Voorbeschouwing: Scheldeprijs 2021

Voorbeschouwing: Scheldeprijs 2021

foto: Cor Vos

woensdag 7 april 2021 om 12:00

In een tijdperk waarin wedstrijden steeds spectaculairder en zwaarder moeten zijn, houdt de Scheldeprijs traditioneel vast aan haar vlakke profiel. Tussen het zware werk van onder andere Dwars door Vlaanderen, de Ronde van Vlaanderen en de Brabantse Pijl in, krijgen ook de rappe mannen hun kans in wat weleens het wereldkampioenschap voor sprinters wordt genoemd. Wie kroont zich tot de opvolger van Caleb Ewan? WielerFlits blikt vooruit.

Historie

De Scheldeprijs is met zijn 108 edities de oudste klassieker van Vlaanderen. Ter vergelijking: de Ronde van Vlaanderen kwam pas in 1913 voor het eerst op de wielerkalender, Gent-Wevelgem in 1934 en wedstrijden als de Omloop Het Nieuwsblad, de E3 Harelbeke en Dwars door Vlaanderen zelfs pas na de Tweede Wereldoorlog.

Tom Boonen is een van de vele legendarische namen op de erelijst – foto: Cor Vos

Het was Alfred Martougin, een industrieel en chocoladefabrikant, die de Grote Scheldeprijs (zoals deze klassieker destijds heette) in 1907 in het leven riep. Een vaste stek had de Scheldeprijs, die dankzij hellingen en kasseistroken in die tijd een meer klassiek karakter had, toen nog niet. Start en aankomst bevonden zich telkens wel in de Antwerpse randgemeenten, maar het duurde tot 1926 vooraleer de sprinterskoers zich vestigde in Schoten. Een huwelijk dat zeker een eeuw zal standhouden, want Schoten verbond haar lot inmiddels tot en met 2025 aan de Scheldeprijs.

Vanaf de jaren ’30, toen Schoten eindelijk de vaste stek van de Scheldeprijs werd, groeide deze wedstrijd meer uit tot een criterium. Hellingen en kasseistroken stonden niet langer centraal, men opteerde voor een plaatselijke omloop in en rond Schoten en zette in op het lokale karakter van deze klassieker. De Scheldeprijs stond bovendien nog op de kalender in de zomer, wanneer ook de kermis in Schoten op het programma staat. Telkens goed voor een waar volksfeest.

Legendarische laureaten als Achiel Buysse, Stan Ockers, Briek Schotte, Rik Van Looy, Walter Godefroot, Roger De Vlaeminck, Eddy Merckx en Freddy Maertens gaven de Scheldeprijs nog wat meer uitstraling. Echter was het Waaslander Piet Oellibrandt, in 1959 ook Belgisch kampioen op de weg, die zich na overwinningen in 1960, 1962 en 1963 opwerkte tot recordhouder.

Thorwald Veneberg wist als laatste een massasprint te ontlopen: in 2005 – foto: Cor Vos

Eind jaren ’70 zou de Scheldeprijs onder druk van de internationale concurrentie inboeten aan populariteit, met drastische maatregelen als gevolg. Een verhuizing van de zomer naar april was vanaf 1987 aan de orde. De geboorte van de Scheldeprijs als voorjaarsklassieker was nu een feit.

Vanaf dan zwaaiden de Belgen niet langer de plak, maar was het tijd voor internationale sprintbommen op de erelijst. Adrie van der Poel, Jean-Paul van Poppel, Mario Cipollini, Erik Zabel, Robbie McEwen, Tom Boonen en Alessandro Petacchi roken hun kans. Een massasprint ontlopen werd in het moderne wielrennen plots een pak lastiger. De laatste die dat huzarenstukje klaarspeelde, is de huidige KNWU-directeur Thorwald Veneberg in 2005. In helse weersomstandigheden hield hij zijn Litouwse mede-vroege vluchter Tomas Vaitkus af.

In het voorbije decennium werd Oellibrandt dan toch onttroond. In eerste instantie was het Mark Cavendish, glansrijk winnaar in 2007, 2008 en 2011, die zijn voet naast de Waaslander zette. Marcel Kittel deed zowaar nog straffer. Mede dankzij straffe lead outs bij Argos-Shimano en de Quick-Step-ploegen toonde Kittel zich in 2012, 2013, 2014, 2016 en 2017 maar liefst vijf keer de snelste van het pak. Vaak na spannende sprintduels met Cavendish.

Het was vaak bijzonder nipt tussen Cavendish en Kittel – foto: Cor Vos

Vanaf 2017 begon het bestuur, inmiddels in handen van Flanders Classics, te spelen met de startsteden. Niet langer was de omgeving van het Museum Aan de Stroom in Antwerpen de vertreklocatie. Eerst Mol, als eerbetoon aan de afscheidnemende Tom Boonen, later het Zeeuwse Terneuzen. Met de start in Zeeland voer de Scheldeprijs een nieuwe koers. Wind en waaiers op Nederlands grondgebied moesten de wedstrijd al in een vroeg stadium openbreken. Behalve vorig jaar, toen we door de coronamaatregelen een full Schoten-edition kregen.

Laatste tien winnaars Scheldeprijs
2020: flag-au Caleb Ewan
2019: flag-nl Fabio Jakobsen
2018: flag-nl Fabio Jakobsen
2017: flag-de Marcel Kittel
2016: flag-de Marcel Kittel
2015: flag-no Alexander Kristoff
2014: flag-de Marcel Kittel
2013: flag-de Marcel Kittel
2012: flag-de Marcel Kittel
2011: flag-gb Mark Cavendish


Vorig jaar

De Scheldeprijs voelde afgelopen najaar nog meer dan anders aan als een criterium. Tien lokale rondes van 17,4 kilometer rondom Schoten, en dan sprinten om de zege op de Churchilllaan. Dat was het noodscenario waar de organisatie naar moest teruggrijpen nadat het een njet kreeg van de autoriteiten in Terneuzen. Met snelle mannen als Sam Bennett en Caleb Ewan – een paar maand geleden allebei goed voor twee ritzeges in de Tour – stond er schoon volk aan de start.

Drievoudig winnaar Mark Cavendish voerde vorig jaar de kopgroep aan – foto: Cor Vos

In de traditionele vroege vlucht vonden we opvallend genoeg drievoudig winnaar Mark Cavendish terug. Enkele dagen voorheen barstte hij na afloop van Gent-Wevelgem in tranen uit, in de vrees dat zijn laatste kilometers als wielerprof een feit waren.

Cavendish had onderweg gezelschap van de Nederlander Piotr Havik (Riwal Securitas), de Luxemburger Luc Wirtgen (Bingoal-Wallonie Bruxelles), de Zwitser Michael Schär (CCC), de Kazak Dmitriy Gruzdev (Astana), de Brit Lewis Askey (Groupama-FDJ), de Deen Christopher Juul-Jensen (Mitchelton-Scott) en de Amerikaan Travis McCabe (Israel Start-Up Nation).

Uiteraard behielden Lotto Soudal en Deceuninck-Quick Step, de ploegen van de twee topfavorieten, de controle. Een moedige Havik spartelde van alle vroege vluchters nog het langst tegen, maar het werd een spurt. Tumultueus zoals steeds, maar daar trok Caleb Ewan zich weinig van aan. Nadat Alexander Kristoff zijn UAE Emirates-ploegmaat Jasper Philipsen had gelanceerd, trok de Australiër zich in zijn gekende stijl op gang. Zijn verschroeiende acceleratie leverde hem meteen enkele meters op, die hij niet meer afstond.

Winnaar Caleb Ewan zoekt, maar vindt geen tegenstand – foto: Cor Vos

Daarachter dreigde Pascal Ackermann ingesloten te geraken, maar de Duitser loste dat probleempje op door heel fors naar de linkerkant van de weg te sturen. Daarmee bracht hij onder andere August Jensen zwaar ten val en barricadeerde hij bovendien de weg van Sam Bennett. Voldoende voor een diskwalificatie voor de nummer twee van de Scheldeprijs, oordeelde de wedstrijdjury. Ook tussen Jasper Philipsen en Tim Merlier ontstond er een akkefietje, nadat beide renners ingesloten geraakten.

Uitslag Scheldeprijs 2020
1. flag-au Caleb Ewan (Lotto Soudal)
2. flag-it Niccolò Bonifazio (Total-Direct Energie)
3. flag-fr Bryan Coquard (B&B Hotels-Vital Concept)
4. flag-be Tim Merlier (Alpecin-Fenix)
5. flag-be Jasper Philipsen (UAE Emirates)


Parcours

Na een jaartje afwezigheid is de Scheldeprijs voor de derde keer in de geschiedenis te gast in het Nederlandse Terneuzen. De startlocatie is niet meer gelegen op het plein voor het Gemeentehuis, wel op een afgeschermde locatie nabij chemieconcern DOW. Dit is een van de strenge voorwaarden die de Veiligheidsregio, het ministerie van VWS en de politie stelden vooraleer ze toestemden om de Scheldeprijs in Zeeuws-Vlaanderen te laten starten.

Om 12.45 uur weerklinkt het officiële startschot, waarna de renners door de Westerscheldetunnel richting de Ellewoutsdijk op Zuid-Beveland rijden. De wind krijgt hier, zoals zo vaak in Zeeland, vrij spel. Het wordt dus quasi meteen opletten voor waaiervorming in het peloton.

De passage door Zeeland is eerder braaf, vergeleken met de vorige edities van de Scheldeprijs. Zo rijden de renners niet langer langs de Veerse Gatdam, de Deltaweg in Goes of de Havendijk in Yerseke, waar in het verleden de wind een prominente rol kon spelen.

Na de passage door ’s-Heerenhoek (de woonplaats van Jan Raas) en Heinkenszand, gaat het bijna de hele tijd langs de A58 richting het oosten. Kapelle, Reimerswaal en Woensdrecht pikken hun deel van de Scheldeprijs mee, maar de belangrijkste passages uit het verleden worden gemeden.

Na 72 kilometer koers bereiken de renners in het Antwerpse Berendrecht de Belgische grens. Ten oosten van de Antwerpse haven gaat het via Stabroek, Kappellen, Brasschaat en Brecht richting de plaatselijke omloop in Schoten, die met zijn 16,7 kilometer een halve kilometer korter is dan vorig jaar. Deel één gaat door enkele kronkelende steegjes rond het centrum van Schoten. Voor deel twee van de omloop worden de brede wegen van Schilde, Wijnegem en Schoten opgezocht.

Peter Sagan bepaalt het tempo op de kasseien van de Broekstraat in 2016 – foto: Cor Vos

Reden van de verkorting van de omloop is een hertekening van de passage door Wijnegem. Vorig jaar was rijden door de Broekstraat geen optie, vanwege de heraanleg van verkeersdrempels. Dit jaar is de 1.700 meter lange passage over (overigens zeer vlakke, goed aangelegde) kasseien weer een feit. Het is daar dat het peloton doorgaans op een lint wordt getrokken, gevolgd door een passage langs het Albertkanaal op 5,5 kilometer van de aankomst. Daar heeft de wind dan weer vrij spel, vooraleer weer het richting het centrum van Schoten gaat.

De aankomstlijn ligt naar goede gewoonte op de Churchilllaan in Schoten, een weg van ruim zes meter breed die de renners al op een goede 2,2 kilometer van de aankomst opdraaien. Vanaf daar gaat het in een rechte lijn richting aankomst, op een flauwe bocht op een goede driehonderd meter van de streep na.

De oneffenheden op het wegdek die in het verleden voor valpartijen zorgden, zijn daar inmiddels goed weggewerkt, maar door de flauwe bocht is ingesloten geraken langs de binnenkant steeds gevaarlijk. Als eerste aanzetten hoeft daarom geen nadeel te zijn. De plaatselijke ronde moet viermaal worden afgelegd, goed voor een totaal van 194 kilometer.

Woensdag 7 april: Terneuzen – Schoten (194 km)
Start: 12.45 uur
Finish: tussen 16.50 en 17.12 uur


Favorieten

De grote namen onder de sprinters zijn ook dit jaar weer talrijk aanwezig. Titelverdediger Caleb Ewan is de opvallende afwezige, omdat hij denkt dat de passage door Zeeland deze wedstrijd te lastig voor hem maakt. De dertien WorldTeams en negen ProTeams worden aangevuld met BEAT Cycling en EvoPro Racing. Vorig jaar waren er met INEOS Grenadiers, Bahrain McLaren en Mitchelton-Scott nog drie extra WorldTour-teams aanwezig.

Sam Bennett heeft al heel wat streepjes achter zijn naam staan – foto: Cor Vos

Sam Bennett is uiteraard de grote favoriet als er gesprint moet worden. Ook op zijn dertigste blijft hij zichzelf heruitvinden. Als geboren Werviknaar was hij natuurlijk al langer vertrouwd met de Vlaamse wegen, maar met een overwinning in Brugge-De Panne en een ijzersterke finale van Gent-Wevelgem (waar abrupt een einde aan kwam door maagproblemen) toonde de Ier toch weer een nieuw facet van zichzelf.

De Ier breidt zo met succes een verlengstuk aan zijn fantastische prestaties van 2020, toen hij twee ritzeges en de groene trui in de Tour op zak stak. In zijn vierde Scheldeprijs kwam hij toen niet verder dan een achtste plek, nadat hij werd ingesloten door Ackermann en Bonifazio. Extra werk dus voor Bennetts vaste pion Michael Mørkøv en een extra les voor Bennett, die met zijn krachtige sprint in de benen best van wat verder mag aangaan. Mocht het door het weer een zware koers worden, dan hebben de troepen van Lefevere ook Florian Sénéchal achter de hand.

Alpecin-Fenix zet daar met Tim Merlier en Jasper Philipsen een ijzersterk tweetal tegenover. Het is moeilijk te zeggen welke renner van de twee de snelste is, laat staan wie hier de voorkeur zal krijgen in de sprint. Naar alle waarschijnlijkheid zal de vorm van de dag beslissen.

Merlier en Philipsen zullen eerlijk moeten zijn tegen elkaar – foto: Cor Vos

En ook al kwamen Philipsen en Merlier hier vorig jaar nog ruziemakend over de streep, toch zijn ze niet te beroerd om zich voor elkaar op te offeren. Zo reed Philipsen, toen hij zich wat minder voelde, de ziel uit zijn lijf voor zijn West-Vlaamse ploeggenoot in Le Samyn en Dwars door Vlaanderen. Merlier liet Philipsen dan weer zijn kans gaan in Nokere Koerse en Brugge-De Panne.

De voormalige Belgische kampioen kan dit seizoen hoe dan ook de betere resultaten voorleggen. Winnen deed hij al in Le Samyn, de GP Monseré en de Bredene Koksijde Classic, telkens in eigen land. Philipsen bleef dan weer steken op een tweede plaats in Brugge-De Panne, maar kende in Gent-Wevelgem niet altijd even veel geluk. Alpecin-Fenix kampt kort gezegd met een luxeprobleem.

Arnaud Démare is er na twee jaar afwezigheid nog eens bij. De Fransman en de Scheldeprijs hebben dan ook geen al te best huwelijk. Bij zijn laatste deelname in 2019 werd Démare samen met onder andere Dylan Groenewegen uit koers gehaald, omdat hij een gesloten overweg zou hebben genegeerd. En ook bij zijn drie voorgaande deelnames kwam Démare niet verder dan een 21e plek.

Frustratie bij Démare na een zoveelste gemiste kans in De Panne – foto: Cor Vos

Intussen heeft de kopman van Groupama-FDJ zich ontpopt tot topsprinter. Klassiekers als de Ronde van Vlaanderen staan niet meer op zijn menu, om de focus nog meer op zijn sprint te leggen. Met succes, zo bleek afgelopen najaar. Begin augustus in Milaan-Turijn begon de Franse kampioen aan een zegereeks van liefst 12 overwinningen op de 17 sprints die hij betwistte, waaronder vier Giro-ritten. Dit seizoen stond Démare lang droog, tot zondag in La Roue Tourangelle. Is de goede trein vertrokken?

Update: Groupama-FDJ, de ploeg van Arnaud Démare, besloot zich in extremis terug te trekken voor de Scheldeprijs na een positieve coronatest van een staflid. 

Bij Pascal Ackermann zien we een gelijkaardig patroon. De voormalige Duitse kampioen weet net als Démare wat het is om gediskwalificeerd te worden in de Scheldeprijs. Het overkwam hem vorig jaar, toen ook Ackermann een sterke najaarsvorm te pakken had. Ritten in Tirreno-Adriatico en de Vuelta kwamen bij op zijn palmares, maar ook hij moet het dit jaar voornamelijk met ereplaatsen doen. Weg kunnen zijn snelle benen niet zijn, dus verwachten we revanche voor zijn deklassering van vorig jaar. Nils Politt is het BORA-hansgrohe-alternatief bij een zware koers.

Cees Bol weet wél wat het is om te winnen in 2021. De Team DSM-kopman verbloemde het mindere seizoen van zijn Duitse werkgever een beetje dankzij een sterke ritoverwinning in Parijs-Nice, maar zal de druk wel voelen toenemen nu er verder maar weinig spraakmakende resultaten te vinden zijn. Bol moet het voornamelijk hebben van een wedstrijd zonder al te veel incidenten zoals waaiers en aanvallen, zodat zijn pure snelheid het best rendeert.

Nizzolo feliciteert Van Aert, maar verdiende zelf ook felicitaties na Gent-Wevelgem – foto: Cor Vos

Voor Giacomo Nizzolo geldt het tegenovergestelde. Wat was de Europese kampioen sterk in Gent-Wevelgem. De Clasica de Almería-winnaar overleefde daar de waaierslag tot op het bittere eind. Dan mag je niet verwachten dat hij ook nog eens Wout van Aert in de sprint klopt, al had een betere uitgangspositie in de sprint wel het verschil kunnen maken.

Nizzolo is een van de zeldzame grote namen die Qhubeka ASSOS bij de zoektocht naar een nieuwe sponsor trouw gebleven is, en nu mag hij voor de overwinningen zorgen ook. De Scheldeprijs zou perfect in dat rijtje passen. Ploegmaat Max Walscheid is nog zo’n waaierspecialist, die hier al eens tweede werd maar nu de lead out mag verzorgen.

Vraagtekens plaatsen we bij Elia Viviani en Nacer Bouhanni. De GP Cholet vormde onlangs nochtans een opluchting voor Viviani, die er zijn eerste zege in bijna twee jaar tijd boekte. De ban is gebroken voor Cofidis, dus vanaf nu loopt het allemaal wel los, zou je dan denken. Tot een overambitieuze Viviani uit de bocht vloog in Dwars door Vlaanderen en naar het ziekenhuis werd afgevoerd. Alles behalve een ideale voorbereiding op de Scheldeprijs, maar vlak de olympische kampioen in het omnium – hier tweede in 2017 – nooit uit.

Elia Viviani kan nu ook winnen in het shirt van Cofidis – foto: Cor Vos

Bouhanni hangt dan weer een schorsing boven het hoofd, nadat hij in diezelfde GP Cholet een flinke duw aan Groupama-FDJ-sprinter Jake Stewart verkocht. De disciplinaire commissie van de UCI buigt zijn hoofd over Bouhanni, maar in tussentijd staat hij nog altijd op de startlijst van deze Scheldeprijs. Stel je dan maar voor dat hij hier met de bloemen gaat lopen… In La Roue Tourangelle werd hij afgelopen weekend nog tweede achter Démare.

Vergeet ook John Degenkolb niet. De Duitser van Lotto Soudal moet het misschien niet hebben van zijn pure sprint, maar in helse weersomstandigheden en na een zware waaierkoers is de ex-winnaar van Milaan-San Remo en Parijs-Roubaix een te duchten concurrent. En anders hebben ze bij Lotto Soudal ook nog Gerben Thijssen, die zijn najaarsvorm van vorig jaar maar niet terugvindt. Ook Alexander Kristoff is een sterke beer, maar beschikt over net iets meer pure snelheid. De UAE-Emirates-kopman kent de finish in Schoten bovendien, want hij won in 2015.

Met Niccolò Bonifazio (Total Direct Energie) en Bryan Coquard (B&B Hotels) tekenen ook de verrassende nummers twee en drie van vorig jaar present. Danny van Poppel (Intermarché-Wanty Gobert), Marc Sarreau (AG2R Citroën), Rudy Barbier (Israel-Start Up Nation), Ryan Gibbons (UAE Emirates), Timothy Dupont (Bingoal Pauwels Sauces WB), Kristoffer Halvorsen (Uno-X), Eduard-Michael Grosu (Delko), Sasha Weemans (Sport Vlaanderen-Baloise), Arvid de Kleijn (Rally) en Jan Willem van Schip (BEAT) zijn de andere snelle mannen die mikken op een ereplaats.

Michael Van Staeyen kreeg een kans bij EvoPro Racing – foto: Van Staeyen

Dan rest nog de vraag waarom het Ierse EvoPro Racing hier plots een wildcard heeft weten te bemachtigen. En het antwoord is niet ver te zoeken. Niemand minder dan Schotenaar Michael Van Staeyen is de vooruitgeschoven man bij de Ieren. Die zien ze in de Scheldeprijs natuurlijk graag meesprinten.

Van Staeyen zag zijn samenwerking met Tarteletto-Isorex heel laat in het najaar uitdraaien op een sisser en vond pas begin februari onderdak bij EvoPro Racing. Als semiprof weliswaar, want de 32-jarige Van Staeyen werkt nu ook halftijds als bikefitter in de fietsenzaak van zijn vader.

Van Staeyens snelste weg terug naar de profs zou natuurlijk een prachtprestatie in de Scheldeprijs zijn. Zelf mikt de ex-renner van Sport Vlaanderen-Baloise, Cofidis en Roompot-Charles op een top-10-plaats. Daarmee zou hij zijn achtste plek van 2015 kunnen evenaren, maar dan moet alles meezitten. Zo is Van Staeyen dezer dagen druk bezig met schietgebedjes naar de weergoden, want de Antwerpenaar is een echte goed weer-coureur.


Favorieten volgens WielerFlits
**** Sam Bennett
*** Tim Merlier, Arnaud Démare
** Pascal Ackermann, Giacomo Nizzolo, Alexander Kristoff
* Jasper Philipsen, Cees Bol, Elia Viviani, John Degenkolb

Update: Trek-Segafredo niet in Scheldeprijs na positieve coronagevallen

Website organisatie
Deelnemerslijst


Weer en TV

De weersomstandigheden zullen het voor de snelle mannen zeker niet de gemakkelijkste editie van de Scheldeprijs maken. Volgens Meteovista is er bij temperaturen tot amper 6 graden Celsius toch wel 85 procent kans op regenbuien en smeltende sneeuw. In Zeeland kan de windkracht oplopen tot vijf Beaufort. De wind komt bovendien uit het noordwesten, wat wil zeggen dat de renners de wind bij de passage doorheen Zeeland grotendeels langs linksachter zullen voelen komen.

Sporza en Eurosport 2 zijn allebei vanaf 15.00 uur present voor de live-uitzending, wat betekent dat de passage doorheen Zeeland niet live op tv zal zijn.


Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.