Richard Plugge: “Wout van Aert plaveit het pad voor Mathieu van der Poel”

Richard Plugge: “Wout van Aert plaveit het pad voor Mathieu van der Poel”

foto: Raymond Kerckhoffs

dinsdag 6 juli 2021 om 08:05
Interview

Met twee ritzeges en de gele trui om de schouders van Primož Roglič keek Jumbo-Visma vorig jaar op de eerste rustdag terug op een fantastisch eerste deel van de Tour de France. Nu likt de Nederlandse ploeg na negen dagen de wonden in het Franse land en is het bolwerk door de opgave van Roglič onthoofd. Teambaas Richard Plugge ziet op 2.100 meter hoogte aan het Lac de Tignes een gehavende ploeg met enorm veel veerkracht. In een interview met WielerFlits kijkt hij vooruit naar de toekomst van zijn ploeg.

Kun je al lessen trekken uit de eerste Tour-week?
“Ik denk dat we als wielersport nu stappen moeten zetten in de veiligheid om valpartijen te voorkomen. In een sprintersrit waar in de laatste tien kilometer nog een afdaling zit, moet voor die afdaling de tijd voor de klassementsrenners worden gestopt. Daarmee haal je veel stress voor de klassementsmannen weg om voor die afdaling goed gepositioneerd te zitten.”

“Verder moeten we ook gaan kijken naar het gedrag van bepaalde renners dat fnuikende gevolgen heeft. Primož Roglič komt ten val omdat hij een enorme beuk van Sonny Colbrelli krijgt. Daarmee heeft de Italiaan eigenlijk deze Tour onthoofd. Kijk ik verder naar de valpartijen waar onze renners bij betrokken waren, dan was dat vooral botte pech.”

Hoe gaat het team om met alle tegenslagen?
“In de afgelopen twee Alpenritten heb ik gezien dat de ploeg de knop kan omzetten en veerkracht toont. Jonas Vingegaard staat nu vierde in het klassement. Hij heeft een sterke tijdrit gereden en hoort bij de betere klimmers. Verder hebben we nog enkele mannen die voor de ritzeges kunnen gaan.”

Was Roglic zonder die val opgewassen tegen het geweld van Tadej Pogacar?
“Mijn persoonlijke mening is dat Primož het ook moeilijk zou hebben gehad om Pogačar zaterdag te volgen. Alleen weet je niet hoe de koers zich dan ontwikkeld had. Hoe had Pogacar gereden wanneer Roglič nog bij hem in het wiel zat? Ik denk dat Primož zich iets langer dan Richard Carapaz in het wiel van zijn landgenoot had vastgebeten. Wij wisten echter al dat we het dit jaar anders zouden moeten aanpakken om Pogačar te verslaan.”

“Ons doel bij de start in Brest was om hem in de bergen te isoleren. Daarvoor hadden we ook Vingegaard meegenomen, omdat hij ook in staat is om bergop lang bij Pogačar te blijven. Hij had naast Roglič ook een bedreiging in het klassement kunnen zijn. Ik denk dat wij de enigen zouden zijn geweest die dicht bij Pogačar in de buurt waren gebleven. Wat dat betreft is het ook jammer van de Tour, want die is met het wegvallen van Roglič toch een stuk minder interessant.”

Richard Plugge op de fiets in Tignes – foto: Raymond Kerckhoffs

Twee renners in jullie ploeg die niet het gewenste niveau halen zijn Steven Kruijswijk en Sepp Kuss.
“Steven heeft in de derde rit een diepe snee in zijn vinger opgelopen. Daar heeft hij behoorlijk veel last van. Hij is met antibiotica behandeld wat niet echt bevorderlijk voor zijn niveau is. Als hij de komende dagen verder kan herstellen ben ik benieuwd hoever hij kan komen. Van Sepp Kuss hebben we nog niet echt kunnen zien hoe goed hij daadwerkelijk klimt. Het is twee dagen beestenweer in de Alpen geweest. Dat verandert de verhoudingen vaak. Ik heb het gevoel dat hij wel op niveau zit.”

Met de ongekende heerschappij van Pogačar komt de vraag naar voren of je de komende jaren in de Tour nog wel alles op het klassement moet zetten?
“Dat klopt. Anderzijds moet je je nooit neerleggen bij de kracht van een concurrent. Ik denk ook niet dat we op voorhand moeten zeggen dat als Pogačar ergens is wij andere doelen moeten stellen. Ik blijf ervan overtuigd dat we met Roglič een potentiële Tour-winnaar in huis hebben. En wie weet komen er nog meer aan zoals Jonas Vingegaard en Tobias Foss. We moeten wel goed nadenken hoe we het in de toekomst tegen Pogačar moeten aanpakken.”

Is het niet verstandiger om in de toekomst niet alles op de klassementstrein in de Tour te zetten, zoals jullie nu voor de tweede keer doen, maar ook sprinter Dylan Groenewegen weer in stelling te brengen?
“Als we echt voor de Tourzege blijven gaan, dan wordt dat lastig. Er zijn echter voor een sprinter ook kansen in de Giro en de Vuelta. Of we ooit nog een sprinter gaan meenemen naar de Tour is nu moeilijk te beantwoorden. Het is vooral afhankelijk van het parcours dat wordt uitgestippeld. Krijg je weer een ‘ouderwets’ schema met zes of zeven echt vlakke etappes in het eerste deel, dan heb je een ander verhaal. We moeten dat per Tour bekijken.”

Jullie hebben je voor de komende jaren versterkt met de Australiër Rohan Dennis en de Fransman Christophe Laporte. De ploeg wordt steeds internationaler en het Nederlandse aandeel wordt kleiner.
“Als die tenminste komen… Met de stelling dat het Nederlandse aandeel kleiner wordt, ben ik het niet mee eens. Wij blijven ons zoveel mogelijk focussen op Nederlands talent. Circa de helft van ons team zal Nederlands blijven. Door het verdwijnen van de Rabobank-opleidingsploeg zit er een gat van een paar jaar. Er was de afgelopen jaren geen brede aanwas. Vooral in de leeftijd tussen 25 en 30 jaar vinden wij nu niet de Nederlandse renners die een versterking voor de ploeg kunnen zijn. Er zijn er wel een paar, zoals Dylan van Baarle, maar die zitten vast bij andere teams.”

“In die leeftijdscategorie moeten we nu op zoek naar buitenlanders. Er komen wel talenten zoals Olav Kooij, Gijs Leemreize en Mick van Dijke. Al zou ik nog veel meer talenten willen zien. Die kunnen wij straks ook niet allemaal in onze ploeg onderbrengen. Wat dat betreft is het een gemis voor de Nederlandse wielersport dat er geen ProTeam-ploeg zoals Roompot meer is. Een team dat tussen onze opleidingsploeg en het WorldTour-team zit, zodat meerdere talenten een next step kunnen zetten.”

Primož Roglič, Grischa Niermann en Richard Plugge tijdens trainingskamp in Tignes – foto: Raymond Kerckhoffs

Moeten jullie als Nederlandse ploeg er niet alles aan doen om Mathieu van der Poel binnen te halen?
“Die gaan wij niet halen. Ik denk dat Mathieu een andere mindset heeft. Zijn werkwijze lijkt wel op die van ons, want hij bereidt ook alles tot in de puntjes voor. Hij zit ook in de windtunnel, slijpt zijn aerodynamische houding fijn en zit weken op hoogte. Hij heeft echter een ander pad gekozen met onder andere het mountainbiken.”

“Bij Alpecin-Fenix is hij the one and only king van die ploeg. De hele ploeg is daar om hem heen gebouwd. Bij ons zou hij ook met andere renners te maken krijgen. Ik denk niet dat hij dat wil, maar ik denk ook niet dat wij dat moeten willen. Mathieu is daar de koning. Alle sponsors komen daar voor hem, dat geeft hem natuurlijk een bepaalde status in die ploeg. Die status gaat hij bij ons nooit krijgen.”

Als je Van der Poel zo’n eerste Tour-week ziet rijden, dan moet je toch balen dat hij niet in jouw kleuren rijdt?
“Hij is natuurlijk een fantastische renner. En inderdaad hij is momenteel het Nederlandse icoon. Anderzijds zijn er nu een vijftal renners die de wielersport kleuren: Pogačar, Alaphilippe, Van der Poel, Van Aert en Roglič. Dat zijn de sterren die echt het verschil maken, waardoor de mensen op de banken gaan staan. Twee van die sterren komen voor onze ploeg uit. We kunnen ook niet iedereen hebben. Onze hoofdsponsor Jumbo Supermarkten heeft ook belangen in België en wij hebben dé koning van België, die het ook heel goed doet.”

En Mathieu van der Poel en Wout van Aert in één team kan natuurlijk niet?
“Precies. Het zijn dezelfde soort renners. Het is of de een of de ander. En Wout past heel goed bij ons. Alles wat Wout doet, doet Mathieu daarna ook. Hij plaveit het pad als het ware voor Mathieu. Daarom is het mooi om Wout bij onze ploeg te hebben. Wij zijn een innovatieve ploeg.”

Wout van Aert in de tijdrit – foto: Cor Vos

Wat bedoel je precies met Van Aert plaveit het pad voor Van der Poel?
“Wout laat zien hoe je dingen kunt aanpakken. Neem het tijdrijden. Dat heeft Mathieu inmiddels net zo goed voorbereid als Wout. Het zou ook vreemd zijn wanneer hij niet in een tijdrit van 30 kilometer met de wereldtop zou kunnen wedijveren. Het is vergelijkbaar met een crossinspanning en Mathieu is een van de beste renners van de wereld.”

“Dan ga je er alles aan doen dat hij hierop zo goed mogelijk is voorbereid. Zijn trainer Kristof De Kegel is ook niet gek. Dat is een heel goede trainer die ook alles tot in de kleinste details voorbereidt. Dat is logisch. Wout heeft al een paar jaar bij ons laten zien hoe je een heel goede tijdrijder kunt worden. Zij hebben in de tijdrit de helm die wij hebben ontwikkeld gebruikt. Dat doen ze goed en slim.”

Is het nu wennen in de Tour met de mindere prestaties na de ongekende dominantie van vorig jaar?
“Vorig jaar zijn wij heel goed uit de eerste lockdown in de Covid-periode gekomen. Waar andere ploegen veel minder waren, hadden wij ons super goed voorbereid in een periode waarin eigenlijk niemand nog heil zag dat er in 2020 gekoerst ging worden. Toen wij uit de startblokken kwamen, reden we eigenlijk alles op een hoop. Het leek alsof we een nieuwe norm hadden gezet. INEOS Grenadiers waren op dat moment gewoon een stuk minder. De enige die eigenlijk na die lockdown hetzelfde niveau als ons had was Pogačar. Het is nu voor ons een andere rol aannemen. We staan echter met Vingegaard nog altijd vierde in het klassement. Ons niveau is nog altijd heel hoog.”

Dit artikel delen:

1 Reactie

Adrie de Regt 6 juli 2021 om 15:30

Rare uitspraak van dhr Plugge. Als iemand het pad voor je plaveit betekent dat dat jij het dan makkelijker hebt omdat die persoon obstakels voor je uit de weg heeft geruimd. Daar is hier geen sprake van. Dat renners naar elkaar kijken is nooit anders geweest, overigens meen ik dat Mathieu nog nooit in een windtunnel is geweest. Ik geloof ook niet dat Mathieu het mountainbiken heeft afgekeken van Wout.
Nee, tussen de regels door proef ik hier iets van jaloersheid.

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.

Headlines

Materiaalzone

Populair