Mike Teunissen trekt met opdracht de winter in: “Er moet nog iets bij voor het voorjaar”

Mike Teunissen trekt met opdracht de winter in: “Er moet nog iets bij voor het voorjaar”

foto: Cor Vos

donderdag 21 oktober 2021 om 09:00
Interview

Het seizoen van Mike Teunissen eindigde na Parijs-Roubaix een beetje in mineur. De kasseienspecialist kwam er in de Hel van het Noorden niet aan te pas. Dat had te maken met ziekte, waarna hij na Binche-Chimay-Binche besloot Parijs-Tours niet meer te rijden. Komende winter hoopt de renner van Jumbo-Visma weer een stap te zetten in zijn ontwikkeling, die naar eigen zeggen al twee jaar stilstaat. “Ik weet ook wel hoe dat kan. Maar ik weet ook dat het er nog in zit en dat er nog wel het een en ander mogelijk is”, vertelt Teunissen aan WielerFlits.

Het wielerseizoen 2021 begon voor Mike Teunissen pas op 12 mei. Niet omwille van corona, maar omwille van een spierscheuring in zijn bovenbeen die hij opliep bij een valpartij tijdens een trainingskamp in januari. Zijn geliefde voorjaarsklassiekers moest hij thuis voor de buis volgen. Daarna volgde begin mei dus zijn eerste wedstrijd, in de Ronde van Hongarije. De Limburger werd meteen tweede in de derde etappe, waarin Phil Bauhaus net iets sneller was. Daarna vond hij steeds meer zijn weg, vooral na de Tour de France. “Maar ik merkte doorheen het seizoen dat mijn basisconditie niet was hoe het moest zijn. Het eindschot ontbrak er ook steeds een beetje aan. Ik kon goed volgen en bij koersen op een wat lager niveau kon ik ook wat makkelijker meedoen. Alleen ik voelde dat het ‘em nét niet was.”

“Anderzijds ben ik wel blij dat het dit seizoen zo goed is gegaan”, blikt de klassiekerspecialist daarop terug. “Het NK op de weg (vierde, red.) was de eerste koers waarin ik weer een hoog niveau haalde en misschien wel de beste in koers was. Daar deed ik veel vertrouwen op voor de afgelopen Tour en ook dat ging goed. Daarna bleef het in een gestage opwaartse lijn gaan. Dat geeft vertrouwen. De basis was alleen niet goed genoeg. Dat zag je ook terug op het WK. Het ontbrak me daar om écht dat laatste stukje goed te maken; toen de beslissende groep wegreed kreeg ik het net niet dicht. Daarvoor heb ik een goede winter en een goede voorbereiding nodig. Van daaruit denk ik dat er in mijn groei nog wel iets mogelijk is.”

Teunissen werd 22ste op het WK – foto: Cor Vos

Lessen uit vorig blessureleed
Het litteken op zijn bovenbeen herinnert Teunissen nog elke dag aan de blessure van dit voorjaar. Eentje die hij relatief makkelijk verwerkt heeft. Dat alles had te maken met de kwetsuur die hij in 2020 had, toen hij na een val op een trainingskamp in Tignes half juli een knieblessure opliep. Daarvan leerde hij wijze lessen. “Toen was er ook veel onzekerheid. Dat ging met een stap naar voren, een stap naar achteren. Af en aan, zeg maar. Daar heb ik toen leren kunnen omgaan met een lange blessure. Van daaruit ben ik met een frisse herstart de winter ingegaan. Toen zijn we opnieuw begonnen met het idee dat het goed ging komen. En toen ging het in januari dus weer mis. Hetzelfde liedje begon toen eigenlijk opnieuw.”

“Ik wist door de knieblessure nu wel wat ik moest doen, dat scheelde wel”, legt hij uit. “Deze blessure was ook wat overzichtelijker: operatie, gevolgd door een x-aantal revalidatieweken. Dan moet je er gewoon maar weer tegenaan, want er zat niets anders op. Ik heb door die knieblessure wel steeds het vertrouwen gehad dat het goed zou komen. Ook vanuit de ploeg zeiden ze steeds dat ze me erbij wilde houden voor de Tour, omdat ze dachten dat ik er erg belangrijk kon zijn. Als je dat soort dingen hoort, dan geeft dat nog meer moraal om te blijven knokken en terug op niveau te komen. Dat vertrouwen was heel fijn en daarom was het ook lekker dat het tegen het einde van het jaar weer goed ging”, legt Teunissen uit.

Met derde plaatsen in de rondes van Denemarken en Noorwegen, een tiende plek in de Benelux Tour en een achtste stek in Eschborn-Frankfurt, liep het seizoen tot aan het WK niet raar voor Teunissen. “Ik was ook gewoon goed. Maar ten opzichte van 2019 is er toch al met al een soort van stilstand geweest in mijn ontwikkeling, in plaats van dat ik die vooruitgang van ieder jaar kon doorzetten. Dat is natuurlijk volkomen te verklaren door hetgeen ik tegengekomen ben. Komende winter ga ik proberen om een normale voorbereiding op het jaar te kunnen doen. Dan verwacht ik dat die lijn in mijn ontwikkeling zich terug omhoog kan doorzetten en dat komend voorjaar met een schepje erbovenop weer een ander verhaal is.”

Teunissen overdenkt zijn blessureleed – foto: Cor Vos

Vergelijking met Van Baarle
Wat dat betreft is het mooi om een parallel te trekken tussen Mike Teunissen en generatiegenoot Dylan van Baarle. Beiden genoten hun opleiding bij Rabobank, beiden zijn klassiekerspecialisten en beiden golden als groot talent. Waar Van Baarle dit jaar zijn eerste semiklassieker (Dwars Door Vlaanderen) won en zilver veroverde op het WK, kan Teunissen – die het geel veroverde met zijn ritzege in de Tour de France 2019 en een jaar eerder tweede werd in Dwars Door Vlaanderen – diezelfde cijfers in de klassieke wedstrijden niet weerleggen. Spiegelen aan hem doet de Limburger echter niet. “Ik denk stiekem dat Dylan wel een onderschatte renner is. Hij wint niet zo veel en dan tel je al snel niet meer mee.”

“Maar als je kijkt waar hij rijdt, dan rijdt hij al een aantal jaar bij de ploeg die toentertijd de beste ploeg ter wereld was”, gaat Teunissen verder. “Dylan woont ook in Monaco. Hij rijdt zich bij INEOS Grenadiers in de ploeg voor de Tour de France. Dat is heel straf als je ziet welke renners allemaal deel van hun selectie uitmaken. Dylan laat daar dingen zien die ik niet kan. In dat geval kan ik me aan Van Baarle gaan spiegelen, maar dan weet ik dat ik tekort ga komen. Ik was wel benieuwd naar hem, want ik was bang dat Dylan een beetje te veel klimmer ging worden en dat hij te veel in het INEOS-stramien zou vallen. Maar je ziet nu ook wel dat hij zich is blijven ontwikkelen op het klassieke vak.”

Net daar is het raakvlak op het terrein waarin ook Teunissen wil excelleren. “Ik moet echter nog wel een stap zetten om op zijn niveau te komen. Dat is daarom een mooi streven voor komend jaar. Al is het nu ook niet zo dat Dylan me in de klassiekers rap uit het wiel rijdt. Zover sta ik er ook weer niet vanaf. Wout van Aert en Mathieu van der Poel zijn mannen die op het beslissende moment wegrijden. Ik moet nog meer naar het niveau toe groeien om er op het beslissende moment überhaupt nog bij te zitten. De ene keer lukt me dat wel, de andere keer niet. Dat moet ik consequenter kunnen waarmaken. Dylan kan dat dan vaak net wel. Dat is een concreet voorbeeld van waar ik naartoe wil groeien en dat moet beter.”

Teunissen in het wiel bij Van Aert tijdens Parijs-Roubaix 2021 – foto: Cor Vos

Vliegen onder het bewind van Wout: ‘Pijnlijk om de klassiekers op de tv te zien’
Bij zijn terugkeer naar Jumbo-Visma in 2019, was ook Van Aert nieuw bij de ploeg. Toen moest het voorjaar nog uitwijzen wie de toekomstige kopman ging zijn. Na twee gemiste reeksen met voorjaarsklassiekers en de groei van de Belg, heeft Teunissen die ambitie intussen geparkeerd. “Een kopmanschap met mijn huidige prestaties is totaal niet reëel, zeker niet met Wout in de ploeg. Het is ook niet iets waarmee ik me bezighoud. Het is meer dat mijn niveau beter moet worden. Dat ik altijd in een beslissende groep terecht kan komen, ze mij er niet afschieten en dat het mij van daaruit perspectieven biedt. Dan hoef ik niet eens kopman te zijn. Ik denk juist dat het mijn positie versterkt als ik dat niet ben.”

Anticiperen is dan niet langer meer de boodschap. Creëren is straks het devies. “Als ik in staat ben om dat spel komend voorjaar met Wout te spelen, dan is er heel veel mogelijk. Anderzijds heb ik er ook helemaal geen problemen mee om iets voor Wout te doen. Sterker nog: dat doe ik al twee jaar, dat gaat best goed en we kunnen het met elkaar ook goed vinden. Maar natuurlijk blijf ik het ook mooi vinden om voor mezelf kansen te creëren. En daarvoor moet er nog een klein schepje bovenop. Daar ben ik eigenlijk al twee jaar naar op zoek. Dat is er nog niet van gekomen, maar daar blijf ik naar zoeken. Ik ben ieder jaar beter geworden, tot ik blessureleed begon te ondervinden. Nu hopelijk voorlopig niet meer.”

Teunissen is ervan overtuigd dat hij zijn plafond nog niet bereikt heeft. “Ik blijf daar hard voor werken. Dat is goed voor mezelf, maar ook goed voor de ploeg. Hoe meer mannen er van ons meezitten in de finale, hoe een betere leadout ik kan doen en hoe beter dat voor de rest ook is. Dat versterkt elkaar alleen maar, en daar ga ik voor. Dan maar geen kopman. Ik ben en blijf hongerig, juist na de laatste twee jaar. Afgelopen voorjaar heb ik de klassiekers moeten toezien op de bank. Dat is vrij pijnlijk…”, laat hij een stilte vallen. “Hoewel het alleen maar wielrennen is, heb ik daar echt moeite mee gehad. Alleen is het daardoor wel nóg meer gaan kriebelen om er alles voor te doen en ervoor te zorgen dat ik die laatste stap in mijn ontwikkeling kan zetten. Met als doel om meer van voren te eindigen in de klassiekers.”

Mike Teunissen vindt zijn weg wel. En anders baant hij hem zelf.

Van Aert en Teunissen na de perfecte leadout van die laatste in Parijs – foto: Cor Vos

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.