Voorbeschouwing: Critérium du Dauphiné 2024 – Generale voor Tour, met Roglic en Evenepoel
foto: Cor Vos
Rodriguez1010
zondag 2 juni 2024 om 08:15

Voorbeschouwing: Critérium du Dauphiné 2024 – Generale voor Tour, met Roglic en Evenepoel

Er is na de Giro d’Italia amper tijd om in een zwart wielergat te vallen. De wielertrein dendert voort, op naar de volgende grote ronde: de Tour de France. In aanloop naar La Grande Boucle is het voor de renners zaak om de puntjes op de i te zetten. In het Critérium du Dauphiné (2-9 juni) kruisen aardig wat Tourtoppers al een keer de degens. WielerFlits blikt vooruit!

De nieuwe Tourspecial van RIDE Magazine is een must-have voor echte wielerfans! Onze nieuwe 236 pagina’s dikke zomer-editie is de meest complete Tourgids van deze zomer en staat vol met schitterende wielerverhalen over o.a. Tadej Pogacar, Remco Evenepoel, Fabio Jakobsen, Gio Lippens, Christian Prudhomme en Charlotte Kool. Verzeker je van een heerlijke sportzomer en bestel hem nu online voor slechts € 9,95. Wil je RIDE extra voordelig ontvangen? Neem dan nu een abonnement en ontvang 20% korting!

Historie

Laatste tien winnaars flag-fr Critérium du Dauphiné
2023: flag-dk Jonas Vingegaard
2022: flag-si Primoz Roglic
2021: flag-au Richie Porte
2020: flag-co Daniel Felipe Martínez
2019: flag-dk Jakob Fuglsang
2018: flag-gb Geraint Thomas
2017: flag-dk Jakob Fuglsang
2016: flag-gb Chris Froome
2015: flag-gb Chris Froome
2014: flag-us Andrew Talansky


Laatste editie

Eindklassement flag-fr Critérium du Dauphiné 2023
1. flag-dk Jonas Vingegaard (Jumbo-Visma) in 29u28m39s
2. flag-gb Adam Yates (UAE Emirates) op 2m23s
3. flag-au Ben O’Connor (AG2R Citroën) op 2m56s
4. flag-au Jai Hindley (BORA-hansgrohe) op 3m16s
5. flag-au Jack Haig (Bahrain Victorious) op 3m47s


Parcours

De klimmers kunnen zich helemaal uitleven in de komende editie van het Critérium du Dauphiné. De renners die in juni zullen deelnemen aan de belangrijke voorbereidingswedstrijd op de Tour de France, krijgen maar liefst vijf aankomsten bergop voorgeschoteld. Ook is er een individuele tijdrit op dag vier van ruim dertig kilometer, waar de kaarten voor een eerste keer echt zullen worden geschud.

In de zesde, zevende en achtste rit zal het klassement in een definitieve plooi vallen. In etappe zes is Le Collet d’Allevard (11,1 km aan 8,1%) de absolute scherprechter, terwijl de renners in de zevende etappe – in een echte Alpenrit – over de Col des Saises (9,4 km aan 6,6%), Côte d’Arâches (6,1 km aan 7,1%) en Col de la Ramaz (13,9 km aan 7,1%) trekken richting de bijzonder steile slotklim (10 km aan 9,3%) naar wintersportdorp Samoëns 1600.

En alsof dat nog niet genoeg is, heeft de organisatie in de slotetappe nog een stevige verrassing in petto. In de achtste en allesbeslissende rit gaat het via de Col de la Forclaz de Montmin (7,1 km aan 7,3%) en Mont Salève (12,1 km aan 6,8%) naar de slotbeklimming naar het Plateau des Glières (9,4 km aan 7,1%), waar we nog een laatste showdown te zien zullen krijgen tussen de klassementsmannen.

Wat nog belangrijk is om te vermelden: aan de finish van elke etappe liggen tien, zes en vier bonificatieseconden voor het oprapen voor de nummers één, twee en drie in de daguitslag. Bij de tussensprints zijn dan weer 3, 2 en 1 boniseconden te verdienen.


Zondag 2 juni, Etappe 1: Saint-Pourçain-sur-Sioule – Saint-Pourçain-sur-Sioule (172,5 km)

De 76ste editie van het Critérium du Dauphiné begint in het hart van Frankrijk, in het departement Allier, dat dan weer deel uitmaakt van de regio Auvergne-Rhône-Alpes. In en rond Saint-Pourçain-sur-Sioule, een bescheiden plaatsje met iets meer dan 5.000 inwoners, heeft de organisatie een heuvelachtig traject uitgetekend. Met name het begin is heuvelachtig: in de eerste 45 kilometer volgen met de Côte de Jenzat (1,4 km aan 6,9%), Côte de Gannat (2,5 km aan 6%) en Côte de Chouvigny (2,4 km aan 7,9%) drie hellingen voor het bergklassement.

Na de Côte de Chouvigny blijft de weg oplopen richting de top van La Bosse, waardoor de klim in feite negen kilometer lang is aan een gemiddelde van iets meer dan 4%. Het is daarmee ook de langste beklimming van de dag. Na de afdaling vanuit La Bosse gaat het over glooiende – maar wel minder lastige – wegen terug naar Saint-Pourçain-sur-Sioule. Na een eerste doorkomst aan de finish, volgen nog twee ronden van een kleine dertig kilometer. De laatste zestig kilometer kunnen we omschrijven als glooiend, maar lijken niet lastig genoeg om een sprint te ontlopen.

Start: 12.50 uur
Finish: tussen 16.35 en 16.55 uur


Maandag 3 juni, Etappe 2: Gannat – Col de la Loge (142 km)

In de tweede etappe zoekt de organisatie opnieuw de vele glooiende wegen op die Frankrijk rijk is, maar de finale is – in tegenstelling tot de openingsrit – een stuk lastiger. De renners moeten over een afstand van 142 kilometer toch bijna 2.700 hoogtemeters zien te overwinnen. In de eerste dertig kilometer valt het allemaal nog goed mee, maar dan volgen met de Côte de Fagot (5,3 km aan 5,4%) en de Col Saint-Thomas (4,5 km aan 6,6%) twee beklimmingen waarop punten te verdienen zijn voor het bergklassement.

Daarna begint het peloton aan een lange tussenfase, eerst over licht glooiende en daarna dalende wegen, om vervolgens te beginnen aan een zeer pittige slotfase. De finale wordt ingeluid op iets minder dan 25 kilometer van de streep, want dan begint de Côte de Saint-Georges-en-Couzan (7 km aan 5,8%). Eenmaal boven volgt er een plateau van een kilometer of acht, dat overgaat in de Col de la Croix Ladret (3,1 km aan 6,1%). Klimmers die al een eerste tik willen uitdelen, zullen het op de flanken van de Col de la Croix Ladret moeten proberen.

Na deze drie kilometer lange klim is het zwaarste namelijk achter de rug. De weg blijft vervolgens nog wel oplopen voor een kilometer of elf (aan 3,6%), maar de Col de la Loge lijkt niet lastig genoeg om het kaf van het koren te scheiden. De finishstreep is getrokken op de top van de Col de la Loge, op een hoogte van 1.255 meter. Zien we hier een elitesprint tussen de toppers voor het klassement?

Start: 13.30 uur
Finish: tussen 16.45 en 17.05 uur


Dinsdag 4 juni, Etappe 3: Celles-sur-Durolle – Les Estables (181,7 km)

Het mag inmiddels geen verrassing meer zijn: ook in de derde rit wordt het klimwerk niet geschuwd. Op dag twee moesten de renners nog 2.700 hoogtemeters afwerken, dinsdag verwerken ze ruim 2.800 hoogtemeters. Direct vanuit de start in Celles-sur-Durolle is het al (even) klimmen geblazen, maar de eerste gecategoriseerde klim volgt na goed twintig kilometer met de Côte d’Augerolles (2,6 km aan 5,2%).

Daarna is het even wachten op de volgende helling, maar de bijzonder lastige Côte de Saint-Victor-sur-Arlanc (3,1 km aan 9,4%) na ruim tachtig kilometer luidt wel meteen een nieuwe fase in, waarin de beklimmingen elkaar redelijk snel opvolgen met de Côte de Retournac (3,2 km aan 5,4%) en de Côte de Valogeon (2 km aan 5,2%). De renners rondden de Côte de Valogeon met nog 35 kilometer te gaan.

De eerste zeventien kilometer na deze klim gaan over glooiend terrein en vervolgens dalen de renners richting de voet van de laatste klim – waar ook de finishstreep is gelegen – naar het skigebied van Les Estables. De eerste drie kilometer gaan al zoetjesaan omhoog, maar de klim begint pas écht op een kleine vier kilometer van het einde. De weg stijgt dan nog 3,8 kilomeer aan een gemiddelde van 5,2%.

Start: 12.35 uur
Finish: tussen 16.45 en 17.10 uur


Woensdag 5 juni, Etappe 4: Saint-Germain-Laval – Neulise (34,4 km, ITT)

In de eerste ritten zullen de mannen voor het klassement ongetwijfeld al wat speldenprikken uitdelen, maar op dag vier moeten de favorieten (figuurlijk dan) voor het eerst echt met de billen bloot. Tussen Saint-Germain-Laval en Neulise is een tijdritparcours van 34,4 kilometer uitgetekend. Een volledig vlakke tijdrit is het zeker niet – de organisatie heeft toch 375 hoogtemeters in het parcours weten te proppen – maar het is zeker een chrono voor de specialisten.

De tijdrit begint in dalende lijn en over de vlakke wegen van de regio Auvergne-Rhône-Alpes denderen de renners naar het eerste tussenpunt (na tien kilometer) en Saint-Georges-de-Baroille. In deze plaats dalen de renners voor een korte periode, om vervolgens te beginnen aan een klimmetje van 2,5 kilometer (aan 3,6%) richting Pinay. Daarna gaat het al glooiend verder richting een tweede korte afdaling, op weg naar het tweede tussenpunt.

De renners bereiken het tweede meetpunt na een ‘klimmetje’ van 2,3 kilometer aan 3,1%. Ook de vijf daaropvolgende kilometers gaan lichtjes omhoog, maar na de doorkomst in Saint-Just-la-Pendue vlakt het weer af. De laatste kilometers zijn zo goed als vlak, met uitzondering van de laatste duizend meter van de individuele tijdrit. Net voor de rode vod begint het voor een 500 meter te stijgen aan 5,5%, gevolgd door 600 vlakke meters richting de eindstreep.

Start: 13.40 uur (eerste renner)
Finish: rond 16.55 uur (laatste renner)


Donderdag 6 juni, Etappe 5: Amplepuis – Saint-Priest (167 km)

De vijfde etappe van het Critérium du Dauphiné is 167 kilometer lang en speelt zich af tussen startplaats Amplepuis en de finish in Saint-Priest, niet zo ver van Lyon. We moeten zeker rekening houden met een scenario waarin er gesprint zal worden om de overwinning, al worden er onderweg toch weer 2.800 hoogtemeters opgediend. Met andere woorden: het kan ook nu weer alle kanten op.

Na vijftig kilometer volgt de eerste van in totaal vier gecategoriseerde beklimmingen, maar voor de Côte de Croix de Signy (1,6 km aan 4,6%) moeten de renners ook al vijftien kilometer klimmen (aan 2,2%) naar Violay, al moet dit voor doorgewinterde profs geen problemen opleveren. Na de eerder genoemde Côte de Croix de Signy gaat het naar de Côte de Duerne (5 km aan 6,9%), met de top op 90 kilometer van de finish.

In de resterende negentig kilometer volgen met de Côte de Givors (3,8 km aan 4,6%) en de Côte de Bel-Air (1,8 km aan 5,1%) nog twee hellingen die meetellen voor het bergklassement. Na deze laatste gecategoriseerde klim moet het peloton nog 23 vlakke kilometers afleggen, om vervolgens te finishen in Saint-Priest. In deze stad – op minder dan tien kilometer van het historische hart van Lyon – won Bernard Hinault in 1982 een tijdrit in de Tour de France.

Start: 10.35 uur
Finish: tussen 14.20 en 14.40 uur


Vrijdag 7 juni, Etappe 6: Hauterives – Le Collet d’Allevard (174,1 km)

Voor de pure klimmers volgen er nu drie cruciale etappes, waarin er nog veel – zo niet alles – mogelijk is voor het klassement. De renners verzamelen zich vrijdag in Hauterives – ongeveer vijftig kilometer van Valence – voor een rit van 174,1 kilometer. In de eerste pakweg 120 kilometer is het parcours nog niet al te uitdagend, de Côte de la Côte-Saint-André (1,8 km aan 6,7%) van vierde categorie daargelaten.

Pas na de tussensprint in Les Echelles begint het zwaardere klimwerk. De Col du Granier is volgens het routeboek 8,9 kilometer lang en stijgt aan een gemiddelde van 5,4%, maar de klim is in feite een stuk langer en ook bijzonder onregelmatig. Op de top van de Col du Granier is het nog altijd 45 kilometer te gaan. Na een afdaling naar de vallei van de Isère volgt een ietwat vlakkere tussenfase van een twintigtal kilometer.

Het blijkt een aanloop naar de slotklim: Le Collet d’Allevard. Op deze beklimming kunnen de grote kanonnen elkaar naar hartenlust aanvallen. De klim naar het skigebied van Collet d’Allevard is namelijk 11,1 kilometer lang en kent een gemiddelde van 8,1%, maar er zijn ook stroken van boven de 10%. De laatste keer dat het Critérium du Dauphiné finishte op deze klim, was in 2011. Toen reed Joaquim ‘Purito’ Rodríguez iedereen uit het wiel, op weg naar de zege.

Start: 12.55 uur
Finish: tussen 17.00 en 17.25 uur


Zaterdag 8 juni, Etappe 7: Albertville – Samoëns 1600 (155,3 km)

De organisatie moest een week voor de start van het Critérium du Dauphiné terug naar de tekentafel. Waarom? Het parcours van de zevende etappe van het Critérium du Dauphiné moest voor een deel op de schop. Vanwege wegwerkzaamheden zijn de Col des Aravis en Col de la Colombière uit de route gehaald. Hier is de Col de la Ramaz voor teruggekomen. Rit zeven van het Critérium du Dauphiné gaat nog wel altijd van start in Albertville.

Vanuit het vertrek rijden de renners meteen naar de Col des Saisies (9,4 km aan 6,6%), zoals gepland. In plaats van de Col des Aravis (6,9 km aan 6,9%) en Col de la Colombière (11,6 km aan 5,8%) volgt nu echter een wat gemakkelijkere tussenfase zonder hellingen. Na een kleine tachtig kilometer koers gaat het wel weer over de Côte d’Arâches (6,1 km aan 7,1%), die ook in de originele route zat.

De Côte d’Arâches was oorspronkelijk de laatste helling voor de steile slotklim (10 km aan 9,3%) naar wintersportdorp Samoëns 1600. Nu is echter de Col de la Ramaz (13,9 km aan 7,1%) – tevens een bekende Tourcol – nog tussen deze twee beklimmingen ingevoegd. Dit maakt de finale van de etappe juist wat zwaarder. Op de flanken van de Col de la Ramaz kan er al een eerste schifting plaatsvinden, maar de klassementstoppers zullen hun kruit wellicht droog houden.

De slotklim naar wintersportdorp Samoëns 1600 is namelijk lood-, maar dan ook loodzwaar. Tien kilometer klimmen aan 9,3%: het is zelfs voor de klimgeiten een pittige opdracht. De eerste kilometer stelt nog niet veel voor, maar daarna zakken de percentages niet onder de 10%. In de laatste vier kilometer richting de top (1.634 meter) wordt het iets minder steil, maar een gemiddelde van 8,6% kan alsnog flink doorwegen.

Start: 10.30 uur
Finish: tussen 14.35 en 15.05 uur


Zondag 9 juni, Etappe 8: Thônes – Plateau des Glières (160,6 km)

Eindigen doen we met een sportieve knal, want ook de slotetappe van het Critérium du Dauphiné speelt zich af in de bergen, goed voor 3.640 hoogtemeters. Startplaats Thônes is de toegangspoort tot het Aravis-massief en bedient vele skigebieden. Al direct vanuit de start gaat het omhoog richting de top van de Col de la Forclaz-de-Montmin (7,1 km aan 7,3%), die na nog geen vijftien kilometer wordt gerond.

Na een afdaling beginnen de renners vrijwel meteen weer te klimmen naar de bergsprint op de top van de Col des Esserieux (4,2 km aan 5,4%), om vervolgens weer te dalen naar startplaats Thônes. Vanuit dit bergdorpje gaat het naar Saint-Jean-De-Sixt, waar de tussensprint is gelegen. De tussensprint (na ruim vijftig kilometer) volgt overigens na een beklimming van 6,3 kilometer aan 4,6%, die niet meetelt voor de bergpunten.

De daaropvolgende klim telt wel mee voor dit nevenklassement. De Salève, een plateauberg ten zuiden van Gèneve dicht tegen de Frans-Zwitserse grens, wordt bereikt na een afdaling en een vrij lange vlakkere tussenstrook van goed twintig kilometer. De renners snijden de Salève aan vanuit het noorden en dit betekent dat ze iets meer dan twaalf kilometer moeten klauteren aan een gemiddelde van 6,8%.

Na de sprint voor de bergpunten, een snelle afdaling en een niet-gecategoriseerde pukkel (4,3 km aan 3,8%) volgt de laatste beklimming van deze ronde, naar het Plateau des Glières (9,4 km aan 7,1%). Deze klim maakte in 2018 en 2020 nog zijn opwachting in de Tour de France en wordt gekenmerkt door zijn onverharde stroken richting de top. Die komen de coureurs dit keer niet tegen, want de klim wordt dit keer niet vanuit de oostzijde, maar vanuit de westkant beklommen. Wie kroont zich op een hoogte van 1.447 meter tot eindwinnaar?

Start: 10.30 uur
Finish: tussen 14.40 en 15.05 uur


Favorieten

Organisator ASO hoopt dat de komende Tour de France zal uitdraaien op een strijd tussen de vier misschien wel beste ronderenners van het moment. We hebben het dan natuurlijk over Primoz Roglic, Remco Evenepoel, Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard. In aanloop naar de Ronde van Frankrijk krijgen we alvast een voorproefje in het Critérium du Dauphiné, maar dan wel zonder Pogacar en Vingegaard.

Pogacar bereidt zich na zijn buitengewoon succesvolle Giro d’Italia op een alternatieve manier – zonder wedstrijden, maar wel met een drieweekse hoogtestage in Isola 2000 – voor op de Tour. Vingegaard wilde aanvankelijk wel van start gaan in het Critérium du Dauphiné, maar de winnaar van vorig jaar voert na zijn verschrikkelijke val in de Ronde van het Baskenland een race tegen de klok om überhaupt fit te geraken voor de Tour.

Primoz Roglic – foto: Matthis Waetzel

En dus is het de komende acht dagen vooral uitkijken naar Evenepoel en Primoz Roglic. De twee kleppers waren – net als Vingegaard – betrokken bij de zware valpartij in de Ronde van het Baskenland. Maar in tegenstelling tot de Deen, wisten zij zich wel op tijd klaar te stomen voor het Critérium du Dauphiné. Het is niet evident om een topfavoriet aan te wijzen, maar we neigen toch naar Roglic. Waar Evenepoel bij de val enkele breuken opliep, kwam de Sloveen van BORA-hansgrohe er vanaf met schaafwonden en kneuzingen.

Er is dan ook geen enkele reden om aan te nemen dat Roglic inmiddels niet volledig is hersteld. Zijn grote doel is natuurlijk om te schitteren in de Tour de France, maar de 34-jarige ronderenner zal na een voorjaar vol pech toch ook graag vertrouwen willen tanken in de Dauphiné. Topsporters zijn vaak zeker van hun zaak en geloven heilig in hun aanpak, maar zijn tegelijkertijd op zoek naar bevestiging. Mocht Roglic erin slagen om voor een tweede keer in zijn carrière het Critérium du Dauphiné te winnen, dan zal hij met veel vertrouwen afreizen naar Italië, waar de Tour dit jaar van start zal gaan.

Dat zijn ploeg BORA-hansgrohe deze koers bijzonder serieus neemt, kunnen we opmaken uit de selectie rond kopman Roglic. In de ‘mini-Tour de France’ wil de Duitse formatie alvast enkele automatismen erin slijpen en dus staat een groot deel van de (verwachte) Tourselectie van BORA-hansgrohe hier aan de start. Zo geven de twee belangrijkste ‘klimknechten’ van Roglic – Aleksandr Vlasov en Jai Hindley – acte de présence. Al doen we Vlasov en Hindley hiermee wel tekort, aangezien ze zelf ook in staat zijn om een goed klassement te rijden en – waarom niet – te zegevieren.

Remco Evenepoel – foto: Cor Vos

De (op papier toch) grootste uitdager van Roglic en een ijzersterke BORA-hansgrohe-ploeg is, zoals eerder aangegeven, Remco Evenepoel. De Belgische kampioen kwam net als zijn Sloveense opponent niet meer in actie sinds de horrorcrash in de Ronde van het Baskenland, die dateert van 4 april. We zijn nu inmiddels twee maanden verder en Evenepoel blijkt weer in staat om een rugnummer op te spelden en te koersen. Maar, hoe is het momenteel gesteld met zijn vorm? En wat mogen we al verwachten in het Critérium du Dauphiné?

Evenepoel blaast niet te hoog van de toren. “Ik voel me goed na mijn val in de Ronde van het Baskenland en de blessures die ik er heb opgelopen. Maar: er is nog wel wat werk voor de boeg om weer op topniveau te komen. Ik kijk ernaar uit om het Critérium du Dauphiné te ontdekken, maar ik kijk wel minder naar het algemeen klassement. Dit is meer een kans om weer wat koersritme op te doen en te kijken waar ik sta.” Start Evenepoel zondag echt met bescheiden ambities? Of is het een rookgordijn en is de Belg beter in vorm dan hij laat uitschijnen?

Waar BORA-hansgrohe (de ploeg van Roglic) een bijzonder sterke selectie afvaardigt voor de Dauphiné, is dit ook het geval voor Soudal Quick-Step. De Belgische brigade rekent – naast kopman Evenepoel – ook op diens belangrijkste klimluitenant Mikel Landa en de al even cruciale Ilan Van Wilder. De aanwezigheid van Landa is van groot belang voor Evenepoel. De sierlijke Spaanse klimmer brak in de Ronde van het Baskenland nog zijn sleutelbeen en twee ribben, maar is inmiddels weer helemaal opgeknapt.

Juan Ayuso en Carlos Rodríguez – foto: Cor Vos

Dan naar de derde ploeg die een hoofdrol wil vertolken in de komende Ronde van Frankrijk: UAE Emirates. De formatie uit het Midden-Oosten hoopt dit jaar met Tadej Pogacar – na twee opeenvolgende nederlagen – weer de Tour te winnen. De Sloveen is er echter nog niet bij in het Critérium du Dauphiné. Na zijn Giro-triomf stoomt hij zich op hoogte klaar voor La Grance Boucle. Dit wil echter niet zeggen dat UAE Emirates met een B-selectie zal beginnen aan de Dauphiné. Integendeel, de ploeg heeft met Juan Ayuso alsnog een topfavoriet in de gelederen.

De nog altijd maar 21-jarige Spaanse rondehoop mag zich na een succesvol voorjaar – met winst in de Ronde van het Baskenland en een tweede plek in Tirreno-Adriatico als voornaamste uitschieters – opmaken voor zijn allereerste Ronde van Frankrijk. Met een knalprestatie in het Critérium du Dauphiné, kan de jongeling zijn vertrouwen nog wat verder opkrikken. Ayuso lijkt de uitgesproken kopman van zijn ploeg, al brengt UAE Emirates met Marc Soler en Pavel Sivakov nog twee sterke klimmers aan het vertrek.

Een andere jonge Spanjaard die we tevens bij de favorieten mogen rekenen, is Carlos Rodríguez. De 23-jarige coureur is de kopman van INEOS Grenadiers en hoopt in de Dauphiné ook de puntjes op de i te zetten met het oog op de Tour. De oerdegelijke en daardoor misschien ook wat kleurloze Rodríguez wordt weleens onderschat. Als we kijken naar zijn uitslagen van de voorbije jaren, dan moeten we concluderen dat hij een van de best presterende renners is op rondegebied. Zo won hij dit jaar nog de Ronde van Romandië en werd hij tweede in de Ronde van het Baskenland. Dan mag je ook je ambities uitspreken voor het Critérium du Dauphiné.

Antonio Tiberi – foto: LaPresse/Zac Williams

Voor de meeste renners is het Critérium du Dauphiné een laatste belangrijke ‘voorbereidingskoers’ op de Tour de France, maar voor Antonio Tiberi ligt dat net even anders. De renner van Bahrain Victorious wil na een bijzonder succesvolle Giro d’Italia – Tiberi werd vijfde in het eindklassement en won de jongerentrui – ook nog een hoofdrol spelen in de Franse rittenkoers. Het verleden heeft aangetoond dat sommige renners na een zware Giro nog kunnen rekenen op een zogeheten supercompensatie, al is het altijd opletten voor mentale en fysieke vermoeidheid.

De renners van Visma | Lease a Bike zullen zondag wel bijzonder fris aan de start verschijnen in Saint-Pourçain-sur-Sioule. De Nederlandse formatie begint zonder titelverdediger Jonas Vingegaard aan de ronde en dus is het aan Matteo Jorgenson en/of Sepp Kuss om de sportieve kastanjes uit het vuur te halen. Jorgenson – die in het voorjaar al de beste was in Parijs-Nice – kan met zijn allround-kwaliteiten zeer ver komen in het klassement. Vuelta-winnaar Kuss moet het als pure klimmer dan weer hebben van de laatste bergetappes in de Alpen.

Matteo Jorgenson – foto: Cor Vos

Verder staan er enkele gevaarlijke outsiders aan de start. Dan denken we in de eerste plaats aan Santiago Buitrago en Jack Haig (Bahrain Victorious), David Gaudu (Groupama-FDJ), Tao Geoghegan Hart en Giulio Ciccone (Lidl-Trek).

Houden we ook in de gaten: Guillaume Martin (Cofidis), Harold Tejada, Lorenzo Fortunato (Astana Qazaqstan), Neilson Powless (EF Education-EasyPost), Louis Meintjes (Intermarché-Wanty), Chris Harper (Jayco AlUla) en Cristian Rodríguez (Arkéa-B&B Hotels).


Sprinters

Het Critérium du Dauphiné is nu niet bepaald een sprintersparadijs, maar toch staan er wel wat rappe mannen aan het vertrek. Enerzijds voor die spaarzame sprintkans, maar toch ook om de (klim)benen op scherp te zetten voor de aankomende Tour de France. De twee grootste blikvangers op sprintgebied zijn Mads Pedersen (Lidl-Trek) en de herboren Sam Bennett (Decathlon AG2R La Mondiale).

Bennett reeg in de Vierdaagse van Duinkerke plots weer de (sprint)zeges aaneen. Was dit een eenmalige uitschieter? Of kan hij bevestigen op (wederom) Franse bodem? Het is voor de rappe Ier belangrijk om de komende dagen goed te presteren, aangezien hij nog niet zeker is van een Tourselectie. Let ook op de snelle Milan Menten (Lotto Dstny) en Emīls Liepiņš (dsm-firmenich PostNL).

Mads Pedersen – foto: Cor Vos

Bij een gebrek aan pure sprinters kijken we ook naar de puncheurs met een sterk eindschot. Dan denken we aan Lars Boven (Alpecin-Deceuninck), Florian Sénéchal (Arkéa-B&B Hotels), Romain Grégoire (Groupama-FDJ), Hugo Page, Vito Braet (Intermarché-Wanty), Sean Quinn (EF Education-EasyPost), Ivan García Cortina (Movistar), Fred Wright (Bahrain Victorious), Davide De Pretto (Jayco AlUla), Ide Schelling (Astana Qazaqstan) en Magnus Cort (Uno-X Mobility).


Favorieten volgens WielerFlits
**** Primoz Roglic
*** Juan Ayuso, Carlos Rodríguez
** Remco Evenepoel, Aleksandr Vlasov, Antonio Tiberi
* Matteo Jorgenson, Santiago Buitrago, Mikel Landa, Sepp Kuss

Website organisatie


Weer en TV

Zondag begint de Dauphiné met een mix van zon en wolken, de kans op een bui is klein. De temperatuur stijgt volgens Weeronline naar 17 graden en er staat niet meer dan een zwakke noordenwind. Tijdens de etappes na het weekend is het de eerste dagen droog en schijnt geregeld de zon. Maandag is het 19 graden, de dagen daarna warmt het op en aan het eind van de week is het zomers met in Saint-Priest op 6 juni maxima van 27 graden. Vrijdag en in het slotweekend is wel weer kans op enkele buien, maar ook dan blijft het warm met 25 tot 27 graden.

De 76ste editie van het Critérium du Dauphiné is dagelijks te volgen via Eurosport 1 en de online kanalen van Eurosport.nl en Discovery+. Ook Sporza brengt de wedstrijd elke dag live in de huiskamers. Bekijk alle tv-zenders en uitzendtijden in onze tv-gids Wielrennen op TV.


RIDE Magazine

Om te reageren moet je ingelogd zijn.