Voorbeschouwing: Tour de Wallonie 2019

zaterdag 27 juli 2019 om 06:30
Voorbeschouwing: Tour de Wallonie 2019

foto: Cor Vos (archief)

In de schaduw van de nadagen van de Tour de France wordt de komende week ook weer in België gekoerst. De Tour de Wallonie brengt ons traditioneel een mix krijgen tussen ervaren subtoppers en jongeren die eens willen proeven van het hoogste niveau. Zo kregen we vorig jaar een leuke secondenstrijd tussen Tim Wellens van WorldTour-ploeg Lotto Soudal en Quinten Hermans van het bescheiden Telenet-Fidea, die uiteindelijk in het voordeel van Wellens beslecht werd. Wie kroont zich tot zijn opvolger? WielerFlits blikt vooruit.


Historie

De historie van de Tour de Wallonie gaat terug tot 1974, toen de wedstrijd nog als amateurkoers in de provincie Henegouwen werd gehouden onder de naam Ronde van West-Henegouwen. De koers kende sindsdien vele naamswijzigingen. Zo ging de rittenkoers door het leven als de Driedaagse van Péruwelz, de Ronde van Henegouwen, de Vierdaagse van West-Henegouwen en de Ronde van het Waalse Gewest. Onder die naam promoveerde de koers in 1996 tot een profwedstrijd. Pas in 2007 kreeg de wedstrijd de huidige naam, twee jaar nadat de Tour de Wallonie een 2.HC-koers werd.

In de beginjaren waren het – hoe kan het ook anders – vooral Belgen die de overwinning grepen, met de Nederlander Jo Maas in 1978 als enige uitzondering. In de jaren tachtig en negentig kwamen echter steeds meer buitenlanders op bezoek in Wallonië om de eindoverwinning mee naar huis te nemen. Zo won de koers aan status. Hieronder klinkende namen als Maurizio Fondriest (1986), Abraham Olano (1991) en Lars Teutenberg (1992). Later vinden we nog meer grote namen, zoals Frank Vandenbroucke (1998) en Paolo Bettini (2002), terug op deze rijk gevulde erelijst.

Mario Kummer, die in 1984 en 1987 zegevierde, en Greg van Avermaet (2011 en 2013) staan in de boeken als de enige coureurs die meerdere malen succesvol waren in Wallonië. Dat zal ook na deze editie nog het geval zijn, want er staat dit jaar niemand aan de start die zich bij dat rijtje kan voegen. We krijgen met andere woorden sowieso een nieuwe naam op de erelijst.

Laatste tien winnaars Tour de Wallonie
2009 – flag-fr Julien El Fares
2010 – flag-gb Russell Downing
2011 – flag-be Greg Van Avermaet
2012 – flag-it Giacomo Nizzolo
2013 – flag-be Greg Van Avermaet
2014 – flag-be Gianni Meersman
2015 – flag-nl Niki Terpstra
2016 – flag-be Dries Devenyns
2017 – flag-be Dylan Teuns
2018 – flag-be Tim Wellens


Vorig jaar

Vorig jaar kregen we een leuke tweestrijd te zien tussen Belgisch toprenner Tim Wellens, die op dag twee in Namen de leiderstrui pakte, en de jonge crosser Quinten Hermans. Hermans liet zich op de eerste twee dagen (toen Romain Cardis en Wellens met de ritzeges aan de haal gingen) nog verrassen, maar knokte zich dankzij de boniseconden op dag drie en vier weer helemaal in de strijd.

In de derde rit moest Hermans nog Odd Christian Eiking, het speerpunt van Wanty-Gobert, laten voorgaan, maar in de massasprint op dag vier was het eindelijk prijs voor de Limburgse crosser. Meer nog, hij mocht met een bonus van drie seconden de slotrit in. Maar de geslepen Wellens wist nog een tussensprint naar zijn hand te zetten en verwierf daarbij… drie bonificatieseconden. De optelsom van de uitslagen bracht Wellens zo wederom bovenaan in het klassement.

Quinten Hermans was er vorig jaar bijzonder dicht bij – foto: Cor Vos

Alleen als Hermans in de slotsprint bij de eerste drie zou eindigen, kon hij de leiderstrui van Wellens weer afsnoepen, maar respectievelijk Jens Debusschere, Alvaro Hodeg en Ryan Gibbons staken daar eigenhandig een stokje voor. Zo mocht Tim Wellens zijn naam voor het eerst op de erelijst van deze prestigieuze ronde schrijven.

Top-5 Tour de Wallonie 2018
1. flag-be Tim Wellens (Lotto Soudal)
2. flag-be Quinten Hermans (Telenet-Fidea) in z.t.
3. flag-be Pieter Serry (Quick-Step Floors) op 7s
4. flag-fr Quentin Pacher (Vital Concept Cycling Club) op 9s
5. flag-ec Jhonatan Narvaez (Quick-Step Floors) op 11s


Parcours

Zaterdag 27 juli, etappe 1: Le Rœulx – Dottignies (185 km)

Aftrappen doen we dit jaar in het dorpje Le Rœulx, vlakbij Mons in de provincie Henegouwen. Daarna rijdt het peloton in grotendeels westelijke richting langs Doornik en vooral richting heuvelzone. Die heuvels liggen ook deels in de Vlaamse Ardennen, in de regio rond Ronse.

De Côte du Saule Pendu (1 kilometer aan 6%), Hameau des Papins (800 meter aan 8,1%), Côte du Bourliquet (1 km aan 7,4%), Côte du Beau Site (900 meter kasseien aan 9,3 %), Kruisberg (1,1 kilometer kasseien aan 5,6%), Knokteberg (1,3 kilometer aan 6,9%) en de Mont de l’Enclus (900 meter aan 6,7%) volgen elkaar in een tijdspanne van vijftig kilometer in snel tempo op.

Na de top van de laatste beklimming moeten nog vijftig kilometer worden afgewerkt, in de vorm van drie lokale ronden van 17 kilometer rondom Dottenijs. De kans op een massasprint in de eerste rit is dus toch best aanzienlijk, al loopt ook de aankomstlijn nog lichtjes op.

Start: 12.15 uur
Finish: 16.49 uur

Zondag 28 juli, etappe 2: Waremme – Beyne-Heusay (172 km)

Deze tweede etappe mogen we misschien wel zien als de koninginnenrit van de Tour de Wallonie, niet toevallig staat deze dan ook op zondag ingepland. De aanloop, vanuit de traditionele gaststad Waremme, is – op de Côte des Cabandes na – vrij tot zeer vlak. Maar vanaf de tussensprint in Hacourt na 119 kilometer is het menens.

De finale wordt namelijk gekleurd door vijf lastige heuvels, waar de rappe mannen serieus zullen moeten afzien als ze hun wagonnetje willen aanhaken en hun kansen op de eindzege niet willen verliezen. Via de Côte de Salve (2,2 kilometer aan 3,6%), komen de renners op dertig kilometer van het einde al eens piepen aan de aankomstlijn bovenop de Mur de Fambeyos (2,8 kilometer aan 4,5%). Het woord Muur is gezien de percentages voor deze klim misschien een iets te ambitieuze naam, maar verschillen kunnen hier wel gemaakt worden.

Daarna volgen nog de Côte de Fôret (3 km aan 5,4%) – op papier de lastigste helling van de dag – en de bijna niet noemenswaardige Côte des Hawis (800 meter aan 5,1%), alvorens we in licht dalende lijn weer richting de beklimming van de Mur de Fambeyos gaan. Wie hier als eerste bovenkomt, neemt meteen ook optie op de eindzege.

Start: 12.40 uur
Finish: 16.44 uur

Maandag 29 juli, etappe 3: La Roche-en-Ardenne – Verviers (191 km)

La Roche-en-Ardenne fungeerde vorig jaar nog als aankomstplaats van de door Eiking gewonnen etappe, maar moet het nu doen als gastheer van de start van rit drie. Onderweg zijn weer heel wat hoogteverschillen te overwinnen, maar eigenlijk eerder in trapjes dan echt brutaal, de Côte de Bérisménil in de beginfase buiten beschouwing gelaten. Via onder andere Houffalize en Sankt Vith – allebei bekend uit het mountainbiken – komen de renners na 133 kilometer aan op de Signal de Botrange. Niet alleen het hoogste punt van deze ronde maar met zijn 694 meter tevens het hoogte punt van België.

In dalende lijn gaat het op dertig kilometer van het einde al een eerste keer richting aankomst in Verviers. De aankomstlijn van vierhonderd meter loopt bovendien nog eens 4,9 procent op. Maar dit is niet de enige moeilijkheid, want in de laatste vijfhonderd meter treffen de renners nog een extra niet-gecategoriseerde helling. Benieuwd welke sprinters op deze aankomst kunnen standhouden.

Verviers zal trouwens voor eeuwig aan een donkere bladzijde in de wielersport verbonden zijn. Het was namelijk in 2016 in de Baloise Belgium Tour-etappe van Verviers naar Verviers waar het ongeluk met Stig Broeckx plaatsvond.

Start: 12.00 uur
Finish: 16.41 uur

Dinsdag 30 juli, etappe 4: Villers-le-Bouillet – Lierneux (176 km)

In etappe vier zijn de sterke sprinters normaliter weer aan zet. In Wallonië is het echter nooit echt vlak en dus zullen er weer de nodige hoogteverschillen (maar liefst 2.900 meter) te overwinnen zijn. Te beginnen met de Côte de Chera, amper vijf kilometer na de start in Villers-le-Bouillet.

Maar vooral het middenrif, na de passage door Durbuy, is stevig. De Côte de Villers (2,2 kilometer aan 5%), Côte d’Aisomont (4 kilometer aan 5,5%), Côte les Hezalles (1,7 kilometer aan 9,3%) en Côte des Marcadènes (2,1 kilometer aan 4,4%) zijn misschien wel de vier lastigste hellingen uit deze hele Tour de Wallonie, maar ze liggen waarschijnlijk te ver van de aankomst om voor serieuze verschillen te kunnen zorgen.

Ook aan het einde, in finishplaats Lierneux, is het terrein niet echt volledig vlak. Toch zou dit geen sprint in dalende lijn in de weg mogen staan.

Start: 12.15 uur
Finish: 16.44 uur

Woensdag 31 juli, etappe 5: Couvin – Thuin (186 km)

Sinds 2007 sluit de Tour de Wallonie één keer in de twee jaar af bovenop de Mur de Thuin, en ook dit jaar is dat weer het geval. Giuseppe Palumbo, Matthew Goss, Greg Van Avermaet (tweemaal), Danny van Poppel en Dylan Teuns gaan hier op zoek naar een opvolger.

De eerste 150 kilometer na de start in Couvin zijn eigenlijk allemaal voorspel. Op de Côte de la Rozère en Côte de Silenrieux mogen we nog geen vuurwerk verwachten, het is pas vanaf de passage op het lokale circuit in Thuin dat de renners echt attent moeten zijn.

Liefst driemaal moeten ze de deels met kasseien aangelegde Muur van Thuin (officieel vierhonderd meter aan 6,4%, maar in de praktijk net iets meer dan een kilometer met een lange uitloper) beklimmen. De laatste keer is het voor echt en vinden we de aankomst bovenop deze Muur.

Start: 12.15 uur
Finish: 16.49 uur


Favorieten

Zes, dat is het aantal WorldTour-ploegen dat de organisatie de voorbije drie jaar en ook nu weer wist te strikken voor haar ronde. Wat ons betreft een ideaal aantal, omdat we zo een mix krijgen tussen ervaren subtoppers en jongeren die eens willen proeven van het hoogste niveau. Zo kregen we vorig jaar nog een leuke secondenstrijd tussen Tim Wellens van WorldTour-ploeg Lotto Soudal en Quinten Hermans van het bescheiden Telenet-Fidea, iets waar we zo terug voor willen tekenen.

Lotto Soudal, AG2R La Mondiale, CCC, Groupama-FDJ, Ineos en Katusha-Alpecin zijn ditmaal de WorldTour-teams van dienst. Opvallend: geen Deceuninck-Quick-Step.

Eddie Dunbar – foto: Cor Vos

Overal waar Team Ineos start, doet het dat om te winnen. Dat is een feit en dat zal in deze Tour de Wallonie niet anders zijn. De Tour de Wallonie is dan wel geen topprioriteit voor de Britten, hun jonge kopmannen zullen er toch weer alles aan doen om zich in de kijker te rijden. Eddie Dunbar bijvoorbeeld, de 22-jarige Ier die vorig jaar middenin het seizoen overkwam. Dunbar doet het dit jaar meer dan voortreffelijk in dit type rondjes, maar hield het steeds bij podiumplaatsen. Misschien dat het uitrijden van de Giro hem een boost heeft bezorgd en hij nu wel het verschil kan maken. Anders heeft de formatie van Brailsford ook nog Chris Lawless, de verrassende winnaar van de Tour of Yorkshire die zéker ook een heuveltje aankan, achter de hand.

Het is immers afwachten of de hellingen lastig genoeg zijn om de snel klimmende sprinters over boord te gooien. Nathan Haas, kopman van Katusha-Alpecin, is er zo eentje. De Australiër is echter een wisselvallig renner, die topmomenten – zoals zijn etappezege in Oman, bijna-ritzege in de Ronde van Zwitserland en podiumplek in het eindklassement van de Ronde van Turkije – afwisselt met lange periodes zonder resultaten. Wij rekenen komende week op een gemotiveerde Haas, die op de heuvels zijn specialiteiten helemaal kwijt kan. Met de Portugees Ruben Guerreiro en in mindere mate Zwitser Reto Hollenstein rijden bij Katusha nog kanonnen rond die kunnen overnemen mocht Haas falen.

Nathan Haas won vorig jaar rit twee in Oman – foto: ASO

Bij Bryan Coquard stellen we ons de vraag of het niet allemaal een beetje te veel klimwerk is, maar anderzijds moet iemand die top vijf kan rijden in de Brabantse Pijl dit zeker aankunnen. Voor Vital Concept-B&B Hotels is het doorgaans de tactiek om met zoveel mogelijk renners in de top-5 te eindigen, in de hoop punten te pakken voor de Europe Tour, maar met Coquard aan boord mag eigenlijk maar één absolute kopman zijn. Coquard heeft de sprint en de punch, maar heeft hij ook de ploeg om de boel te controleren? Rivaal Arnaud Démare heeft die bij Groupama-FDJ zeker wel, maar voor Démare is rit twee normaliter toch iets te lastig. Toch mag de Franse sprintbom ons verrassen.

Jonathan Hivert is die andere Franse heuvelspecialist. Met zijn 34 lentes is de heuvelsprinter van Total Direct Energie niet meer ver verwijderd van zijn pensioen, maar de punch is nog steeds daar. Wie zijn uitslagen erop natrekt, merkt dat Hivert bezig is aan een bijzonder sterk seizoen, met zeges in de GP Miguel Indurain (voor Luis Leon Sánchez) en de Vueta Aragon. Daarnaast hij ook knappe uitslagen in Luxemburg en Parijs-Nice. Maar wat voor Haas geldt, is ook bij de blessuregevoelige Hivert het geval: wisselvalligheid. Toch geven we Hivert, die ook een sterke Thomas Boudat en Pim Ligthart in de ploeg heeft, het voordeel van de twijfel voor deze wedstrijd.

Bij afwezigheid van Deceuninck-Quick-Step zal Lotto Soudal als enige Belgische topploeg aan het vertrek een pak druk op zijn schouders krijgen. Niet geheel onterecht… Met Jelle Vanendert hebben ze een renner in hun rangen die altijd excelleert op Waalse wegen, maar winnen is voor deze ouderdomsdeken o zo moeilijk, door zijn gebrek aan punch. Wijnegemnaar Tosh Van der Sande heeft die punch wel, maar kan hij de hoogtemeters voldoende aan? Ook Van der Sande heeft de Giro in de benen en dat zou hem weleens goed kunnen helpen in deze rittenkoers. Bovendien kan hij rekenen op een sterke sprint en stond hij hier twee jaar geleden al eens op het podium, toen na een ongenaakbare Dylan Teuns.

Jelle Vanendert – foto: Cor Vos

Maar ook de runner-up van vorig jaar, Quinten Hermans, zou de Belgische eer weleens hoog kunnen houden. Hermans moet het hebben van zijn razendsnelle sprint, maar de guitige Limburger kan ook zeker een helling over. Dat zette hij een aantal weken terug nog maar eens extra in de verf met een podiumplek in Dwars door het Hageland, om van zijn dominantie in de – weliswaar minder bezette – Flèche du Sud nog maar te zwijgen. Andere Belgen met kans op een mooie ereplaats: Nathan Van Hooydonck (CCC), Dimitri Claeys (Cofidis), Jérôme Baugnies en Loïc Vliegen (Wanty-Gobert), Amaury Capiot (Sport Vlaanderen-Baloise) en Baptiste Planckaert en Eliot Lietaer (Wallonie-Bruxelles).

Riwal-Readynez vaardigt verder de oersterke Deen Alexander Kamp af. Kamp won aan bekendheid door vorig jaar de slotetappe in de Tour of Norway en dit jaar een ritje in de Tour of Yorkshire op zijn naam te schrijven, twee rondjes op een gelijkaardig terrein. Dus waarom zou de winnaar van het Circuit des Ardennes, die bovendien beschikt over een sterk eindschot, ook hier zijn kunstjes niet kunnen tonen?

Een snelle opsomming van de overige buitenlandse outsiders: Nico Denz (AG2R La Mondiale), Huub Duyn (Roompot-Charles), Davide Cimolai en Krists Neilands (Israel Cycling Academy) en Julien Antomarchi (Natura4Ever-Roubaix Lille Métropole).

Favorieten volgens WielerFlits
**** Eddie Dunbar
*** Nathan Haas, Chris Lawless
** Bryan Coquard, Jonathan Hivert, Alexander Kamp
* Tosh Van der Sande, Jelle Vanendert, Arnaud Démare, Quinten Hermans

Website organisatie
Deelnemerslijst


TV

Naar goede gewoonte zullen Eurosport en RTBF (La Une) alleen de laatste twee etappes live op het scherm brengen. Zowel dinsdag als woensdag zijn ze vanaf 15.30 uur van de partij.


Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.