Tim Merlier en Jasper Philipsen mikken hoog in Parijs-Roubaix: “Niet behoudend koersen”
Foto: Cor Vos
donderdag 4 april 2024 om 20:15

Tim Merlier en Jasper Philipsen mikken hoog in Parijs-Roubaix: “Niet behoudend koersen”

Interview De honger van de nummers één en twee in de Scheldeprijs is nog niet gestild. Van Milaan-San Remo-winnaar Jasper Philipsen weten we sinds vorig jaar al dat hij zo’n topklassieker aankan, voor Tim Merlier is het nog zoeken naar zijn beste uitslag op de kasseien. Na afloop van de sprinterskoers in Schoten, vroegen we de twee om hun kansen in Roubaix in te schatten.

De nieuwe Tourspecial van RIDE Magazine is een must-have voor echte wielerfans! Onze nieuwe 236 pagina’s dikke zomer-editie is de meest complete Tourgids van deze zomer en staat vol met schitterende wielerverhalen over o.a. Tadej Pogacar, Remco Evenepoel, Fabio Jakobsen, Gio Lippens, Christian Prudhomme en Charlotte Kool. Verzeker je van een heerlijke sportzomer en bestel hem nu online voor slechts € 9,95. Wil je RIDE extra voordelig ontvangen? Neem dan nu een abonnement en ontvang 20% korting!

Dat Philipsen zijn geliefde Scheldeprijs kwam meepikken, was een konijn uit de hoge hoed van de Roodhoofts. Zelfs toen we hem voor Dwars door Vlaanderen vroegen naar zijn plannen, was nog geen sprake om de Ronde van Vlaanderen links te laten liggen voor de Antwerpse sprinterskoers. “Het was een late beslissing. Maar wel eentje die we na overleg hebben gepleegd. De knoop werd door de ploegleiding doorgehakt. Ik vond het ook niet zo erg om de Ronde van Vlaanderen eens vanop de zetel te volgen.”

De reden van de planningswijziging was tweeledig, legde Philipsen nog uit. “We dachten al richting Parijs-Roubaix, maar ook aan de Scheldeprijs. Onze sprinter Kaden Groves heeft met knieproblemen gesukkeld en was niet volledig op niveau. Dat was voor mij het sein om toch te starten en deze wedstrijd zelf te proberen winnen. Dat is niet gelukt, maar ik denk dat deze aanloop naar zondag niet per sé slechter is.”

Wat met de gevaren van zo’n sprint op de Churchilllaan in Schoten? Je kan zomaar de rest van je voorjaar hypothekeren. “Je wil voorzichtigheid inbouwen, maar je mag er niet helemaal aan denken. Het speelt wel ergens mee in je achterhoofd. Voor mij was het vooral belangrijk om veilig naar de streep te rijden, ook al hadden we wel ambitie om te winnen. Zondag wil ik opnieuw een goede wedstrijd rijden.”

Philipsen zal een goede samenwerking met wereldkampioen Mathieu van der Poel moeten vinden bij zijn ploeg Alpecin-Deceuninck. Die laatste nam vorig jaar op Carrefour de’l Arbre afscheid van Philipsen en de andere favorieten, waarop de Limburger nog tweede werd. “Beter doen dan vorig jaar, dat wil zeggen dat ik de wedstrijd win. Ik geloof daar in. Maar alles moet in zo’n scenario mee zitten. Voor Carrefour de l’Arbre zal er al veel gebeurd zijn, dus hoop ik daar nog in een goede positie te zitten. Het is sowieso een groot doel, voor mezelf en voor de ploeg.”

Merlier: “Hou niet van sprinten op de piste”
Tim Merlier had van alle sprintersklassiekers een doel gemaakt, maar de Helleklassieker staat ook al een tijdje met rood omsingeld in zijn agenda. Zeker nu hij van zelfvertrouwen blaakt. “Ik had ook in de Ronde van Vlaanderen al een goed gevoel. Ik had veel berichtjes gekregen dat ik een goede koers gereden heb. Dat was niet voor iedereen opgevallen, maar ik heb daar vertrouwen uit geput. Ik was redelijk herzet in de Scheldeprijs. Niet dat ik de allerbeste benen had, maar voldoende om mee te doen.”

De topsprinter van Soudal Quick-Step kwam in zijn drie eerdere deelnames nog niet tot een topresultaat op de piste. Zijn 23e plaats van vorig jaar – op bijna zes minuten van Van der Poel – is voorlopig de beste uitslag van Merlier. “Uit mijn vorige Roubaix neem ik mee dat het niet alleen een kwestie van goed zijn is, maar ook om het geluk aan je zijde te hebben. Maar het blijft een heel mooie koers en ik droom ervan om een resultaat te rijden. Dat kan ik niet ontkennen.”

Merlier is een snelle man, maar dat wil niet zeggen dat hij niet kan of durft mee te koersen. “Ik denk niet dat ik behoudend moet koersen. Dat heb ik in de Ronde van Vlaanderen trouwens ook al niet gedaan. Dat heeft me vertrouwen gegeven dat ik kan meekoersen met de grote jongens. Als ik mee ben in een ontsnapping, dan zit de ploeg in een zetel. En mocht een ploegmaat dat doen, is dat hetzelfde verhaal voor mij.”

Blijft de vraag: in welk scenario kan Merlier de Helleklassieker dan naar zijn hand zetten? “Ik spreek niet over winnen, maar denk vooral aan een mooi resultaat. Een ideaal scenario voor mij is dat van Jasper Philipsen in Milaan-San Remo. Een man of vijftien naar de streep en hopelijk ben ik nog net rap genoeg. Alleen heb ik niet zo’n goede ervaring met sprinten op de piste. Ik ken de piste wel, en heb er een paar keer proberen te sprinten. Maar bij ons in de ploeg word ik in dat soort sprints nogal redelijk vaak geklopt, helaas (lacht).”

RIDE Magazine

Om te reageren moet je ingelogd zijn.