Giro-start in Bulgarije kost ploegen veel geld en moeite: “Het wordt een start met minder luxe”
Foto: Fotopersburo Cor Vos
Niels Bastiaens
donderdag 7 mei 2026 om 09:45

Giro-start in Bulgarije kost ploegen veel geld en moeite: “Het wordt een start met minder luxe”

Interview Een start van de Giro d’Italia buiten het thuisland is lucratief voor organisator RCS, maar voor de teams brengt het toch altijd extra tijd, geld en moeite met zich mee. Dat is in Nessebar, aan de Zwarte Zee in Bulgarije, niet anders. De Grande Partenza ligt zo’n 1.500 kilometer van de Italiaanse grens en dat bezorgt de logistieke verantwoordelijken van de teams kopzorgen.

Zo’n buitenlandse start is natuurlijk niet nieuw in de Italiaanse ronde. Al in 1973 mocht het Belgische Verviers de Grande Partenza verzorgen. Ook Nederland was al driemaal trotse gastheer, maar de verste verplaatsingen waren wellicht naar Belfast (2014) en Jeruzalem (2018) in respectievelijk Noord-Ierland en Israël. Het westen van Bulgarije is daarmee ongeveer de derde verste start buiten Italië.

Lange transfer
“De transfer ‘an sich’ was dan ook nog eens niet evident. Dat was al een hele puzzel”, legt Bart Wellens, de verantwoordelijke ploegleider bij Lotto-Intermarché, ons uit. Vanuit West-Europa, waar de meeste ploegen zijn gevestigd, is de kortste route om al je materiaal in Bulgarije te krijgen doorheen Servië. Maar dat is op dit moment geen lid van de Europese Unie.

“Dus moeten we daar wegblijven en rondrijden, waardoor je nog eens minstens 400 kilometer meer aflegt. Dan moet je langs Hongarije en Roemenië, en daar staat het dan weer stijf van de wegenwerken. De mensen met de bussen en de materiaaltruck hebben daar veel files gehad.”

“Je weet nooit wat je moet verwachten als je met de voertuigen door zulke landen rijdt. We zijn altijd blij als dat achter de rug is. Dat was vorig jaar in Albanië al het geval, maar nu is het nog iets lastiger. Die mensen zijn al enkele dagen geleden vertrokken om zeker tijdig in Bulgarije te geraken.”

De strijd om de trofee vraagt geld en moeite – foto: fotopersburo Cor Vos

Naast de woelige en kostenrijke reis, betekent de buitenlandse start ook de inzet van extra personeel. Er zijn bij elke ploeg natuurlijk verzorgers en mecaniciens die samen met de renners op de rustdag naar Italië vliegen, maar dat geldt zeker niet voor iedereen.

“We moeten met twee verschillende ploegen werken”, legt Wellens uit. “Er is een deel van de mensen die enkel het Italiaanse blok doet en een deel dat enkel in Bulgarije actief is, omdat je op éen rustdag niet alles in Italië krijgt.”

Luxeproducten
Het gaat dan vooral over mensen die met het materiaal bezig zijn. Ook zowel de ploegbus, de truck als de volgauto’s en ploegauto’s voor in de koers, moet je dubbel hebben. “Veel ploegen, waaronder wijzelf, kiezen er daarom voor om met een minimaal aantal voertuigen naar de start Bulgarije te gaan. Het is daar uiteindelijk maar drie dagen koers, dus stellen we het met iets minder luxe. Pas in Italië komen bijvoorbeeld de koelwagen, een extra verzorgerauto en de matrassenwagen erbij. Dan zijn we pas op volle sterkte.”

Andere, rijkere ploegen, zetten die ‘luxeproducten’ wel in beide delen van de Giro d’Italia in. Of ze zoeken slimme oplossingen. Het is bijvoorbeeld niet toevallig dat de Ronde van Hongarije volgende week de beste bezetting in haar geschiedenis heeft met zeven WorldTeams aan de start. “Omdat ze daar toch zijn, gaan sommige ploegen met hun crew vanuit Bulgarije meteen door naar Hongarije. Zo maken ze dus de combinatie en sparen ze kosten”, zegt Wellens.

Kortom: zowat elke logistieke stap vraagt extra denkwerk. “Ik zal opgelucht zijn als we op dag vier op het vasteland van Italië komen. Dan is op logistiek vlak het ergste achter de rug en dan kan de stress een beetje gaan liggen”, aldus Wellens. “Het was een moeilijke start om je als ploeg te organiseren dit jaar, met veel geregel. Maar vergeet: niet ook op het vasteland is het een Giro met heel veel verplaatsingen.”

Etappes Giro d'Italia

Om te reageren moet je ingelogd zijn.