Tour 2019: Vooruitblik op het parcours

Door , maandag 1 juli 2019 om 19:30
Tour 2019: Vooruitblik op het parcours

foto: Cor Vos

Vanaf zaterdag 6 juli is het eindelijk weer zover: de 106e editie van de Tour de France! Het grote speculeren is al een tijdje begonnen, maar WielerFlits doet er nog een schepje bovenop met enkele voorbeschouwingen. In deze vooruitblik rijden we alvast de 3.480,3 kilometers, kriskras door het Franse land, en staan we stil bij de belangrijkste etappes, bergen en aankomsten.


“Tom Dumoulin heeft in de Giro d’Italia meer kans dan de Tour de France”, tot deze conclusie kwam Team Sunweb-manager Iwan Spekenbrink na de bekendmaking van het parcours van de Franse ronde. De grote man achter de Duitse WorldTour-ploeg doelde ongetwijfeld op het weinige aantal tijdritkilometers, maar ook op de Col du Tourmalet, de Col d’Izoard, de Galibier, Iseran en Val Thorens. Zomaar even vijf monsterbeklimmingen die de renners tegenkomen in hun reis van Brussel naar Parijs. Het is duidelijk: de 106e editie van de Tour de France is er eentje voor de klimmers. Voor de Romain Bardets, Egan Bernals en Nairo Quintana’s van deze wereld.

Want zeg nu zelf, hoe vaak eindigt de Tour nu boven de tweeduizend meter hoogte? Vorig jaar reed men weliswaar over de Col de la Madeleine, Col de la Croix de Fer en de Tourmalet, maar werd alleen gefinisht op de top van de Col du Portet, op een hoogte van 2.215 meter. Koersdirecteur Christian Prudhomme gooit het ditmaal over een andere boeg, met maar liefst drie aankomsten boven de magische grens van de tweeduizend meter. Maar dat is nog niet alles, aangezien we uitkomen op maar liefst zeven bergetappes, netjes verdeeld over de Pyreneeën en de Alpen. Maar er is nog meer ‘goed’ nieuws, aangezien de renners dit jaar ook de Vogezen aandoen.

Vorig jaar finishte de Tour slechts één keer boven de tweeduizend meter, Nairo Quintana won – foto: Cor Vos

De 176 deelnemers zullen in drie weken tijd over 66 gecategoriseerde beklimmingen worden gestuurd, variërend van een colletje van vierde categorie tot een Alpenreus van ruim twintig kilometer. En hoe zit het met de tijdrijders en de sprinters? De Tour kiest net als vorig jaar voor twee korte tijdritten van ongeveer 27 kilometer. De eerste is in ploegverband in hartje Brussel, de tweede zal individueel worden afgewerkt in het Zuid-Franse Pau. Verder lijken de sprinters er wat bekaaid vanaf te komen, aangezien aardig wat etappes over geaccidenteerd terrein voeren. We tellen – met een beetje goede wil – zeven sprintkansen, maar een uitgemaakte zaak is het zeker niet.

Statistieken voor de 106e Tour de France 
flag-fr Een ploegentijdrit
flag-fr Een individuele tijdrit
flag-fr Drie Pyreneeënritten
flag-fr Drie Alpenritten
flag-fr Zeven bergetappes
flag-fr Vijf aankomsten bergop
flag-fr 66 gecategoriseerde beklimmingen
flag-fr Zeven beklimmingen van boven de tweeduizend meter
flag-fr 54,8 tijdritkilometers
flag-fr Dertien etappes van onder de tweehonderd kilometer
flag-fr Acht etappes van boven de tweehonderd kilometer
flag-fr 3.480,3 kilometers

Een eerbetoon aan de allergrootste

Dat Eddy Merckx de grootste wielrenner aller tijden is, moge wel duidelijk zijn. Zo won de inmiddels 74-jarige Belg zeven keer Milaan-San Remo, vijfmaal de Giro d’Italia en is hij drievoudig wereldkampioen. Maar Merckx won natuurlijk ook vijfmaal de Ronde van Frankrijk. Zijn eerste eindzege kwam er in 1969, exact vijftig jaar geleden. U begrijpt ongetwijfeld welk bruggetje we nu willen maken: de Tourorganisatie heeft als eerbetoon aan ‘De Kannibaal’ besloten om de drieweekse ronde te laten starten in Brussel. Het is overigens niet voor het eerst dat Le Grand Départ plaatsvindt in de Europese hoofdstad. In 1958 vertrok de Tour hier in het kader van de Wereldtentoonstelling.

De openingsetappe van de 106e Tour de France voert in een grote lus langs het zuiden van Brussel. En dus kunnen de Muur van Geraardsbergen en de Bosberg niet ontbreken. Deze iconische kasseihellingen spelen een sleutelrol in bijvoorbeeld Omloop het Nieuwsblad en (de vroegere) Ronde van Vlaanderen, maar liggen nu vooral voor de sier. Want na de Bosberg is het nog ruim 140 kilometer tot de finish in Brussel. Het gaat via Charleroi, Waterloo (onlosmakelijk verbonden met Napoleon Bonaparte), Overijse en Tervuren naar Sint-Pieters-Woluwe, daar waar Merckx opgroeide én in 1969 zijn eerste gele trui greep na een gewonnen ploegentijdrit. De aankomst is na een relatief vlakke finale bij het Kasteel van Laken, een van de koninklijke residenties. De laatste honderden meters lopen overigens bergop. Wie sprint hier naar de ritzege en het geel?

De Tourstart staat deels in het teken van Eddy Merckx – foto: Cor Vos

We blijven nog even in Brussel, want op zondag 7 juli is het tijd voor een ploegentijdrit van 27,6 kilometer. De renners vertrekken nabij het Koninklijke Paleis, om vervolgens via Ter Kamerenbos (aan de zuidzijde van Brussel), Sint-Pieters-Woluwe en Oudergem een bocht te maken ten oosten van de stad. Het gaat vanaf dat moment via het zuiden naar de finish, die gelegen is voor dé trots van Brussel: het Atomium. Dit gevaarte werd gebouwd in 1958, in het kader van de Wereldtentoonstelling. En wat met de tijdrit zelf? De route is allesbehalve vlak, maar echt steil is het nergens. Bovendien zijn de wegen breed in het centrum van Brussel. Toch zullen ploegen als Team Ineos, Deceuninck-Quick-Step en Mitchelton-Scott hier hun kans ruiken. Want, hoe meer tijd je pakt…

Au revoir, Bruxelles! Op dag drie van de Tour zullen de renners voor het eerst op Frans grondgebied finishen. De start is nog wel in België, in het Waalse Binche om precies te zijn, dat dan weer ligt in de regio Henegouwen. Van hieruit gaat het in zuidelijke richting over de Belgische grens, naar de Champagnestreek. Het gaat over lekker bollende wegen naar Reims, maar daar ligt de finish niet. Die is getrokken in Épernay, de officieuze hoofdstad van de Champagne. Maar eerst moeten de coureurs nog een pittige finale afwerken, met de Côte Nanteuil-la-Forêt (1,1 kilometer aan 6,8%), Côte d’Hautvillers (900 meter aan 10,5%), Côte de Champillon (1,8 kilometer aan 6,6%), Côte de Mutigny (900 meter aan 12,2%) en de Côte du Mont Bernon (1 kilometer aan 5,5%).

Een sprint bergop, Sagan on top? – foto: Cor Vos

Het heeft wat weg van de finale van de Waalse Pijl, en dus zullen we moeten kijken naar de puncheurs in het peloton. Na de Mont Bernon is het nog vier kilometer tot de finish, waarvan de laatste 500 meter omhoog lopen aan 8%. Daniel Martin, wereldkampioen Alejandro Valverde, Julian Alaphilippe… Met deze namen lijk je veilig te zitten. Of is het een ideale gelegenheid voor Peter Sagan om punten te sprokkelen voor de groene trui? Want de topsprinters zullen dinsdag weer een kans krijgen op de ritzege, als het peloton na een relatief vlakke etappe aankomt in Nancy. Het startschot klinkt in Reims, waar Theo Middelkamp in 1947 de eerste Nederlandse wereldkampioen werd.

Wat volgt is een middagje koersen door de Champagnestreek. Pas in de finale zal er serieus moeten worden geklommen, maar de Cote de Maron (3,2 km aan 5%) lijkt niet zwaar genoeg om de sprinters overboord te gooien. De rappe mannen zullen moeten oppassen in de vlakke finale, die toch behoorlijk technisch is met meerdere bochten. Wie wint in Nancy, mag zich in één adem noemen met kampioenen als Fausto Coppi, Rik Van Looy en Joop Zoetemelk. Wellicht wel Matteo Trentin, aangezien de Italiaan van Mitchelton-Scott vijf jaar geleden al eens won in deze schitterende stad, niet ver van de Vogezen.

Vluchten naar de klim van de mooie meisjes

Nu we het toch over de Vogezen hebben: de vijfde etappe voert deels door dit altijd wat onderbelichte maar loodzware bergmassief. Startplaats is Saint-Dié-Des-Vosges, gelegen in de groene vallei van de Meurthe. Van hieruit gaat het naar de Col de Saales (4,6 km aan 2,8%) en de Côte de Grendelbruch (3,4 km aan 4,9%). Niet al te lastig, maar het is een begin. Maar niet getreurd: de finale belooft een stuk zwaarder te worden met halverwege de Côte due Haut-Koeninsbourg (5,9 km aan 5,9%) en even later de Côte des Trois-Épis (4,9 km aan 6,8%) en de Côte des Cinq Châteaux (4,6 km aan 6,1%). Hierna is het gedaan met klimmen; de laatste zeventien kilometer zijn vlak naar Colmar, waar al vaker een Tourfinish werd georganiseerd.

Een geëmotioneerde Haussler wint een Tourrit in Colmar – foto: Cor Vos

De Vogezen zijn misschien niet zo aansprekend als de Pyreneeën en de Alpen, voornamelijk vanwege het ontbreken van grote cols. Maar dit bergmassief is loodzwaar, met zijn kronkelige smalle wegen, vele bochten en steile beklimmingen. Bovendien spookt het regelmatig in de Vogezen: de in 2009 doorweekte Heinrich Haussler kan erover meepraten. In de zesde etappe zal het kaf hoe dan ook van het koren worden gescheiden, weer of geen weer. De renners finishen namelijk op de top van de loeisteile La Planche des Belles Filles, inmiddels een bekende en beruchte Tourberg. Maar dat is al het toetje, daarvoor volgen nog een aperitiefje, voorgerecht én hoofdgerecht.

Vlak na de start in Mulhouse beklimmen de heren coureurs vanuit Le Markstein de historische Grand Ballon (10,8 km aan 5,4%), die je toch moet hebben beklommen als wielertoerist. Al rekent de Tourorganisatie slechts de daaropvolgende 1,3 kilometer als de Grand Ballon, de wielerliefhebber weet wel beter. Hierna volgen de Col du Hunsdruck (5,3 km aan 6,9%), de Ballon d’Alsace (11 km aan 5,8%), de Col des Croix (3,3 km aan 6,1%) en de pittige Col des Chevrères (3,5 km aan 9,5%). Na de Chevrères is het nog goed tien kilometer tot de voet van de slotklim.

La Planche des Belles Filles is door de Tourorganisatie pas ontdekt in 2012, maar hij is inmiddels niet meer weg te denken uit het repertoire. Dat is ook niet zo gek, want de renners klimmen zeven kilometer aan maar liefst 8,7%, met pieken tot bijna 20%. De klim is dit jaar nog wat zwaarder gemaakt door Prudhomme en co, aangezien de karavaan nog verder klautert, over onverharde wegen, naar een hoogte van 1.140 meter. Dit betekent dat op het einde nog een uitschieter is van maar liefst 24%. Een ding is zeker: de maskers zullen hier ongenadig afvallen. Wie verlaat de Vogezen als grote winnaar?

Fabio Aru is blij met zijn zege op La Planche des Belles Filles – foto: Cor Vos


La Planche des Belles Filles 

Voor wie het verhaal niet kent van La Planche des Belles Filles: de bergtop dankt zijn naam aan een legende ten tijde van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), die werd gevoerd tussen verschillende Europese mogendheden. Als we het verhaal mogen geloven, waren Zweedse huurlingen gestationeerd in het nabijgelegen gebied Plancher-les-Mines. En mannen die lange tijd van huis zijn, zoeken op een gegeven moment naar afleiding. En zo lieten ze hun oog vallen op de meisjes en vrouwen uit de omgeving, die op hun beurt vluchtten naar de top van La Planche des Belles Filles.

Vincenzo Nibali komt als eerste boven in 2014 – foto: Cor Vos

De opgejaagde vrouwen besloten uiteindelijk om zelfmoord te plegen, aangezien ze niet het slachtoffer wilde worden van misbruik. Ze sprongen dan ook massaal van het plateau af, in de wateren van het eronder gelegen meer. Dit meer draagt sindsdien de naam Étang des Belles Filles (vijver van de mooie meisjes). Een houten beeld op de flanken van La Planche herinnert nog dagelijks aan het vreselijke lot van de betreurde vrouwen. Maar het is de vraag of de ritwinnaar deze geschiedenis kent.

Zweten in het zuiden

De renners kunnen even wat rustiger aan doen, aangezien de zevende rit is neergelegd voor de spurters. Tussen startplaats Belfort en finishplek Chalon-Sur-Saône liggen drie colletjes, maar verder gaat het over goedlopende wegen richting het zuiden. Met 230 kilometer is de zevende etappe wel de langste in deze Tour. De laatste negentig kilometer zijn nagenoeg vlak, waardoor we ons mogen opmaken voor een massasprint. Zaterdag zal de soep echter een stuk heter worden opgediend, met een finish in Saint-Étienne. En wie Saint-Étienne zegt, zegt (vaak) heuvels. Wie naar het routeprofiel kijkt, denkt dat we te maken hebben met een stekelvarken.

Het gaat namelijk constant op en af, dankzij maar liefst zeven gecategoriseerde hellingen. Maar dat zijn slechts de officiële beklimmingen, want er zijn ook nog ontelbare onopgemerkte heuvels, waardoor we uitkomen op bijna vierduizend hoogtemeters! Krijgen we spektakel op de flanken van de Col de la Croix Montmain (6,1 km aan 7%), Col de la Croix de Thel (4,1 km aan 8,1%), Col de la Croix Paquet (2,1 km aan 9,7%) en de Côte d’Affoux (8,5 km aan 4,5%)? Nee? Dan kan het altijd nog gebeuren op de Côte de la Croix de Part (4,9 km aan 7,9%) en de Côte d’Aveize (5,2 km aan 6,4%). Vanaf de top van de Aveize is het nog vijftig kilometer te gaan.

Marcus Burghardt won ooit in Saint-Étienne – foto: Cor Vos

Het zwaarste is misschien achter de rug, maar vlak wordt de route allerminst. Zo ligt er in de finale nog de Côte de la Jaillére (1,9 km aan 7,9%), met de top op twaalf kilometer van de finish. Het lijkt een etappe voor de baroudeurs, de aanvallers die niks te verliezen hebben maar zoveel te winnen. Iemand als Luis León Sánchez, Tim Wellens of Jesús Herrada. Een dag later mogen deze renners zich weer uitleven op weg naar Brioude. Maar let vooral op de Fransen op deze veertiende juli. Het kan maar één ding betekenen: Quatorze Juilliet! Op de Franse nationale feestdag heeft de organisatie gekozen voor een pittige heuveletappe.

De renners starten waar ze eerder finishten, namelijk in Saint-Étienne. Vervolgens trekt het peloton in westelijke richting naar de bijzonder steile Mur d’Aurec-sur-Loire (3,2 km aan 11%). Daarna blijven de renners lange tijd op een plateau rijden, en voor ze het weten zijn ze bezig aan de Côte des Guillaumanches (7,8 km aan 4,1%). De beslissing voor de ritzege zal waarschijnlijk vallen op de klim genaamd Côte de Saint-Just. Na deze 3,6 kilometer lange helling – aan 7,2% – geeft de teller nog dertien kilometer aan, die grotendeels naar beneden gaan. Misschien zien we in de finale wel een aanval van de Franse Tourhoop Romain Bardet, die 28 jaar geleden het levenslicht zag in finishplaats Brioude.

Salvatore Commesso wint als Italiaans kampioen in Albi – foto: Cor Vos

De renners zijn in een paar dagen tijd van de noordoostelijke Vogezen naar het zuiden van Frankrijk gereden. En dan weten de sprinters al hoe laat het is: het is (bijna) tijd voor de Pyreneeën. Maar op maandag 15 juli krijgen de snelheidsduivels nog een mogelijkheid om voor de zege te sprinten, als er een niet al te zware etappe gepland staat naar Albi, de geboorteplaats van rasaanvaller Lilian Calmejane. Schrijf de renner van Total Direct Energie maar op voor een alles-of-niets aanval.

De (eerste) week van de waarheid

Na een welverdiende eerste rustdag kijken de klimmers reikhalzend uit naar de eerste echte bergetappes door de Pyreneeën. Maar de lichtgewichten zullen nog even geduld moeten hebben, omdat in de elfde etappe nauwelijks moet worden geklommen. De nog aanwezige spurters zien het graag, want dat betekent dat zij in Toulouse nog een kans krijgen om te bikkelen voor een ritoverwinning. Mark Cavendish bewaart goede herinneringen aan Toulouse, aangezien hij er won in 2008. Maar of de Brit zichzelf kan opvolgen…

Op donderdag 18 juli is het eindelijk zover: het peloton trekt de Pyreneeën in. We gaan nog niet naar de allerhoogste en zwaarste bergtoppen, maar de Col de Peyresourde (13,2 km aan 7%) en de Hourquette d’Anzican (9,9 km aan 7,5%) mogen er wel zijn. Die worden bereikt na een glooiende aanloop van liefst 130 kilometer. Na de top van de Anzican beginnen de renners aan een niet al te steile afdaling van dertig kilometer, om vervolgens te finishen in Bagnères-de-Bigorre. Hier mocht Riccardo Riccò in 2008 zegevieren, na een imponerende prestatie op de Col d’Aspin. Ook toen startte de etappe overigens in Toulouse. Het was een ware droomprestatie van de Italiaan. Maar hoe gaat het nummer van Marco Borsato ook alweer? “De meeste dromen zijn bedrog…”

De zege van Ricco in Bagnères-de-Bigorre staat niet meer in de boeken – foto: Cor Vos

Het is eens wat anders: na twee weken staat alweer de laatste tijdrit van deze Tour op het programma. Het is bovendien een vrij korte chrono van 27,2 kilometer van en naar Pau, niet ver van de Pyreneeën. Deze stad was al ontelbare keren aankomstplaats van de Ronde van Frankrijk, maar slechts één keer ging het om een tijdrit. In 1981 won Bernard Hinault na een gelijkaardige afstand van 26,7 kilometer. De tijdrit gaat dit jaar over licht glooiende wegen, met halverwege de Cote d’Esquillot (1,1 km aan 6,5%). De specialisten kunnen zich uitleven op de brede en rechte wegen, al zijn er ook de nodige bochten. Het tempo zal er pas finaal uitgaan in de laatste honderden meters, als plots aan 17% moet worden geklommen.

Een ding is zeker: de pure klimmers zullen hier flink wat tijd verliezen. Maar dat hoeft geen probleem te zijn, aangezien de renners in het weekend van 20 en 21 juli weer de Pyreneeën intrekken. Cirkel als wielerliefhebber de etappe van zaterdag met rood in uw agenda, aangezien de aankomststreep ligt op de vermaarde Col du Tourmalet. Het is pas de derde keer dat de Tour finisht op de flanken van deze reus. De overwinning van Jean-Pierre Danguillaume in 1974 zijn veel mensen alweer vergeten, maar de zege van Andy Schleck staat nog op het netvlies gebrand. Wie mag zich zaterdagmiddag in één adem noemen met dit tweetal?

De ASO heeft gekozen voor een bijzonder korte etappe van 115 kilometer, in de hoop op meer spektakel. Na goed vijftig kilometer begint met de Col du Soulor (11,9 km aan 7,8%) de eerste grote beklimming van de dag. Het zal vooral een opwarmertje zijn voor de Tourmalet, die voor de 58e keer op het menu staat. De renners beklimmen hem echter niet vanuit Sainte-Marie-de-Campan (ja, waar Eugène Christophe zijn voorvork moest repareren), maar vanuit Luz-Saint-Sauveur. Dit betekent dat de Tourmalet negentien kilometer lang is aan 7,4%. Vergeet ook niet dat de renners finishen boven de tweeduizend meter, waardoor de pure klimmers zullen bovendrijven.

Andy Schleck en Alberto Contador op de Tourmalet – foto: Cor Vos

De man met de hamer kan echt overal staan, bijvoorbeeld in de laatste drie kilometer, als het wegdek aan tien procent omhoog kruipt. Wie als eerste bovenkomt op de Tourmalet, ontvangt met de Souvenir Jacques Goddet (vernoemd naar de gelijknamige en legendarische ex-koersdirecteur) nog een extra geldprijs. Veel renners zullen op de top snakken naar een nieuwe rustdag, maar de organisatie denkt daar anders over. Sterker nog: op zondag 21 juli is het tijd voor de derde en laatste Pyreneeënrit. Ditmaal komen de coureurs niet boven de 1.600 meter uit, maar zwaar zal het hoe dan ook worden, met een aankomst op een ‘nieuwe’ klim.

Vanuit de start in Limoux is de Col des Tougnes (7,4 km aan 3,9%) de eerste hindernis van de dag, niet veel later gevolgd door de Col de Montségur (6,8 km aan 6%). Toch is het wachten op de échte finale en beklimmingen, beginnend met de Port des Lers (11,4 km aan 7%) en de niet te onderschatten Mur de Péguère (9,3 km aan 7,9%). Die laatste klim kent duidelijk twee gezichten. De eerste zes kilometer zijn vrij gelijkmatig en gaan over mooie brede wegen, maar voor de laatste drieduizend meter worden de renners over een heus geitenpad gestuurd, met pieken tot 18%. Na een technische afdaling van 25 kilometer bereiken de renners de voet van de onuitgegeven Prat d’Albis.

Deze col is 11,8 kilometer lang aan een gemiddeld stijgingspercentage van 7%. De Prat d’Albis is behoorlijk smal en kent veel bochten, met halverwege enkele percentages van ruim 10%. Bovendien is het uitzicht erg mooi, maar dat zal de renners weinig kunnen schelen. Wie doet hier de beste zaken, zo vlak voor de tweede rustdag?

De afwezige Chris Froome ziet af op de Mur de Péguère – foto: Cor Vos

Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy!

Want daar zijn de toppen van Alpenreuzen als de Col d’Izoard, de Galibier en Val Thorens. Maar voor we naar grote hoogte stijgen, stoppen de renners eerst nog in Nîmes en Gap, twee bekende aankomstplaatsen in de Tour. In de Romeinse stad Nîmes kunnen we wellicht een voorlaatste massasprint verwachten, al staat de wind hier vaak gunstig voor het trekken van waaiers. De vraag is ook of de sprintersploegen überhaupt wel bereid zijn om de boel te controleren. De zeventiende etappe naar Gap zal niet te controleren zijn, gezien de pittige finale met de Col de la Sentinelle (5,2 km aan 5,4%). Verder kan het in de Provence bloedheet zijn, met smeltend asfalt tot gevolg. En vraag maar aan Joseba Beloki wat er dan kan gebeuren…

Na zeventien etappes zijn ze eindelijk daar: de Alpen. Op de hoogste bergtoppen van deze bergketen zal het klassement worden opgeschud, tot we de winnaar kennen van de 106e Tour de France. Het begint op donderdag 25 juli met een zware bergetappe van Embrun naar Valloire, over drie Alpenreuzen. Het voorgerecht bestaat ditmaal uit de Col de Vars (9,3 km aan 7,5%), met de top op maar liefst 2.109 meter. We gaan echter nog hoger, met dank aan de gevreesde Col d’Izoard (14,1 km aan 7,3%, 2.360 meter). Twee jaar geleden finishte de Tour nog op de flanken van deze klim en was het Warren Barguil die naar de zege wist te fladderen. Ditmaal nemen de renners echter ook de duik naar beneden, want er zijn nog ruim zestig kilometer af te leggen.

Andy Schleck won in 2011 op de top van de Galibier – foto: Cor Vos

Het loopt vervolgens vanuit wintersportplaats Briançon (waar de Tour al verscheidene malen finishte, wanneer de renners de Galibier van de andere kant namen) al zoetjesaan omhoog richting de voet van de mythische Col du Galibier (23 km aan 5,1%). De eerste veertien kilometer worden ook wel de Col du Lautaret genoemd. Dit is een echte loper, met constante stijgingspercentages van 5-6%. De laatste negen kilometer zijn dan weer loodzwaar, met een gemiddeld percentage van minstens 6%. Met het verstrijken van de kilometers, nemen de renners steeds minder zuurstof op. De arme stakkers koersen namelijk naar een hoogte van 2.642 meter, gek genoeg niet het hoogste punt van deze Tour. En alsof dat nog niet zwaar genoeg is, stijgt de slotkilometer aan maar liefst 9%.

Na de top van de Galibier staat er nog een ziedend snelle afzink naar Valloire op het menu. Na achttien kilometer dalen loopt de laatste kilometer richting Valloire nog lichtjes omhoog. Dit skidorpje was al enkele keren het vertrekpunt van een Touretappe, maar diende nog nooit als aankomstplaats. Dit geldt overigens niet voor de aankomstplaats van de laatste vrijdagetappe: Tignes. Het is alweer twaalf jaar geleden dat de veelbesproken Michael Rasmussen hier een dubbelslag wist te slaan. De Deense klimmer van Rabobank mocht op de top van deze Alpencol de gele trui aantrekken. Maar Michael Rasmussen zou die Tour van 2007 niet winnen. U weet vast nog wel waarom.

Voordat we aan de voet van Tignes komen, vertrekt het peloton vanuit Saint-Jean-de-Maurienne voor een slechts 126,5 kilometer lange etappe. Maar dit zegt niks over de zwaartegraad van deze negentiende rit, aangezien de coureurs na aardig wat hoogtemeters beginnen aan de Col d’Iseran, een schitterende maar ook wat onderbelichte Alpenreus. De klim is volgens de Tourorganisatie 12,9 kilometer lang aan 7,5%, maar eigenlijk klimmen de renners onophoudelijk voor 33 kilometer, waardoor we uitkomen op een gemiddelde stijging van 4,2%. Het ‘lekkerste’ is voor het laatst bewaard, met drie kilometer aan 8%.

De Tour wordt beslist in de Alpen – foto: Cor Vos

De top van de Iseran ligt op een duizelingwekkende hoogte van 2.770 meter, waardoor we kunnen spreken van het dak van deze Tour. Vervolgens gaat het in dalende lijn naar Val d’Isere en wintersportdorp Les Brévières, alwaar de slotklim begint. De afsluitende col (7,4 km aan 7%, maximaal 10%) is niet heel erg zwaar, maar aan het einde van de Tour kun je niet meer spreken van eenvoudige beklimmingen. En dus zullen in de voorlaatste etappe – de laatste bergrit – nog serieuze verschillen ontstaan. De etappe is opnieuw erg kort, maar met drie serieuze cols en ruim vierduizend hoogtemeters niet minder zwaar. De renners vertrekken vanuit Albertville, bekend van de Olympische Winterspelen van 1992.

De Tour startte vorig jaar ook in Albertville, maar toen ging de etappe naar La Rosière. Nu trekt het vermoeide peloton naar Val Thorens, maar eerst gaat het over de Col du Méraillet en aansluitend de Cormet de Roselend (19,9 kilometer aan 6%) richting de niet al te lastige Côte de Longefoy (6,6 km aan 6,5%). Op de top zijn de renners voorbij halfkoers, maar de laatste 55 kilometer zullen als een eeuwigheid aanvoelen. Dat komt door de slotklim naar skioord Val Thorens. De cijfers: bijna 34 kilometer klimmen aan 5,5%. Laat u niet in de maling nemen door de gemiddelde hellingsgraad, aangezien er enkele dalende stukken zijn. Zo piekt het wegdek geregeld aan 8-9%. Bovendien lopen de laatste negen kilometer omhoog aan 7%.

Wie klimt in de voetsporen van de Colombiaanse pocketklimmer Nélson Rodríguez, die hier in 1994 als eerste en tot nu toe enige wist te winnen? Op de top van Val Thorens weten we ook wie de Tour de France 2019 heeft gewonnen, aangezien de slotetappe – uiteraard – finisht op de steentjes van de Champs-Elysées in hartje Parijs. Na flink wat grappen en grollen, nippen aan een glaasje champagne en de groetjes aan het thuisfront, wordt het tempo nog één keer de hoogte ingejaagd. En gaan we nog één sprinten. En roepen we na afloop weer in koor: Vive le Tour!

Van Godefroot tot Groenewegen 

Dylan Groenewegen won twee jaar geleden in Parijs – foto: Cor Vos

Een Tour de France zonder finish op de Champs-Elysées: het is haast niet meer voor te stellen. Op zondag 28 juli zal hier voor de 45e keer een winnaar worden omgeroepen. Het begon allemaal in 1975, toen de kasseienvreter en sprintspecialist Walter Godefroot voor de laatste keer een Touretappe wist te winnen. Hij is één van de negen Belgen die wist te zegevieren in Parijs. De andere namen? Pol Verschuere, de onvermijdelijke Freddy Maertens, Eric Vanderaerden, Rudy Matthijs, Johan Museeuw, Tom Steels, Tom Boonen en Gert Steegmans.

Ook de Nederlanders waren succesvol op de Champs-Elysées, met naast Groenewegen ook Gerben Karstens, Gerrie Knetemann en natuurlijk Jean-Paul van Poppel. Vier overwinningen van Nederlandse makelij: dat is evenveel als Mark Cavendish. Niemand won vaker dan de Britse spurtbom, die de beste was in 2009, 2010, 2011 en 2012. Er werd vaak gesprint op de Champs-Elysées, maar af en toe bleef er iemand vooruit (denk aan Jeff Pierce, Eddy Seigner en Alexander Vinokourov).

En dan is er nog die heroïsche tijdrit tussen Greg LeMond en Laurent Fignon in 1989. Die verrekte acht seconden die Fignon uiteindelijk tekort kwam om zijn derde Tour te winnen. Hierdoor kwam LeMond op gelijke hoogte met twee Tourzeges. Het was voor de Amerikaan zijn definitieve terugkeer aan de top, nadat hij in 1987 ernstig gewond raakte tijdens een jachtongeluk. Een dergelijke apotheose zullen we dit jaar waarschijnlijk niet krijgen, maar wellicht zien we een vergelijkbare herrijzenis.

Etappeschema Tour de France 2019

Etappe 1 – zat. 6 juli : flag-be Brussel – flag-be Brussel (194,5 km)
Etappe 2 – zon. 7 juli: flag-be Brussel – flag-be Brussel (27,6 km / ploegentijdrit)
Etappe 3 – ma. 8 juli: flag-be Binche – Epernay (215 km)
Etappe 4 – di. 9 juli: Reims – Nancy (213,5 km)
Etappe 5 – wo. 10 juli: Saint-Dié-des-Vosges – Colmar (175,5 km)
Etappe 6 – do. 11 juli: Mulhouse – La Planche des Belles Filles (160,5 km)
Etappe 7 – vrij. 12 juli: Belfort – Chalon-sur-Saône (230 km)
Etappe 8 – zat. 13 juli: Mâcon – Saint-Etienne (200 km)
Etappe 9 – zon. 14 juli: Saint-Etienne – Brioude (170,5 km)
Etappe 10 – ma. 15 juli: Saint-Flour – Albi (217,5 km)
Di. 16 juli – Rustdag
Etappe 11 – wo. 17 juli: Albi – Toulouse (167 km)
Etappe 12 – do. 18 juli: Toulouse – Bagnères-de-Bigorre (209,5 km)
Etappe 13 – vr. 19 juli: Pau – Pau (27,2 km / individuele tijdrit)
Etappe 14 – zat. 20 juli: Tarbes – Col du Tourmalet (117,5 km)
Etappe 15 – zo. 21 juli: Limoux – Foix (185 km)
Ma. 22 juli – Rustdag
Etappe 16 – di. 23 juli: Nîmes – Nîmes (177 km)
Etappe 17 – wo. 24 juli: Pont du Gard – Gap (200 km)
Etappe 18 – do. 25 juli: Embrun – Valloire (208 km)
Etappe 19 – vr. 26 juli: Saint-Jean-de-Maurienne – Tignes (126,5 km)
Etappe 20 – zat. 27 juli: Albertville – Val Thorens (130 km)
Etappe 21 – zo. 28 juli: Rambouillet – Parijs (128 km)

Bekijk hier de profielen van alle 21 etappes
Extra bonificatieseconden


WielerFlits komt tijdens de Tour de France dagelijks met een voorbeschouwing op de eerstvolgende etappe, waarin uitgebreid het parcours en de favorieten aan bod komen. Mis niets van de Tour bij WielerFlits!

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.