Tim Merlier vreest geaccidenteerde sprints niet: “Ik heb hard gewerkt om beter te klimmen”
Foto: Cor Vos
zondag 5 mei 2024 om 07:15

Tim Merlier vreest geaccidenteerde sprints niet: “Ik heb hard gewerkt om beter te klimmen”

Interview De Giro d’Italia kent dit seizoen misschien wel haar sterkste sprintersveld in jaren. Oké, geen Jasper Philipsen aan de start, maar met Olav Kooij, Jonathan Milan, Fabio Jakobsen, Caleb Ewan, Kaden Groves en Tim Merlier is er aan snelle mannen geen gebrek. Laatstgenoemde is dé beste kans van Soudal Quick-Step op een ritzege.

Merlier mikt op ritzeges in de massasprinten, maar gelooft ook in La Maglia Ciclamino. “We zullen al veel weten over de waardeverhoudingen na de eerste week. Er zijn heel veel sterke sprinters aanwezig, die hun stempel op de sprints kunnen drukken. Jonathan Milan won de puntentrui vorig jaar. Ook dit jaar kwam hij heel sterk op mij over in Tirreno-Adriatico. Voor mij is hij de favoriet voor het paars.”

Maar als Merlier voor de trui in aanmerking wil komen, dan zal hij wel moeten uitrijden. Iets wat bij zijn vorige (slechts!) drie grote rondes niet evident bleek. “Ik heb gewoon nog niet zo veel ervaring in de grote rondes, omdat ik pas na mijn eerste Belgische titel in 2019 écht op de weg ben beginnen focussen. In mijn tweede jaar kreeg ik mijn kans in de Giro, maar daar moest ik na een beslissing van de ploeg naar huis om daarna ook de Tour nog mee te pikken. Het jaar daarna stond de Vuelta op de planning, die ik wel heb uitgereden. En vorig jaar werd ik voor geen enkele ronde geselecteerd. Vanaf nu ga ik wel vaker grote rondes doen.”

Klimcapaciteiten
Heeft Merlier dan extra op zijn klimcapaciteiten gewerkt? “Na Parijs-Roubaix heb ik eerst enkele dagen rust genomen, maar daarna ben ik met mijn familie naar de Teide op Tenerife gegaan, om mezelf deftig voor te bereiden op het klimwerk dat eraan komt. Ik hoop dat ik daar wat sterker van ben geworden. Anderzijds, ik kan nog een jaar op hoogtestage gaan, een goede klimmer zal ik nooit worden (lacht). Ik probeer gewoon goed genoeg bergop te worden dat ik niet in de problemen kom. Maar dat gaat toch gebeuren.”

Om überhaupt aan sprinten toe te komen, zal Merlier bovendien vaak een hellinkje moeten overleven. Hoeveel kansen ziet hij voor zichzelf? “Ik moet het routeboek nog beter checken om daarover in detail te kunnen spreken. Maar de benen zullen spreken. De eerste dagen zal het nog geen groot probleem worden, maar naar mate de koers vordert – als de benen steeds voller met lactaat lopen – zal het lastiger zijn. Dat is moeilijk om op voorhand te kunnen inschatten, het is drie weken lang. Maar ik wil natuurlijk liefst zo veel mogelijk sprinten.”

Van Lerberghe
Eén ding is zeker: zowel in de bergen als in de sprints zal Merlier kunnen rekenen op zijn vaste lead out en goede vriend Bert Van Lerberghe. “Het is onze eerste grote ronde samen, maar we hebben al vaak getoond dat we het samen goed doen. In de bergen zal hij waarschijnlijk proberen om mij te lossen, om te tonen dat hij de sterkste van ons twee is. Dat is altijd een spelletje in de koers tussen ons tweeën (lacht).”

RIDE Magazine

Om te reageren moet je ingelogd zijn.