Voorbeschouwing: Ronde van Lombardije 2019

Door , zaterdag 12 oktober 2019 om 08:00
Voorbeschouwing: Ronde van Lombardije 2019

Vincenzo Nibali wint in 2015 - foto: Cor Vos

We gaan nog naar China en Japan, maar voor de meeste wielerfans eindigt het seizoen na de finish van de Ronde van Lombardije. ‘De koers van de vallende bladeren.’ De wedstrijd die vorig jaar werd gewonnen door Thibaut Pinot. De Fransman is er wegens een blessure niet bij, wie profiteert van zijn afwezigheid? WielerFlits blikt vooruit.


Historie

Eddy Merckx was de man met het grootste palmares, Roger De Vlaeminck kende het meeste succes op de Noord-Franse keien van Parijs-Roubaix en Raymond Poulidor was de lieveling van het Franse publiek. En Felice Gimondi? De onlangs overleden Italiaan had de stijl, de klasse, de panache van een groot kampioen. ‘De Aristocraat’ – zoals hij tijdens zijn carrière werd genoemd – werd 76 jaar geleden geboren in het plaatsje Sedrina, midden in de regio Lombardije. Zo’n vijftien kilometer verwijderd van het bekendere Bergamo, daar waar de Ronde van Lombardije drie jaar geleden nog finishte, voor de organisatie besloot de aankomst weer naar Como te verplaatsen.

Gimondi werd dan wel vergeleken met een aristocraat, hij kwam toch uit een typisch arbeidersgezin. Zijn moeder was postbode, zijn vader vrachtwagenchauffeur. Er was amper geld om rond te komen, laat staan om een racefiets te kopen voor kleine Felice. Die laatste leerde fietsen in de heuvels rond Bergamo, samen met zijn moeder, als zij weer eens de post moest rondbrengen. Felice bleek talent te hebben, maar het duurde toch enkele jaren vooraleer het gezin Gimondi voldoende geld had om een wielrenfiets te kopen. Het bleek de beste investering voor Felice en zijn liefhebbende ouders, want de Italiaan bleek bijzonder hard te kunnen fietsen.

Felice Gimondi – foto: Cor Vos

Gimondi mocht in 1964 mee naar de Olympische Spelen van Tokio. De 22-jarige knaap reed in de wegwedstrijd met en tegen leeftijdsgenoten, onder wie een zekere Eddy Merckx. De eveneens zeer talentvolle Belg viel aan in de slotronde, maar werd bijgehaald door een siervolle Italiaan met een wat spitse neus: jawel, Felice Gimondi. Beide renners hadden toen nog geen idee dat een jarenlange rivaliteit was geboren. Gimondi – die in datzelfde jaar de Ronde van de Toekomst won – werd één jaar later al prof bij het grote Salvarani van oud-renner Luciano Pezzi. Zijn grote rivaal Merckx tekende een contract bij Solo-Superia.

“Ik heb de pech gehad om Eddy Merckx tegen te komen. Ik heb wakker gelegen van mijn eerste nederlaag, ik wilde weten wat ik fout had gedaan. De tijd heeft mij geleerd dat hij simpelweg sterker was”, zo keek Gimondi na afloop van zijn carrière terug op zijn relatie met De Kannibaal. Merckx was als overwinnaar uit de strijd gekomen, maar het was Gimondi die in de begindagen van zijn loopbaan het meeste succes boekte. Wat heet: Gimondi won in zijn debuutjaar bij de profs de Ronde van Frankrijk, nog altijd een uniek gegeven. Een jaar later was hij de beste in Parijs-Roubaix en de Ronde van Lombardije en aan het einde van 1968 had hij ook al de Giro d’Italia en Vuelta a España gewonnen.

‘Don Gimondi’ was op weg om de nieuwe Fausto Coppi te worden, maar toen kwam de definitieve doorbraak van een veelvraat uit Meensel-Kiezegem. Gimondi moest lijdzaam toezien hoe Merckx de ene na de andere topwedstrijd won, maar toch wist de Italiaan nog grote koersen te winnen: de Giro van 1969 (overigens na diskwalificatie van Merckx, red.) en 1976, Milaan-San-Remo, de Ronde van Lombardije en het WK van 1973 in Barcelona. Gimondi versloeg toen Freddy Maertens, thuisfavoriet Luis Ocaña en… Merckx. Er werd later gesuggereerd dat de topfavoriet liever zijn aartsrivaal zag winnen dan landgenoot Maertens.

Gimondi en Marco Pantani – foto: Cor Vos

De carrière van Gimondi duurde tot 1979, het was mooi geweest na enkele mindere jaren. De Bergamask trok zich terug in zijn achttiende-eeuwse castello in ‘zijn’ Lombardije, maar Gimondi bleef betrokken bij het wielrennen. Zo raakte hij bevriend met de betreurde Marco Pantani, die in 1998 de opvolger werd van Gimondi als Italiaanse winnaar van de Tour de France. Het was een mooi beeld: Pantani die in Parijs werd gehuldigd met Felice Gimondi aan zijn zijde. Gimondi bleef een graag geziene gast bij wielerevenementen, maar afgelopen augustus overleed hij na een hartinfarct, op 76-jarige leeftijd, tijdens een zwemtochtje bij het Siciliaanse dorpje Giardini-Naxos.

Het mag geen verrassing heten dat de organisatie van de Ronde van Lombardije komende zaterdag uitgebreid stilstaat bij ‘De buizerd van Bergamo’. Zo zal de winnaar na afloop een speciale trui ontvangen. “De route heeft alles wat Felice leuk had gevonden”, reageert RCS-directeur Mauro Vegni. “Met de historische beklimmingen van de Madonna del Ghisallo, de Sormano en de lastige finale met de Civiglio en de San Fermo della Battaglia. We zullen Felice herinneren en niet vergeten dat hij de man is die historie heeft geschreven in onze sport.” We hadden het niet beter kunnen verwoorden.

Laurent Jalabert wint in 1997 – foto: Cor Vos

Gimondi staat twee keer op de erelijst van de Ronde van Lombardije, maar de recordhouder is toch echt Fausto Coppi met maar liefst vijf overwinningen. Het zijn overigens de Italianen die heersen in het vijfde en laatste monument, met dank aan onder meer viervoudig laureaat Alfredo Binda en Costante Girardengo, Gaetano Belloni, Gino Bartali en Damiano Cunego, die allemaal drie keer zegevierden. Er staan ook heel wat Belgische en Franse winnaars op de erelijst. Zo mocht België al twaalf keer de handen in de lucht steken, een eer die was weggelegd voor onder anderen Rik Van Looy, Merckx, De Vlaeminck en Philippe Gilbert.

En de Nederlanders? Het kleine kikkerlandje wacht al 38 jaar op een opvolger van Hennie Kuiper, die in 1981 als laatste Nederlander de herfstklassieker wist te winnen. Verder moeten we terug naar de jaren zestig van de vorige eeuw en naar Jo de Roo. We hebben het vaak over Joop Zoetemelk, Jan Janssen en Gerie Knetemann, maar vrijwel niemand heeft het meer over De Roo. En dat is toch onterecht, want de oersterke Zeeuw was een van de beste klassiekerrenners van zijn generatie. Zo won hij niet alleen de Ronde van Lombardije in 1962 en 1963, maar was hij ook de beste in de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Tours (2x), Omloop Het Volk en Bordeaux-Parijs.

Laatste tien winnaars Ronde van Lombardije 
2018: flag-fr Thibaut Pinot
2017: flag-it Vincenzo Nibali
2016: flag-co Esteban Chaves
2015: flag-it Vincenzo Nibali
2014: flag-ie Daniel Martin
2013: flag-es Joaquim Rodríguez
2012: flag-es Joaquim Rodríguez
2011: flag-ch Oliver Zaugg
2010: flag-be Philippe Gilbert
2009: flag-be Philippe Gilbert

Daniel Martin blijft de sprintende meute voor in 2014 – foto: Cor Vos


Vorig jaar

Thibaut Pinot was vaak de man van net niet, maar in het Italiaanse najaar ontpopte de Fransman zich tot de man van echt wel! De kopman van Groupama-FDJ begon als topfavoriet aan de Ronde van Lombardije, na een tweede plek in Tre Valli Varesine en een overtuigende zege op de Superga in Milaan-Turijn. Een eerste zege in een topklassieker lonkte, maar Pinot moest nog wel even afrekenen met publieksfavoriet en tweevoudig winnaar van ll Lombardia: de voor Bahrain Merida uitkomende Vincenzo Nibali, die na een teleurstellende Tour uit was op revanche.

foto: Cor Vos

Maar eerst ging de aandacht uit naar Davide Ballerini, Umberto Orsini, Alessandro Tonelli, Florian Sénéchal, Franck Bonnamour, Jonathan Restrepo, Michael Storer en Marco Marcato, de acht vluchters die lange tijd de koers kleurden en als eerste begonnen aan de flanken van de beroemde Madonna del Ghisallo. Op deze vroegere scherprechter zagen we enkele ‘mindere goden’ aanvallen, maar de eerste beslissing viel pas op de duivelse stroken van de Muro di Sormano. Het bleek de uitverkoren plek van Pinot en Nibali om te versnellen.

De twee kemphanen passeerden vlak voor de top de eerder ontsnapte Primož Roglič, die duidelijk geen fan was van percentages van ruim boven de 20%. Pinot en Nibali begonnen als eerste aan de razendsnelle en gevaarlijke afdaling van de Sormano, op korte afstand gevolgd door Roglič, terwijl mede-favorieten als wereldkampioen Alejandro Valverde, Romain Bardet en Daniel Martin al tegen een behoorlijke achterstand aankeken. De twee koplopers kregen in aanloop naar de slotklim – de bijzonder pittige Civiglio – het gezelschap van twee renners.

foto: Cor Vos

Zo wist een taaie Roglič zijn achterstand goed te maken in de technische afdaling, maar zagen we plots ook Egan Bernal helemaal naar voren schieten. De beloftevolle Colombiaan had blijkbaar een bijzonder snelle afdaling gereden, want hij koerste samen met Nibali, Pinot en Roglič naar de voet van de Civiglio, waar het allemaal moest gebeuren. Het was de Sloveen die als eerste moest passen, gevolgd door Bernal, die lijdzaam moest toezien hoe Nibali en Pinot almaar kleiner werden. Het werd vervolgens een man-tegen-man gevecht tussen de Fransman en Italiaan.

Beide renners beleefden een soort déjà vu, want in 2017 kwamen de twee kleppers ook als eerste boven op de Civiglio. Toen werd het verschil gemaakt in de afzink, na een lesje afdalen van de toen onverschrokken Nibali. Het is een prestatie die nog altijd in het geheugen gegrift staat. Pinot was dus gewaarschuwd: hij moest met voorsprong beginnen aan de afdaling, maar de Franse klimmer slaagde er maar niet in om de (ogenschijnlijk) stoïcijnse Nibali uit het wiel te kletsen. Tot enkele honderden meters van de top, toen het plots parcheggio was bij de Italiaan!

Pinot begon met een mooie (lees: twintig seconden) voorsprong aan de afdaling richting finishplaats Como, eenmaal beneden was het verschil bijna verdubbeld. De zege van Pinot kwam vervolgens niet meer in gevaar, hij had zelfs alle tijd om de handen in de lucht te steken en het Italiaanse wielerpubliek te bedanken. Zijn grote uitdager Nibali werd in de slotkilometers ingerekend door een achtervolgend groepje, maar de uitgekookte Siciliaan kwam toch nog als tweede over de streep, voor Dylan Teuns, die de spurt om de derde plaats wist te winnen.

Dylan Teuns wint de sprint om plek drie – foto: Cor Vos

Top-5 Ronde van Lombardije 2018
1. flag-fr Thibaut Pinot (Groupama-FDJ) in 5u53m22s
2. flag-it Vincenzo Nibali (Bahrain Merida) op 32s
3. flag-be Dylan Teuns (BMC) op 43s
4. flag-co Rigoberto Urán (EF Education First) z.t.
5. flag-be Tim Wellens (Lotto Soudal) z.t.


Parcours

De 113e editie van de Ronde van Lombardije finisht net als vorig jaar in Como, maar de organisatie heeft er een handje van de aankomst om de zoveel tijd te verplaatsen. Zo finishte de laatste grote klassieker aanvankelijk in Milaan, tot in 1961 werd besloten om Como als aankomstplaats te nemen. Maar het vijfde en laatste wielermonument is ook weleens uitgeweken naar Monza (1990-1994), Bergamo (1995-2003, 2014 en 2016) en zelfs Lecco (2011-2013).

Maar nu finisht de Ronde van Lombardije alweer voor het derde jaar op rij in Como, terwijl ook de startplaats niet is veranderd met Bergamo. In een van de oudste steden van de regio beginnen de renners aan een tocht van 243 kilometer over zes serieuze beklimmingen, goed voor een slordige vierduizend hoogtemeters. In Bergamo zijn overigens heel wat (ex-)wielrenners geboren. Denk aan Claudio Corti, Flavio Giupponi, Eddy Mazzoleni en van de huidige generatie Lorenzo Rota en Fausto Masnada.

Wellicht zien we Rota en Masnada zaterdag wel in de vroege vlucht, die vanuit Bergamo in zuidelijke richting door de Cavallina-vallei koerst, op weg naar de eerste klim van de dag na bijna vijftig kilometer: de Colle Gallo. Zie het als een opwarmertje voor het overige klimwerk, al is de Colle Gallo wel gewoon 7,4 kilometer klimmen aan zes procent. Het gaat vervolgens via een behoorlijk snelle afdaling naar de Seriana-vallei, niet ver van startplaats Bergamo, waar de renners passeren na iets meer dan zeventig kilometer.

Na een tweede passage door Bergamo gaat het via keurige asfaltwegen naar Brianza en de Colle Brianza, een verder niet al te lastig klimmetje. Zeker niet als je kijkt naar de daaropvolgende helling: de iconische Madonna del Ghisallo. Maar nog voor de renners de voet bereiken van de Ghisallo, gaat het via een lange aanloop door plaatjes als Pescate, Civate en Pusiano. Als de kilometerteller op 107,2 staat, bereiken de renners de heuvel Ghisallo, een waar bedevaartsoord voor wielertoeristen, die zich even Fausto Coppi of Vincenzo Nibali willen voelen.

Het kerkje en museum op de top van de Ghisallo, een waar bedevaartsoord – foto: Cor Vos

De Madonna del Ghisallo (8,6 km aan 6,2%) is zeker niet de zwaarste beklimming in de regio Lombardije. Sterker nog: het is niet eens de zwaarste helling in de Ronde van Lombardije. Maar er zijn maar weinig beklimmingen die zoveel emotie oproepen bij de gemiddelde wielerfan of fietstoerist. Dat komt deels door de uitgevochten duels, maar ook door het gelijknamige kerkje op de top van de klim. In het aangebouwde museum liggen duizenden wielerrelikwieën, zoals de verwrongen fiets waarmee Fabio Casartelli verongelukte en een regenboogtrui van Hennie Kuiper.

De beruchte klim is eigenlijk een soort drietrapsraket. De eerste 3,5 kilometer zijn steil met een gemiddelde van ruim 9%, gevolgd door 2500 relatief vlakke en af en toe zelfs dalende meters, om weer te eindigen met ruim twee kilometer aan 9,5%. Als de renners de top bereiken, zullen traditiegetrouw de klokken van de kapel luiden. Voor de deur van het kerkje staat trouwens ook een standbeeld van ex-winnaars Fausto Coppi en Gino Bartali, het haast onafscheidelijke wielerduo.

De Ronde van Lombardije finisht niet op de top van de Ghisallo, want het is nog 64 kilometer tot Como. Eerst dalen de renners naar het plaatsje Maglio, om vrijwel onmiddellijk te beginnen aan de Colma di Sormano (5,1 km aan 6,6%) die vervolgens na een linkse bocht overgaat in de verschrikkelijk steile Muro di Sormano (1,9 km aan 15,8%, met uitschieters tot 25%). Op die laatste muur – want dat is het gewoon – zal de koers volledig ontploffen. Zo reden vorig jaar de latere winnaar Pinot en zijn grote uitdager Nibali weg op de flanken van de Muro di Sormano.

Vincenzo Nibali wordt aangemoedigd op de San Fermo della Battaglia – foto: Cor Vos

Vanaf de top is het nog iets meer dan vijftig kilometer tot de meet. Wat volgt is een technische afdaling naar Nesso, een passage langs de boorden van het Comomeer en een passage door Como, al slaan de renners voor het stadscentrum linksaf voor een lus van 22 kilometer met als scherprechters de Civiglio (4,2 km aan 9,7%) en de San Fermo della Battaglia (2,7 km aan 7,2%), die na één jaar afwezigheid weer terugkeert in het parcours. Wat er onderweg ook gebeurt, er volgt na de San Fermo nog een duikvlucht van 5,3 kilometer naar de aankomst in Como.

Traject: Bergamo – Como
Afstand: 243 km
Datum: Zaterdag 12 oktober

Start: 10.35 uur
Finish: 16.37-17.23 uur


Favorieten

“Ik kom mij hier met name voorbereiden op het najaar. Dan denk ik vooral aan het wereldkampioenschap in Yorkshire, maar ook aan enkele Italiaanse klassiekers, waaronder de Ronde van Lombardije.” Het waren de woorden van Jakob Fuglsang voor aanvang van de Vuelta a España. De Deense klimmer won ruim twee weken later de bergetappe met aankomst op de Alto de La Cubilla, maar dit was slechts een opsteker voor het WK en het laatste wielermonument van het seizoen. De ultieme test volgt aankomende zaterdag, tussen Bergamo en Como.

In een kletsnat en ijskoud Yorkshire moest Fuglsang genoegen nemen met een verre ereplaats, maar nog belangrijker was dat de Deen zijn jongere landgenoot Mads Pedersen naar de wereldtitel zag sprinten. In de Ronde van Lombardije zal de 34-jarige klimmer weer alle vrijheid krijgen om op jacht te gaan naar een (zoveelste) prestigieuze overwinning. Het seizoen van Fuglsang kan al niet meer stuk, na zeges in Luik-Bastenaken-Luik en het Critérium du Dauphiné. Bovendien stond hij na afloop van Strade Bianche, de Amstel Gold Race en de Waalse Pijl op het podium.

Jakob Fuglsang – foto: Cor Vos

Met andere woorden: let op Jakob Fuglsang in de laatste grote klassieker van 2019. Het parcours moet hem bijzonder goed liggen, en dan doelen we met name op de steile Muro di Sormano en Civiglio. Bovendien is zijn grote plaaggeest Julian Alaphilippe er niet bij. Maar de kopman van Astana zal wel moeten afrekenen met een tweevoudig winnaar. We bedoelen natuurlijk Vincenzo Nibali, de man die in 2015 en 2017 op fantastische wijze naar de zege soleerde, beide keren na een helse afdaling van de Civiglio. De toekomstig renner van Trek-Segafredo heeft na jaren van proberen de winnende formule gevonden.

Nibali won telkens na een finale Muro di Sormano-Civiglio-San Fermo della Battaglia, een blauwdruk van de slotfase van de 113e editie van Il Lombardia. De coureur van (nu nog) Bahrain Merida weet dus perfect wanneer hij moet aanvallen. Een kleine kanttekening: de resultaten sinds zijn Tourzege op Val Thorens zijn niet al te best, maar vergeet niet dat hij vorig jaar ook een gebrekkige voorbereiding kende op ‘zijn’ Ronde van Lombardije. En toch bleek hij sterk genoeg om die dag als tweede te eindigen, achter een ongenaakbare Pinot.

Fuglsang en Nibali zijn zekerheidjes in aanloop naar Lombardije, net als ouwe rot Alejandro Valverde. De 39-jarige Spanjaard is een van de beste klassiekerrenners van zijn generatie, met dank aan onder meer vier overwinningen in Luik-Bastenaken-Luik, vijf zeges in de Waalse Pijl en zijn WK-titel in het Oostenrijkse Innsbruck. Valverde jaagt echter nog altijd op zijn eerste Ronde van Lombardije. Dit komt mede omdat hij slechts zeven keer meedeed, maar hij werd ook enkele keren verslagen, onder meer door zijn aartsrivaal Joaquim Rodríguez.

Vincenzo Nibali – foto: Cor Vos

Wat we Valverde wel moeten nageven: de renner van Movistar stelt de laatste jaren zelden teleur in de Ronde van Lombardije. Zijn slechtste uitslag noteerde hij vorig seizoen, toen hij net buiten de top-10 viel. De kopman van Movistar had echter wel een excuus, hij bleek niet meer okselfris na zijn gewonnen WK-titel, afterparty’s en verschillende huldigingen. De Murciaan zal nu geen last hebben van een kater, aangezien hij in Yorkshire al vroeg en verkleumd moest opgeven. Slaagt Valverde er zaterdag in om een flink hiaat op zijn palmares op te vullen?

Het voorseizoen van Adam Yates was behoorlijk indrukwekkend met podiumplekken in Tirreno-Adratico, de Ronde van Catalonië en top 5-noteringen in de Ruta del Sol en de Ronde van het Baskenland. Na een sterke Luik-Bastenaken-Luik (vierde) kwam de klad er echter in. Zo moest Yates ziek opgeven in het Critérium du Dauphiné, terwijl de Tour een grote deceptie werd voor de klimmer van Mitchelton-Scott. In de recente CRO Race liet eindwinnaar Yates wel weer mooie dingen zien, waardoor we wat mogen verwachten van de explosieve Brit.

Adam Yates – foto: Cor Vos

Er werd op het wereldkampioenschap in Yorkshire veel verwacht van de Belgische ploeg, maar keuzeheer Rik Verbrugghe moest na afloop vooral uitleggen wat er allemaal was misgegaan. Zo kon ook Tim Wellens geen indruk maken in Groot-Brittannië, ondanks voor hem perfecte (lees: regen) weersomstandigheden. Het is nu aan Wellens om revanche te nemen. Vorig jaar eindigde de renner van Lotto Soudal knap als vijfde in Como, dus het kan zeker! Let ook op Michael Woods en Davide Formolo, de eendagsspecialisten bij uitstek.

De Canadees bewees vorig jaar tot de wereldtop te behoren en won woensdag nog met verve Milaan-Turijn, terwijl Italiaans kampioen Formolo dit jaar tweede werd in Luik-Bastenaken-Luik. Verder zal de naam van Daniel Martin met rood worden omcirkeld. We weten allemaal dat de Ier een oud-winnaar is van de Ronde van Lombardije, maar hij werd ook al eens tweede (2011), vierde (2013) en negende (vorig jaar). Tot slot heeft Astana meerdere ijzers in het vuur. Natuurlijk, Fuglsang is de kopman, maar hou ook rekening met Ion Izagirre, vorig jaar zesde.

EF Education First heeft met Sergio Higuita nog een tweede ijzer in het vuur. Je zou het haast vergeten, maar de Colombiaan koerst pas enkele maanden op WorldTour-niveau. Het is des te indrukwekkender dat hij al een rit won in de Vuelta, tweede werd in de Tour of California en als derde eindigde in de Giro dell’Emilia. Het is de vraag of Higuita ook kan schitteren na ruim tweehonderd kilometer en meerdere zware cols, maar oh wee als hij er dan nog bij is! Andere Colombiaanse kanshebbers zijn Tourkampioen Egan Bernal en oud-winnaar Esteban Chaves.

Michael Woods – foto: Cor Vos

Hebben we dan alle kanshebbers gehad? Nee, want topfavoriet Primož Roglič moet nog de revue passeren. Diens optreden in de Giro dell’Emilia was ronduit indrukwekkend. Met één goed getimede demarrage wist hij de complete wereldtop uit het wiel te fietsen, op weg naar zijn eerste zege in een (semi)klassieker. Dat belooft voor de Ronde van Lombardije. Vorig jaar vloeiden de krachten nog weg in de finale, is het nu Roglič die zijn concurrenten op het rooster legt? Hij kan rekenen op een sterke ploeg met Robert Gesink, Steven Kruijswijk, George Bennett en Sepp Kuss.

Over een ijzersterke ploeg gesproken: BORA-hansgrohe gaat met de eerder genoemde Formolo, Emanuel Buchmann, Maximilian Schachmann en Rafał Majka (vorig jaar zevende) voor de overwinning. We hebben ook nog tweevoudig winnaar Philippe Gilbert, springveren en ploegmakkers Giulio Ciccone en Gianluca Brambilla, Pierre Latour en de Team Ineos-tandem Diego Rosa en Gianni Moscon. Die laatste twee haalden allebei al eens het podium. Let ook op de nummer drie van vorig jaar: Dylan Teuns.

De renner van Bahrain Merida kan al terugkijken op een prima seizoen, maar hij zal ongetwijfeld met een knaller willen afsluiten. Een mogelijk probleem, hij zit bij Nibali in de ploeg. Krijgt de winnaar op La Planche des Belles Filles de ruimte van zijn vertrekkende Italiaanse collega? Trek-Segafredo rekent op Ciccone en Brambilla, maar misschien nog wel meer op Bauke Mollema. De Nederlander is uitstekend op dreef, kijk maar naar zijn recente uitslagen, maar zijn laatste top 10-notering in de Ronde van Lombardije dateert alweer uit 2012.

Primož Roglič won recent de Giro dell’Emilia en Tre Valli Varesine – foto: Cor Vos

De kans is groot dat een van de genoemde renners de Ronde van Lombardije wint, maar let ook op Miguel Ángel López, James Knox, Michael Valgren (of is het parcours te zwaar voor de sluwe Deen?), Ilnur Zakarin, Wilco Kelderman, Enric Mas, Rui Costa, Tiesj Benoot en Pierre Rolland. Deze renners zullen de koers wellicht niet winnen, maar kunnen wel een belangrijke rol spelen in de finale. We mogen ook het nodige verwachten van David Gaudu, zeker na zijn zesde plaats in Luik-Bastenaken-Luik. Gaat de ranke klimmer van Groupama-FDJ resoluut voor de zege?

Favorieten volgens WielerFlits
**** Primož Roglič
*** Vincenzo Nibali, Michael Woods
** Jakob Fuglsang, Alejandro Valverde, Adam Yates
* Sergio Higuita, Dylan Teuns, Egan Bernal, David Gaudu

Website organisatie
Deelnemerslijst (ProCyclingStats)


Weer en tv

In startplaats Bergamo is het zaterdag prima toeven met een gemiddelde temperatuur van 15℃. Overdag stijgt het kwik naar maximaal 20 ℃. De renners hoeven verder geen regenjasjes mee te nemen, aangezien het droog blijft in de regio Lombardije. De wind waait matig vanuit het noordoosten. De wedstrijd is vanaf 14.20 uur live te zien op Eurosport 1 en de Eurosport Player. Bespreek het verloop van de wedstrijd in de Volg hier op WielerFlits!


Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.