Jelle Wallays: “2019 heeft me mentaal zoveel sterker gemaakt”

Door , donderdag 13 februari 2020 om 09:00
Jelle Wallays: “2019 heeft me mentaal zoveel sterker gemaakt”

foto: Cor Vos

“Vanuit het diepste dal naar opperste euforie”, moet Jelle Wallays geen tien seconden nadenken over een antwoord op de vraag hoe hij 2019 heeft beleefd. WielerFlits had een uitgebreide babbel met de 30-jarige renner van Lotto Soudal. Onder meer zijn tegenslagen van vorig jaar, zijn rol in de ploeg en zijn drang om ooit eens de Ronde van Frankrijk te rijden kwamen aan bod.

Volgende week woensdag begint Jelle Wallays aan het seizoen in de Ronde van Algarve. In de hoop dat het hem straks beter vergaat dan een jaar geleden, toen hij zwaar ten val kwam in San Juan en in een Argentijns ziekenhuis belandde. Zijn revalidatie duurde langer dan oorspronkelijk vermoed. Een buikgriep gooide zowaar nog meer roet in het eten.

Toen hij uiteindelijk de competitie hervatte in de Vierdaagse van Duinkerke, liep het opnieuw fout. Pas in juni begon zijn seizoen echt. Een Tourdeelname zat er niet in, maar via onder meer de Ronde van Polen en de Vuelta stoomde hij zich toch nog klaar voor een mooi najaar. Dat leverde uiteindelijk zelfs een klassieke zege op. Wallays sloot een turbulent 2019 af met een fraaie solo in Parijs-Tours.

Jelle, hoe vat je 2019 samen in één zin?
“Dat is niet zo moeilijk. Vanuit een diep dal ben ik in enkele maanden tijd opgeklommen tot een historisch hoogtepunt. In de eerste helft van het jaar leefde ik van moment naar moment, hopend dat het elke dag een beetje beter zou gaan. Het was mentaal enorm zwaar om terug te keren. Als dat dan lukt, dan ben je even euforisch. Dat was het gevoel dat ik had na die overwinning in Parijs-Tours. Maar een ding is zeker: ik ben mentaal zoveel sterker geworden.”

Euforie na zijn zege in Tours – foto: Cor Vos

Het zou mooi zijn als je die lijn van vorig najaar ook kan doortrekken naar de voorjaarsklassiekers…
“Tot in 2018 zette ik elk voorjaar een stap vooruit. Ik had dat gevoel toen in onder meer Dwars door Vlaanderen, Gent-Wevelgem en Parijs-Roubaix. Vorig jaar was ik er uiteraard niet bij. Maar ik verwacht dit jaar opnieuw een stapje te kunnen zetten. Hopelijk kan ik mijn rol spelen in de finales. Hetzij voor mezelf, hetzij in dienst van onze kopmannen Philippe Gilbert en John Degenkolb.”

Ben jij blij met hun komst? 
“Uiteraard. Phil is iemand die graag koers maakt. Zelf moet ik het ook hebben van harde wedstrijden. Ik ga graag van ver in de aanval. Dat is een tactiek die kan lonen als de concurrentie iets te veel naar Phil en John lonkt. Die twee zijn ook snel aanvaard in de groep. Het zijn overigens twee echte leiders. Ik merkte al dat Phil het zegt als iets niet goed is. Hij benoemt de dingen. Maar hij zegt ook wat wél in orde is. Tot nu toe zie en hoor ik alleen maar positieve dingen.”

Anderzijds, door hun komst schuif jij niet op in de hiërarchie binnen de ploeg.
“Nee, dat klopt. Maar ik heb ook niet de ambitie om kopman te zijn. In minder hoog aangeschreven wedstrijden zoals Parijs-Tours misschien wel. Niet in de grote klassiekers. Omdat dat mentaal wellicht iets te zwaar is voor mij. Ik voel me heel goed in de rol die ik nu heb binnen Lotto Soudal. Ik weet wat ik kan en indien nodig kan ik ook snel de switch maken. Ik ben daar overigens altijd al heel eerlijk over geweest tegen de ploegleiding. Dat is misschien wel een van mijn sterkste punten.”

Minpuntje vorig jaar: je miste alweer de Tourselectie. Wordt dat stilaan een obsessie?
“Niet meer. De eerste twee keren dat ik er net naast viel, had ik het daar bijzonder moeilijk mee. Maar ondertussen kan ik dat een plaats geven. Kijk, ik ben iemand die altijd net wel of net niet de selectie zal halen. Ik ben een goede helper, ik stel me flexibel op, maar ik ben geen topklimmer. Vandaar dat ik altijd in balans lig. Ik greep er tot nog toe steeds naast, maar ik hoop zeker de Tour ooit eens te rijden. Ik kan er alleen maar voor zorgen dat ik in die periode conditioneel top ben.”

“In andere teams zou ik ook geen zekerheid zijn, denk ik. Vorig jaar wist ik overigens snel dat ik slechts reserve was. Dat ik er naast zou vallen als iedereen in vorm was. Ik was dat al in mei, toen ik op hoogtestage vertrok. En de ploeg heeft het in de Tour uitstekend gedaan, dus ik had geen reden om me daar druk over te maken. Mijn ingesteldheid zal ook dit jaar zo zijn: zorgen dat ik in orde ben op het Belgisch kampioenschap. Als je dan conditioneel top bent, ben je ook in orde voor de Tour de France. Komt die selectie niet, dan rust ik en werk ik naar het najaar toe.”

foto: Cor Vos

Lotto Soudal evolueert. De performance cel  lijkt stilaan te werken. Hoe zie jij dat?
“Zeker weten. Vorig jaar was nog een aanpassingsjaar. Maar ondertussen is er een heel mooie structuur op poten gezet. We kunnen altijd op Kevin De Weert terugvallen. Dat gegeven is een grote meerwaarde voor de ploeg. Al werk ik nog steeds met mijn eigen coach.”

Jouw broer Arne, nota bene. 
“Vroeger was mijn oom – Luc Wallays – mijn trainer. Op zijn sterfbed vroeg hij aan Frederik Broché (ondertussen technisch directeur van Belgian Cycling, red) om mij verder te begeleiden. Dat heeft Frederik drie jaar gedaan, waarvan het laatste jaar samen met mijn broer Arne, die ondertussen zijn masterdiploma Lichamelijke opvoeding en bewegingswetenschappen aan de KUL op zak had. Dat jaar leerde Frederik hem alles over mij. Arne is even perfectionistisch als mijn nonkel vroeger. Zo is de cirkel een beetje rond. Arne deelt ook alle data met Wim Van Hoolst van Energy Lab en Lotto Soudal. Die werken goed samen. Als er iets mis zou gaan, kan Wim ingrijpen, maar dat was tot vandaag nog niet nodig.”

Je bent eind dit jaar einde contract bij Lotto Soudal. Zou je graag blijven?
“Ik voel me goed in de ploeg en mochten ze me een goed voorstel doen, zou ik wellicht niet weigeren. Er zijn reeds gesprekken geweest, maar bij Lotto Soudal willen ze nog wachten. Jammer, want ik zit niet graag met die dingen in mijn hoofd. Ik ben er een groot voorstander van om snel duidelijkheid te hebben. Mijn manager hoort nu verder rond. Al maak ik me daar niet te veel zorgen over. Ik veronderstel dat iemand die net Parijs-Tours heeft gewonnen na zoveel ellende, daar niet wakker moet van liggen.”

Hoe ziet jouw programma er de eerste weken en maanden uit?
“Na de Ronde van Algarve start ik in Omloop Het Nieuwsblad. Afhankelijk van het gevoel tijdens de openingsklassieker komt daar op zondag Kuurne-Brussel-Kuurne bij. Daarna volgt Le Samyn, Strade Bianche en Tirreno Adriatico. Milaan-San Remo staat niet op het menu, tenzij de ploeg of de kopmannen het echt vragen. Maar eigenlijk is dat een periode waarin ik liever de topklassiekers verken. Parcourskennis vind ik ontzettend belangrijk. Daarna rijd ik het Vlaamse voorjaar, met uitzondering van de E3 BinckBank Classic. Na Parijs-Roubaix gaat de riem er even af, herbegin ik in Yorkshire om toe te werken naar het Belgisch kampioenschap. En de Ronde van Frankrijk. Als…”

Dit artikel delen:

2 Reacties

tdcbolide 12 februari 2020 om 14:59

zeer leuk interview, Nico
meer van dit soort renners (renners die we weinig horen maar hun plaats in het peloton hebben) graag

Samlambeej 13 februari 2020 om 00:06

Elke ploeg kan wel een Wallays gebruiken.
Heeft de capaciteiten om mooie grote koersen te winnen en in wedstrijden die hem niet perfect liggen nog een lomp sterke mens.

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.

Headlines

Materiaalzone

Populair