Vijf vragen over de werelduurrecordpoging van Victor Campenaerts

Door , dinsdag 16 april 2019 om 17:00
Vijf vragen over de werelduurrecordpoging van Victor Campenaerts

foto: Cor Vos

Vandaag, dinsdag 16 april om 18.00 uur, is het zover: dan waagt Victor Campenaerts zich aan een werelduurrecordpoging. De Antwerpenaar moet binnen het uur meer kilometers afleggen dan de 54,526 kilometer die Bradley Wiggins in 2015 in Londen reed. We zetten alles wat u moet weten over de recordpoging van Campenaerts nog even op een rij.


Wie ging Campenaerts voor?

Het uurrecord is bijna zo oud als het koersen zelf. Op zich niet onlogisch gezien het simpele, maar loodzware opzet: zo veel mogelijk kilometers afleggen binnen één uur. In de loop der jaren veranderde de regelgeving wel regelmatig.

Zo werd de allereerste richtafstand al in 1893 neergezet door Henri Desgrange, toen nog op een traditionele fiets. Die naam doet misschien wel een belletje bij u rinkelen, want tien jaar later was Desgrange organisator van de eerste Ronde van Frankrijk. Desgrange zette op de Velodrome Buffelo nabij Parijs een afstand van 35,325 kilometer neer, eentje die overigens amper een jaar zou standhouden. Onder andere tweevoudig Tourwinnaar Lucien Petit-Breton en legendes Fausto Coppi en Jacques Anquetil zouden in de loop der jaren ook enige tijd houder van het werelduurrecord zijn.

Maar dé richtafstand was jarenlang die van Kannibaal Eddy Merckx. De wielergod reed in 1972 maar liefst 49,431 kilometer in één uur op de piste van Mexico-Stad. Merckx noemde dit achteraf het zwaarste uur uit zijn carrière. Het record van Merckx zou lang standhouden, tot de internationale wielerunie in 1984 aerodynamische fietsen toeliet. Francesco Moser verpulverde de afstand van Merckx tot 51,151 kilometer en Chris Boardman zou in Birmingham zelfs tot 56,375 kilometer gaan. Later zou de UCI deze pogingen klasseren onder de categorie UCI Best Human Effort. Vanaf 2000 werden recordpogingen weer op traditionele fietsen afgewerkt. De onbekende Tsjech Ondrej Sosenka moest zich dus weer meten met de afstand van Merckx en zette het record op 49,7 kilometer.

Sinds 2014 is het werelduurrecord weer helemaal hip. De UCI paste de regelgeving omtrent het werelduurrecord wederom aan en liet nu alleen bepaalde aerodynamische verbeteringen aan de fiets, zoals dichte wielen en een ligstuur, toe. Fietsfabrikanten speelden hier gretig op in en zo kreeg Jens Voigt het idee om zijn carrière met een recordpoging af te sluiten. Voigt slaagde in zijn poging met 51,110 kilometer. Later zouden ook Mathias Brändle, Rohan Dennis en Alex Dowsett nog eigenaar zijn van het record, tot Bradley Wiggins in 2015 op de piste van Londen de voorlopig beste afstand van 54,526 kilometer vestigde.

foto: Cor Vos

Waarom koos hij Mexico als locatie?

De keuze voor Mexico, meer bepaald de wielerbaan in Aguascalientes, is natuurlijk niet toevallig. Ook Merckx deed in 1972 zijn uurrecordpoging op Mexicaans grondgebied, en recent probeerde Nederlander Dion Beukeboom – onder begeleiding van wetenschapper Jim van den Berg – het zelfs op dezelfde piste in Aguascalientes. Beukeboom kwam te kort, maar liet wel zien dat het record te pakken is met een perfecte voorbereiding.

De meest doorslaggevende factor in de keuze voor Aguascalientes is zonder twijfel de lage luchtdruk geweest. “Hoe lager de luchtdruk, hoe minder weerstand je ondervindt. Dat is de reden waarom iedereen de hoogte opzoekt: met dezelfde krachtontwikkeling kom je veel verder dan op het zeeniveau”, legde Campenaerts begin dit jaar al uit. “Bovendien moet het warm zijn, dan wordt de rolweerstand minder.”

Ook biedt de Mexicaanse piste tal van voordelen. “Blijkbaar mag je in Aguascalientes ook met zware motoren op de piste. Daarmee kunnen we de zaal opwarmen als dat nodig is, maar je zou er ook een luchtstroom mee in gang kunnen zetten die in de juiste richting draait”, aldus de Europese kampioen tegen de klok.

Hoe zag zijn voorbereiding eruit?

Zoals gezegd is Campenaerts een man van details. De eerste ideeën om het uurrecord aan te vallen dateren van eind september vorig jaar. Campenaerts had toen net brons gewonnen op het WK tijdrijden in Innsbruck, ver achter Rohan Dennis maar amper een seconde na Tom Dumoulin. De Antwerpenaar reed in één ruk door naar het Zwitserse Grenchen, waar hij eerst een dag op de piste reed en de dag nadien een allereerste test deed. Die test was meer dan geslaagd, zo bleek, want Campi reed rond met een gemiddelde van 54,8 kilometer. Hij mocht dus beginnen denken aan een officiële poging.

De bedoeling was dat de hele winter in het teken van deze recordpoging zou staan, maar begin december leek een ontsteking aan een kniepees (nadat hij zijn linkerknie stootte tegen zijn koersstuur) roet in het eten te gooien. Campenaerts moest het een tijdje alleen bij zwemmen, aquajogging, fitness en specifieke oefeningen met de fysiotherapeut houden in plaats van de zware trainingen op de fiets. Uiteindelijk herstelde de ontsteking gelukkig sneller dan verwacht.

Campenaerts koos vervolgens een wel erg opmerkelijke locatie uit als uitvalsbasis voor de eerste maanden van het jaar. Tussen 2 januari en 2 maart vestigde hij zich namelijk in de buurt van de hoofdstad van Namibië, op een hoogte van 1.800 meter. Op die manier hoopte hij te wennen aan de hoogte van Aguascalientes én de hitte. “Het is er warm, voldoende hoog om het nodige effect te hebben en de levensomstandigheden zijn er goed. Bovendien is er geen tijdsverschil met België, wat de reis en aanpassing draaglijk maakt”, aldus Campenaerts, die er werd vergezeld door twee triatleten.

Tussen 13 en 19 maart reed de Antwerpenaar in Tirreno-Adriatico zijn eerste competitiekilometers van het seizoen. Ideaal om een beetje koershardheid op te doen én de benen eens te testen in de afsluitende tijdrit. Campenaerts zette er zowaar alle wereldtoppers op hun nummer: van Rohan Dennis tot Tom Dumoulin en… latere Ronde van Vlaanderen-winaar Alberto Bettiol, die op drie seconden van Campenaerts de dichtste bedreiging was. Die tien kilometers tegen de klok in San Benedetto del Tronto zijn natuurlijk in geen enkel opzicht te vergelijken met wat hem in Mexico te wachten staat, maar als vertrouwensboost kan dit wel tellen.

Na enkele dagen rust en nog enkele testen op de piste van Roubaix, reisde Campenaerts op 27 maart af naar Mexico. Na enkele dagen acclimatiseren kon hij de trainingen hervatten en op 1 april deed hij een allereerste test op de piste van Augascalientes. Daar maakte hij een versnellingskeuze (61 of 60 x 14) en kreeg hij extra voeling met de wielerbaan. Naar eigen zeggen is Campenaerts er nu helemaal klaar voor: “Het moment van de waarheid nadert. Mijn lichaam is er helemaal klaar voor. Mentaal ben ik redelijk tot zeer ontspannen door de perfecte voorbereiding. Mijn planning is minutieus. Ondertussen is mijn lichaam ook perfect aangepast aan het speciale bioritme: opstaan om 5 uur en gaan slapen om 20 uur is momenteel wel een makkie”, vertelde hij in het persbericht van Lotto Soudal. Campenaerts wordt begeleid door een team onder leiding van performance manager Kevin De Weert.

foto: Cor Vos

Hoe groot zijn zijn slaagkansen?

Om het met de woorden van Campenaerts zelf te zeggen: “Ik ben geen betere coureur dan Bradley Wiggins, maar in betere omstandigheden kan het lukken.” Dat vertelde Campenaerts eind vorig jaar op het gala van de Kristallen Fiets, die hij uit handen kreeg van… Wiggins. De Tourwinnaar twijfelde geen ogenblik toen hem de vraag werd gesteld of zijn record zou kunnen sneuvelen bij de poging van Campenaerts. “Ik zie Campenaerts meer dan 55 kilometer per uur rijden”, aldus deze wielerlegende.

Er zijn dan ook voldoende argumenten die in het voordeel van Campenaerts spreken. Zijn zin voor detail en minutieuze voorbereiding is daar uiteraard eentje van. Toen Wiggins in 2015 zijn poging waagde in Londen, was de voorbereiding eerder beperkt. “Als je het uurrecord van Wiggins onder de loep neemt, zie je dat het vooral een commercieel feestje rondom het afscheid van zijn profcarrière was”, verwoordde bewegingswetenschapper Jim van den Berg het vorig jaar nog. Wiggins reed bovendien op een laaglandbaan bij hoge luchtdruk, waardoor Campenaerts in Aguascalientes minder vermogen moet trappen om dezelfde snelheid als Wiggins te halen. Een niet te onderschatten factor.

Ook zijn fiets kan een extra troef zijn. In functie van de aanval op het werelduurrecord werd door Ridley Bikes een pistefiets ontwikkeld, volledig op maat van Victor. “Voor het ontwerp van de pistefiets werd er verder gebouwd op een achtervolgingsfiets die voor het eerst werd ontwikkeld in functie van de Olympische Spelen in Rio. Die fiets verschilt aanzienlijk met diegene waarmee Victor zijn tijdritten afwerkt. Zo zijn er geen versnellingen en remmen, wat de fiets nog een stuk lichter en aerodynamischer maakt. De fiets is ontwikkeld in constant overleg met Campenaerts. Zo is het frame volledig op maat gemaakt, zodat hij dezelfde positie aanhoudt als die op de weg. Eens in de beugels – die ook op maat werden gemaakt – zou hij geen verschil mogen voelen”, aldus Toon Wils van Ridley Bikes. Sporza doopte de machine van Campi, met een waarde van 15.000 euro, deze week om tot ‘The Campenator’.

Eén nadeel voor Campenaerts: zijn gebrek aan piste-ervaring. Bij het pisterijden is het een kunst om zo laag mogelijk te blijven en op die manier zo weinig mogelijk meters af te leggen. Bij Wiggins zat dit er natuurlijk al van bij de jeugd ingebakken, terwijl Campenaerts die piste-ervaring niet heeft. Dit was de afgelopen weken dan ook een belangrijk aspect in de trainingen, maar het is de vraag of dat volstaat.

Hoe is de recordpoging te volgen?

De recordpoging van Campenaerts zal dinsdag om 18.00 uur Nederlands-Belgische tijd beginnen en om 19.00 uur weten we of het de renner van Lotto Soudal gelukt is. Oftewel tussen 11.00 en 12.00 uur lokale tijd. Hier op WielerFlits zal je een liveticker vinden. Sporza zendt de recordpoging live uit en ook via het YouTube-kanaal van de UCI zullen er beelden te zien zijn.


Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.