Mads Pedersen denkt na over groene trui in de Tour: “Zou ik graag aan mijn muur hebben”

Mads Pedersen denkt na over groene trui in de Tour: “Zou ik graag aan mijn muur hebben”

Mads Pedersen wint Gent-Wevelgem - foto: Cor Vos

Door
woensdag 13 januari 2021 om 08:15
Interview

Mads (uitspraak: Mès) Pedersen is sinds enkele maanden wereldkampioen af. Toch lijkt hij er meer dan ooit klaar voor om zijn naam definitief te vestigen bij de allerbesten ter wereld. De 25-jarige Deen van Trek-Segafredo windt er voor 2021 in ieder geval geen doekjes om. “Ik ben op een leeftijd gekomen waarop ik me niet meer mag verschuilen achter het feit dat ik jong ben en moet leren”, stelt hij in gesprek met WielerFlits.

Pedersen verbaasde bijna de gehele wielerwereld met zijn WK-titel in Yorkshire, bijna anderhalf jaar geleden. Vanwege het coronavirus kon de Deen zich in 2020 echter maar kort tonen in de regenboogtrui. “Ik heb absoluut van dat shirt genoten”, vertelt hij. “Maar ik mis nog altijd de foto’s van de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix in dat tenue. Ik vind het echt jammer dat ik dat niet aan mijn kinderen – mocht het geluk me gegeven zijn dat ik ze ooit krijg, en dat hoop ik wel – kan laten zien: in de regenboogtrui op de Muur van Geraardsbergen, Carrefour de l’Arbre of de wielerbaan van Roubaix. Dat vind ik moeilijk.”

“Aan de andere kant: niemand van jullie zal over tien jaar herinneren hoeveel koersdagen ik in de regenboogtrui heb rondgereden”, gaat Pedersen verder. “Maar iedereen weet dan nog wel dat ik won in Yorkshire. Hoe ik over het komende WK in België denk? Ik ben daar nog niet echt mee bezig, moet ik eerlijk zeggen. Ik weet dat het parcours me goed past. Samen met Jasper Stuyven – wiens ouders bijna aan het parcours wonen – maak ik er veel grapjes over. Dat het voor mij genieten geblazen is als ik hem naar het zilver sprint, terwijl ikzelf win. Maar eerst moeten we ons focussen op de klassiekers en daarna de Tour de France.”

Geen foto’s in de regenboogtrui tijdens Vlaanderen of Roubaix – foto: Cor Vos

Waarom hij geen absolute kopman in de klassiekers wil zijn
In de klassiekers is hij door de Amerikaanse ploeg samen met Stuyven aangewezen als de kopman. “Net als vorig jaar, maar we hebben er wel over gepraat”, legt de Deen uit. “Het is tijd dat het voor ons de standaard is dat we in elke klassieker met z’n tweeën in de finale zijn. We hebben het ook al vaker gezegd: samen zijn we sterker dan wanneer we daar alleen zitten. Daar geloven we nog steeds in. Dat is het grote doel voor komend voorjaar. Het is ook onze kracht dat we heel goede vrienden zijn. Dat maakt ons anders dan andere renners, denk ik. Omdat we zo blij zijn als een van ons wint, motiveert dat ook onze ploegmaats.”

Hoewel Pedersen pas op 18 december zijn 25ste verjaardag vierde, vindt hij niet dat hij zich nog achter zijn leeftijd mag verschuilen. “De kaart dat ik nog moet verbeteren om te scoren in bepaalde koersen, wil ik niet meer spelen”, is hij duidelijk. “De tijd is daar dat ik in elke koers mijn beste niveau moet halen. Ik heb veel geleerd van dit corona-seizoen. Je wist nooit welke wedstrijd de laatste zou zijn. Ik reed dus elke rit of eendagskoers om ze te winnen, op mijn beste niveau. Die mentaliteit wil ik de rest van mijn carrière meenemen. Elke koers kan de laatste zijn om te winnen. Ik ben in 2020 enorm gegroeid. Mentaal, maar ook fysiek.”

Ondanks dat Stuyven vorig jaar uiteraard Omloop Het Nieuwsblad won, is het voor Pedersen – met zijn palmares – ook het moment om misschien het absolute kopmanschap op te eisen in de klassiekers. “Sommige mensen zouden dat inderdaad doen”, bekent hij. “Maar Jappe en ik hebben een goede band. Daarnaast kunnen we twee kaarten spelen, wat ons als team sterker maakt. Wij zijn een paar koningen, om in kaarttermen te blijven. Dat is geen slechte hand om te hebben in een pokerspel. Ik denk daarom dat het beter is om met twee sterke mannen over te blijven in de diepe finale. Het kopmanschap deel ik dus graag met Jasper.”

Stuyven en Pedersen tijdens de jongste Tour – foto: Cor Vos

Met winst in Gent-Wevelgem 2020 en een tweede plek in de Ronde van Vlaanderen 2018, liggen de Vlaamse hellingen Pedersen dus wel. In de Hel van het Noorden kwam hij nooit verder dan plek 51 (2019). “Toch kan ik die wedstrijd het beste aan”, vindt de jongeling. “Geen twijfel, ook al is dat nu gek om te zeggen. Dat komt ook doordat jongens als Julian Alaphilippe het op de een of andere manier leuk vinden om zich te meten in de Ronde van Vlaanderen. Dat maakt het voor mij een stuk lastiger om hen te volgen op de hellingen. Roubaix is ook mijn droomkoers om te winnen. Als junior is me dat al gelukt. Je krijgt dan zo’n kleine kassei als prijs. En daar zou ik thuis maar wat graag de grote kassei naast zetten.”

Dromen over de Tour de France
Na Parijs-Roubaix zal de ex-wereldkampioen zijn zinnen zetten op de Ronde van Frankrijk. Afgelopen seizoen sprintte Pedersen in de eerste en laatste etappe al naar een tweede plek. Dat sprinten ging hem in 2020 sowieso voor de wind. “Ik weet dat ik een goede sprint kan rijden, maar normaal gezien wel in kleinere groepjes na een zware koers. Massasprints winnen (zoals in de BinckBank Tour en de Ronde van Polen, red.) had ik niet meteen verwacht. Het maakt me overigens nog geen topsprinter. Als ik tien sprints rijd tegen Sam Bennett, zal ik ze alle tien verliezen. Maar ik geloof er wel in dat ik spurts kán winnen.”

Of dat goed genoeg is om massaspurts te winnen in de Tour, dat weet hij niet. “Mijn ambities liggen daar ook niet echt. Mijn liefde voor de klassiekers en de kasseien is daarvoor te groot. Als ik me vol op de sprint richt, ga ik kracht inboeten in het voorjaar. Ik ben er niet klaar voor om dat al op te geven. Ik houd veel meer van de klassiekers dan dat ik sprinten leuk vind. Neemt niet weg dat ik op dat vlak het allerbeste wil, zolang ik daarvoor maar niets hoef in te leveren in de klassiekers. Dat is op dit moment het belangrijkste voor mij. Maar wie weet heb ik het over vijf jaar gehad met de klassiekers en zet ik dan vol in op de sprints.”

Jagen op het groen in de Tour, zoals hier in de slotrit in Parijs – foto: Cor Vos

Met zijn capaciteiten als renner, zijn inhoud en zijn sprintkwaliteiten, zou Pedersen in de toekomst wellicht een uitdager voor Peter Sagan kunnen zijn in de strijd om de groene trui als winnaar van het puntenklassement in de Tour de France. “Dat zou ik zeker willen”, klinkt hij vastberaden. “Voor 2020 dacht ik er niet aan. Maar ik zie daarvoor nu de mogelijkheden. Ik ga je nog niet beloven dat ik die handschoen dit jaar al oppak, maar ik zeg er ook geen ‘nee’ tegen. Als de Tour perfect voor mij is, waarom zou ik het dan niet eens proberen? Het is toch gaaf als er straks een groene trui aan de muur hangt, als je ooit stopt met koersen.”

Rijst meteen de vraag of hij ook niet die andere trui wil bemachtigen. In 2022 start de Ronde van Frankrijk immers in Kopenhagen, de hoofdstad van Denemarken. “De gele trui zou nog mooier zijn”, droomt hij hardop. “Heel diep in mijn achterhoofd speelt dat wel. Ik ga er álles aan doen om volgend jaar het geel te pakken tijdens de openingsrit. Tijdens de tweede rit passeren we op tweehonderd meter van mijn eigen huis. And men, it would be a good story to say I passed – in the biggest bikerace in the world – ín the leadersjersey down there. Dus ja, het speelt in mijn hoofd. Maar laten we eerst het komende seizoen maar even afwerken.”

En als hij dit jaar één koers moet aanwijzen die hij per se wil winnen, is hij resoluut. “Het WK. Kan ik alsnog die foto’s in Vlaanderen en Roubaix realiseren”, knipoogt Pedersen.

Voorlopig programma flag-dk Mads Pedersen in 2021
flag-fr Ster van Bessèges
flag-pt Volta ao Algarve
flag-be Omloop Het Nieuwsblad
flag-be Kuurne-Brussel-Kuurne
flag-fr Parijs-Nice
flag-it Milaan-San Remo
flag-be E3 Saxo Bank Classic
flag-be Gent-Wevelgem
flag-be Dwars Door Vlaanderen
flag-be Ronde van Vlaanderen
flag-fr Parijs-Roubaix
Geen hoogtestage

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.