Pidcock wil wedijveren met Van Aert en Van der Poel: “Volgend jaar al, als het aan mij ligt”

Pidcock wil wedijveren met Van Aert en Van der Poel: “Volgend jaar al, als het aan mij ligt”

foto: Trinity Racing

zondag 27 september 2020 om 08:30

Chris Froome, Geraint Thomas, Adam en Simon Yates hadden op het loodzware WK-parcours van Imola een serieuze gooi naar de regenboogtrui kunnen doen. Geen van hen is er zondag echter bij. De Britse hoop is gevestigd op de schouders van Tom Pidcock, die hier als een van de weinige beloften start. “Ik kom vooral om te leren”, vertelt hij in gesprek met WielerFlits.

Tijdens de Tour de France vond in Italië een van de weinig overgebleven, grote koersen voor beloften plaats. Door de kaskraker in Frankrijk sneeuwde de show in de laars van Europa hevig onder. Zonde, want de koers had een prachtig parcours en dito deelnemersveld. De Ronde van Italië voor U23-coureurs deed namelijk drie bergetappes aan, waarvan de laatste onder meer over de Mortirolo ging. Eindlaureaat na acht dagen koers: Thomas Pidcock. Reden genoeg voor ons om eens met het multitalent te bellen. “Zeg maar gewoon Tom, hoor. Dat heeft mijn voorkeur”, vertelt de 21-jarige Brit aan de andere kant van de lijn.

Oppermachtige Giro d’Italia U23 voorbode voor de toekomst
Dat het Pidcock in de Giro zo voor de wind ging, had hij drie weken daarvoor niet durven voorspellen. De corona-break maakte hem onrustig. “Voor het Europees kampioenschap tijdrijden U23 was ik super nerveus, meer dan ik in de laatste jaren ben geweest. Ik had geen idee hoe ik ervoor stond, maar ook niet hoe de vorm van de concurrentie was. Ik ging daarheen om te winnen en uiteindelijk werd ik vierde. In eerste instantie was ik geërgerd. Maar later realiseerde ik me dat ik toch een sterke tijdrit had afgewerkt. Ik reed zelfs mijn beste waardes ooit. Die prestatie was dus eigenlijk heel erg goed, als ik er nu op terugkijk.”

Vastberaden trok hij na het EK – waar hij de wegwedstrijd bij de profs reed en zich in de finale een aantal keer liet opmerken – richting Italië. Na een snikhete openingsdag zorgde de regen de dagen nadien voor een uiterst hectische koers. Pidcock kwam er zonder te vallen doorheen, maar dat vergde wel veel van zijn concentratie. “Ik ging naar deze koers toe om te winnen. Ik wist dat ik goed zou zijn na mijn optreden op het EK, maar ik had geen idee of ik ook de beste in koers zou zijn. Na een aantal vlakkere etappes doken de bergen op en daar voelde ik wel snel dat ik de sterkste was. Dat was toch een soort opluchting.”

Pidcock was koning, keizer en admiraal in de Giro – foto: IsolaPress

De Brit liet niets aan het toeval over, won alle bergetappes en pakte de eindzege. “Laat ik zeggen dat ik aan mijn eigen verwachtingen voldeed. Na de Tour de l’Avenir (waar hij na een val moest opgeven, red.) en Tour Alsace vorig jaar, wist ik dat ik goed kon klimmen in dit veld. En ik weet ook dat ik goed kan recupereren, waardoor ik de laatste dagen niet opeens instort vanwege vermoeidheid. Dit jaar zijn er maar heel weinig boxes to tick. Daarom was het goed om juist deze te kunnen aanvinken. De Giro is een erg grote en prestigieuze koers om te winnen. Maar voor mij staat die niet zo hoog aangeschreven als een wereldtitel.”

Pidcock schrijft dus – na de Tour Alsace 2019 – de tweede zware rittenkoers bij op zijn palmares, waar ook al zeges in de junioren- en belofteneditie van Parijs-Roubaix op prijken. “Maar ik ben meer een klimmer”, vindt de hoofdpersoon in kwestie. “Dat de klassiekers goed gaan, komt gewoon door het feit dat ik goede technische kwaliteiten heb. Een crosser zal zijn techniek doorgaans altijd uitbuiten tegen pure wegrenners. Neem nu Parijs-Roubaix als voorbeeld. Die wedstrijd draait niet louter om kracht, maar ook om hoe je dat vermogen overbrengt op je pedalen terwijl je over de kasseien rijdt. Dat is een aparte bekwaamheid.”

Ronderenner, of toch klassiekers?
Pidcock komt uit een echt wielernest. Al vanaf zijn derde levensjaar is hij op een fiets te vinden. Of dat nu op de weg, in het veld, op de mountainbike of – voorheen – op de baan was, dat maakte niet uit. Net als zijn vader dacht hij eigenlijk altijd uit te groeien tot een sprinter. “Bij de junioren kwam ik er voor het eerst achter dat ik erg goed kon klimmen. Ik was toen de beste klimmer in Groot-Brittannië. Mijn eerste jaar als U23-renner heb ik heel relaxt aangevangen en was ik misschien niet op m’n lichtste gewicht”, knipoogt hij. “Pas de laatste twee jaar reed ik ook de koersen waarin ik mijn klimcapaciteiten kon laten zien.”

De jonge Brit barst van het zelfvertrouwen en kickt op uitdagingen. Zou het voor de vederlichte pocketklimmer een doel kunnen zijn om te bewijzen dat een type als hij – net als vroeger – óók Parijs-Roubaix bij de profs kan winnen? “Goed punt. Zo heb ik er eigenlijk nog nooit over nagedacht. Maar het kan zeker. Denk maar eens aan Vincenzo Nibali tijdens de kasseienrit in de Tour de France van 2014. Hij liet daar aan de wereld zien dat het mogelijk is, al is een kasseienrit in een grote ronde natuurlijk compleet andere koek dan een eendagskoers. Maar klassementsrenners met techniek zouden dat moeten aankunnen.”

Pidcock wint op de wielerbaan van Roubaix in 2017 – foto: Cor Vos

Daaronder kunnen we Pidcock in de toekomst mogelijk dus ook scharen. Als hij nu moest kiezen tussen winnen op de wielerbaan van Roubaix of in het geel de Champs-Elysées oprijden, weet hij het wel. “Ik hoop beide!”, antwoordt hij gevat. “Op korte termijn denk ik dat wedstrijden als Strade Bianche erg goed bij mijn kwaliteiten passen. Parijs-Roubaix… Ja, wie weet. Maar bij de profs zijn de gasten die daar rond de 70-80 kilo wegen in het voordeel. Zij kunnen veel meer vermogen leveren dan ik kan. Maar ik vind het wel interessant om te zien hoe ik het zou doen ten opzichte van die mannen.”

Met zijn techniek, recuperatievermogen, explosiviteit én zijn bouw (1,57 meter en 50 kilogram) zou hij goed kunnen aarden in de Giro d’Italia en de Vuelta a España. Op de lange termijn wil Pidcock zich gaan toespitsen op de grote rondes. “Welke mijn voorkeur heeft? Met voorsprong de Tour de France. Dat is voor mij altijd al de grootste race geweest. Ik kijk daar echt tegenop. Eerlijk gezegd is dat ook de enige koers die ik op televisie bekijk”, lacht hij hardop. “De verslaggeving van de Giro en de Vuelta in Groot-Brittannië waren in mijn jeugdjaren shit. De kwaliteit daarvan was echt verschrikkelijk. De Fransen weten het altijd wel goed in beeld te brengen.”

De evenknie van MVDP en WVA
Pidcock zal volgend jaar niet meer in het speciaal voor hem gerealiseerd Trinity Racing Team rijden. Vrijdag maakte INEOS Grenadiers bekend dat ze de jongeling vanaf 1 maart 2021 opnemen in hun selectie. Teammanager Sir David Brailsford kan niet wachten om met zijn nieuwe renner aan de slag te gaan. “Wat voor mij vaststaat is dat ik de verschillende disciplines (weg, cross en mountainbike, red.) wil blijven combineren”, zegt Pidcock over zijn move. “In ieder geval de komende jaren. Ik wil de mogelijkheid houden om in 2024 eventueel de Olympische mountainbike-wedstrijd te rijden, al moet ik daar meteen bij zeggen dat ik me dan op de wegwedstrijd wil richten.”

“Ik denk dat ik in de positie ben om dat soort zaken te eisen tijdens de onderhandelingen”, deelt hij zelfverzekerd mee. “Profploegen zien nu uit eerste hand dat veldrijders de toppers op de weg verslaan en zelfs de grootste koersen op aarde winnen. Ik denk niet dat profteams dat tegenwoordig nog als belemmering zien, zoals dat in het verleden misschien wel zo was.” Daarmee haalt hij de recente prestaties van vooral Wout van Aert, maar ook die van Tim Merlier en Mathieu van der Poel aan. Toch zal het niet lang duren voordat wielervolgers de naam van Pidcock in één adem noemen met vedettes als MVDP en WVA.

Van der Poel en Pidcock duelleerden al tijdens de cross in Hoogerheide; volgend jaar op de weg? – foto: Cor Vos

“Als het aan mij ligt, praten ze misschien volgend jaar al over ons drieën”, windt Pidcock er geen doekjes omheen. “Hopelijk in een van de komende seizoenen toch. Ik verwacht het van mezelf en wíl op datzelfde niveau acteren. Het WK veldrijden en de Tour winnen in hetzelfde jaar? Dat zou indrukwekkend en gaaf zijn! Maar om een grote ronde te winnen, zal ik meer en anders moeten trainen dan voor dat uurtje crossen per week”, lacht hij. “Ik zou ook goed kunnen zijn in iedere klassieker en monument, op de Ronde van Vlaanderen na dan. Ik denk niet dat ik over het vermogen beschik om over de kasseienhellingen te vliegen.”

“Maar anderzijds, bij de beloften deed ik dat toch vrij goed (door een val in de laatste kilometer kon Pidcock in 2019 niet sprinten voor winst in de Ronde, red.). Eigenlijk houd ik ook helemaal niet zo van kasseien. Die relatie was van korte duur. Als junior won ik Parijs-Roubaix en werd ik verliefd op de kasseien. Twee dagen later deed ik met de nationale selectie dan een verkenning van de Ronde van Vlaanderen. We reden de laatste 160 of 180 kilometer. Op iedere kasseienhellingen werd ik er vervolgens glashard afgereden. Toen was de liefde meteen over; ik bewaar daar geen fijne herinneringen aan.”

WK met een missie
Voor het zover is dat Pidcock op gelijke voet met beide cross-grootheden staat, wacht zondag eerst het WK. Het talent rijdt er – net als op het EK – bij elite. Ondanks zijn eindzege in de loodzware Giro d’Italia voor beloften, hoeven we van het supertalent geen wonderen te verwachten. Zoals je kunt lezen steekt hij zijn ambities niet onder stoelen of banken, maar is Pidcock ook realistisch. “Meedoen met de profs is beter dan helemaal niet naar het WK gaan. Het zal een geweldige ervaring zijn. Ik heb nog nooit een koers van die afstand gedaan, dus dat is compleet nieuw. Ik ga er naartoe zonder druk, maar ik wil wel koers maken.”

Pidcock (de tweede van links) met zijn jonge ploeggenoten op het EK – foto: Cor Vos

Zoals eerder aangehaald, ontbreekt bij de Britten de gevestigde orde. Het land leverde de laatste tien jaar verschillende wereldtoppers af, maar niet een daarvan is erbij in Imola. “Deze selectie is een plan van de bondscoach”, legt Pidcock uit. “Op het EK reden we ook al met een heel jonge ploeg. We bouwen aan een nieuw nationaal team. Door ons zo veel mogelijk samen te laten zijn op de kampioenschappen, hopen we straks een goede ploeg te smeden voor de Olympische Spelen in Parijs. Ze brengen de jonge jongens samen om zo veel mogelijk met elkaar te koersen. Het is een investering voor de toekomst, dat is het idee.”

Alles leuk en aardig natuurlijk, maar de Olympische Spelen van Parijs zijn pas in 2024. Wat kan Pidcock deze zondag? “Ik trek er niet met verwachtingen naartoe; ik ga niet winnen. Met die afstand zijn de mannen die dat vaker doen, in het voordeel. Zij kunnen dat makkelijker aan dan ik dat kan. Maar ik zou er erg graag bij zijn in de laatste dertig kilometer van de wedstrijd, om zo op z’n minst te kunnen proberen om te koersen met de favorieten. Dat is mijn grote uitdaging, dat ik kan zien hoe zij een finale rijden. Die ervaring zou ik graag terug mee naar huis nemen. Een soort voorbereiding op de toekomst”, stelt hij met een knipoog.

Selectie Groot-Brittannië voor het WK wielrennen 2020

flag-gb Hugh Carthy (EF Pro Cycling)
flag-gb Ethan Hayter (INEOS Grenadiers)
flag-gb James Knox (Deceuninck-Quick-Step)
flag-gb Tom Pidcock (Trinity Racing)
flag-gb Luke Rowe (INEOS Grenadiers)
flag-gb James Shaw (Riwal Securitas)

In de bres voor leeftijdsgenoten
Dat Pidcock het WK bij de profs rijdt, heeft overigens geen gevolgen voor zijn deelname aan het WK U23 van volgend seizoen. De UCI staat namelijk dit jaar (bij uitzondering, dankzij corona) toe dat beloften mogen meedoen, zonder dat zij daarmee hun status verliezen. Normaliter is het namelijk zo dat als een U23-renner eenmaal aan het WK voor elite heeft deelgenomen, hij in de toekomst (mits hij qua leeftijd er dan nog mag koersen) niet meer mag meedoen aan het beloften-WK. Pidcock is volgend seizoen laatstejaars belofte en kan door deze uitzonderingsregel in het Belgische Leuven dus een gooi doen naar de wereldtitel.

“Dat is mooi, maar het vervangt de U23-wedstrijd niet”, klinkt het stellig. “Dit maakt het niet goed. Ik kan er alleen wel mee leven.” Als een van de grote namen in het beloftencircuit, is Pidcock de geroepen persoon om iets over het niet-georganiseerde U23 WK te verwoorden. “Dat zal ik nooit over mezelf zeggen. Vaak als ik mijn gedachten de vrije loop geef, zeg ik iets stoms”, lacht hij. “Maar het is wel een probleem en ik denk ook dat iedereen dat wel weet. Alleen zo moeilijk kan het toch niet geweest zijn? De UCI had op z’n minst haar best kunnen doen om een WK U23 én U19 te organiseren. Dan maar teruggefloten door een regering.”

Pidcock neemt het op voor zijn leeftijdsgenoten – foto: Cor Vos

Desgevraagd is het wel iets waar Pidcock zich zorgen om maakt. En gelijk heeft hij, want er zijn barweinig koersen voor beloften en junioren overeind gebleven in dit corona-seizoen. “Voor veel renners, helemaal de U23-jongens die aan hun laatste jaar bezig zijn, is het echt heel slecht. Ze kunnen zich niet laten zien. Datzelfde geldt overigens voor U19’s. Neem nu mijn broertje Joseph, die zichzelf ook in die situatie terugvindt. Joe is laatstejaars junior en stapt na komende winter over naar de beloften. Maar tot op heden heeft hij nog geen koers kunnen rijden om te laten zien wat hij in zijn mars heeft. Voor hen is het echt lastig.”

“Dat de UCI geen wereldkampioenschap voor junioren en beloften organiseert, vind ik echt niet kunnen”, stelt hij. “Natuurlijk begrijp ik de redenen. De restricties in landen als Australië omtrent corona zorgen ervoor dat zij niet kunnen deelnemen. Maar de UCI had een manier móeten vinden. Ik weet niet hoe dat mogelijk was geweest, want dat is niet mijn werk. Maar er had een wijze moeten zijn om hen een WK te geven. Op z’n minst! De profs mogen tot dusver niet klagen, maar de jeugdcategorieën zijn overgeslagen. Terwijl dat toch de toekomst van het wielrennen is. Dit seizoen gaat hen serieus raken, meer nog dan de profs.”

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.