“We gaan het Duitse vlaggetje moeten kantelen”: Waarom Remco Evenepoel bij Red Bull rendeert
foto: Fotopersburo Cor Vos
Niels Bastiaens
woensdag 4 februari 2026 om 08:27

“We gaan het Duitse vlaggetje moeten kantelen”: Waarom Remco Evenepoel bij Red Bull rendeert

Special Zowel Remco Evenepoel als Arne Marit wonnen hun eerste wedstrijd voor Red Bull-BORA-hansgrohe en zetten daarmee een standaard voor de hele ploeg. De vijfdaagse Challenge Mallorca werd één groot feest voor het Duitse WorldTeam van Ralph Denk, dat met name dankzij het aantrekken van Evenepoel héél hoog mikt in 2026. Waarom kunnen de twee meteen excelleren en draait de ploeg zo goed? ‘Newbie’ Marit deelt zijn eerste bevindingen met onze website.

1. (Rijke) ploeg in balans

Laten we er niet flauw over doen: het kapitaal is in de WorldTour rechtstreeks evenredig aan de positie op de UCI-ranking. Het draagt hier voor een heel groot deel aan de successen en aantrekkelijkheid van de ploeg bij. Anno 2026 zou het team uitkomen op een totaal kapitaal van 50 miljoen euro, een bedrag dat fors is toegenomen sinds de drankfabrikant zich inkocht. Alleen UAE Emirates XRG is rijker.

“Dat maakt dat de ploeg heel sterke aankopen heeft kunnen doen. Remco is niet voor niets naar hier gekomen en hij heeft nu een sterkere klimmerskern dan ooit tevoren rond zich, met Giulio Pellizzari, Aleksandr Vlasov, Primoz Roglic en Florian Lipowitz. En dan vergeet ik er wellicht nog een paar”, aldus Marit. “Die klimkern staat helemaal op punt. Maar dat is ook bij ons in de sprints en in de klassieke kern het geval.”

Waar de ploeg een jaar geleden nog als los zand aan elkaar leek te hangen, en bij momenten aanvoelde als een bij elkaar gekochte boel, is dat nu anders. “Iemand als Vermeersch was misschien de ‘missing’ link in die klassieke kern. Hij kan als geen ander een team smeden en goed positioneren. Maar ook Remco kan die rol invullen. Ze hebben nu de grote kopman die ze zochten, maar ook de juiste renners daarrond.”

2. Detailzucht en uitgebreide staf

Het budget zorgt er mee voor dat de ploeg meer dan anderen kan investeren in details. Ook dat is een belangrijke pijler waar Denk prat op gaat. “Als je die details allemaal optelt, kan dat voor mij wel het verschil maken tussen net wel en net niet winnen. Maar voor Remco ook of hij aan het niveau van Tadej Pogacar komt of net niet”, zegt Marit. “Ik ben zelf ook benieuwd waar de grenzen juist zullen liggen.”

Evenepoel tijdens zijn eerste koersen voor de ploeg – foto: Fotopersburo Cor Vos

Een voorbeeld zoeken vindt de Oost-Vlaming niet lastig. “In Valencia hebben we een ‘food truck’ mee. Je zit niet meer in en gewone eetzaal. Het eten is op maat afgestemd, van kopman tot Rookie. Je moet het zelf niet meer opscheppen, want het is toch al afgewogen. Op alle vlakken wordt het voor jou gedaan. Zonder dat het een opoffering is voor de renner om zijn eten bij te houden, staat alles op punt. Op vlak recuperatie, herstelvermogen en performance ben je perfect ‘gefuled’.”

Maar er is meer. Weinig teams hebben zo’n uitgebreide en indrukwekkende staf als deze. De taken zijn in detail opgedeeld: Zak Dempster als Chief of Racing, Oliver Cookson als Head of Racing, John Wakefield als Director of Coaching, Dan Lorang als Head of Endurance en Dan Bingham als Head of Engineering zijn enkele van de verantwoordelijken voor het succes. Marit: “Ze doen een iets andere aanpak op training. Ze weten hoe ze met materiaal moeten omgaan en zijn allemaal bij de beste mensen in hun vak.”

Bij team-Pogacar hoor je weleens dat renners op training erg lang moeten rijden in de zogenaamde ‘zone 2’ (lage inspanning, red.). Dat is bij Red Bull half het geval. “Er wordt gefocust op trainen in de juiste zone. Niet dat ik per sé altijd in ‘zone 2’ moet trainen. Het is eerder zo dat de zones niet meer overlappen. Rustig is rustig, hard is hard. Maar in koers heb ik meteen gemerkt dat ik zo meer inhoud heb, frisser naar de finales ga en misschien daarom die sprint kon winnen in de Trofeo Palma”, zegt Marit.

3. Echte winnaarscultuur

Als er één eigenschap is die ploegmanager Ralph Denk kenmerkt, dan is het wel het feit dat hij lastig tegen zijn verlies kan. “Dat heb ik al wel gemerkt”, lacht Marit. “Op zich heb je als renner niet heel veel persoonlijk contact met Denk. Behalve een goed gesprek op stage en een berichtje na mijn zege blijft het oppervlakkiger, zoals dat wel vaker gaat met grote bazen. Maar hij is wel heel actief in de Whatsapp-groep om de jongens op te peppen, heb ik gemerkt. Dat doet hij heel goed, het werkt motiverend.”

En Denk is blijkbaar niet de enige die dat doet. “De klimmers hebben in de ploegentijdrit op Mallorca en in de koersen met Remco meteen een standaard neergezet, door alles op een hoopje te rijden. Zo hebben ze een trend gezet. Nadien zijn ze vertrokken met de zin: ‘geen druk, maar we verwachten niets minder dan een dubbel podium van jullie’. Het is grappend bedoeld, maar het kruipt wel ergens in je hoofd.”

Marit mocht juichen in de Trofeo Palma – foto: Fotopersburo Cor Vos

Niet op een negatieve manier, verduidelijkt Marit. Het is het klassieke verhaal van het vallende dominosteentje, dat je ook bij UAE Emirates XRG ziet en vroeger bij Quick-Step en HTC-Columbia. “Het feit dat je met zulke grote kampioenen in de ploeg rijdt, is op alle vlakken een pluspunt. Remco neemt de druk weg door zelf direct te winnen, en dat zorgt ervoor dat de andere jongens met minder stress rondrijden. Winnen lijkt meer vanzelf te komen, omdat je meegaat in dat elan.”

4. Thuisgevoel

Ondanks het internationale karakter van de ploeg, voelt Marit zich toch meteen thuis. “Zelf merk ik in ieder geval heel veel teamgeest. Ook een Rookie als Alessio Magagnotti krijgt meteen een ‘chapeau’ van Remco in de Whatsapp-groep na zijn derde plaats in zijn eerste profkoers. Iedereen is met elkaar verbonden en dat geeft een goed gevoel”, zegt Marit.

Daarnaast heeft kopman Evenepoel een vertrouwde omgeving meegebracht. Verzorger en neef Dario Kloeck en ploegleiders Klaas Lodewyck en Sven Vanthourenhout, om er maar enkele te noemen. “Als je nu ziet dat ook Maxim Van Gils, Jordi Meeus en Gianni Vermeersch voor de ploeg rijden, en er nog wat Belgische stafleden zijn, dan weet je dat ik en Remco ons meteen thuis kunnen voelen. Veel landgenoten is geen must, een internationale focus is goed, maar aan tafel op stage zit je toch vaak gezellig samen te keuvelen.”

“We waren er al over aan het lachen dat we het Duitse vlaggetje van de ploeg maar een kwartslag moeten draaien, en er een Belgische van maken”, schatert de Oost-Vlaamse sprinter. “Nee, serieus. Het is gewoon heel aangenaam toeven in de ploeg. We hebben allemaal een heel goede winter gehad, iedereen is fantastisch gestart en we willen die lijn nu doortrekken in de Ronde van Valencia. Remco gaat voor het eindklassement, ik voor een nieuwe zege in de openingsetappe. Ik zie het heel rooskleurig in.”

Om te reageren moet je ingelogd zijn.