Toon Aerts trapte betere waardes dan ooit voor comeback: “Kleine jongetje in mij droomt van winst”
foto: Deschacht-Hens-Maes
donderdag 15 februari 2024 om 07:00

Toon Aerts trapte betere waardes dan ooit voor comeback: “Kleine jongetje in mij droomt van winst”

Interview Na twee jaar zonder koers zal Toon Aerts aanstaande zaterdag eindelijk zijn rentree maken in het veld. Ondanks de eindeloze procedure van de UCI, de lange schorsing en de weinige vooruitzichten is de voormalige Europees kampioen gemotiveerder en gepassioneerder dan ooit. “Uiteindelijk ben ik gewoon een Vlaming die van cross houdt”, vertelt Aerts in gesprek met WielerFlits.

Voor wie het vergeten is, leggen we de situatie nog even uit. 15 februari 2022 kwam naar buiten dat het product Letrozole Metabolite gevonden was in de urine van Aerts. Na een aanslepende procedure, waar er bijzonder weinig communicatie was naar het kamp-Aerts, kwam er in augustus 2023 eindelijk het verdict. Aerts werd geschorst voor twee jaar en kan daardoor pas op 17 februari weer crossen.

Dat zorgt ervoor dat Aerts, die nu uitkomt voor Deschacht-Hens-Maes, dit seizoen alleen nog de Exact Cross in Sint-Niklaas (17 februari), de X2O Trofee in Brussel (18 februari) en de Sluitingsprijs in Oostmalle (25 februari) kan rijden. Aerts is ontzettend gemotiveerd voor die wedstrijden en legt zijn focus volledig op de toekomst. “Alles is al verteld over de schorsing zelf. Ik wil nu vooruitkijken”, zegt hij.

Zaterdag is het eindelijk zover. Hoe nerveus ben je?
“Ik ben eigenlijk wel gespannen, ja. Als ik ’s nachts wakker word om te gaan plassen en daarna weer in slaap wil vallen, voel ik dat dat langer duurt dan anders. Je bent er toch mee bezig en je zit wel te denken aan wat er aan zit te komen. Het voelt momenteel een beetje onwerkelijk dat het allemaal terug gaat beginnen. Het heeft zó lang geduurd en er leek geen einde aan te komen. Maar plots is dat einde toch in zicht.”

“Aan de ene kant ben ik enthousiast, maar aan de andere kant ben ik ook wat onrustig. Maar ik ervaar die twee zaken eigenlijk als iets positief. Het enthousiasme om terug te kunnen en willen koersen is enorm. Ik kijk er echt naar uit om een uur af te zien. En die onrust is ook niet slecht. Ik denk nu vaak gewoon of alles in orde is qua materiaal enzo. Of ik toch niks over het hoofd heb gezien.”

Hoe moeilijk gaat het zijn om terug in die routine van het crossen te komen?
“Ja, dat is echt lastig. Normaal zit je week na week in die routine en heb je structuur. Dat ben je na jaren crossen gewoon geworden en kan je blindelings. Maar nu is dat er toch wel helemaal uit bij mij. Het is dus wel even werken om alles terug in orde te krijgen. Ik wil natuurlijk niet zaterdag aankomen en merken dat ik iets vergeten ben.”

Denk je dat het een emotionele bedoeling zal worden in Sint-Niklaas?
“Dat kan ik moeilijk inschatten. Ik weet wel dat er enorm veel supporters gaan zijn voor mij. Zij kunnen nu eindelijk ook terug naar de cross als supporter van mij. Misschien kan het door al die factoren wel wat emotioneel worden. Maar anderzijds denk ik dat er een positieve vibe zal heersen. Het hoeft niet per se met tranen of heftige emoties te zijn.”

“In de eerste plaats zal het voor mij een superleuke dag zijn. Ik kijk er gewoon écht naar uit. Ik denk ook dat iedereen uit mijn entourage en mijn supporters blij zijn dat ik er weer bij ben. We gaan er dus zelf geen triestige bedoeling van maken. Het zou eerder een feest kunnen worden.”

Hoe heb je je voorbereid op de laatste drie crossen? Is alles goed verlopen?
“Ik heb me eigenlijk altijd beziggehouden met mijn comeback. Maar het moeilijke was dat ik heel lang niet wist wanneer die zou komen. Ik ben er heel lang klaar voor geweest. Tijdens het vorige seizoen voelde ik me eigenlijk continu klaar om weer te starten. Dan was ik zeker competitief geweest. Ik ging er ook vanuit dat ik elke dag de telefoon ging krijgen dat ik weer mocht starten. Maar die telefoon bleef uit.”

“Vorig jaar ben ik dan een aantal maanden les gaan geven in een school. Dan was mijn conditie iets minder, maar dat heeft niet lang geduurd. In de zomer was ik echt weer klaar om terug te gaan koersen. Ik had er heel veel voor gedaan en was echt klaar voor het nieuwe veldritseizoen. Ik dacht ook dat ze me dat gingen gunnen. Maar dat is niet gebeurd.”

“Dan heb ik een rustperiode ingelast en daarna ben ik in oktober opnieuw opgestart. Met een nieuwe trainer ook. We hebben heel gestructureerd gewerkt. Alles is 100% verlopen zoals we wilden. We hebben stages gedaan, crosstrainingen afgewerkt. We hebben niets over het hoofd gezien. Mijn vorm is op dit moment echt heel goed.”

Hoe kan je inschatten waar je staat?
“Ik kan mijn testresultaten natuurlijk vergelijken met die van de voorbije jaren. Ik ben zeven jaar prof geweest, dus ik heb genoeg materiaal om te vergelijken. Mijn testwaardes zijn beter dan ooit. Ik zit dus wel echt op een niveau dat in mijn ogen heel hoog is. Het moeilijke is dat dat allemaal geïsoleerde oefeningen zijn. Het is een test van tien minuten, een inspanningstest waarvoor je een paar dagen rust. In een cross heb je geen afzonderlijke zaken en komt alles juist samen. Het valt dus af te wachten hoe die testen zich zullen vertalen in koers.”

Je hoort hier en daar mensen die heel veel van je verwachten omdat ‘de andere crossers moe zijn aan het einde van het seizoen’. Wat denk jij van die uitspraak?
“Ik vind dat een heel makkelijke uitvlucht. Als iemand dat zaterdag gaat gebruiken als excuus, vind ik dat een beetje flauw. Natuurlijk hebben die jongens een heel zwaar half jaar gehad. Maar als je dat vergelijkt met wat ik twee jaar lang heb meegemaakt, zie je dat toch anders.”

Aerts in 2016, toen hij Europees kampioen werd – foto: Cor Vos

Heb je ooit getwijfeld of je terug op niveau ging geraken?
“Nee, eigenlijk niet. Ik heb quasi nooit trainingen overgeslagen en ben er altijd voor blijven werken. Dat was soms niet gemakkelijk, maar op dit moment ben ik dankbaar dat ik dat altijd gedaan heb. Ik kon ook dit jaar nog blijven les geven, maar heb echt gekozen voor de fiets. Ik wilde alles juist doen.”

Laten we het nu wat concreter maken. Wat verwacht jij van jezelf in Sint-Niklaas?
“Ik wil in eerste plaats een goed gevoel overhouden aan die dag. Ik wil er een mooie dag van maken, zeker die eerste cross. Dat voel ik, maar aan de andere kant wil ik ook presteren. Dat blijft belangrijk. Het is onmogelijk om daar een plaats op te plakken, maar het kleine jongetje in mij die droomt toch. Dromen van winst zit daar ook bij. Maar aan de andere kant kan het ook helemaal niet dat zijn en dan moet ik daar ook vrede mee kunnen nemen.”

“Het belangrijkste doel is zoveel mogelijk UCI-punten pakken. Nu staan er misschien niet al te veel renners meer aan de start en is mijn startpositie misschien niet zo dramatisch. Maar volgend seizoen zullen er weer telkens veel meer crossers starten en dan kan het dat ik opeens op rij zeven of acht sta. Daardoor zijn deze drie crossen ook cruciaal om punten te pakken en van die laatste startplek weg te geraken.”

Je schorsing heeft een enorme impact gehad. Heeft het je kijk op de sport veranderd?
“Op de sport niet, denk ik. Ik vind de sport veldrijden nog altijd supermooi. Ik heb geen afkeer gekregen van de sport. Integendeel zelfs, ik heb de afgelopen twee jaar gemerkt hoe graag ik het eigenlijk wel niet gedaan heb. Misschien was ik net voor de schorsing dat gevoel zelfs wat kwijtgeraakt. Het crossen tijdens de pandemie was niet aangenaam. Maar nu voel ik weer zo hard dat crossen mijn passie is.”

Aerts is en blijft een crosser pur sang – foto: Cor Vos

Heb je de cross dan ook steeds gevolgd?
“Zeker. Ik heb alles bekeken. Als ik al eens een cross miste door een lange training, heb ik ze altijd herbekeken. Ik wilde zien wat er allemaal gebeurde. Wie goed was, wie er won, welke tactische spelletjes er gespeeld werden, hoe de parcoursen waren. Maar ook het nieuws rond de cross heb ik gevolg. Uiteindelijk ben ik gewoon een Vlaming die van cross houdt. Ik kan dus wel smullen van verhalen die geschreven en gemaakt worden.”

Hoe heb je de heisa rond de Wereldbeker dan bekeken?
“Ik zie het vooral als een herinnering dat we dingen moeten nemen zoals ze komen. Ik denk dat je soms toch maar moet luisteren naar wat er van bovenaf gezegd wordt. En dat zal ik dan nu ook doen. Als die Wereldbeker herschikt wordt, zullen we moeten kijken of het in mijn programma zal passen. Maar ik ga er altijd vanuit dat ik alle crossen rijd. Dat vind ik persoonlijk gewoon het leukste.”

Je zit nu bij Deschacht-Hens-Maes. Zie je dat als – niet oneerbiedig – een tussenstap?
“Helemaal niet. De ploeg is als een eenmansploeg gestart en ondertussen hebben we toch een sterke kern met zowel goede elites als goede renners in de jeugdcategorieën. Sinds dit seizoen is het ook een UCI-crossploeg en kunnen we dus in de zomer op het continentale niveau koersen afwerken. Dat is dus hetzelfde als de andere echte crossploegen als die van Sven Nys en Jurgen Mettepenningen bijvoorbeeld.”

“Het is ook een echte familieploeg. Het is geen grote ploeg, iedereen kent iedereen. Dat had ik wel nodig na deze twee zware jaren. Ze doen heel veel voor mij zodat ik me op mijn gemak voel. Dat geeft vertrouwen.”

Wat volgt er na het veldritseizoen voor jou?
“Vrij snel daarna doen we nog de GP Vermarc in Rotselaar. Ik wil alle kansen nemen om wedstrijdritme op te doen. Het zou ook zonde zijn om met deze goede conditie nu maar drie keer te koersen. Dus ik zal een paar wegkoersen meepakken en dan start ik eigenlijk snel met mij voorbereiding op het BK Gravel. Ik zal een aantal gravelwedstrijden rijden vanaf eind april en die krijgen dan echt prioriteit.”

RIDE Magazine

Om te reageren moet je ingelogd zijn.