trui al in de eerste drie ritten drie keer van schouders verwisselt.
Na de Giro-start in Bulgarijë reizen de renners snel af naar een van de zuidelijkste puntjes van Italië, waar vanaf dinsdag de ronde weer verder gaat in Catanzaro. Echt vlak is het in deze ritten allerminst, waardoor de sprinters nog wel even moeten wachten voor zij los mogen. Pas in Napels op dag 6 komen de sprinters echt weer aan hun trekken, daarna mogen de klassementsrenners voor het eerst echt los. Vlak voor het weekend rijden de renners namelijk naar Blockhaus, waar de Giro d’Italia in een eerste plooi gelegd zal worden. Na Blockhaus volgen nog enerverende ritten naar Fermo en Corno alle Scale – ook al zo’n flinke Apennijnen-klim, waarna op maandag 18 mei alweer de tweede rustdag volgt.

Blockhaus in 2022 – foto: Fotopersburo Cor Vos
De Giro d’Italia is na de tweede rustdag al bijna halverwege. Met een lange tijdrit in Toscane wordt vervolgens de tweede week afgetrapt, die de nodige heuvelritten in Toscane, Ligurië en Piëmonte kent. Of de klassementsrenners hier elkaar al zullen bestoken of dat vluchters deze week hun kansen zullen grijpen, valt nog maar te bezien. In het weekend volgt namelijk de derde zware bergrit deze ronde, met aankomst op Pila in de Aosta-regio.
Het peloton zal daarna nauwelijks nog de Alpen uit komen. Hoewel de slotweek nauwelijks echt angstaanjagende ritten heeft naar Giro-standaarden de afgelopen, kunnen we het nodige spektakel verwachten in de laatste zes estappes. In het Zwitserse Cari wacht direct na de laatste rustdag een unipuerto-etappe, waarna er in rit 19 en 20 twee bergritten in de Dolomieten staan gepland.
Waar er op vrijdag een klim van eerste categorie en vier van tweede categorie in het absolute hooggebergte staan gepland, moet op zaterdag de klim naar Piancavallo tot twee keer toe de beslissing in de ronde brengen. Het zijn klimmen die in tegenstelling tot de Monte Zoncolan, Gavia of Mortirolo minder tot de verbeelding spreken, maar die gezien het design van de laatste etappe voor enerverende laatste etappes gaan zorgen. De slotrit is inmiddels traditiegetrouw een zegetocht door Rome.

Giro d’Italia kort samengevat
21 etappes
3.459 kilometer
Start in Nessebar (Bulgarije)
Drie etappes in Bulgarije
Finish in Rome
Rustdagen op maandag 11, 18 en 25 mei
1 tijdrit (individuele tijdrit)
42 tijdritkilometers
6 aankomsten bergop
Beklimmingen van de Blockhaus, Passo Giau en Piancavallo
6 tot 8 sprintkansen
Etappes Giro d'Italia
| Datum | Etappe | Van | Naar |
|---|---|---|---|
| 08-05 | 1 | Nessebar | Burgas |
| 09-05 | 2 | Burgas | Veliko Tarnovo |
| 10-05 | 3 | Plovdiv | Sofia |
| 12-05 | 4 | Catanzaro | Cosenza |
| 13-05 | 5 | Praia a Mare | Potenza |
| 14-05 | 6 | Paestum | Napoli |
| 15-05 | 7 | Formia | Blockhaus |
| 16-05 | 8 | Chieti | Fermio |
| 17-05 | 9 | Cervia | Corno alle Scale |
| 19-05 | 10 | Viareggio | Massa |
| 20-05 | 11 | Porcari | Chiavari |
| 21-05 | 12 | Imperia | Novi Ligure |
| 22-05 | 13 | Alessandria | Verbania |
| 23-05 | 14 | Aosta | Pila |
| 24-05 | 15 | Voghera | Milano |
| 26-05 | 16 | Bellinzona | Carì |
| 27-05 | 17 | Cassano d Adda | Andalo |
| 28-05 | 18 | Fai della Paganella | Pieve di Soligo |
| 29-05 | 19 | Feltre | Piani di Pezzè |
| 30-05 | 20 | Gemona del Friuli | Piancavallo |
| 31-05 | 21 | Roma | Roma |
Etappe 1
De start van deze etappe vindt plaats in het Bulgaarse Nesebar. Al snel rijden de renners deze vrijdag Nesebar uit, om zo goed als de hele dag langs de kustlijn van de Zwarte Zee te rijden, om na 60 kilometer koers een lus om het Meer van Burgas te maken. Hier wacht het enige gecategoriseerde klimmetje van de dag – maar zwaar is die niet en gaat slechts tot een hoogte van 77 meter. Een van de vluchters zal hier de eerste bergtrui veroveren.
Na de enige bergsprint van de dag, maken de renner nog een zuidelijke lus langs de Zwarte Zee, om vervolgens in Burgas terug te keren voor een royale sprint. Wie grijpt de eerste roze trui?

Etappe 2
De tweede rit in de Giro d’Italia is al wat enerverender. Onderweg liggen al drie beklimmingen van derde categorie en de puncheurs lijken zaterdag een mooie kans te krijgen om de roze trui over te nemen van de sprinter die een dag eerder heeft gewonnen.
De etappe is met zijn 220 kilometer een van de langste deze ronde en gaat ‘s ochtends nog van start in Burgas, maar na het startschot trekken de renners bijna meteen het binnenland van Bulgarije in. De eerste 100 kilometer rijden de renners in een rechte lijn naar het westen, waar de eerste serieuze hoogtemeters van deze Giro opdoemen. Na 117 en 135 kilometer wachten de beklimmingen van de Byala Pass en de Vratnik Pass, die al tot een hoogte van 920 meter gaat.
Na deze klim begint een lange aanloop naar de finale die op 13 kilometer van de streep begint. Hier wacht namelijk nog een klim van derde categorie. Het is de klim naar het klooster van Lyaskovets, die met een lengte van 3,5 kilometer en gemiddelde stijgingspercentage van 7,5 procent zeker voor verschillen gaat zorgen. Misschien dat er zelfs een renner solo kan binnenkomen in finishplaats Veliko Tarnovo.

Etappe 3
De Bulgaarse Grande Partenza eindigt met een etappe van Plovdiv naar hoofdstad Sofia. De rit kan zomaar eens in een massasprint eindigen – ondanks dat de renners halverwege de rit een klim van tweede categorie naar 1300 meter hoogte moeten overleven.
De 174 kilometer lange etappe begint in de tweede grootste stad van Bulgarije: Plovdiv. Lang zullen de renners er echter niet blijven, als het peloton snel in westelijke richting rijdt naar de Bulgaarse hoofdstad. De eerste 60 kilometer zijn makkelijk en zullen alle gelegenheid geven aan een vroege vlucht om weg te rijden, maar daarna begint het wegdek langzaam te stijgen met percentages rond de 1 à 2 procent.
Na 93 kilometer begint de Borovec Pass (9,3 aan 5,6%) echt. Het is niet de zwaarste en langste klim deze ronde, maar een redelijke loper. En dus moeten sprinten hier zien te zorgen dat ze op niet al te grote achterstand worden gereden op op deze beklimming. Na de top is het nog 71 kilometer tot de meet in Sofia. Het zijn kilometers in voornamelijk dalende lijn, waardoor gelosten ruim de tijd krijgen om weer terug te keren. De finish ligt uiteindelijk in Sofia.

Etappe 4
De Giro d’Italia gaat na een rustdag verder in Zuid-Italië. Op dinsdag rijden de renners door Cantabrië en Calabrië. In de slotfase wacht nog een pittige klim.
De vierde etappe begint in Catanzaro en kent een vlakke aanloop door het Cantabrische landschap. Pas na een kilometer of tachtig moet er worden geklommen, richting Cozzo Tunno. In een kilometer of vijftien rijden de renners dan naar een hoogte van meer dan 900 meter. De stijgingspercentages vallen alleszins mee: gemiddeld is de beklimming 5,9%.
Eenmaal boven is er nog 43 kilometer te gaan. Het is de vraag of renners die op de Cozzo Tunno gelost zijn, nog terug kunnen keren in dit restant. Mogelijk heeft de vlucht van de dag zelfs een kans om het te redden tot de meet in Cosenza. Krijgen we dan een nieuwe leider?

Etappe 5
De vijfde etappe in de Giro d’Italia is een echte heuvelrit. Langzaam maar zeker trekt de Giro-karavaan in noordelijke richting, om ‘s middags uit te komen in finishstad Potenza. ‘s Ochtends wordt er nog gestart in Praia a Mare, dat ligt aan de Tyrreense zee. Het eerste klimmetje wacht direct na de start, als de renners Prestieri (13 kilometer aan 4%) omhoog rijden. Een vroege vlucht zal hier alle ruimte krijgen om weg te rijden uit het peloton – om vervolgens een kilometer of 100 op en neer door Italië te rijden. Nergens is het echt vlak.
Op een kilometer of 55 van de meet volgt dan de grande finale van de rit, met de Montagna Grande di Viggiano (17 kilometer aan 4,7%). Deze klim van twee categorie heeft een aantal verraderlijke stukken boven de 10 procent, maar na de top is er nog meer dan 40 kilometer te rijden. In de finale wachten de nodige ongecategoriseerde klimmetjes – zo moet er op vijf kilometer van de aankomst een klimmetje van 2,3 kilometer aan 5,8 procent moeten overwinnen. Wordt het een dag voor de vlucht?

Etappe 6
De Giro d’Italia doet de afgelopen jaren bijna traditiegetrouw Napels aan en zal dat ook in 2026 doen. In de zesde rit is de fraaie Italiaanse stad het decor voor een sprint? Al zetten we daar nog wel een klein vraagteken achter.
Op donderdag 14 mei trekken de coureurs in 161 kilometer van Paestum naar Napels. Paestum is een oude Griekse ouderzetting en de overblijfselen uit deze tijd behoren zelfs tot de UNESCO Werelderfgoedlijst, maar daar zullen de renners weinig van meekrijgen. Zij zullen onderweg meer zien van de Tyrreense zee, als ze in noordelijke richting naar Napels rijden.
In de finale maken de renners – zoals dat dan moet – een lus om de Vesuvius heen, om Napels uiteindelijk via het oosten binnen te rijden. In de wijk Fuorigrotta wacht in de finale de gelijknamige klim van Fuorigrotta (2 kilometer aan 6,2%) die voor de nodige opschudding moet zorgen. Gaan de sprinters hier overboord? We zullen zien. Na de top wachten er nog negen vlakke kilometers tot de finish.

Etappe 7
Op vrijdag 15 mei is het stoelriemen vast in de Giro d’Italia. De klassementsrenners moeten er namelijk staan, als de finish is getrokken op de loodzware klimming van Blockhaus. De top van deze klim ligt na een etappe van liefst 246 kilometer. In de eerste 140 kilometer van de etappe zit het gevaar niet, als de renners vanuit Formia over overwegend vlakke wegen het binnenland van Italië de Apennijnen in rijden. Vanuit Colli al Volturno begint de etappe lastig te worden, als de ongecategoriseerde beklimming Rionero Sannitico (9,5 kilometer aan 5%) wordt opgereden. Eenmaal boven zijn de renners al 1000 meter boven zeeniveau.
De Roccaraso (7 kilometer aan 6,4%) is dan wel weer gecategoriseerd – ondanks dat deze klim minder zwaar is dan een klim eerder. Na de top blijft de koers lange tijd op een plateau. Her en der wordt er wel wat geklommen, maar de renners blijven zo’n kilometer of vijftig op een hoogte van tussen de 1000 en 1200 meter rijden.
Na 200 kilometer maakt het peloton een duikvlucht naar beneden. De beklimming van de Blockhaus begint dan al bijna. Na een afdaling van 20 kilometer en een vlak stuk van 10 kilometer bereiken de renners op 13,6 kilometer van de finish de voet van Blockhaus (13,6 kilometer aan 8,4%). Deze loodzware klim, die in de eerste kilometers het lastigst is, gaat voor het eerst echt brokken maken in deze Giro.

Etappe 8
De renners rijden in deze achtste etappe in 159 kilometer van Chieti naar Fermo. Al snel nadat het startschot is gelost, draaien de renners richting de Adriatische kust, waar zij geruime tijd zullen blijven rijden. Bij Cupra Maritima gaat het peloton pas het binnenland, waarna de eerste heuvels – bijna vanzelfsprekend – volgen.
Eerst gaan de coureurs over de Montefiore dell’Aso en na een afdaling wacht de klim naar Monterubbiano (4,7 kilometer aan 5,8%). Vanaf dat punt is er nog minder dan veertig kilometer te gaan tot de meet. Al eerder komen de renners door finishplaats Fermo, waar twee ongecategoriseerde klimmetjes liggen. Een daarvan is een onvervalste muur, omdat het wegdek in de straten van deze Middeleeuwse stad ruim 500 meter met 11 procent omhoog loopt.
Na de top van deze muur wacht er nog een lus van 25 kilometer, waarin de renners opnieuw naar de kust zullen rijden. Op zeven kilometer van de aankomst wacht dan nog de gematigde klim naar Capodorca, waarna de finale volgt: een klim in Fermo van 3,2 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 6,2 procent. Al in het eerste deel tikt deze klim percentages boven de 10 procent aan, waardoor we wel al kunnen zeggen dat de winnaar een sterke punch in de benen gaat moeten hebben.

Etappe 9
In rit negen van de Giro d’Italia is het opnieuw menens, als de renners in 184 kilometer van Cervia en Corno alle Scale trekken. Hoewel 90 procent van de rit kaarsvlak is, wacht een pittige slotklim van eerste categorie. Een (bijna) echte unipuerto-rit dus, zoals ze dat in Spanje zeggen.
Vanaf kustplaats Cervia kennen de renners zondag een rustige aanloop, maar vanaf Silla verandert de etappe volledig van karakter. Eerst volgt een colletje van derde categorie naar naar Querciola (9,7 kilometer aan 4,3%), waarna een mini-afdaling van vier kilometer tot de voet van de slotklim volgt. Deze slotklim heet de Corno alle Scale (12,8 kilometer aan 5,9%) en zorgt er samen met de voorgaande klimkilometers toch voor dat er in de finale bijna 1200 hoogtemeters worden overwonnen: in totaal gaat het om 28 kilometer met een gemiddelde van 4,4 procent.
Hoewel de stijgingspercentages meevallen, kunnen we met zekerheid zeggen dat er zondag verschillen gaan komen. De laatste drie kilometer telt namelijk een gemiddelde helling van 9,9 procent. In 2004 kwam Gilberto Simoni hier solo over de meet, gevolgd door de latere eindwinaar Damiano Cunego.

Etappe 10
Het klassement in de Giro d’Italia zal in de tiende rit volledig op zijn kop worden gezet. Er staat namelijk een lange individuele tijdrit langs de Italiaanse kust op het programma. Aan de Tyrreense kust moeten de klassementsrenners liefst veertig kilometer doorstoempen.
Het startpodium staat deze dag opgesteld aan de boulevard van Viareggio. De eerste vijftien kilometer voeren via een kleine omweg naar het zuiden voornamelijk over kaarsrechte kustwegen, waar het tempo onmiddellijk de hoogte in zal moeten gaan.
Na ongeveer twintig kilometer draait het parcours het binnenland in en verandert het karakter. De weg wordt technischer en golvender, met langere, valsplatte stroken en korte knikjes die het ritme breken. In het laatste deel richting Massa keren de brede wegen terug. Mogelijk maken de zijwind en licht oplopende slotkilometer de finale mentaal en fysiek slopend.
Etappe 11
De elfde etappe van de Giro d’Italia op woensdag 20 mei start in Porcari en finisht na 178 kilometer in de Ligurische kustplaats Chiavari. Het peloton verlaat Toscane en trekt richting de Tyrreense Zee, waar het parcours lange tijd de kustlijn volgt. Dat zorgt voor een relatief rustige openingsfase over brede kustwegen.
In de eerste helft is het parcours vrijwel vlak, maar het karakter verandert wanneer de renners landinwaarts trekken richting La Spezia. Daar wachten de eerste serieuze hindernissen met de klim naar La Foce (2,6 km aan 6,8%) en Pignone (2 km aan 7,2%), gevolgd door de langere Passo del Termine (7 km aan 5,1%). Deze beklimmingen luiden een pittige finale in, waarin sterk klimmende vluchters een kans op ritege krijgen.
In de Colle di Guaitarola (9,7 km aan 6,3%) een klim die voor een eerste schifting kan zorgen. Via het kustplaatsje Sestri Levante bereikt het peloton de slotfase. De klim naar San Bartolomeo (4,6 km aan 6,4%) ligt tot slot op slechts 9 kilometer van de finish, waarna een snelle afdaling richting Chiavari volgt, gelegen aan de Golf van Tigullio, niet ver van Genua.

Etappe 12
Op donderdag 21 mei trekt het peloton van Imperia naar Novi Ligure over 177 kilometer. De start ligt aan de Ligurische kust, maar al snel verlaten de renners de zee en trekken ze het binnenland in. De route voert over rustige wegen door Piemonte, een regio die bekendstaat om zijn glooiende landschap.
De etappe kent geen extreme beklimmingen, maar is zeker niet volledig vlak. De Colle Giovo (7,8 km aan 4,9%) en de Bric Berton (7,5 km aan 4,9%) vormen de belangrijkste hindernissen van de dag. Hoewel deze klimmen niet steil zijn, kunnen ze sprinters in de problemen brengen, zeker als het tempo hoog ligt.
Na de laatste klim resteert nog ruim 50 kilometer over voornamelijk vlakke wegen richting Novi Ligure. Deze lange aanloop naar de finish opent de deur voor een klassiek kat-en-muisspel. De brede wegen in de finale maken positionering cruciaal.

Etappe 13
De dertiende etappe op vrijdag 22 mei voert over 186 kilometer van Alessandria naar Verbania, gelegen aan het Lago Maggiore. Het grootste deel van de rit loopt over vlakke wegen door Noord-Italië. In de finale krijgen de renners twee korte maar pittige beklimmingen voorgeschoteld. Eerst wacht de klim naar Bieno (2,3 km aan 6%), gevolgd door de zwaardere klim naar Ungiasca (4,7 km aan 7%), met uitschieters richting de 10%. De top van deze laatste klim ligt op ongeveer 14 kilometer van de finish.
Na de afdaling richting het Lago Maggiore volgt een relatief vlakke aanloop naar Verbania. Deze stad, prachtig gelegen aan het meer en geboorteplaats van Filippo Ganna, heeft al eerder spectaculaire finales gekend. In 2015 won Philippe Gilbert hier na een late aanval. Het profiel maakt deze etappe ideaal voor de puncheurs of een vlucht.

Etappe 14
De veertiende etappe op zaterdag 23 mei is een zware Alpenrit van 133 kilometer met start in Aosta en aankomst bergop in Pila. Met meer dan 4.000 hoogtemeters staat deze dag volledig in het teken van de strijd om het algemeen klassement.
Al vroeg begint het spektakel met de Col du Saint-Barthelemy (15,5 km aan 6,9%). Daarna volgen de beklimmingen naar Doues (5,5 km aan 6,5%), Lin Noir (7,5 km aan 7,8%) en Verrogne (5,4 km aan 7,2%). Het is een opeenvolging van lange en regelmatige klimmen zonder echte herstelmomenten, wat het peloton langzaam maar zeker zal uitdunnen.
Na een korte passage door de vallei begint de slotklim naar Pila (15,9 km aan 7,3%). Deze klim voert naar een bekend skioord boven Aosta, met uitzicht op de Mont Blanc.

Etappe 15
Op zondag staat een korte en vlakke etappe van 136 kilometer op het programma, van Voghera naar Milaan. Het parcours is nagenoeg biljartvlak en telt minder dan 500 hoogtemeters, wat het de makkelijkste rit van de tweede Giro-week maakt. De renners trekken voornamelijk over brede wegen door Lombardije richting de Italiaanse modehoofdstad.
In Milaan wacht een finale met enkele lokale rondes over brede en snelle wegen. Alles wijst op een massasprint. Lekker voor de sprinters, zo na enkele zware dagen in de Alpen.

Etappe 16
Na de rustdag trekt de Giro naar Zwitserland voor een korte maar zware bergrit van 113 kilometer, van Bellinzona naar Carì. Ondanks de beperkte afstand belooft het een explosieve etappe te worden, met een zware slotklim naar Cari (11,2 kilometer aan 8%).
De start is ’s middags nog in rustig in Bellinzona. Daarna volgt een circuit in de Brenno-vallei, waar de renners tweemaal de klim naar Torre (4,2 km aan 6,2%) en Leontica (3 km aan 8,2%) moeten bedwingen. Het zijn slechts opwarmertjes voor het beest dat in de finale volgt. Vooral de laatste kilometers van deze klim zijn pittig, met stijgingspercentages tot 13 procent.

Etappe 17
De zeventiende etappe op woensdag 27 mei is met 200 kilometer een lange rit van Cassano d’Adda naar Andalo. Het parcours bevat ongeveer 3.200 hoogtemeters en voert door een afwisselend landschap in Noord-Italië. Na een vlakke openingsfase volgen meerdere beklimmingen, waaronder de Passo dei Tre Termini (8,2 km aan 5,9%) en de Cocca de Lodrino (8,1 km aan 4,1%). Later in de etappe zorgen kleinere klimmen richting Roncone en San Lorenzo Dorsino voor extra vermoeidheid in de benen.
Na een eerste passage in Andalo (8,3 kilometer aan 3,6 kilometer) volgt nog een lus met een afdaling en een laatste oplopende strook richting de finish. Een sterke vluchtgroep lijkt het in deze rit uit te mogen gaan maken voor de dagzege, want de beklimming naar Andalo lijkt niet zwaar genoeg om verschillen in het algemeen klassement te forceren, maar wel zwaar genoeg om de sprinters overboord te gooien.

Etappe 18
Middenin de loodzware slotweek is er nog ruimte voor een relatief vlakke rit. Op het programma staat tijdens etappe achttien een koers van 168 kilometer van Fai della Paganella naar Pieve di Soligo in het noorden van Italië. Deze rit leidt de renners van de provincie Trentino naar de provincie Treviso.
Halverwege de rit ligt de klim naar Fastro van derde categorie, maar de finale gaat pas echt beginnen ter hoogte van Guia op 35 kilometer van de finish. Daar ligt een tussensprint en een ongecategoriseerde heuvel. Na de afdaling is het bijna nergens vlak en dan is er nog de steile Muro di Ca’ del Poggio (1,1 km aan 12,1%) in volle finale.
Die beklimming moet niet verward worden met de veel bekendere Poggio di Sanremo, maar toch… Een Poggio in de finale gaat geheid voor spanning zorgen. In deze etappe ligt de top op iets meer dan 9 kilometer van de finish in Pieve di Soligo, gelegen midden in de Prosecco-streek. De finale is grotendeels in licht dalende lijn. Het is aan de sprinters om de schade te beperken, zodat ze op tijd kunnen terugkeren. Maar een massasprint? Dat is het niet, zeker niet zo diep in deze Giro d’Italia.

Etappe 19
In deze voorlaatste bergrit staat er 151 kilometer op de planning, waarvan de eerste 45 kilometer nog ‘relatief’ makkelijk zijn. Zeker als je ziet wat er daarna op het menu staat voor de renners. Onderweg liggen in totaal zes beklimmingen, waarvan de Passo del Duran (12,3 km aan 8%), de korte maar steile Coi (5,9 km aan 9,3%) en de Passo Staulanza (6,9 km aan 6,1%) de eerste drietrapsraket vormen.
De Staulanza is al hoog met ruim 1.700 meter, maar daarna begint het pas echt. De beruchte Passo Giau (9,7 km aan 9,4%) van de buitencategorie gaat van start. Vanaf de voet van de klim is het nog 60 kilometer tot de finish en op de top is het nog 50 kilometer. De Passo Giau voert het peloton naar een hoogte van 2.233 meter boven zeeniveau en is daarmee de Cima Coppi, het hoogste punt van deze Giro.
De koers zal dan al opengebroken moeten zijn, maar klaar is de etappe allerminst. Na een afdaling volgt nog de iets minder steile Passo Falzarego (11 km aan 5,3%) en een lange afzink richting Caprile. Een paar kilometer door de vallei volgen nog, maar die gaan snel over in de slotklim naar Pian di Pezzè (4,9 km aan 9,7%) van tweede categorie. Geen lange en slopende slotklim dus, maar een korte en krachtige finale die bergop loopt met aankomst in Alleghe. Er zijn nog stroken die de 18% en 20% aantikken om het nog maar eens wat zwaarder te maken.

Etappe 20
De beslissing in het algemeen klassement van de Giro d’Italia gaat vallen in etappe 20 in de regio Friuli-Venezia Giulia. De finale zal zich afspelen op de beklimming naar Piancavallo (14,3 km aan 7,9%), die maar liefst twee keer moet worden bedwongen. De eerste top ligt op ruim 50 kilometer van de finish, dus het is maar de vraag welke klassementsrenner hier al zou willen aanvallen. Er volgt na de top nog een lange afdaling en een vallei richting de voet van de daadwerkelijke slotklim.
Piancavallo, doet dat een belletje rinkelen? Het is de klim waar Tao Geoghegan Hart en Wilco Kelderman in 2020 om de ritzege streden in de Giro. De Brit kwam er als winnaar uit de strijd en pakte dat jaar ook de eindzege. In 2020 moesten Hart en Kelderman de klim naar Piancavello overigens ‘maar’ een keer omhoog. Op de top van deze beklimming kennen we normaal de eindwinnaar van de 109e Giro d’Italia.

Etappe 21
In hoofdstad Rome zal een punt gezet worden achter de Giro d’Italia 2026. Na twintig etappes vol sprintplezier, heuvelwerk en spektakel in de bergen wordt afgesloten met een etappe voor de rappe mannen in de straten van Rome. Vorig jaar was er nog een bijzondere start van de slotrit in Vaticaanstad met de Paus als special guest, maar dit jaar zal men de Paus links laten liggen.
Na een neutralisatie in Rome leidt de route de renners eerst richting de kust van de Tyrreense Zee, maar op iets minder dan tachtig kilometer van de aankomst zullen de lokale rondes in Rome beginnen. Het finalerondje is 9,5 kilometer lang en zal acht keer verreden worden. Die route is identiek aan de finale van vorig jaar, toen Olav Kooij naar de ritzege sprintte in de hoofdstad. Eerder wonnen ook Mark Cavendish, Tim Merlier en Sam Bennett hier. De laatste rechte lijn is 700 meter lang, loopt lichtjes omhoog en gaat over ‘sampietrini’. Dit zijn kleine, Romeinse kasseien.
Het rondje in de binnenstad voert onder meer langs het Colosseum, de keizerlijke fora, Lungotevere, Ara Pacis, het Villa Borghese, het Circus Maximus, de Thermen van Caracalla en de Engelenburcht. Als de renners langs de Engelenburcht rijden, zullen ze ook uitzicht hebben op de Sint-Pietersbasiliek.


Om te reageren moet je ingelogd zijn.