Paul Seixas aast na Luik op winst in monument: “Het bewijs is geleverd, ik heb echt een stap gezet”
Interview Paul Seixas heeft zijn visitekaartje voor de zoveelste keer afgegeven. Na zijn zege in de Waalse Pijl was hij in Luik-Bastenaken-Luik de enige die het Tadej Pogačar moeilijk kon maken in de absolute finale. De 19-jarige sensatie van Decathlon CMA CGM heeft daarmee voor zichzelf antwoord op vragen die hij eerder had: een monument winnen, dat moet binnen zijn mogelijkheden liggen. En die strijd tegen Pogačar? “Hij zei dat hij blij was te horen dat het mij pijn deed, want het deed hem ook pijn”, vertelde Seixas na Luik in de persconferentie.
Is dit een nederlaag tegen Pogačar, of juist een immense prestatie om als tweede te eindigen in een monument. Wat is jouw gevoel daarover?
“Zoals ik altijd zeg: ik sta aan de start van een koers om te winnen. Maar goed, we weten dat Pogačar de laatste jaren dominant is, dus hem überhaupt kunnen volgen was al heel wat. Ik denk dat ik stappen moet zetten zonder fasen te overslaan. In Strade Bianche lukte het me niet om zijn eerste aanval te volgen, en dit keer lukte dat wel. Ik ben blij met mijn prestatie, maar ik denk vooral aan het goede werk van de ploeg.”
“In Strade zat ik wat geïsoleerd, waardoor ik niet in zijn wiel zat toen hij aanzette. Ik zat dankzij de ploeg de hele dag perfect geplaatst. Daardoor kon ik aanhaken, want ik zat echt volledig op de limiet. Dat kleine beetje extra door in zijn wiel te zitten, dat betekent veel.”
Dit is nu de vijfde keer dat je tegen Pogačar koerst en je komt steeds dichterbij. Wat ontbreekt er nog om hem uiteindelijk te kunnen verslaan?
“Kracht, denk ik. Dat lijkt me duidelijk. Ik moet gewoon blijven groeien. Je ziet zijn niveau… Hij is een van de grootste renners aller tijden. Om hem te kunnen volgen en tegen hem te strijden tot aan de Roche-aux-Faucons, en er ontbrak niet veel om met hem de top over te ronden, dus dat is positief. Er is nog werk aan de winkel, dat is normaal, maar ik ben tevreden met deze koers.”
Dat duel op La Redoute was het beeld van de dag. Zat je echt op je limiet tussen de top van La Redoute en de Roche-aux-Faucons?
“Ik zat echt aan het einde van mijn latijn op La Redoute. De snelheid waarmee we naar boven reden… ik dacht: “Hoe lang houd ik dit nog vol?”. Het was een waanzinnig tempo. Er was niet veel meer nodig geweest of ik had moeten lossen. Ik zat echt op het breekpunt. Daarna heb ik me zo goed mogelijk vastgebeten.”
“Het deed deugd om even te kunnen ademen en goede overnames met hem te doen om de nodige voorsprong uit te bouwen. Op de Roche-aux-Faucons speelde het zich af op de pedalen. Hij was sterker. Het scheelde niet veel, maar het is zoals het is.”
Tadej Pogačar zei in zijn interview dat je hem erg geïmponeerd hebt. Wat deed dat met je en wat hebben jullie tegen elkaar gezegd na de streep?
“We zeiden tegen elkaar dat het een erg zware dag was en dat we onszelf moesten pushen. Ik zei hem dat hij me vanaf La Redoute tot het uiterste had gedreven. Hij zei dat hij blij was te horen dat het mij pijn deed, want het deed hem ook pijn. Hij blijft indrukwekkend, hij was de sterkste en dat moet je respecteren.”
Denk je dat je ook nog wat inhoud en wedstrijdhardheid mist? Je hebt immers nog niet veel ervaring met dit soort zeer lange wedstrijden.
“Ik denk dat we zagen dat het een duel op brute kracht was. Natuurlijk helpt inhoud en ervaring altijd, maar de koers was niet heel ingewikkeld: de ploegen reden tempo, je moest in de wielen blijven en op het juiste moment reageren. Ik zat in zijn wiel, dat was cruciaal. Ik had niet veel beter kunnen doen qua positionering. Misschien had ik kortere beurten kunnen doen in de aanloop naar Roche-aux-Faucons, maar het was een man-tegen-man-gevecht waar we allebei op rekenden.”
“Ik wilde ook niet het spelletje spelen van ‘aanhaken en korte beurten geven’ met het risico hem te irriteren of de anderen te laten terugkeren. Ik denk dat er niet veel meer in zat. Op een ander koersscenario had ervaring wellicht meer gespeeld, maar dit keer was het een scenario dat me gunstig gezind was omdat de koers erg hard was. Dat liet me toe mijn fysieke capaciteiten te tonen zonder dat ervaring de overhand nam. Dat is wat me die tweede plek opleverde.”

foto: Fotopersburo Cor Vos
Je zei dat je je programma na de Ardense klassiekers zou onthullen. Heeft deze prestatie, waarbij je streed met Pogačar in een groot monument, je gedachtes over de rest van je seizoen beïnvloed?
“Vorig jaar deed ik het al goed in Lombardije, maar er bleven vragen over meestrijden voor de winst in een monument. Nu is het bewijs geleverd. Ik heb echt een stap gezet. De zwaarte van de koers ligt me wel omdat ik inspanningen vaak kan herhalen en goed herstel. Dat zagen we ook in het Baskenland.”
Bevestigt dit ook dat je voorbereiding goed was?
“Ja, de Ronde van het Baskenland was erg zwaar en hielp me om de Ardense klassiekers voor te bereiden. Het was bepalend voor mijn voorbereiding op de Waalse Pijl en Luik. De ploeg heeft me daar uitstekend in begeleid met een interessant programma. De balans van deze seizoensstart is meer dan bevredigend: een overwinning in de Waalse Pijl, tweede in een monument als Luik… wat kun je nog meer vragen, behalve alles winnen?”
Binnen de ploeg zeggen ze dat je ooit een monument gaat winnen. Sta je daar ook zo in?
“Er is geen enkele zekerheid in het leven tot je het gedaan hebt. Maar nu ik tweede ben geworden, is de ambitie natuurlijk om er een te winnen. Je moet ambitieus zijn en ik ga daarvoor werken.”
Wanneer wordt de rest van je programma bekendgemaakt?
“Ik heb volgende week een gesprek met de ploeg om dat vast te leggen. Voorlopig weet ik nog niets.”

Om te reageren moet je ingelogd zijn.