Het Tour de France 2023-succes van Jumbo-Visma ontleed in zeven vragen aan Merijn Zeeman
foto: Cor Vos
Youri IJnsen
dinsdag 25 juli 2023 om 20:00

Het Tour de France 2023-succes van Jumbo-Visma ontleed in zeven vragen aan Merijn Zeeman

Interview Jonas Vingegaard en Jumbo-Visma hebben met succes hun titel verdedigd in de Tour de France. De Deense kopman van de Nederlandse ploeg zette rivaal Tadej Pogačar op bijna acht minuten achterstand, om maar te zwijgen over de rest van het veld. WielerFlits zocht sportief directeur Merijn Zeeman op om met de architect van het succes de Tour te ontleden.

Zo’n succesvolle Tour de France als die van 2022, is lastig te evenaren. Toen won de Nederlandse ploeg zes etappes en bracht het de gele, groene en bolletjestrui naar Parijs. Dit jaar is dat één ritzege, het ploegenklassement en uiteraard het geel. Maar dat doet niets af aan opnieuw een klinkende prestatie van het Nederlandse team. De organisatie is intussen heel groot en al die mensen hebben de laatste maanden opnieuw hun ziel en zaligheid in dat ene hoofddoel gestopt. Sportief eindverantwoordelijke is Zeeman. Hem leggen we zeven vragen over dit gigantische project voor. Dat begon afgelopen december al en eindigt zondag in Parijs.

De Tour-voorbereiding is afgelopen winter al begonnen. Never change a winning team. Hoe moeilijk was het boontje te doppen om Primož Roglič uit de selectie te laten?
“Dat was moeilijk, maar dat gaat niet zozeer over: ‘Jij gaat niet’. Dit gaat over een plan, iets wat de sporter graag wil en wat wij als team graag willen. Een Tourselectie met Primož is altijd beter dan zonder hem, zoals nu het geval was. Maar er zijn meer wedstrijden in het jaar. Als je twee kopmannen naar een wedstrijd meeneemt, betekent dit ook dat er maar één kan winnen. Uiteindelijk heb je dus altijd maar één kopman. Terwijl we dan de Giro d’Italia zouden laten schieten. Alles bij elkaar opgeteld, heb ik samen met Primož daar de afweging in gemaakt.

foto: Cor Vos

We hebben in het teambelang gezegd dat we een concessie doen in de Tourselectie. Want met hem zijn we altijd beter dan zonder hem. Maar de Giro is ook een fantastische wedstrijd die Jumbo-Visma nog nooit gewonnen had. Dat vonden we ook een fantastisch doel om naartoe te werken. Als je het over meerdere jaren bekijkt, was de Giro winnen sowieso een ambitie van Primož zelf én het team. Dan maak je soms keuzes die ook ten koste van iets anders kunnen gaan. Maar ja, dat is uiteindelijk toch ons werk. Gelukkig is het ook met concessie gelukt om beide grote rondes te winnen.”

In Parijs-Nice kreeg Vingegaard een draai om de oren van Pogačar. Wat waren de aanknopingspunten dat jullie op schema lagen?
“Die waren er niet. Om te beginnen had Jonas in aanloop naar die wedstrijd een aantal privézaken die niet helemaal goed liepen. Hij was daar niet de beste Jonas die er kon zijn. Bovendien is Parijs-Nice een heel andere koers. Die kun je niet met de Tour vergelijken. Wel kun je op deze manier duidelijk zien waar de krachten van iemand liggen. Ik kan je zeggen dat wanneer je puur naar de klimprestaties in de afgelopen Parijs-Nice kijkt, dat die behoudens de slotdag met de Col d’Eze – die cijfers waren wel heel erg goed – helemaal niet zo bijzonder waren. Van Jonas niet, maar ook van Tadej Pogačar niet.

Dat blijkt ook wel. Ik bedoel, David Gaudu is een goede renner. Maar die kon daar heel lang mee, terwijl dat hier in de Tour niet het geval was. Panikeren doen wij sowieso niet, maar – zeker ook omdat Jonas niet op zijn best was – die wedstrijd was geen referentie voor ons.”

In Parijs-Nice kon Pogacar nog lachen met Vingegaard – foto: Cor Vos

Wat is de risicoanalyse geweest om toch Wout van Aert mee te nemen, gezien de mogelijkheid dat hij vroegtijdig de Tour moest verlaten vanwege de geboorte van zijn zoon?
“Dat is vooral iets wat in de media en de buitenwereld heeft gespeeld. Als er één ding is wat ik in de loop der jaren geleerd heb, is dat ik me van dat soort polemieken niets meer aantrek. Of er dan geen risico’s aan vastzitten? Ja, maar die discussie hadden we vorig jaar natuurlijk ook. Toen werd gezegd: hoe kunnen ze naast het geel, ook voor het groen gaan? Uiteindelijk gingen we zelfs met drie truien naar huis. Dus ik denk dat mensen inmiddels wel een beetje kunnen zien hoe wij deze sport benaderen. Dat is niet risicoloos. 

Dus ja, af en toe nemen we inderdaad risico’s en gaan we wat verder dan andere teams zouden doen. Daar krijgen we ook dagelijks commentaar op, tot aan Lance Armstrong aan toe. Van alle mensen. Maar dit is wel de manier waarop Jumbo-Visma kleur probeert te geven aan deze sport. Als het dan discussie oproept dat je een klasse coureur als Wout meeneemt met het risico dat hij al vroeg kan uitstappen, dan is dat maar zo. Maar één ding mag je van me aannemen: ik weeg alles heel goed af en uiteindelijk nemen we een beslissing waar we allemaal achter staan.”

Wat zijn de vijf key moments van jullie Tour geweest?
“De tijdrit moet daar uiteraard bij, dat spreekt voor zich. Daar pakten we zo’n grote tijdswinst, dat hadden we zelf helemaal niet verwacht. Maar verder vind ik het moeilijk om dat aan te wijzen. Het voornaamste is dat de Tour drie weken duurt. We krijgen vaak de vraag waarom we in bepaalde ritten iets wel of niet doen. Het punt is dat je in week één iets kunt ondernemen, dat invloed heeft op week twee of week drie, enzovoort. Concrete voorbeelden? Dat is lastig, puur omdat deze wedstrijd eigenlijk niet te vergelijken is met andere koersen. In de derde week gebeurt het. Daar zie je altijd renners opstaan. Maar voordat je daar aankomt, moet je acties ondernemen die effect kunnen hebben op prestaties in de derde week. Dat is een optelsom van allerlei factoren.

Vingegaard reed volgens Dumoulin de beste tijdrit ooit – foto: Cor Vos

Het is geen computerspelletje dat je kunt zeggen: ‘O, maar omdat we in de rit over de Marie Blanque dit hebben gedaan, gebeurde er naar Le Bettex niets op de slotklim’. Maar neem nu de ritten naar de Puy de Dôme of de Grand Colombier. Die zijn niet te vergelijken met een bergrit door de Alpen. Die specifieke dagen vragen om een heel andere inspanning, die weinig invloed hebben op de derde week. Wel hebben we daar gezien dat Jonas op een geweldig hoog niveau was. Daar kregen we heel veel vertrouwen van, dat de dagen die wij hadden ingecalculeerd waarop Jonas zou kunnen toeslaan, dat hij dat ook daadwerkelijk zou kunnen. 

Wij concentreren ons daarop. Wij weten niet hoe het met Pogačar gaat, hoe hij herstelt of hoe hij ervoor staat. Dat zijn zaken waarop wij geen zicht hebben. We konden wel zien aan de hand van de cijfers van Jonas en die van hun gevechten uit het verleden, dat Pogačar óók op het allerbeste niveau ooit was in die eerste twee weken. En dan is het altijd afwachten wat er in de cruciale derde week gebeurt. Daarover zijn wij achter de schermen continu analyses aan het maken. Met de info die we van Jonas hebben, vertrouwden we erop dat we toen het verschil konden maken.”

Wat is dan het grote geheim van dit succes, hoe meet je al die informatie door?
“Haha, ja goed, weet je… Dat is niet zo één, twee, drie uit te leggen. Het is natuurlijk iets waar wij met een team van heel goede mensen continu mee bezig zijn, om daar heel goede analyses over te maken en deze heel goed te bestuderen. Op basis daarvan kunnen we een sterke SWOT-analyse maken (sterktes-zwakte-analyse, red.). En ja, het is logisch dat ik dat niet zo even in de ether ga gooien. Die analyses zijn de basis van onze twee Toursuccessen geweest, dat is waar het in topsport, in competitie, om draait. Die succesformule ga ik nu niet aan de grote klok hangen. De concurrentie leest mee en daarin lopen we nu een stap voor. Dat willen we graag zo houden.”

Merijn Zeeman in gesprek met WielerFlits – foto: Cor Vos

Jonas is een klasse apart. De afstand met Pogačar is heel groot en er staan maar zestien renners binnen het uur. Hoe veel beter is Vingegaard dan de rest?
“Dat is dus heel moeilijk om dat in het wielrennen te beschrijven. Pogačar is en was ook deze Tour beter op explosieve aankomsten dan Jonas. Maar daar draait de Tour niet om. Die is op basis van tijd. En daarbij is ook het team om je heen heel erg belangrijk, net als je eigen individuele kwaliteit die daaraan complementair is. Dat zorgt uiteindelijk voor een eindafrekening en dat zie je in het tijdsverschil. Maar om nu te zeggen dat Jonas hierdoor een veel betere renner is dan andere coureurs, gaat te ver.

Je kunt wel stellen dat hij op dit moment de beste ronderenner is, want hij heeft nu twee keer de Tour gewonnen. Een toevalstreffer kun je vorig jaar dus niet meer noemen. Alleen zijn er heel veel smaken in het peloton: sprinters, klassiekerrenners, coureurs die uitblinken in de rondes van een week. Het is heel moeilijk om te Jonas te betitelen. Hij heeft exceptionele fysieke kwaliteiten. Maar is er überhaupt een beste renner?”

Kampioen worden is moeilijk. Kampioen blijven is nog moeilijker. Wat is de volgende uitdaging?
“Goh, ja. Heel simpel, eigenlijk: de Vuelta a España. Daarna evalueren we pas deze Tour en gaan we nadenken, gesprekken voeren en ons voorbereiden op de Tour van volgend jaar. Voor mij is het volgende doel dus de Vuelta. Of we ermee bezig zijn om als eerste ploeg ooit in één seizoen de Giro, de Tour en de Vuelta te winnen? Weet je, als je weer aan een grote ronde begint, ga je het uiteindelijk toch weer van dag tot dag bekijken. Daar ga ik nog niet op vooruitlopen. Eerst hier maar een eens een biertje op drinken, toch?”

Maar de grijns van Zeeman en de deelname van Roglič én Vingegaard aan de Vuelta, spreekt boekdelen.

Jumbo-Visma won met Roglic van 2019 tot en met 2021 drie keer de Vuelta – foto: Cor Vos

RIDE Magazine

Om te reageren moet je ingelogd zijn.