Voorbeschouwing: Critérium du Dauphiné 2021

Voorbeschouwing: Critérium du Dauphiné 2021

foto: Cor Vos

Door Koen Middendorp
zondag 30 mei 2021 om 07:30

Samen met de Ronde van Zwitserland is het Critérium du Dauphiné (30 mei-6 juni) de belangrijkste voorbereidingskoers op de Tour de France. De achtdaagse Franse WorldTour-wedstrijd kan ook dit jaar weer rekenen op een sterk deelnemersveld. WielerFlits blikt uitgebreid vooruit!

Historie

Vlak na de Tweede Wereldoorlog vlogen de eerste edities van de plaatselijke krant Le Dauphiné Libéré over de toonbank. Om de naamsbekendheid en de verkoopcijfers van de krant te vergroten, besloot de eindredactie een meerdaagse wielerkoers op te richten, dwars door de departementen Isère, Drôme en Hautes-Alpes, deel uitmakend van de streek Dauphiné. In 1947 was de eerste editie van de Dauphiné Libéré een feit.

De eerste uitgave, een wedstrijd van 953 kilometer over vier etappes, werd na iets meer dan 28 uur koers gewonnen de Pool Édouard Klabinski. Gelukkig voor de Fransen waren er vervolgens heel wat thuisrijders aan het feest met onder meer Édouard Fachleitner, Nello Lauredi (winnaar in 1950, 1951 en 1954) en de roemruchte Louison Bobet. De Dauphiné Libere werd voor veel renners, vanwege de plek op de kalender, een belangrijke generale repetitie voor de Tour.

Iban Mayo won de ronde in 2004 – foto: Cor Vos

Tot 1967 werd de Dauphiné Libéré jaarlijks georganiseerd en bleek het een uitgelezen mogelijkheid voor de grootste kampioenen in de wielersport om nog eens de degens te kruisen. Grote namen als Henry Anglade, Jacques Anquetil en Raymond Poulidor wisten de wedstrijd op hun palmares te plaatsen, maar in 1967 werd de ronde na onenigheid geschrapt van de internationale kalender. Twee jaar later maakte de koers gelukkig weer zijn rentree.

De grote namen bleven naar het zuiden van Frankrijk komen en dat is ook te zien aan de verdere erelijst. Zo won de betreurde Luis Ocaña de ronde in 1970, 1972 en 1973 en ook Bernard Thévénet, Bernard Hinault, Greg LeMond en Luis Herrera waren succesvol in de Dauphiné. Naast Anquetil en Hinault legden ook de andere vijfvoudige Tourwinnaars Eddy Merckx (in 1971) en Miguel Induraín (in 1995 en 1996) beslag op de eindwinst.

In het recente verleden ging de eindzege naar mannen als Alexander Vinokourov, Christophe Moreau, Iban Mayo, Alejandro Valverde, Bradley Wiggins en Jakob Fuglsang. Ook de verguisde Lance Armstrong was aan het begin van de eeuwwisseling goed voor twee eindoverwinningen. Die zeven Tourzeges zijn hem inmiddels ontnomen, maar zijn naam is nog altijd twee keer terug te vinden op de erelijst van de Dauphiné, om precies te zijn achter de edities van 2002 en 2003.

Chris Froome (in de gele trui) was de beste in 2013, 2015 en 2016 – foto: Cor Vos

Vijf renners mogen zich een drievoudig winnaar noemen van de Franse meerdaagse en zijn dan ook recordhouders. Nello Lauredi wist in de jaren vijftig van de vorige eeuw als eerste renner een dergelijk huzarenstukje op te voeren.  In de jaren ’70, ’80 en ’90 werden ook Luis Ocaña, Bernard Hinault en Charly Mottet mederecordhouder met drie overwinningen. Chris Froome (2013, 2015 en 2016) is de laatste in het rijtje met drievoudige overwinnaars.

In de geschiedenis van het Critérium du Dauphiné zorgden Alex Close, de onvermijdelijke Eddy Merckx en Michel Pollentier voor de Belgische successen. De tot op heden enige Nederlandse overwinning kwam in 1980 op naam van Johan van der Velde. De renner greep 41 jaar geleden, als renner van de toenmalige Raleigh-ploeg van Peter Post, in de koninginnenrit de leiderstrui en een dag later stelde hij de eindwinst veilig.

Laatste tien winnaars Critérium du Dauphiné
2020: flag-co Daniel Felipe Martínez
2019: flag-dk Jakob Fuglsang
2018: flag-gb Geraint Thomas
2017: flag-dk Jakob Fuglsang
2016: flag-gb Chris Froome
2015: flag-gb Chris Froome
2014: flag-us Andrew Talansky
2013: flag-gb Chris Froome
2012: flag-gb Bradley Wiggins
2011: flag-gb Bradley Wiggins

De verguisde Lance Armstrong als leider in de wedstrijd – foto: Cor Vos


Vorig jaar

Oorspronkelijk stond de 72ste Dauphiné als achtdaagse op de planning, maar door het coronavirus moesten de plannen worden gewijzigd en werd in allerijl gezocht naar een nieuwe datum. Die werd gevonden van 12 tot en met 16 augustus. De ronde werd in afgeslankte vorm (vijf in plaats van acht dagen) georganiseerd en de openingsetappe naar Saint-Christo-en-Jarez werd hertekend.

Wout van Aert begon zijn Critérium du Dauphiné met ritwinst, door in Christo-en-Jarez na een machtsspurt bergop af te rekenen met Daryl Impey en Egan Bernal. De Belg van Jumbo-Visma wist zo een passend vervolg te breien aan zijn geweldige seizoensbegin na de coronabreak. Ook Bernal deed in de schaduw van ritwinnaar en eerste leider Van Aert goede zaken door wat welkome bonificatieseconden mee te graaien, maar moest later de ronde verlaten met rugklachten.

Sepp Kuss rijdt op kop voor ploegmaat Primož Roglič – foto: Cor Vos

Van Aert kon slechts één dag genieten van de gele leiderstrui, want in de tweede etappe met aankomst op de Col de Porte was hij het geel alweer kwijt. Toch kon Van Aert na afloop een glas champagne opdrinken, aangezien de etappe werd gewonnen door zijn ploeggenoot Primož Roglič. De Sloveense topfavoriet voor de eindzege had aan een indrukwekkende versnelling in de laatste kilometer genoeg om zijn tegenstanders uit het wiel te kletsen.

Met Roglič als nieuwe leider kreeg het peloton op de derde dag een tweede lastige bergetappe voorgeschoteld naar Saint-Martin-de-Belleville. De klassementsrenners hielden zich dit keer redelijk gedeisd en hierdoor kon een sterke Davide Formolo, na een lange solo, uit de greep blijven van Roglič en Thibaut Pinot. Roglič deed andermaal goede zaken voor het klassement en leek met nog twee etappes te gaan op weg naar de eindzege.

Primož Roglič trekt een grimas na zijn valpartij – foto: Cor Vos

In de voorlaatste etappe naar het vliegveld van Megève, gewonnen door de jonge Duitser Lennard Kämna, ging het echter mis voor Roglič. De Sloveen kwam na een etappe over meerdere beklimmingen wel met de eerste klassementsrenners over de streep en wist zo zijn leidende positie vast te houden, maar bleek zich toch flink te hebben bezeerd bij een valpartij al vroeg in de etappe.

Na een mindere nachtrust en overleg met de ploegleiding van Jumbo-Visma kwam Roglič tot het besluit om, vlak voor de slotrit van de ronde, uit de Dauphiné te stappen. Roglič wilde geen onnodige risico’s nemen in aanloop naar de Tour de France en zo kreeg Thibaut Pinot de gele leiderstrui in zijn schoot geworpen. De Fransman beschikte nu over de beste papieren om de Dauphiné te winnen.

En toch liet Pinot de eindzege nog door zijn vingers glippen. In een korte en chaotische slotetappe werd de leider al snel in het defensief gedrongen. Op 25 kilometer van de streep kwam een sterke vluchtgroep met Sepp Kuss, Miguel Ángel López, Pavel Sivakov, Tadej Pogačar en Daniel Felipe Martínez tot stand. Deze groep bleef uiteindelijk voorop en Martínez wist na een secondenspel de eindzege naar zich toe te trekken. De laatste ritzege ging naar Kuss.

Daniel Felipe Martínez (uiterst rechts) op weg naar de eindzege – foto: Cor Vos

De toch wel verrassende eindwinnaar Martínez werd op het eindpodium vergezeld door een ontgoochelde Thibaut Pinot en Guillaume Martin. Tom Dumoulin liet met een zevende plaats zien op schema te liggen voor de Tour.

Eindklassement Critérium du Dauphiné 2020
1. flag-co Daniel Felipe Martínez (EF Pro Cycling) in 21u44m58s
2. flag-fr Thibaut Pinot (Groupama-FDJ) op 29s
3. flag-fr Guillaume Martin (Cofidis) op 41s
4. flag-si Tadej Pogačar (UAE Emirates) op 56s
5. flag-co Miguel Ángel López (Astana) op 1m38s

Eindwinnaar Martinez – foto: Cor Vos


Parcours

De winnaar van het Critérium du Dauphiné zal een klimmer zijn, aangezien de renners drie serieuze bergetappes krijgen voorgeschoteld naar Le Sappey-en-Chartreuse, La Plagne en Les Gets. Daarvoor staat een individuele tijdrit van goed zestien kilometer op het programma, waar de betere tijdrijders dan weer een slag kunnen slaan.


Zondag 30 mei, etappe 1: Issoire – Issoire (182 km)

Het venijn zit hem in de staart, maar ook de openingsrit belooft bijzonder lastig te worden. In een heuvelachtige etappe van 182 kilometer rond Issoire staan zeven hellingen op het menu. Na een glooiende prefinale van goed zeventig kilometer draaien de renners het lokale circuit op, dat driemaal zal worden afgehaspeld, met telkens twee klimmetjes.

Op de flanken van de telkens terugkerende Côte du Château de Buron (3,2 km aan 6,8%) en de Col de la Croix des Gardes (1,6 km aan 5,1%) kan er flink worden doorgetrokken. Na de laatste passage van de Croix des Gardes is het nog twaalf kilometer tot de finish, die grotendeels in dalende lijn verlopen. De finishstraat in Issoire loopt lichtjes omhoog.

Start: 12.30 uur
Finish: tussen 16.44 en 17.10 uur


Maandag 31 mei, etappe 2: Brioude – Saugues (173 km)

Rit twee kunnen we gerust bestempelen als een semi-bergetappe. Vanuit het vertrek in Brioude worden eerst nog de vlakke wegen opgezocht, maar na ruim veertig kilometer is het voor het eerst klimmen geblazen met de Col de Peyra Taillade (8,3 km aan 7,4%), een bijzonder onregelmatige klim met stijgingspercentages tot wel 12%.

Vanaf dat moment is er geen meter meer vlak en trekt het peloton onder meer over de Côte de la Vachellerie (8 km aan 4,1%) en de Côte de la Forêt de Pourcheresse de Charraix na de doorkomst in Langeac. Het is een hele mond vol, maar uiteindelijk is de Côte de la Fôret een klim van net geen zeven kilometer aan 6,4%, met de top op dertien kilometer van de meet.

Na een korte afdaling loopt het wegdek weer omhoog richting de top van de Côte de Masset. Op dit korte klimmetje (1,5 km aan 5,1%) is een laatste aanval nog mogelijk vooraleer een korte afdaling wordt ingezet richting finishplaats Saugues.

Start: 11.40 uur
Finish: tussen 15.47 en 16.13 uur


Dinsdag 1 juni, etappe 3: Langeac – Saint-Haon-Le-Vieux (172,5 km)

Ook op dag drie heeft de organisatie een glooiend parcours uitgetekend, al lijkt deze etappe uit te draaien op een sprint tussen de snelle mannen. Na een lastige openingsfase richting het dorpje Fix-Saint-Geneys, op 1.086 meter hoogte, trekt het peloton over geaccidenteerde wegen en enkele kuitenbijters naar de laatste kilometers.

Vlak voor het binnenrijden van Saint-Haon-Le-Vieux begint de weg weer vervelend omhoog te lopen. Eerst loopt het vals plat op en in de laatste honderden meters gaat het echt omhoog richting de verlossende witte krijtlijn. Wie na goed 170 kilometer als eerste de streep wil komen, zal een flinke machtsspurt uit zijn benen moeten persen.

Start: 11.55 uur
Finish: tussen 15.50 en 16.13 uur


Woensdag 2 juni, etappe 4: Firminy – Roche-la-Molière (16,4 km, ITT)

Vorig jaar besloot de organisatie geen individuele tijdrit in het parcours op te nemen, maar dit jaar is er wel weer een beproeving tegen de klok. Eentje van net iets meer dan zestien kilometer over een glooiend parcours. De route slingert eerst naar Unieux, waar de renners na 7,5 kilometer te horen krijgen of ze een goede tussentijd hebben gerealiseerd.

In Unieux begint ook een oplopende sector van een vijftal kilometer. Wie te snel uit de startblokken is geschoten, komt zichzelf hier ongenadig hard tegen. Na een vlakker intermezzo loopt het parcours weer op voor 1,5 kilometer richting de streep, aan een procent of drie. In Roche-la-Molière, niet ver van Saint-Étienne, kennen we de eindtijden.

Start: 12.50 uur (start eerste renner)
Finish: 15.58 uur (finish laatste renner)


Donderdag 3 juni, etappe 5: Saint-Chamond – Saint-Vallier (175,4 km)

Saint-Chamond is de startplaats voor rit vijf, Saint-Vallier is 175 kilometer verderop de plek waar de renners finishen. Onderweg zijn er bergpunten te verdienen op de toppen van de Côte du Planil (3,7 km aan 6,4%), Côte de la Sizeranne (2,5 km aan 6,5%), Côte de Hauterives (2,1 km aan 5,2%) en de Col de Barbe Bleue (2,1 km aan 6,2%).

Vanaf de top van de Côte de Barbe Bleue is het nog 26 kilometer naar Saint-Vallier, maar vlak is het allerminst. Met nog 13,5 kilometer te gaan doemt de Côte de Montrebut op, een bijzonder steile helling van 1,3 kilometer aan 12%. Het is ook meteen de laatste klim van de dag, maar kan er wel voor zorgen dat de koers volledig uiteen spat.

Start: 11.50 uur
Finish: tussen 15.48 en 16.11 uur


Vrijdag 4 juni, etappe 6: Loriol-sur-Drôme – Le Sappey-en-Chartreuse (167,5 km)

Op vrijdag 4 juni trekken we, na meerdere heuvelachtige etappes, echt de bergen in. De eerste pakweg honderd kilometer zijn nog zo goed als vlak, maar vervolgens is het klimmen, klimmen en nog eens klimmen. Het begint allemaal met de Col de la Placette. Zes kilometer klimmen aan 6,4% en dan zijn de renners op de top.

Na de afdaling richting Saint-Joseph-de-Rivière en enkele licht oplopende kilometers zien de coureurs het bordje ‘Col de Porte’ en begint een beklimming van 7,4 kilometer aan 6,8%. Een nieuwe afzink leidt vervolgens vervolgens naar de Côte de la Frette (3,7 km aan 5,4%) en de slotklim naar Le Sappey-en-Chartreuse (3,3 km aan 6,2%).

Start: 11.40 uur
Finish: tussen 15.46 en 16.15 uur


Zaterdag 5 juni, etappe 7: Saint-Martin-le-Vinoux – La Plagne (171,5 km)

De voorlaatste etappe is met recht en reden de koninginnenrit van deze editie van het Critérium du Dauphiné. Met drie serieuze Alpencols belooft het een loodzware middag te worden. Na bijna tachtig kilometer koers bereikt het peloton de bekende wintersportstad Albertville en beginnen de renners aan een niet te onderschatten tocht door de Alpen.

De Côte de Venthon (2,5 km aan 4,8%) is een welkome opwarmer voor de Col du Pré. Dit is een beklimming van 12,6 kilometer met een gemiddelde stijgingsgraad van 7,7%. Richting de top schieten de percentages regelmatig in de dubbele cijfers. Op de top van de Col du Pré gaat het linea recta naar de volgende Alpencol: de Cormet de Roselend.

Na iets minder dan zes kilometer klauteren, aan 6,5%, krijgen de renners een afdaling van goed dertig kilometer voor de wielen geschoven. Ook niet onbelangrijk: de combinatie Col du Pré-Cormet de Roselend wordt ook aangedaan in de negende etappe van de komende Tour de France.

De slotklim, naar wintersportdorp La Plagne, is ook een oude bekende. Deze 17,1 kilometer lange slotklim aan 7,5% is onlosmakelijk verbonden met de Ronde van Frankrijk. Michael Boogerd boekte er na een fraaie solo door de Alpen in 2002 misschien wel de mooiste overwinning uit zijn carrière. Ook Laurent Fignon (1984 en 1987) en Alex Zülle (1995) wonnen in het verleden een Tourrit op de slotklim naar La Plagne.

Start: 10.05 uur
Finish: tussen 14.33 en 15.07 uur


Zondag 6 juni, etappe 8: La Léchère-Les-Bains – Les Gets (147 km)

De beslissing zal vallen tussen La Léchère-Les-Bains en Les Gets, in een etappe van 147 kilometer over vier serieuze beklimmingen. De eerste echte col is de Côte d’Héry-sur-Ugine, een klim van net iets meer dan tien kilometer tegen 5%. De Col des Aravis (6,7 km aan 7%) is de tweede serieuze klim op de route. De renners storten zich vervolgens naar beneden.

Na een passage door Le Grand-Bornand, waar wel eens een Touretappe is aangekomen, zoekt de Dauphiné de Col de la Colombière op. Vanaf de voet tot de top is het 11,7 kilometer klimmen aan net geen 6%. Eenmaal terug in het dal zijn er nog vijftig kilometers af te leggen, maar die verlopen zeker allemaal niet in vlakke of dalende lijn.

Met eerst de Côte de Châtillon-sur-Cluses (4,7 km aan 5%) en vervolgens de Col de Joux Plane belooft het een spetterende finale te worden. Met name de Joux Plane (11,6 km aan 8,5%) boezemt angst in. Het is een van de zwaarste beklimmingen in de Alpen, maar tevens ook een van de meest onderschatte cols in deze bergketen.

Op de Joux Plane zijn al meerdere fraaie duels uitgevochten, zo ook in de Tour de France. Lance Armstrong zal nog altijd een spuughekel hebben aan deze klim, aangezien hij er eens ongenadig hard de man met de hamer tegenkwam. Na de top van de Joux Plane volgt een razendsnelle en technische afdaling naar Morzine, om vervolgens te eindigen met de klim (6 km aan 3%) in Les Gets.

Start: 10.40 uur
Finish: tussen 14.40 en 15.10 uur


Favorieten

De grootste favorieten voor de komende Tour de France, titelverdediger Tadej Pogačar en diens grote uitdager Primož Roglič, zijn er deze week niet bij in het zuiden van Frankrijk. Pogačar geeft de voorkeur aan een hoogtestage in Sestriere en de Ronde van Slovenië, Roglič kiest helemaal voor een alternatieve voorbereiding op de Tour. De renner van Jumbo-Visma blijft op hoogte en zal helemaal geen wedstrijden betwisten in aanloop naar La Grande Boucle.

Geraint Thomas is de absolute topfavoriet – foto: Cor Vos

Zonder de twee Sloveense wonderboys, die vorig jaar nog wel van de partij waren in het Critérium du Dauphiné, is het met name uitkijken naar INEOS Grenadiers. De Britse sterrenformatie heeft ook nu weer een ijzersterke selectie samengesteld voor een van de belangrijkste voorbereidingskoersen richting de Tour. Met Geraint Thomas rekent de ploeg zelfs op een oud-winnaar van de Dauphiné. De Brit was drie jaar geleden de beste in het eindklassement.

De 35-jarige Thomas hoopt zich ook nu weer via de Dauphiné klaar te stomen voor de belangrijkste wedstrijd van het seizoen. De Welshman is, gezien de individuele tijdrit op dag vier, de grote favoriet om deze Dauphiné te winnen. Bovendien heeft hij de ploeg om de wedstrijd te controleren en, als het nodig is, te doen ontploffen. Thomas is dit seizoen uitstekend op dreef. Zo won hij begin mei nog met verve de Ronde van Romandië.

Als Thomas erin slaagt om ook dit jaar het Critérium du Dauphiné te winnen, dan is dat wellicht een voorbode voor de Ronde van Frankrijk. In 2018 wist hij namelijk een dubbelslag (Dauphiné-Tour) te realiseren. Binnen INEOS Grenadiers is het ook uitkijken naar Tao Geoghegan Hart, Michal Kwiatkowski en met name Richie Porte. De Australiër zit ook in de laatste fase van zijn voorbereiding op de Tour en kan ook zomaar deze Dauphiné op zijn naam schrijven.

Miguel Ángel López is goed op dreef – foto: Cor Vos

Ook Movistar is een ploeg om in de gaten te houden. De blauwe armada van Eusebio Unzué start ook in de Dauphiné met een ‘Tridente’: Miguel Ángel López, Alejandro Valverde en Enric Mas. López lijkt op het eerste gezicht de voornaamste kanshebber op de eindzege. De Colombiaanse klimgeit won een week geleden namelijk nog de Ruta del Sol en is weer helemaal terug na een langdurige revalidatie en een coronabesmetting.

Voor López is het zaak om de schade te beperken in de tijdrit, om vervolgens toe te slaan in de etappes naar La Plagne en die over de Col de Joux Plane. Valverde, winnaar van de Dauphiné in 2008 en 2009, scharen we normaal ook bij de favorieten. De inmiddels 41-jarige Spanjaard gebruikt de Dauphiné de laatste jaren echter voornamelijk als voorbereidingskoers richting de Tour en Vuelta. Dit is ook het beproefde recept voor Enric Mas.

Wat kan Wilco Kelderman in dienst van BORA-hansgrohe? – foto: Cor Vos

BORA-hansgrohe rekent de komende week dan weer op Wilco Kelderman en Patrick Konrad. De 30-jarige Kelderman is met zijn klim- en tijdrijderscapaciteiten altijd een gevaarlijke klant voor de eindzege. Vergeet ook niet dat de Nederlander al een keer vierde werd in deze koers, maar dan moeten we wel terug naar de editie van 2014. We beschouwen Konrad, gezien zijn allround kwaliteiten, dan weer meer als een gevaarlijke outsider.

David Gaudu is de uitgesproken kopman van Groupama-FDJ, zeker nu Thibaut Pinot last heeft van chronische rugklachten. De ranke Gaudu is het hele seizoen al uitstekend bezig en zal in de Dauphiné de goede lijn willen doortrekken. Op papier is de Fransman een van de betere klimmers in deze ronde, het is vooral zaak om niet te veel tijd te verliezen in de tijdrit. Verder is het nog wel afwachten of hij geen last meer heeft van een valpartij op training.

Jonas Vingegaard en Sepp Kuss – foto: Cor Vos

Jumbo-Visma kan dan wel niet rekenen op Primož Roglič, toch stuurt de Nederlandse formatie met Sepp Kuss, Steven Kruijswijk en Jonas Vingegaard drie potentiële kopmannen naar Zuid-Frankrijk. Kruijswijk is de man met de meeste ervaring, maar heeft dit seizoen nog maar weinig laten zien. Kuss is misschien wel de beste klimmer van het gezelschap, maar heeft vaak ook een mindere dag en dat is nefast voor een renner met klassementsambities.

En Vingegaard? De beloftevolle Deen heeft een goede tijdrit in de benen, kan klimmen als de beste en beschikt ook nog eens over een explosief sprintje. De 24-jarige Vingegaard maakt dit seizoen een spectaculaire ontwikkeling door, met ritwinst in de UAE Tour, de eindzege in de wielerweek van Coppi e Bartali en een tweede plaats in een sterk bezette editie van de Ronde van het Baskenland. Wat kan Vingegaard bewerkstellingen in deze Dauphiné?

Ion Izagirre is de man namens Astana-Premier Tech. Jakob Fuglsang, winnaar van de Dauphiné in 2017 en 2019, geeft namelijk de voorkeur aan de Ronde van Zwitserland. Izagirre was dit jaar al derde in Parijs-Nice, tiende in de Ronde van het Baskenland en zevende in de Ronde van Romandië en kunnen we ook zeker weer opschrijven voor een goed klassement in de Dauphiné. De Baskische klimmer heeft namelijk ook een prima tijdrit in de benen.

Brandon McNulty – foto: Cor Vos

Twee andere favorieten zijn Nairo Quintana en Guillaume Martin. De voor Arkéa-Samsic uitkomende Quintana is misschien niet bezig aan zijn beste seizoen, maar kwam in zijn laatste wedstrijd (de Ronde van Asturië) wel als overwinnaar uit de strijd. Cofidis-kopman Martin, vorig jaar nog derde in de Dauphiné, won onlangs op eclatante wijze de Mercan’Tour Classic. Beide renners moeten toeslaan in de zwaardere bergetappes.

Er staan ook nog meerdere schaduwfavorieten aan het vertrek in Issoire. Denk aan Jack Haig en Dylan Teuns namens Bahrain Victorious. Intermarché-Wanty-Gobert heeft Lous Meintjes in de selectie opgenomen. UAE Emirates heeft met Brandon McNulty een gevaarlijke outsider in de gelederen. Ben O’Connor en Aurélien Paret-Peintre zijn de vooruitgeschoven pionnen van AG2R Citroën en Team DSM rekent op Ilan Van Wilder.


Sprinters

Met een beetje goede wil tellen we twee sprintetappes in de Dauphiné, en dan moet echt alles meezitten voor de rappe mannen. Het is dus niet echt verwonderlijk dat er maar weinig spurters de moeite hebben genomen om af te zakken naar het zuiden van Frankrijk. Er staan eigenlijk maar twee échte rassprinters aan het vertrek.

Voor Fabio Jakobsen (Deceuninck-Quick-Step) is het Critérium du Dauphiné de derde wedstrijd sinds zijn rentree in het peloton, al is het maar de vraag of de Nederlander mentaal al klaar is om zich te mengen in het sprintgeweld. Of beschouwt Jakobsen de Dauphiné puur als voorbereidingskoers?

Fabio Jakobsen – foto: Cor Vos

Alexander Kristoff (UAE Emirates) is de tweede topsprinter aan het vertrek. Wout van Aert zou aanvankelijk deelnemen aan het Critérium du Dauphiné, maar de Belg van Jumbo-Visma besloot na een blindedarmoperatie te passen voor de Franse rittenkoers. Van Aert geeft de voorkeur aan twee hoogtestages en het BK tijdrijden.

Het is wel uitkijken naar semi-sprinters en rappe puncheurs als Daryl Impey (Israel Start-Up Nation), Sonny Colbrelli (Bahrain Victorious), Timo Roosen (Jumbo-Visma), Jasper Stuyven en Mads Pedersen (Trek-Segafredo), Alex Aranburu (Astana-Premier Tech), Carlos Barbero (Qhubeka ASSOS), Clément Russo (Arkéa-Samsic), Kaden Groves (BikeExchange) en Greg Van Avermaet (AG2R Citroën).


Favorieten volgens WielerFlits
**** Geraint Thomas
*** Miguel Ángel López, Richie Porte
** David Gaudu, Wilco Kelderman, Nairo Quintana
* Guillaume Martin, Jonas Vingegaard, Brandon McNulty, Tao Geoghegan Hart

Website organisatie
Deelnemerslijst (ProCyclingStats)


Weer en TV

De renners koersen de hele week aan een gemiddelde temperatuur van zo’n twintig graden Celsius, al is het op de toppen van de beklimmingen natuurlijk wel een stuk frisser. Helemaal droog zal het niet blijven, aangezien er enkele fikse regenbuien worden verwacht in het zuiden van Frankrijk.

De wedstrijd is elke dag live te volgen via Eurosport 1, Eurosport.nl en GCN. Ook Sporza brengt de Dauphiné live in de huiskamers.


Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.