Nederlands beloftenkampioen Ryan Kamp: “Ik doe altijd mee voor de winst”

Door Damian van Dalsem, woensdag 27 november 2019 om 07:00
Nederlands beloftenkampioen Ryan Kamp: “Ik doe altijd mee voor de winst”

foto: Cor Vos

Nederlands kampioen veldrijden bij de nieuwelingen, junioren en beloften. Ryan Kamp heeft al een aantal mooie titels achter zijn naam staan. Vorig jaar werd hij als eerstejaars belofte nog verrassend nationaal kampioen in Huijbergen, nu is hij de grote man van Nederland bij de beloften. Hoog tijd voor WielerFlits om de jongeman uit het Brabantse Raamsdonksveer eens stevig aan de tand te voelen.


Kamp had in zijn jeugd niets met de wielersport. “Ik voetbalde en dat kon ik best degelijk. Ik was niet iemand waarvoor de scouts van de grootste voetbalclubs kwamen, maar in de klasse waar ik met mijn team speelde, kon ik goed mee”, legt de 18-jarige renner uit. “Het was door ons pa dat ik begon met wielrennen. Hij reed zelf altijd mee met de zondagochtend-groep en dat wilde ik ook een keertje. Toen hebben we een heel oude fiets gekocht met van die commandeurs op de buis. Dat kan ik mij nog goed herinneren”, glimlacht hij.

Het begon dus allemaal met het meefietsen op de zondagochtend, maar tijdens een vakantie in Italië werd duidelijk dat Kamp het wielrennen écht heel leuk vond. Voor de duidelijkheid: toen was Kamp nog altijd maar negen jaar oud. “Daar hebben we een nieuwe fiets gekocht, een blauwe aluminium Merida-fiets. Kort daarna ging ik voor een proeftraining naar De Jonge Renner, de plaatselijke wielervereniging in Oosterhout.” De Jonge Renner is het clubteam waar onder meer Jeroen Blijlevens, Roy Curvers en Stef Clement hun loopbaan begonnen.

“Ik had helemaal niet verwacht dat ik daar ook echt op de fiets zou zitten. Ik wilde hem ook helemaal niet meenemen”, legt Kamp uit over zijn eerste training bij De Jonge Renner. “Mijn vader zette dan toch de fiets achterop de auto. Na de training was ik zo verkocht aan het fietsen, dat ik gelijk mijn voetbalcoach opbelde en zei: ‘Ik stop met voetballen, want ik ga fietsen’. In 2011 kwam dan het moment dat ik helemaal verkocht was aan het wielrennen. Mijn pa deed toen mee aan Alpe d’Huzes voor de strijd tegen kanker. Dat vond ik zo’n mooi gebaar. Daardoor raakte ik helemaal gecharmeerd van het wielrennen.”

Ryan Kamp (rechts) – foto: Cor Vos

Veldrijden
De Nederlands kampioen bij de beloften was in het begin niet helemaal weg van de cross. “Ik ben het veldrijden een beetje ingerold na mijn Nederlandse titel bij de nieuwelingen in Hellendoorn. Dat was het moment dat ik dacht: ‘Hé, misschien kan ik mij nu wat meer gaan focussen op het crossen.’ Ik werd na die titel ook gelijk benaderd door de ploeg van Frank Groenendaal. Dat hielp wel om mezelf meer toe te leggen op de cross. Was er een wegteam op mijn pad gekomen, dan had ik mezelf natuurlijk meer op het wegwielrennen gericht.”

Het veldrijden werd na zijn nieuwelingen-tijd pas echt serieus. Dat terwijl Kamp daar zelf eigenlijk totaal niet over nagedacht had. “Een trainer bij De Jonge Renner zei dat ik moest gaan crossen in de winter. Zo kon ik werken aan mijn techniek en was ik in de winter lekker bezig. Maar ik had helemaal geen crossfiets en bovendien waren die best duur en moest ik er goed over nadenken.” Toch nam de jonge Kamp het advies ter harte en werd er een crossfiets aangeschaft.

“Eigenlijk is dat best een leuk verhaal”, gaat hij verder. “Mijn eerste crossfiets heb ik namelijk gewonnen. Nu ja, eigenlijk mijn ouders. Zij hadden een lot gekocht waarmee je iets kon winnen. Mijn ouders wonnen dus een fiets, een stadsfiets wel te verstaan. We zijn toen met z’n drieën naar die fietsenzaak gegaan en hebben gevraagd of we die stadsfiets konden omruilen voor een veldritfiets. Dat was geen probleem. Alleen omdat de veldritfiets duurder was, moesten we wat bijbetalen. Het werd weer een Merida, een zwarte met groene accenten van aluminium.”

Ryan Kamp – foto: Cor Vos

Ontwikkeling
Bij de junioren begon Kamp aan een nieuw hoofdstuk uit zijn carrière. In deze periode kwam hij uit voor de ZZPR-Orange Babies-ploeg. Kamp kijkt met goede gevoelens terug op deze twee jaren. “Ik heb bij ZZPR op een goede, geleidelijke manier stappen kunnen zetten. Het belangrijkste was dat dit ook zonder stress gepaard ging”, legt hij uit. “Uitslagen zijn bij die ploeg niet het belangrijkst. Natuurlijk, je moet ergens wel resultaten rijden, maar als je een keer op het podium eindigt en het weekend erna eindig je als twintigste, dan maakt dat niet uit.”

Door zijn prestaties bij de junioren (waar hij brons pakte op het WK veldrijden, Nederlands kampioen werd en zeven crossen op zijn naam wist te schrijven) kreeg hij een plek in de Marlux-Bingoal-ploeg van teammanager Jurgen Mettepenningen. “Dat was een droom die uitkwam! Ik had eventueel nog wel een jaar of twee voor ZZPR kunnen blijven crossen, maar dit was een kans die je niet vaak krijgt”, denkt Kamp terug.

Als eerstejaars belofte had hij het in het begin lastig, mede doordat hij telkens vanuit de achtergrond moest starten. “Bij je overstap naar de beloften verlies je al je UCI-punten die je bij de junioren hebt vergaard. Daardoor moet je achteraan starten en is het gewoon extreem lastig om punten te scoren. Als eerstejaars zijn vooral de Wereldbekers een kans om punten te vergaren, want daar krijgt de top-15 punten. Bij andere crossen is dat alleen de top-5 of de top-10”, legt hij uit.

Volgens de 18-jarige Kamp is dit een slechte zaak. “Sinds vorig jaar rijden de beloften en de elite samen tijdens de Superprestige. Dan kan je al fluiten naar punten. De oorzaak van dit probleem is de populariteit van het vrouwenwielrennen. Zeker in Nederland gaat heel goed daarmee, maar wij als beloften zijn wel de dupe van de programma-wijziging. Aan de andere kant heeft het wel zijn charmes: de beste eerstejaars komen vanzelf boven drijven, alleen duurt dat een half seizoen.” Dat gold ook voor Kamp, die dankzij de UCI-punten na zijn Nederlandse titel verderop de startrij mocht starten. Daarna werd de Brabander een vaste waarde in de top-10.

Hoe anders is dat in zijn tweede seizoen bij de beloften. Dit jaar is de Nederlands kampioen voor bijna elke cross topfavoriet. “Dat is wel een gaaf gevoel. Ik rij nu eigenlijk altijd voor de winst, dat geeft gewoon een adrenalinekick. Zeker als je de laatste ronde ingaat, dan gaat er een bepaald gevoel door je hele lichaam en doe je er alles aan om te winnen. Vaak kan je dan net wat meer. Bij de junioren won ik zeven crossen. Na drie of vier keer gaat dat wel wennen. Dan denk je al snel dat het normaal is om te winnen. Dat heb ik nu ook weer”, vertelt Kamp trots.

Ryan Kamp – foto: Cor Vos

Huidige veldritwinter
De 18-jarige renner van Pauwels Sauzen-Bingoal combineert op dit moment zijn carrière als veldrijder met een studie aan de Johan Cruijff University in Roosendaal. Daar studeert hij Marketing en Communicatie. “De studie is gelukkig niet zo moeilijk en de school is heel gemakkelijk in de omgang. Dat is fijn. Als je van tevoren aangeeft: ‘Ik moet dan en dan op trainingskamp of ik moet naar Tábor’, dan krijg je gewoon vrijstelling van de lessen. Die hoef je later ook niet in te halen,” legt hij uit.

Met zijn toekomst is de Nederlandse veldrijder nog niet echt bezig. “Ik wil eerst mijn periode bij de beloften zo goed mogelijk benutten. Ik weet nog niet of ik drie of vier jaar als belofte wil rijden. Op dit moment ben ik echt bezig met dit seizoen, waarin ik het nog druk ga krijgen.” Daarmee bedoelt Kamp dat hij in alle klassementen vooraan staat en ze het liefst allemaal zou willen winnen. “In de DVV Verzekeringen Trofee sta ik aan de leiding, maar die gaat er helaas tussenuit vallen. Ik heb samen met mijn trainer de cross in Kortrijk over het hoofd gezien. Ik zit dan op Mallorca voor anderhalve week, dat was even een bittere pil die ik moest slikken (een tussenvlucht naar België behoorde niet tot de mogelijkheden, red.). Voor de rest is de Wereldbeker altijd een belangrijk doel.”

Ryan Kamp (links) – foto: Cor Vos

Ook in de Superprestige staat de Nederlands kampioen bij de beloften tweede in het algemeen klassement, achter de Brit Tom Pidcock. “Het is raar dat ze hem als belofte zien. Hij heeft nog wel de leeftijd van een belofte, maar Pidcock rijdt alles bij de elite. Ik heb begrepen dat hij nu écht als elite geldt, aangezien hij het EK tussen de elite mannen heeft gereden”, vertelt Kamp ietwat gefrustreerd. “Als Pidcock bij de volgende manche van de Superprestige nog steeds bovenaan het beloftenklassement staat, gaat mijn ploegleider Gianni Meersman aankloppen bij de jury. Volgens de regels is hij nu geen belofte meer.”

Toekomst
Naast het veldrijden kijkt de Nederlands kampioen ook met een schuin oog naar het wegwielrennen. “Mijn grote idool is Zdeněk Štybar, hij heeft na een aantal jaar crossen ook de overstap gemaakt naar de weg. Zelf zie ik zoiets ook wel zitten over een jaar of tien, maar dan moet ik het eerst in het veld tot de profs schoppen. Als dat niet lukt? Naast het wielrennen houd ik ook heel erg van auto’s en vrachtwagens. Het liefst groei ik uit tot de profs of blijf ik in de sport. Maar mocht dat beide niet kunnen ,dan lijkt mij een beroep als vrachtwagenchauffeur ook leuk. Net als ons pa”, zegt hij geamuseerd.

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.