Voorbeschouwing: Strade Bianche 2021

Voorbeschouwing: Strade Bianche 2021

Van Aert werd in 2020 als winnaar gehuldigd - foto: LaPresse/Fabio Ferrari

zaterdag 6 maart 2021 om 08:00

Aankomende zaterdag is het weer ‘stofhappen’ geblazen voor de renners die de moeite hebben genomen om af te zakken naar het vaak zo idyllische Toscane. In de wielerkoers Strade Bianche draait het toch vooral om die heroïsche witte grondwegen. Wie volgt Wout van Aert op als vincitore? WielerFlits blikt vooruit!

Historie

Zaterdagmiddag, 3 maart 2018. Voor een moment leek het wel alsof Briek Schotte tot leven was gewekt en op een Ridley was gezet om deel te nemen aan Strade Bianche. De man die in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw furore maakte als klassiekerspecialist en twee regenboogtruien wist te veroveren en in 2004, op de dag van de Ronde Van Vlaanderen, zijn laatste rustplaats vond. Het was echter niet de Laatste Flandrien die zich die dag een weg probeerde te banen tussen de cipressen en wijngaarden, over de besmeurde Toscaanse gravelwegen.

En toch leek Tiesj Benoot, besmeurd, getekend en met diepe groeven, die zaterdagmiddag als twee druppels water op zijn illustere landgenoot Schotte. De renner van Lotto Soudal kende in de twaalfde editie van de wittewegenklassieker een begenadigde dag. Hij besloot ver voor de streep in Siena om aan een, wat later bleek heroïsche, solo te beginnen. Benoot wist in zeiknatte omstandigheden het hele veld op te rollen, zijn laatste tegenstrevers uit het wiel te kletsen en op grinta zijn voorsprong vast te houden én zelfs uit te breiden.

Op het Piazza del Campo, in het hartje van aankomstplaats Siena, kwam er een einde aan zijn barre maar onvergetelijke tocht.

Een besmeurde en getekende Benoot ziet af op weg naar Siena – foto: Cor Vos

Benoot streed die dag niet tegen Gino Bartali, Fausto Coppi, Ferdi Kübler of Louison Bobet, maar tegen Romain Bardet, Alejandro Valverde en een nog jonge Wout van Aert. En toch deed de editie van Benoot in alles denken aan de begindagen van de wielersport. Het is de aantrekkingskracht van La Classica del Nord più a sud d’Europa. Strade Bianche brengt je voor even weer terug naar een tijd waarin er nog geen sprake was van controledrang of treintjesvorming. Naar een tijd waarin het individu voorop stond, met man-tegen-mangevechten tot gevolg.

De Toscaanse klassieker begon in 2007 nog als een experiment, een uitprobeersel. Er bestond al langere tijd een toerversie met de naam Gran Fondo Monte Paschi Eroica, maar voor een wedstrijd voor professionals moesten we nog even wachten. De allereerste uitgave van Strade Bianche werd overigens nog georganiseerd in het najaar en weinig toppers namen de moeite om nog af te zakken naar het noorden van Italië. Alexandr Kolobnev deed dit wél en was de allereerste winnaar in Siena, voor de Zweed Markus Ljungqvist en de Oekraïner Mikhaylo Khalilov.

Na de eerste editie in 2007 werd besloten om de wedstrijd voortaan niet in het najaar, maar in de lente te organiseren. Het bleek het beslissende zetje, aangezien steeds meer (top)ploegen en grote kampioenen interesse hadden om eens deel te nemen aan die gekke wedstrijd over gravelwegen. De eerste ‘lente-editie’ werd ook meteen gewonnen door een renner van naam en faam: Fabian Cancellara. De Zwitser werd geflankeerd door de toen regerende wereldkampioen Alessandro Ballan en de Duitse belofte Linus Gerdemann. De organisatie had weinig te klagen.

Runner-up Sagan feliciteert winnaar Kwiatkowski in 2014 – foto: Cor Vos

De Strade Bianche won al snel aan populariteit, ook ingegeven door de opwaardering van de wedstrijd (van 1.1 naar WorldTour-niveau) op de UCI-kalender en het unieke karakter van de koers. Na de eerste zege van Cancellara volgden er overwinningen voor Thomas Löfkvist, Maxim Iglinsky en Philippe Gilbert. In 2012 was het weer aan Cancellara om een glansrol te vertolken. De inmiddels gestopte Zwitser vindt zichzelf, na een laatste overwinning in 2016 – zijn afscheidsjaar, drie keer terug op de erelijst en mag zich nog altijd recordhouder noemen.

Dat laatste is ook de organisatie niet ontgaan. Het besloot dan ook om de Monte Sante Marie – de langste en zwaarste onverharde strook – in 2017 om te dopen tot de Settore Fabian Cancellara. “Een enorme eer”, aldus de Zwitser, die zelf de inwijding mocht doen. Andere renners op de erelijst zijn Moreno Moser, Michał Kwiatkowski (2014 en 2017), Zdeněk Štybar, de eerder bewierookte Benoot, Julian Alaphilippe en Wout van Aert. Over die laatste komen we nog uitgebreid te spreken, als we dieper ingaan op de editie van vorig jaar.

Laatste tien winnaars Strade Bianche
2020: flag-be Wout van Aert
2019: flag-fr Julian Alaphilippe
2018: flag-be Tiesj Benoot
2017: flag-pl Michał Kwiatkowski
2016: flag-ch Fabian Cancellara
2015: flag-cz Zdeněk Štybar
2014: flag-pl Michał Kwiatkowski
2013: flag-it Moreno Moser
2012: flag-ch Fabian Cancellara
2011: flag-be Philippe Gilbert

Štybar verslaat Van Avermaet op het Piazza del Campo, 2015 – foto: Cor Vos


Vorig jaar

De veertiende editie van Strade Bianche werd bij hoge uitzondering niet in het voorjaar verreden, maar pas op zaterdag 1 augustus. De organisatie was wel gedwongen om de wedstrijd uit te stellen, aangezien Europa in de weken voorafgaand aan Strade Bianche al flink werd geteisterd door het alsmaar oprukkende coronavirus. Vooral Italië had zwaar te lijden onder de crisis, de beelden vanuit de Italiaanse IC’s staan nog altijd op ons netvlies gebrand.

Heel even leek Strade Bianche toch nog te kunnen doorgaan in het voorjaar van 2020. Verschillende ploegen waren, enkele dagen voor de wedstrijd, zelfs al naar Toscane afgezakt om het parcours te verkennen. Andere teams slaagden er echter nauwelijks in om naar Italië te vliegen, aangezien het vliegverkeer langzaam maar zeker tot stilstand kwam. Uiteindelijk besloot het organiserende RCS Sport onder hoge druk om, in extremis, de koers toch af te gelasten.

Even wat verkoeling in snikhete temperaturen – foto: LaPresse

En zo moesten we enkele maanden wachten op de veertiende editie van Strade Bianche, maar vlak na het heropstarten van het wielerseizoen werd de wedstrijd dan tóch georganiseerd. De Toscaanse klassieker was ook meteen de openingswedstrijd van het (ingekorte) WorldTour-seizoen. Meer dan 170 renners stonden hevig trappelend aan de start. Ze konden niet wachten om weer te koersen over, in dit geval, stoffige gravelwegen.

Zes renners besloten na het startschot ten aanval te trekken, maar deze vroege vlucht werd al voor het begin van de televisie-uitzending opgeslokt door het peloton. Daar regende het zoals gewoonlijk lekke banden: Vincenzo Nibali en Peter Sagan waren de bekendste slachtoffers. Titelverdediger Julian Alaphilippe kreeg dan weer af te rekenen met mechanische pech, maar kon op tijd weer aansluiten in de eerste groep. Niet veel later koos de Fransman voor het offensief.

Alaphilippe versnelde op goed tachtig kilometer van de meet en kreeg een andere favoriet, Mathieu van der Poel, met zich mee. Het bleek een eerste waarschuwingsschot, maar de twee kleppers werden al vrij snel weer ingerekend. Alaphilippe en Van der Poel lieten zich al vrij snel een tweede keer opmerken, maar dit keer was het door een ongelukkige valpartij. Beide renners slaagden er wel in om weer vooraan aan te sluiten.

Van Aert op weg naar de zege – foto: LaPresse

De finale begon pas echt op de lange maar uitputtende gravelstrook van de Monte Sante Marie. Na enkele schermutselingen van de ‘mindere goden’ besloot Jakob Fuglsang met nog ruim vijftig kilometer te gaan om zijn kaarten op tafel te gooien. De Deen kreeg na verloop van tijd het gezelschap van Maximilian Schachmann, Davide Formolo, Alberto Bettiol, Greg Van Avermaet (die later moest lossen) en Wout van Aert.

Van der Poel, Alaphilippe, Sagan en ex-winnaars Kwiatkowski en Zdeněk Štybar hadden de slag gemist en zouden geen rol van betekenis meer spelen. De zes koplopers wisten al vrij snel dat één van hen er met de overwinning vandoor zou gaan. Op de Colle Pinzuto en Le Tolfe, de laatste twee sectoren van de dag, moest de beslissing vallen in deze Strade Bianche. Net voor het opdraaien van Le Tolfe voelde Van Aert zijn moment gekomen.

De renner van Jumbo-Visma nam een kleine voorsprong in de afdaling net voor het aansnijden van Le Tolfe, waarna hij stevig doortrok op de steile helling. Bettiol probeerde vlak voor de top met een ultieme krachtsinspanning nog naar Van Aert te rijden, maar bleef hangen op een tiental meter en blies zichzelf op. Een ijzersterke Van Aert bleef daarentegen volle bak doorrijden en moest in de finale Bettiol, Formolo en Schachmann achter zich houden.

Van Aert met zijn zegegebaar in Siena – foto: LaPresse

Van Aert slaagde in zijn missie en begon met een twintigtal seconden aan de laatste steile kilometer in Siena. Op het Piazza del Campo volgde het zegegebaar, na derde plaatsen in 2018 en 2019. Het was voor de Belg bovendien zijn eerste grote klassiekerzege op de weg. Exact een week later wist Van Aert een nog grotere vis aan de haak te slaan: Milaan-San Remo.

Uitslag Strade Bianche 2020
1. flag-be Wout van Aert (Jumbo-Visma) in 4u58m36s
2. flag-it Davide Formolo (UAE Emirates) op 30s
3. flag-de Maximilian Schachmann (BORA-hansgrohe) op 32s
4. flag-it Alberto Bettiol (EF Pro Cycling) op 1m31s
5. flag-dk Jakob Fuglsang (Astana) op 2m55s

Van Aert krijgt een champagnedouche van Formolo – foto: Cor Vos


Parcours

Uiteraard begint én eindigt Strade Bianche in het schitterende Siena, de hoofdstad van de gelijknamige provincie. Siena – tegenwoordig een toeristische trekpleister – was ooit niet meer dan een Etruskische nederzetting. En ook ten tijde van de Romeinen had het niet de grandeur van nu. Siena kreeg pas aanzien gedurende de middeleeuwen, en dan vooral op het gebied van de schilderkunst.

Het parcours is ongewijzigd in vergelijking met vorig jaar, wat betekent dat de renners 63 kilometer aan sterrati voor de wielen geschoven krijgen, verdeeld over elf sectoren. Als we er een rekenmachine bij pakken, zien we dat ruim dertig procent van de wedstrijd over onverharde wegen voert. En vergeet niet dat er ook het nodige ‘normale’ klauterwerk op het menu staat, waardoor we uitkomen op bijna vierduizend hoogtemeters. Strade Bianche is kortom meer dan alleen stofhappen of klieven in de modder.

Om 11.45 uur roept de speaker Andiamo en beginnen de renners aan een nieuwe editie van de Toscaanse klassieker. Na goed achttien kilometer doemt de eerste onverharde strook op, die van Vidritta. Een ‘opwarmertje’ van iets meer dan twee kilometer in licht dalende lijn. Elke onverharde sector heeft overigens zijn eigen verhaal. Sommige stroken zijn relatief kort, anderen dan weer kilometerslang. Sommige grindweggetjes zijn zo goed als vlak, andere sectoren gaan dan weer flink omhoog.

De aantrekkingskracht van Strade Bianche is dat het gevaar overal op de loer ligt en op voorhand niet te voorspellen valt waar de beslissing zal vallen. Vaak zien we een eerste échte schifting op de 11,9 kilometer lange Lucignano d’Asso, die vrijwel direct overgaat in de acht kilometer lange Ponte d’Arbia. Wie hier zijn fiets naar de haaien rijdt of ten val komt, zal een paar jasjes uit moeten doen om weer vooraan aan te sluiten. Energie die je vervolgens tekort komt in de finale.

Met nog ruim zeventig kilometer op de koersteller begint dwars door de Crete Senesi de daadwerkelijke finale met de 9,5 kilometer lange sector van San Martino in Grania, waar we wellicht enkele schaduwfavorieten naar voren zien flitsen. Wetende dat ze er onherroepelijk af moeten op de Monte Sante Marie. Deze laatste strook, sinds enkele jaren de Settore Fabian Cancellara – is 11,5 kilometer lang en zal het uiterste vergen van de al afgepeigerde renners.

Op de Monte Sante Marie komt alles samen. Wie hier wil schitteren, zal over een flink portie explosiviteit, stuurvaardigheid en inhoud moeten beschikken. De Monte Sante Marie is berucht vanwege het vele draaien en keren. De afwisseling van dalen en klimmen. Een goede techniek is hier zeker vereist, (ex-)crossers zijn hier toch wel in het voordeel. Na het afdraaien van deze strook is het ruim twintig kilometer tot de volgende onverharde sector.

Na de Monte Sante Marie is het spel ongetwijfeld op de wagen, maar we zijn er dan nog niet. In de laatste dertig kilometer volgen nog drie kortere stroken. We kunnen ze inmiddels wel dromen: Monteaperti (800 meter), Strade di Colle Pinzuto (2,4 km) en Le Tolfe (1,1 km). Op deze beklimmingen komt de nodige explosiviteit goed van pas, aangezien de percentages regelmatig in de dubbele cijfers schieten. Na de laatste strook van Le Tolfe is het nog zo’n tien golvende kilometers naar Siena.

Peter Sagan op weg naar Siena, 2016 – foto: Cor Vos

In het schelpvormige kloppende centrum van Siena wacht nog een laatste nijdige helling, op de plavuizen van de Via Santa Caterina. Met nog 1.500 meter te gaan begint het asfalt weer te stijgen, richting de vod van de laatste kilometer. De koplopers rijden eerst langs enkele typische Italiaanse huisjes, onderbroken door – een keurig onderhouden – heg. Dan volgt er een passage onder de middeleeuwse stadspoort.

Zodra de renners onder de Porta di Fontebranda rijden loopt het al lekker omhoog, maar op de plavuizen van de Via Santa Caterina is het pas écht afzien, met stroken tot 16%. Na deze muur moeten de renners zich nog door wat nauwe straatjes wringen richting de finishstreep op het Piazza del Campo. Wie de laatste bocht als eerste zonder kleurscheuren doorkomt, mag een zegegebaar naar keuze maken. Als winnaar van Strade Bianche.

Spoorboekje met onverharde stroken

Zaterdag 6 maart, Siena – Siena (184 km)
Start: 11.45 uur
Finish: 16.14-16.44 uur

Settore Sterrato 1: Vidritta (2,1 kilometer lang) – na 17,6 km
Settore Sterrato 2: Bagnaia (5,8 kilometer lang) – na 25 km
Settore Sterrato 3: Radi (4,4 kilometer lang) – na 36,9 km
Settore Sterrato 4: La Piana (5,5 kilometer lang) – na 47,6 km
Settore Sterrato 5: Lucignano d’Asso (11,9 kilometer lang) – na 75,8 km
Settore Sterrato 6: Pieve a Santi (8 kilometer lang) – na 88,7 km
Settore Sterrato 7: San Martino in Grania (9,5 kilometer) – na 111,7 km
Settore Sterrato 8: Monte Sante Marie (11,5 kilometer lang) – na 130 km
Settore Sterrato 9: Monteaperti (0,8 kilometer lang) – na 160 km
Settore Sterrato 10: Colle Pinzuto (2,4 kilometer lang) – na 164,6 km
Settore Sterrato 11: Le Tolfe (1,1 kilometer lang) – na 171 km
Totaal onverharde stroken: 63 kilometer

Stofhappen in Toscane – foto: Bettini


Favorieten

Het was nog even billenknijpen voor alle renners met ambities voor Strade Bianche, maar de lokale politiek besloot deze week dat de Toscaanse wedstrijd gewoon kan doorgaan op de geplande datum. Ook al geldt er vanwege het coronavirus ‘code rood’ in de provincie Siena. En dit betekent dat we ons kunnen verheugen op een nieuwe editie van de voorjaarsklassieker, met een deelnemersveld om de vingers bij af te likken!

Zo staan er verschillende oud-winnaars aan het vertrek in Siena. Denk maar aan Julian Alaphilippe, die wellicht als topfavoriet van start zal gaan. De Fransman van Deceuninck-Quick-Step won de wedstrijd al eens in 2019 en liet in de weken voor Strade Bianche al zien over een bijzonder goede vorm te beschikken. In de Tour de La Provence klom hij met de wereldtop mee omhoog en in Omloop Het Nieuwsblad was hij een van de smaakmakers.

Wereldkampioen Alaphilippe zal op jacht gaan naar zijn tweede zege – foto: Cor Vos

Imponerend kunnen we het zeker noemen, de manier waarop Alaphilippe op de Berendries wegreed van kleppers als Greg Van Avermaet en Sep Vanmarcke. In de Omloop bleek de streep echter veel te ver te liggen voor een solist en dus werd de Fransman op tijd weer opgeslokt. In Strade Bianche zal er geen sprake zijn van controle en kan Juju naar hartenlust aanvallen. Is hij straks de eerste regerende wereldkampioen die zegeviert in Siena?

Dan zal Alaphilippe wel moeten afrekenen met zijn, op papier, twee grootste concurrenten: Wout van Aert en Mathieu van der Poel. De Belg start als titelverdediger, Van der Poel zal uit zijn op sportieve revanche na een mindere editie in 2020. De vraag is of Van Aert al goed genoeg is om mee te doen voor de zege, aangezien hij dit seizoen nog geen wedstrijd heeft gereden. De renner van Jumbo-Visma verbleef de afgelopen weken op Tenerife.

Op het Spaanse eiland probeerde Van Aert, samen met onder meer zijn persoonlijke trainer Marc Lamberts, om de puntjes op de i te zetten na een intensief crossseizoen. Een paar weken geleden moesten er nog een paar kilo’s af en dus is het misschien niet realistisch om eenzelfde masterclass te verwachten als vorig jaar. En toch, we zijn nu weer een paar weken verder en dat moet voor een klasbak als Van Aert misschien wel volstaan om op tijd klaar te zijn. Volgens sportief manager Merijn Zeeman heeft Van Aert een geweldig trainingskamp achter de rug, maar zal hij nog niet top zijn in Strade Biance.

Kan Wout van Aert zijn titel prolongeren? – foto: Cor Vos

Over de vorm van Mathieu van der Poel hoeven we niet te twijfelen. De Nederlandse kampioen is uitstekend aan zijn wegcampagne begonnen. In de UAE Tour reed hij slechts één etappe mee, aangezien zijn ploeg Alpecin-Fenix uit de ronde moest stappen na een coronabesmetting, maar won hij gelijk de openingsrit na een waar waaierspektakel. En ook in Kuurne-Brussel-Kuurne maakte Van der Poel indruk met een aanval van zo’n tachtig kilometer.

Winnen deed Van der Poel niet in Kuurne, maar de renner van Alpecin-Fenix wist het peloton weer eens op de pijnbank te leggen. Ook in Le Samyn maakte hij indruk. “Ik heb mij wel geamuseerd”, kon Van der Poel lachen na Kuurne-Brussel-Kuurne. En na Le Samyn: “De vorm is goed. Zeker tegenover vorig jaar, toen ik naar de Strade Bianche trok, is het verschil heel groot. Vooral dat ik frisser ben, en ik heb ook de crossvorm kunnen meepakken. Dat helpt ook.”

Van der Poel kan zaterdag rekenen op steun van onder meer Xandro Meurisse en Gianni Vermeersch. Van Aert heeft man-in-vorm Chris Harper en Robert Gesink aan zijn zijde. En Alaphilippe? Deceuninck-Quick-Step rekent, hoe kan het ook anders, op een ijzersterke ploeg met Omloop Het Nieuwsblad-winnaar Davide Ballerini, João Almeida en Zdeněk Štybar, winnaar van de Strade in 2015. De Tsjech is altijd goed in Toscane en kan in een superdag ook zelf zegevieren.

Mathieu van der Poel is vol vertrouwen – foto: Cor Vos

De meeste ogen zijn gericht op de ‘Grote Drie’, maar er staan ook nog heel wat andere favorieten aan het vertrek. Zo hebben we Tom Pidcock namens INEOS Grenadiers. De jonge Brit heeft de stap naar de profs uitermate goed en vooral snel verteerd. In Omloop Het Nieuwsblad was hij onderweg een van de smaakmakers, in Kuurne-Brussel-Kuurne spurtte hij naar een derde plaats. Dat zijn goede signalen met het oog op Strade Bianche, toch wel een beetje zijn droomkoers.

“Zowel in de Omloop als in Kuurne-Brussel-Kuurne speel ik mee met de groten. Een beetje onverhoopt, maar het geeft me wel een boost aan vertrouwen”, zo vertelde Pidcock afgelopen zondag in Kuurne. “Ik kijk nu al uit naar de Strade Bianche van zaterdag. Ik denk dat ik dat ook moet aankunnen. Zeker, ik mag met open vizier koersen. Strade Bianche is nu ook de klassieker die qua parcours het dichtst bij een veldrit aanleunt.” Zeker nu het zaterdag lijkt te regenen…

Pidcock maakt komende zaterdag deel uit van een waar sterrenensemble van INEOS Grenadiers. De Britse formatie rekent namelijk ook op tweevoudig winnaar Michał Kwiatkowski, die ook altijd goed is in regenachtige omstandigheden maar woensdag wel zwaar ten val kwam in de Trofeo Laigueglia. Verder staat Egan Bernal aan de start. Het is voor de Colombiaan zijn eerste deelname aan Strade Bianche, maar Bernal was erg sterk in Laigueglia met een tweede plek achter winnaar Mollema. En wat kan de beloftevolle klimmer Pavel Sivakov?

Tadej Pogačar is meer dan een outsider – foto: Cor Vos

Let zaterdag ook op Jakob Fuglsang en Tim Wellens. De Deen werd in 2019 al eens tweede in Siena, maar moest toen buigen voor een ijzersterke Alaphilippe. Ook vorig jaar speelde Fuglsang een hoofdrol in de Italiaanse wedstrijd. Wellens, de nummer drie van 2017, begon uitstekend aan het seizoen met eindwinst in de Ster van Bessèges. In het Vlaamse openingsweekend was het niet veel soeps, maar hou zaterdag in zeiknatte omstandigheden toch maar rekening met regenrijder Wellens.

Voor Tadej Pogačar is het zijn derde deelname aan Strade Bianche, maar het is bijzonder onverstandig om de Sloveen zomaar aan de kant te schuiven. De regerende Tourwinnaar van UAE Emirates liet vorig jaar al mooie dingen zien op klassiek gebied, met een podiumplaats in Luik-Bastenaken-Luik en een top 10-notering in de Waalse Pijl. Dat belooft voor aankomende zaterdag. Aan de vorm zal het niet liggen: Pogačar won een week geleden nog met verve de UAE Tour.

Wat kan Greg Van Avermaet namens AG2R Citroën? – foto: Cor Vos

Twee renners die we zaterdag ook in de smiezen moeten houden, zijn Greg Van Avermaet en Davide Formolo. Van Avermaet is bijna altijd op de afspraak in Strade Bianche. In 2015 en 2017 stond hij al op het podium in Siena, maar winnen deed hij nog nooit. Is het dit jaar dan wél raak voor de kopman van AG2R Citroën? Van Avermaet liet in aanloop naar Strade Bianche al mooie dingen zien, maar is het ook genoeg om de hoofdvogel af te schieten?

Formolo eindigde vorig jaar als tweede, achter Van Aert maar voor toppers als Maximilian Schachmann, Alberto Bettiol en Fuglsang. De Italiaan zal waarschijnlijk niet de enige kopman zijn, in een ploeg met ook nog Tourwinnaar Pogačar, maar dat wil niet zeggen dat Formolo geen kans maakt op de zege. In de UAE Tour ging het allemaal nog niet geweldig, maar daar reed Formolo, en met succes, vooral voor de latere eindwinnaar Pogačar.

Mollema is in topvorm, zoveel is zeker na de Trofeo Laigueglia – foto: Cor Vos

BORA-hansgrohe komt met meerdere sterke renners aan de start, al is Peter Sagan er niet bij. Emanuel Buchmann en Patrick Konrad associëren we meer met rittenkoersen, maar beide renners wisten ook al wat top 10-noteringen te versieren in klimklassiekers. Bij de Duitse formatie rijdt overigens ook een ultieme outsider met Ben Zwiehoff. De 27-jarige Duitser is pas bezig aan zijn eerste maanden op het hoogste niveau, maar zal als mountainbiker wel raad weten met dit parcours.

Ook Groupama-FDJ brengt meerdere sterke renners aan het vertrek met Valentin Madouas en de Luxemburgse kampioen Kevin Geniets. En wat kan Stefan Küng in een dergelijk zware koers? Bauke Mollema en Gianluca Brambilla doen mee namens Trek-Segafredo. Let op Brambilla: de kleine Italiaan won twee weken geleden nog de Tour du Var en werd in 2016 al eens derde in Strade Bianche. Mollema maakte woensdag nog indruk met een winnende solo van zestien kilometer in de Trofeo Laigueglia.

Nu we het toch over Trek-Segafredo hebben: wat kan de jonge Quinn Simmons nu al in een koers als Strade Bianche? De juniorenwereldkampioen van Harrogate maakte onlangs indruk in de Franse koersen Ardèche Classic en Drôme Classic, maar er valt op tactisch vlak nog wel het nodige te leren. Bahrain Victorious zal vooral hopen op een uitschieter van Matej Mohorič. En wat mogen we verwachten van een renner als Diego Rosa van Arkéa-Samsic?

Wat kan Alejandro Valverde nog op zijn oude dag? foto: Cor Vos

BikeExchange komt met de ambitie startende Robert Stannard en Simon Yates aan de start, maar de Brit zal wellicht vooral wedstrijdprikkels willen opdoen met het oog op Tirreno-Adriatico. Israel Start-Up Nation leek met Michael Woods een kandidaat-winnaar in de gelederen te hebben, maar de klimmer ontbreekt op de voorlopige startlijst. De explosieve Canadees maakte dit seizoen indruk in de Tour des Alpes Maritimes et du Var.

EF Education-Nippo trekt met de nummer vier van vorig jaar, Alberto Bettiol, naar Siena. Astana-Premier Tech heeft ook nog Alex Aranburu tot zijn beschikking. Alejandro Valverde (derde in 2014 en 2015) en Iván García zijn interessante renners in het tenue van Movistar. Team DSM rekent tot slot op nieuwkomer Romain Bardet, die in 2018 al eens tweede werd.


Favorieten volgens WielerFlits
**** Julian Alaphilippe
*** Mathieu van der Poel, Wout van Aert
** Jakob Fuglsang, Tom Pidcock, Tadej Pogačar
* Bauke Mollema, Tim Wellens, Greg Van Avermaet, Michał Kwiatkowski

Website organisatie
Roadbook
Deelnemerslijst (ProCyclingStats)

Voorbeschouwing: Strade Bianche voor vrouwen 2021


Weer en TV

De renners moesten vorig jaar koersen in snikhete temperaturen, met een dagje stofhappen tot gevolg, maar aanstaande zaterdag zullen er af en toe wat regendruppels vallen. Zeker in de ochtend is er kans op wat neerslag, wat ook zijn invloed zal hebben op de koers. In de middag klaart het wel weer op. De temperatuur zal schommelen rond de tien graden Celsius.

De wedstrijd is ook dit jaar weer live te volgen via Sporza en Eurosport. Beide zenders beginnen dit keer al om 13.50 uur met uitzenden, na de vrouweneditie van Strade Bianche. De koers is ook te zien via GCN Racing.


Dit artikel delen:

1 Reactie

Jean Dumas 4 maart 2021 om 13:05

Ik heb Pidcock gestemd, doe ’s gek.

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.