Tim Merlier: “Ik droomde vannacht dat ik geklopt werd door Jakobsen”

Door , zondag 30 juni 2019 om 19:51
Tim Merlier: “Ik droomde vannacht dat ik geklopt werd door Jakobsen”

foto: Cor Vos

Het BK werd de kroniek van een aangekondigde massasprint, met de snelste renner van België als winnaar. Het meest opmerkelijke is nog dat Tim Merlier zijn kalmte kon bewaren. “Al kreeg ik het net voor de finale even lastig. Een pak collega’s probeerde me nerveus te maken. Ik heb dan maar een plaspauze ingelast.”


Beschrijf je sprint eens, Tim. Je leek even te twijfelen.
“Ik zag het bordje van de laatste 250 meter opduiken. Ik wilde aangaan, maar vond het eigenlijk iets te vroeg. Er ontstond een lichte vorm van paniek in mijn kop. Maar uiteindelijk zag ik dat het gat toch groot genoeg werd en ging ik vol door. Ik kon het houden tot de streep.”

Je was voor het eerst favoriet in een koers van belang. Hoe heb je dat onderweg beleefd?
“Eigenlijk relatief goed. Alleen op vier, vijf ronden van het einde kwamen een aantal concurrenten me behoorlijk nerveus maken. ‘Dit wordt uwen dag Tim’, hoorde ik links en rechts tegelijk. Wie? Te veel om op te noemen. Ik zal maar Bert Vanlerberghe noemen, een maat van mij. In elk geval, ik werd het behoorlijk moe en ben onmiddellijk gestopt om te plassen. Tegen dat ik terug in het peloton was, begon de finale en was iedereen meer met de koers bezig.”

Dan kom je in de slotronde en zie je vier jongens van Corendon-Circus op kop rijden voor jou.
“Dat beleef ik zoals in andere koersen. Dit is niet nieuw, ook al was dit een kampioenschap. Ze brachten mij overigens in perfecte positie naar de sprint. Rickaert gaat van kop op 400 meter van de streep en er zaten nog drie renners voor mij. Stuyven trok aan voor Theuns. Ideaal. Ook daarvoor, met Dries De Bondt in de aanval. Ik zat een hele dag in de zetel.”

Waarom breek je nu pas echt door op de weg?
“Ik heb in het verleden al meer gewonnen. Nu valt het gewoon meer op. Vorige week in eigen land, op indrukwekkende manier. Dat valt op. Als je twee ritten in de Ronde van Denemarken wint, komt dat blijkbaar iets minder vlot tot in België overgewaaid. Maar dit is niet mijn eerste overwinning, hé jongens.”

En plots wordt gezegd: zet Merlier in de Tour en hij wint er ritten…
“Wordt gezegd… De Tour is nog een ander niveau, denk ik. Ik weet dat niet. Ik heb nog nooit een rittenkoers van meer dan een week gereden. Acht dagen BinckBank Tour. Hoe reageert mijn lichaam in week twee of drie? En hoeveel sprints heb ik al gewonnen tegen wereldtoppers? Een paar ereplaatsen vroeger in de ZLM Tour tegen Kittel en Greipel. Maar wat betreft zeges tegen topsprinters? Zondag in Brugge klopte ik Jakobsen, Bouhanni en Coquard, ja. Eenmalig voorlopig.”

Maar ben je in vergelijking met een paar jaar geleden beter geworden?
“Ik ben wat ouder en sterker geworden, waardoor ik iets frisser in de finale kom. Dat wel.”

Gent – Cor Vos © 2019

Waarom is het zo moeilijk voor jou om te kiezen tussen het veld en de weg?
“Dat beslis je niet in twee weken, hé. Pas sinds vorige week wordt die vraag zoveel gesteld. Tot dan liet iedereen me maar doen (lacht). Ik voelde me daar ook goed bij. En ik voel me daar nog altijd goed bij. Het veldrijden ligt me na aan het hart. Oké, Mario De Clercq (dorpsgenoot van Merlier, red) zegt me al jaren dat ik wegrenner moet worden. Die heeft altijd in mijn sprintcapaciteiten geloofd. Maar dat is de enige die dat al een paar jaar roept. Maar kijk, de broers Roodhooft geloven ook in mij. Blij dat ik hen die trui kan aanbieden.”

Volgende winter zou je niet uitkomen voor Corendon-Circus? In welk shirt rijd je dan wel?
(stilte) “Euh.. Ik kan en mag enkel zeggen dat ik met Creafin op mijn trui zal crossen.”

Je hebt die tricolore nu. Hoe ziet het vervolg van je programma er uit deze zomer?
“Wel… euh… Normaal vertrek ik morgen op vakantie. Ik weet niet of dat nu nog lukt. Maar ik neem in elk geval een week rust, zoals de rest van het team. Het is voor de ploegmaats een zwaar voorjaar geweest. Ik ben er wel nog maar een paar weken bij, maar een programma voor mij alleen uitstippelen is geen optie, natuurlijk. En zoveel koersen zijn er de komende weken ook niet. Ik hervat normaal in de GP Pino Cerami, gevolgd door de Ronde van de Elzas en – hopelijk – het Europees kampioenschap in Alkmaar. Dat wordt hoe dan ook mijn volgende doel.”

Je vergeet de NaTourcriteriums…
“(glimlacht) Ah ja. Juist. Dat zal er ook wel bijkomen, vermoed ik. Daar had ik echt nog niet bij stilgestaan.”

Je reed een paar wedstrijden in een zwart shirt rond. Hoe diep zat je daardoor?
“Ah, dat viel mee. De eerste keer vond ik het zelfs plezant. Ik werd door niemand meer herkend. Maar de tweede keer viel het al ferm tegen. De vragen bleven maar komen. Waarom rijd jij in het zwart? Ben je dan geen prof meer? Die vragen word je snel moe. Ik ben blij dat ik snel bij Corendon-Circus terecht kon. En dat ik weer rittenkoersen kon rijden, want met alleen maar kermiskoersen in de benen, kom je toch te kort.”

Geloofde je vooraf in winst vandaag?
“Ja, eigenlijk wel. Vannacht even niet. Ik schoot plots wakker uit een nare droom. Fabio Jakobsen had me geklopt op de streep. Gelukkige besefte ik snel dat het maar een droom was en dat Jakobsen vandaag niet mee deed. Nee, ik geloofde er wel in, maar het moet ook nog op een sprint uitdraaien, hé.”

Is het voor een renner met jouw kwaliteiten makkelijker om kampioen te worden op de weg dan in het veld?
“Een cross draait jammer genoeg niet te veel uit op een massasprint. Nee, serieus: ik herhaal, de cross ligt me na aan het hart. Ik wilde Mario De Clercq, bij ons in het dorp God, achterna. En zonder de cross zat ik hier nu misschien niet. Dan was ik geen kampioen van België geworden bij de junioren en wellicht niet opgevist door een topteam (Sunweb-Projob, het toenmalige team van Jurgen Mettepenningen, red).”

Stap jij straks het kantoor van de broers Roodhooft binnen met de vraag om de ploeg zo snel mogelijk te laten doorgroeien, zodat je de Tour kan rijden?
“Volgens mij zal die vraag eerder door Mathieu van der Poel gesteld worden, niet? Als hij het wil, kan ik een beetje mee profiteren. Als mijn lichaam dat aan kan, tenminste. Dat blijft de vraag.”

We hebben ondertussen Van der Poel, Van Aert, Merlier. Wie van de huidige crossers volgt jullie?
“Quinten Hermans, Gianni Vermeersch, Daan Soete, ik vergeet er nog… Die kunnen allemaal uit de voeten op de weg.”

Als we het zo horen, gaat de cross uitsterven.
“Als jullie iedereen voortdurend iedereen pushen om de overstap naar de weg te maken, dan zit dat er dik in, ja. Nee, ik kan een crosswinter combineren met een wegseizoen, denk ik. Dat zullen we binnenkort ook wel eens bespreken met mijn coach, management van de ploeg, enzovoort. Maar laat me nu alsjeblief eerst wat genieten van deze driekleur…”

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.