Mike Teunissen over natte Parijs-Roubaix: “Crosservaring gaat het verschil maken”

Mike Teunissen over natte Parijs-Roubaix: “Crosservaring gaat het verschil maken”

Teunissen en Van Aert tijdens de verkenning - foto: Cor Vos

zondag 3 oktober 2021 om 07:30
Interview

Jumbo-Visma trekt zondag met de gedoodverfde topfavoriet Wout van Aert naar Parijs-Roubaix. Na hem in de pikorde staat Mike Teunissen, die bij de laatste editie van de Helleklassieker de beste man was voor de Nederlandse ploeg. Hij werd toen zevende. Maar volgens Teunissen telt dat niet meer, eens te meer omdat we zondag voor het eerst in negentien jaar een natte editie lijken te krijgen. De Limburger vindt dat Van Aert en diens eeuwige rivaal Mathieu van der Poel als veldrijders daardoor een groot voordeel hebben. “Maar ik ook”, vertelt hij in een openhartig interview met WielerFlits. Vandaag deel één.

Het is donderdagnamiddag als Mike Teunissen in de bus terug zit naar het hotel en wij hem – via een gebrekkige lijn vanwege het grensgebied – bellen. Hij heeft net de laatste verkenning met zijn ploeg Jumbo-Visma achter de rug. Opvallend: ze reden slechts tot Orchies, dat komende zondag op zestig kilometer van de aankomst ligt. De Nederlandse ploeg doet dit bewust. Tot op dat punt is het zaak voor de knechten van Van Aert om hem optimaal te ondersteunen. De verwachting is dat het daarna ieder voor zich is. Voor de WVA-fans, geen paniek: de kopman verkende samen met Pascal Eenkhoorn op 1 september al de finale.

Verkenning zonder Mons-en-Pévèle en Carrefour de l’Arbre
Geen veeg teken aan de wand, verzekert Teunissen. “Ik kom hier al van bij de beloften en heb al meer dan tien keer op die stroken gereden”, zegt de Limburger, die de U23-editie in 2014 wist te winnen. “Op een gegeven moment weet je dan waar een gootje ligt, waar een put zich bevindt, waar je links-rechts rijdt en waar je moet opletten. Dat zit in mijn hoofd. Wat dat betreft heeft deze wedstrijd niet zo heel veel geheimen meer voor mij. Dan kan ik wel vijftig kilometer door rijden, maar ik weet wel hoe het daar ligt. Plus: de eerste stroken zijn wél veranderd. Hoe je het wendt of keert, die zijn misschien wel het allerbelangrijkste.”

Van Aert, Edoardo Affini en Teunissen op de donderdag voor Roubaix – foto: Cor Vos

“Je komt daar met een heel peloton op afgestormd”, gaat hij verder. “Positioneren op die eerste stroken is daarom van vitaal belang voor het verdere verloop van de koers. Als je in een verkenning dan plekken kan vinden waar je tijdens de koers mogelijk kunt opschuiven, dan kan dat een heel groot verschil maken. En zo kun je ook meer steun bieden aan Wout. Die fase is superbelangrijk. De koers gaat door de voorspelde weersomstandigheden daar al in een plooi vallen. Daarna zullen de sterksten overleven en is positioneren niet langer zo heel belangrijk, omdat er dan meer ruimte ontstaat om je weg op de stenen te vinden.”

Teunissen zelf reed dus niet meer door naar Carrefour de l’Arbre; de finale verkennen zoals Van Aert en Eenkhoorn deden, daar paste hij voor. De laatste keer dat-ie er reed was dus tijdens de laatste Parijs-Roubaix. “Da’s ook wel een mooie: ik kom hier ook niet voor de lol”, lacht de klassiekerspecialist. “Ik rijd niet voor mijn plezier over kasseien. Het is één bak ellende. Er is maar één dag in het jaar dat het op zich wel mooi is om te doen. Dat is nu zondag. Verder blijf ik bij deze streek ver uit de buurt. Door de voorspelde regen krijgt alles ook weer een heel nieuwe dimensie, die we niet kennen. Dat kun je ook niet verkennen.”

“Op de eerste stroken krijg je nu ontzettend veel stress”, denkt hij hardop. “Positioneren is daarom zondag nóg belangrijker dan normaal. Ik durf wel te zeggen dat ik van dit deelnemersveld bovengemiddeld over kasseien rijd. Maar als ze vlak langs je onderuitgaan, heb je daar niets aan. Toch denk ik dat de veldrijders in het voordeel zijn. Je weet net even beter hoe je fiets aanvoelt in dit soort omstandigheden. Als je fiets begint te schuiven, weet je wat je moet doen. Je handelt dan bewust in plaats van in een reflex. Van vroeger uit ben je dat als crosser veel meer gewend”, legt de U23 wereldkampioen veldrijden van 2013 uit.

Teunissen werd in Louisville wereldkampioen cross, Van Aert was destijds derde – foto: Cor Vos

Kansen in het achterhoofd
Jumbo-Visma zet alle ballen op Van Aert. Ook Teunissen zal zich voor hem wegcijferen, als laatste man welteverstaan. “Met Wout hebben we de topfavoriet”, is de nummer zeven van de laatste editie duidelijk. “Ik hoef dus in principe slechts als laatste aan de bak in de laatste fase van de wedstrijd. Daarop voortbordurend: ondersteunen hoeft niet alleen door op kop te rijden, dat kan ook op een andere manier. Als er een mooie groep wegrijdt, kan ik ook mee springen en zo Wout in een zetel daarachter laten zitten. Dat is ook al sinds ons eerste voorjaar zo. Alles wat ik in koers doe, is voor hem en om hem beter in positie te brengen.”

De Nederlander is goed in vorm en vindt met Parijs-Roubaix ook zélf de klassieker die hem het beste ligt. Gezien zijn prestaties in het verleden, mag hij ook zelf ambities hebben. “Dat hoeft elkaar niet te bijten. Als er een groep met schaduwfavorieten gaat, dan is dat juist een heel mooi moment voor mij om mee te zitten. Dan hoeft Wout achter ons niet te koersen en ik voorop niet, omdat mijn kopman daarachter zit. In zo’n situatie hoeven wij de koers niet te dragen. Daar kan het mes aan twee kanten snijden. Ik zet mezelf achter Wout in de pikorde. Maar ik hoef me niet volledig op te offeren, om na honderd kilometer klaar te zijn.”

Zodoende is er wat mogelijk voor Teunissen, die naar eigen zeggen in 2019 met overschot rondreed en het beter had kunnen doen dan plek zeven. Bovendien is Roubaix bij uitstek een koers die door outsiders te winnen is. Denk bijvoorbeeld aan Mathew Hayman of Johan Vansummeren. “Dan durf ik zelfs te zeggen dat zij toen nog iets meer outsider waren dan dat ik dat nu ben. Ik moet scherp zijn in de voorfinale. Daar gaat een kleine groep over zijn, er zullen demarrages volgen en dan kijken de kopmannen naar elkaar. Dat is een belangrijk moment voor Nathan Van Hooydonck en mij om mee te zitten. Dan is er heel veel mogelijk.”

Teunissen tijdens zijn laatste Roubaix – foto: Cor Vos

“Er liggen kansen, ja”, beantwoordt hij desgevraagd, om er meteen aan toe te voegen dat het voor Teunissen niet de hoofdmoot is. “Als ik mee spring, is dat beter dan wanneer ik er achteraan moet rijden, dat we de hele ploeg oproken en dat er vervolgens niemand meer is als het gat is dichtgereden. Die momenten komen zo vaak voor in de koers. Het is sowieso goed om actief in de wedstrijd te blijven. Daar liggen voor mij gewoon kansen. Maar het is vooral in het achterhoofd om Wout zo goed mogelijk te ondersteunen. Alleen kan ik zo wel kansen voor mezelf scheppen. En inderdaad, dat is leuk. Daar ga ik geen ‘nee’ tegen zeggen.”

Veldrijder Dylan van Baarle
Van Aert en Van der Poel blijven de topfavorieten, zeker als het nat is en zij hun techniek uit het veldrijden kunnen gebruiken. Maar Teunissen waarschuwt voor een ander scenario. Een leuke anekdote volgt: “Pas op Dylan van Baarle. Tijdens de afgelopen WK-week hebben we het er in de Nederlandse ploeg ook nog over gehad. Cross-ervaring schijnt zondag toch wel een voornaam dingetje te zijn, als het nat is. We moesten toen allemaal terugdenken aan de nieuwelingen-cross van Loenhout. Van Baarle heeft die ooit eens gewonnen, voor ons allemaal. Het grappige is: het was toen strak bevroren, dus het was een veredeld criterium.”

Teunissen lacht zich rot als hij dat verhaal oplepelt. “Maar hij won daar wel die cross, dat was mooi. Sindsdien is Dylan onder ons ook altijd crosser geweest”, grinnikt de Limburger. “Toen ging het natuurlijk ook al over Roubaix en zeiden we dat de crossers daar bij natte weersomstandigheden in het voordeel waren. Waarbij we toen meteen zeiden: dan moet Dylan ook bij de topfavorieten! Zonder gekheid: de kans dat hij kan winnen, acht ik zeker aanwezig. Iedereen weet dat hij moet wegrijden en solo moet aankomen, maar dat kán hij wel. Julian Alaphilippe moest op het WK ook van Van Aert en Van der Poel af. Het kan wel.”

Van Baarle zit Teunissen en co op de hielen – foto: Cor Vos


In deel twee van dit interview – dat in de week ná Parijs-Roubaix volgt – staat Teunissen uitgebreid stil bij zijn ontwikkeling en waarom hij denkt dat hij nog stappen kan én moet zetten. “Ik ben nog altijd op zoek naar de vorm die ik in 2019 had”, zegt hij onder meer.

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.

Headlines

Materiaalzone

Populair