“Remco is niet te vervangen, maar we storten niet in”: ‘Fitte’ Peeters ziet kansen voor jong en oud in Wolfpack
Interview Jong talent groeit het snelst onder de vleugels van een ervaren rot. Het is met die insteek dat Wilfried ‘Fitte’ Peeters zijn 25e dienstjaar bij Soudal Quick-Step en zijn voorgangers ingaat. Na het veelbesproken vertrek van kopman Remco Evenepoel bij de ploeg, is Peeters een van de architecten achter een zoveelste nieuw hoofdstuk van the Wolfpack. Eentje dat hem niet minder ambitieus maakt, vertelt Peeters ons in de Tour of Oman.
“Ik voel een frisse wind door de ploeg, maar anderzijds hebben we al heel wat pech gehad”, steekt Peeters van wal. “Tim Merlier ligt eruit, Paul Magnier is ziek geworden en moest passen voor de Ronde van Valencia. Dat zijn mannen die normaal onmiddellijk winnen. Bij hen gaat het heel gemakkelijk. Als je hen mist, dan weet je dat het langer kan duren. Maar ook dat is geen ramp.”
Wij kennen iemand die wel meteen heeft gewonnen, in de Ronde van Valencia. Was je onder de indruk van Remco Evenepoel?
“Remco is op dit moment de sterkste renner die in het peloton rondrijdt. Dat gaat niemand ontkennen, ook ik niet. Hij was heel sterk in Valencia, maar dat is niet waar je hem op moet beoordelen, denk ik. Voor Remco is het de uitdaging om te winnen tegen Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard. Daar draait het voor mij om: winnen tegen renners waar je eigenlijk niet van kunt winnen.”
Je kunt er niet onderuit dat zijn vertrek voor kwaliteitsverlies heeft gezorgd. Remco kon wel in de buurt van de twee die je noemt komen.
“Het is een feit dat je Remco niet kunt vervangen. Op sommige terreinen is hij de beste ter wereld. In het tijdrijden kan niemand hem op dit moment aan. We weten ook wel dat hij in de rittenkoersen van een week tot de absolute wereldtop behoort. We zijn niet blind, maar je moet ook niemand houden die niet wil blijven. Langs de andere kant valt onze ploeg ook niet als een pudding in elkaar. Wie dat beweert, kent er niets van.”
Zegt Jan Bakelants: ze gaan bij Soudal Quick-Step nog schrikken hoe veel druk Remco wegnam voor de andere renners.
“Tja… Ik heb niets tegen Jan. Je moet hem mij niet leren kennen na zijn jaren in de ploeg, maar hij is meer een journalist nu. Wat is druk, uiteindelijk? Druk hebben we ook hier in Oman. Als Valentin Paret-Peintre het bergop niet afmaakt nadat we een hele dag voor hem hebben gereden, is dat ook niet goed. Voor Remco was dat in Valencia niet anders. Zijn ploeg rijdt op kop en aan het einde rijdt hij iedereen uit het wiel.”

Peeters op de scooter naast Evenepoel in 2019 – foto: Fotopersburo Cor Vos
Maar toch zeg je: niet erg?
“Niets negatief over Remco, hij is qua prestaties is hij misschien wel de beste renner die we ooit hebben gehad. Maar wat ik belangrijk vind om te benadrukken, is dat we niet als een pudding in elkaar zakken. Dat is ook waarom onze sponsor Soudal op lange termijn in ons gelooft. Ook Paul Magnier heeft al bijgetekend tot 2029. Dikke chapeau voor onze CEO Jurgen Foré om dat te verwezenlijken. Dat zegt toch iets over de toekomstvisie.”
Hoe lastig is het nu om van een ploeg die zo hard is veranderd een echte Wolfpack te maken?
“De sterkte van de ploeg was altijd de teamgeest, en dat we met veel renners konden winnen. Ik vind oprecht dat we in die eerste weken van het seizoen hebben gezien dat die sfeer er is en dat iedereen op de juiste momenten naar overwinningen snakt. Dat we doelen hebben. In Valencia werd dat al duidelijk. Heb je onze jonge mannen daar gezien? Jasper Schoofs wordt derde, Viktor Soenens tiende in een klimrit tussen alle grote namen. En Jonathan Vervenne sprint mee voor een zege. Dat is wat ik wil zien.”
Was die Wolfpack-‘vibe’ anders met Remco?
“Met hem in de ploeg, hadden die jonge mannen die kansen nooit gekregen, dat is zeker. Dat is voor mij het grote verschil.”
Draaide de ploeg te veel om Remco?
“Natuurlijk draaide het heel hard rond hem. Remco had een hele groep rondom hem. Ze gingen samen op stage en daar moesten we veel rond organiseren. Een ronderenner hebben is heel mooi, maar ook intensief. Die mannen leefden samen van de klassiekers tot en met de Tour de France. Dat is intens, maar Remco kon dat mentaal goed aan. Dat was zeker niet negatief.”
Voor de hoeveelste keer moet je nu mee aan een nieuw elan in de ploeg gaan bouwen?
“Ik ben begonnen in 2002 (toen nog met Johan Museeuw en Paolo Bettini, red.). Tom Boonen was toen de opkomende man, en met hem hebben we een fantastische periode gehad. Na het stoppen van Tom, zijn we nog lang blijven winnen met veel verschillende renners. Ik ben heel trots dat ik die tijd heb mogen meemaken dat we alles konden domineren. En nu zitten we in het tijdperk Tadej Pogacar-Mathieu van der Poel, met iets daaronder Wout van Aert. We moeten het dus op een volledig andere manier gaan doen.”

Wordt Magnier de nieuwe afwerker? – foto: Fotopersburo Cor Vos
Terug naar de basis, met andere woorden.
“Ah ja. We hebben waarde met onze klassieke kern en mikken op ritzeges in de grote rondes. Ik zou niet weten waarom we dat niet zouden kunnen met onze ploeg. Met Paul Magnier hebben we iemand die ik heel hoog inschat. Zet daar de ervaring van Jasper Stuyven en Dylan van Baarle bij, en je weet dat we ver kunnen komen. Maar we gaan geen stappen overslaan. Paul mikt nu op wedstrijden als de Algarve en kleinere klassiekers. Verwacht nu niet dat hij de Ronde van Vlaanderen wint.”
Stuyven en Van Baarle hebben wel al een monument op hun palmares, maar gaan we Van Baarle nog terug op zijn best zien na enkele lastige jaren?
“Ik heb nu drie maanden met hem gewerkt, en ik moet je zeggen dat ik maar weinig mannen heb gezien die zo profesioneel en ordelijk zijn als Dylan. Hij weet waar hij mee bezig is en doet alles voor de koers. Ik heb al vaker met oudere generaties gewerkt. Richard Virenque is ooit teruggekomen en kende hier een tweede jeugd. Daar geloof ik wel in. En ook de ervaring van Stuyven is van groot belang. Ze gaan Paul veel bijleren en in een goede positie brengen. En ook zelf kunnen ze nog mooie dingen laten zien.”
Ervaring overbrengen: is dat ook waarom jij aan het hoofd van de ploegleiders van de ploeg blijft staan? Met Sep Vanmarcke en Niki Terpstra krijg je twee nieuwe mensen in het vak onder je hoede.
“Ik ben een ancien, een oude man (lacht). Mijn taak is inderdaad om die mannen te sturen. De jeugd heeft nog veel te leren. Niki heeft nog nooit een klassieker in de wagen gedaan, Sep nog niet heel veel. Je moet die mannen hun kans geven. Daarom gaan we in de auto iets meer afwisselen. Ik heb Gent-Wevelgem afgegeven. Dat kan die mannen motivatie geven. Ze komen eraan, maar ik kan hen nog dingen bijleren. Vaak kan ik exact voorspellen hoe iets gaat lopen. Puur door het al zo lang te doen.”
Zij komen wel verser uit het peloton. Kan dat ook een voordeel zijn?
“Het is een mes dat aan twee kanten snijdt. Ik blijf erbij: je hebt veel ingenieurs nodig, het wielrennen is geëvolueerd op alle vlakken. Iedereen moet zich belangrijk maken. Je hebt diëtisten, je hebt trainers. Dat is misschien de grootste generatiewissel geweest. Iedereen heeft zijn zegje, waar niets verkeerd mee is. Anderzijds, je moet ook weten hoe je een team aanstuurt. In Oman, maar ook richting Kwaremont. In wind en waaiers. Dat blijft mijn meerwaarde, maar ook van Tom (Steels, red.) en Brama (Davide Bramati, red.).”
Hoelang zie je jezelf dit nog doen?
“Ik blijf nog zeker twee jaar in de ploeg. Jurgen heeft mij een heel mooie verantwoordelijkheid gegeven. Hij zegt tegen mij dat ik zo lang mag blijven als ik wil. Hij zegt: jij bent de ancien, de man met ervaring. Als ik niet meer rendabel ben, dan stap ik eruit. Het is mijn passie, maar ik ben ook niet verlegen om anderen hun kans te geven. Van de zijlijn kun je ook veel zien. Maar als ze een laatste opinie willen, komen ze soms bij mij uit.”
Om te reageren moet je ingelogd zijn.