Wout van Aert: “Hopelijk ben ik op het eind van het voorjaar net dat tikje minder wisselvallig”
©Bram Berken/Jumbo-Visma
Nico Dick
zaterdag 26 februari 2022 om 12:30

Wout van Aert: “Hopelijk ben ik op het eind van het voorjaar net dat tikje minder wisselvallig”

Interview Na zijn korte veldritseizoen stoomde Wout van Aert zich via twee stages – twee weken in Alicante en drie weken op Tenerife – klaar voor 2022. “Nooit eerder heb ik zo ontspannen naar het voorjaar kunnen toewerken”, zegt hij. “Vandaag sta ik waar ik op dit moment hoopte te staan.”

De nieuwe Tourspecial van RIDE Magazine is een must-have voor echte wielerfans! Onze nieuwe 236 pagina’s dikke zomer-editie is de meest complete Tourgids van deze zomer en staat vol met schitterende wielerverhalen over o.a. Tadej Pogacar, Remco Evenepoel, Fabio Jakobsen, Gio Lippens, Christian Prudhomme en Charlotte Kool. Verzeker je van een heerlijke sportzomer en bestel hem nu online voor slechts € 9,95. Wil je RIDE extra voordelig ontvangen? Neem dan nu een abonnement en ontvang 20% korting!

Het was vorige vrijdag dat Van Aert een namiddagje zoomen en bellen had ingepland, vanop zijn kamer in Hotel Parador op de Teide. “Anderhalf à twee uur interviews. Dan ben ik er ineens vanaf”, lachte hij. “In het weekend volgt nog een laatste trainingsblok, maandag zitten mijn drie weken Tenerife erop en vlieg ik terug naar huis. Donderdag komen we opnieuw samen met de ploegmaats, vrijdag verkennen we de finale van de Omloop.”

Hoe is de aanloop naar het wegseizoen verlopen?
“Bijzonder goed. In december en begin januari heeft iedereen kunnen zien hoe vlot het is gegaan tijdens het crossen. Ook daarna is alles gelopen zoals gepland. Even dreigde het fout te lopen toen ons trainingskamp in Alicante werd afgebroken door een coronabesmetting, maar uiteindelijk heb ik er toch nog goed kunnen werken. Na een leuke periode thuis, ben ik dan op 1 februari begonnen aan de échte voorbereiding, hier op Tenerife.”

Niet te veel last gehad van de zware coronamaatregelen die de ploeg nam? Jullie slapen allemaal apart, hoorden we…
“Eigenlijk klopt dat niet helemaal. Dat was niet haalbaar. Je weet wellicht dat de kamers in Hotel Parador felbegeerd zijn. Maar we nemen uiteraard voldoende maatregelen. In het begin werkten we in groepjes van vier en werd er bijzonder veel getest. Zo zorgden we ervoor dat, mocht er een besmetting geweest zijn, niet iedereen slachtoffer werd. En wie nieuw aankwam, leefde eerst vijf dagen gescheiden van de rest. Zowel wat slapen, eten als trainen betreft.”

“We zijn – hout vasthouden – voorlopig gespaard gebleven. Intussen zijn we hier nu al een week met dezelfde groep van tien renners. En als je gezond en negatief arriveert, is de kans relatief klein dat je alsnog besmet geraakt. We hebben geen contact met de toeristen, ons deel van het restaurant is goed afgeschermd. En naast fietsen, eten en op bed liggen, doen we niet veel. We leven hier veiliger dan eender waar.”

Positief testen op corona, het blijft de angst van elke atleet…
“Ik wil me niet opwerpen als viroloog, maar ik denk dat het tijd is om dat hele testverhaal los te laten en corona te bekijken als een aantal andere ziektes. Uiteraard moet je naar huis als je ziek wordt. Maar je ziet hoe makkelijk het virus rondgaat in de eerste koersen. Het is een situatie die niet houdbaar is.”

Je traint daar momenteel met negen ploegmaats. Wie zijn dat allemaal?
“Zes renners uit de klassieke kern: Tosh Van Der Sande, Tiesj Benoot, Nathan Van Hooydonck, Mike Teunissen, Christophe Laporte en ikzelf. Aangevuld met vier ronderenners: Steven Kruijswijk, Rohan Dennis, Jonas Vingegaard en – mijn kamergenoot – Primož Roglič.”

Ik veronderstel dat jullie in twee groepen trainen?
“Nee, niet echt. We vertrekken voltallig. Onderweg volgt uiteraard iedereen zijn eigen schema, maar het valt pas echt uiteen bij het terugkeren naar het hotel. Logisch, als je telkens weer naar tweeduizend meter hoogte moet klimmen om af te sluiten.”

Komt Wout van Aert dan binnen met de ronderenners of met de klassieke kern?
“Dat ligt eraan welke training ik afwerk. Het was niet de bedoeling me hier elke dag te forceren. Wees gerust, ik speel af en toe mee in mijn eigen gewichtsklasse.”

Van Aert in het wiel van Van Hooydonck in Parijs-Roubaix – foto: Cor Vos © 2021

Kan je ons wat duiding geven over jouw opbouw? 
“Het idee van mijn voorbereiding is een beetje anders dan dat van de ploegmaats. Meestal probeer je eerst de basis zo breed mogelijk te krijgen en ga je vanaf januari stilaan de intensiteit opvoeren. Door het veldrijden komt die intensiteit bij mij echter een stukje sneller en moet ik vooral voorkomen dat ik te rap in vorm ben met een te smalle basis. Daarom heb ik tijdens de stage in Alicante de focus gelegd op duurtrainingen en iets meer sprintwerk. Mijn doelen liggen later in het voorjaar, vandaar die bewuste keuze voor een echt brede basis. Hopelijk komt daar na de eerste koersen nog wat extra explosiviteit bij, zodat ik tegen Milaan-San Remo op mijn best ben. Dat wil ik dan doortrekken tot en met Parijs-Roubaix.”

Hoe competitief zal je al zijn in de Omloop?
“Jongens die al twee kleinere rittenkoersen in de benen hebben, zullen in het openingsweekend volgens mij nog iets in het voordeel zijn. Het effect van deze hoogtestage komt iets later en moet ons in maart-april dat stukje extra opleveren. De Omloop is voor ons meer een test om te zien hoe we samen kunnen koersen. Maar als we, zoals vorig jaar, met een grote groep naar de finish rijden, ga ik er vanuit dat we daar nog met een aantal ploegmaats zitten die bekwaam zijn een gooi te doen naar de overwinning.”

De grootste verandering, naast de versterkte voorjaarskern, is dat je na het Belgisch kampioenschap het veldritseizoen voor bekeken hield. Welke voordelen heeft dat nu concreet opgeleverd?
“Een beetje wat ik daarnet aanhaalde, in de januaristage trainde ik de voorbije jaren op interval en hardheid, om naar de topvorm toe te werken richting het WK. Nu hebben we dat net vermeden en veel meer uren gemaakt. Daardoor ben ik hier in Tenerife met een veel betere basisconditie gestart. Dat levert ook een mentaal voordeel op. Ik heb bijzonder ontspannen kunnen trainen.”

“De voorbije jaren was het meestal een race tegen de klok om op tijd in orde te zijn. Ik herinner me vorig jaar: toen heb ik op Tenerife twee weken gevochten om dat goede gevoel te krijgen en dat is op de valreep ook gelukt. Nu is het allemaal veel vlotter gelopen. En hopelijk ben ik op het eind van het voorjaar net dat tikje minder wisselvallig.”

Wat heb je meegenomen uit 2021? Ik denk spontaan aan de Tour of Britain, waar je misschien wel beter was dan op het WK en in Parijs-Roubaix.
“Fysiek was ik in Roubaix nog in orde, hoor. Ik heb vooral de tol betaald van een lang seizoen waarin ik elke wedstrijd op de afspraak was. Op dat vlak had ik de Tour of Britain inderdaad wel anders moeten aanpakken. Het was beter geweest naar Engeland af te reizen met iets minder voorbereiding, in de hoop daar nog een stap voorwaarts te zetten. Nu was het werk al af als ik daar aankwam. Als je honderd procent fris in je hoofd bent, kan je dat dan doortrekken. Nu win ik daar vier etappes en het eindklassement en kon ik in de koersen die volgden alleen maar verliezen. Ik heb daar veel energie verspeeld. Dat neem ik zeker mee.”

Van Aert in de Tour of Britain van vorig jaar – foto: Cor Vos © 2021

“Maar het is ook relatief. Mag ik 2020 als tegenvoorbeeld geven? Toen was ik van 1 augustus tot eind oktober overal top, weliswaar na een langere rustperiode vooraf. Daarom ook dat ik nu een andere voorbereiding heb. Met de bedoeling om pas vanaf Milaan-San Remo op mijn best te zijn.”

Jouw verhaal in de Tirreno lijkt op dat van Groot-Brittannië. Dus wordt Parijs-Nice dit jaar een echte voorbereidingskoers?
“Niet omdat ik denk dat het niet kan samengaan, want je moet in Parijs-Nice ook niet met een paar kilo’s extra aankomen als je goed wil zijn in het voorjaar. Maar het mag je ook niet in de weg zitten door elke dag voluit te gaan, fysiek én mentaal. Vandaar dat ik Parijs-Nice anders aanpak dan de Tirreno vorig jaar, waar ik vol voor dat eindklassement ging. Quasi onverenigbaar. Al wil ik er ooit nog wel eens voor gaan, voor zo’n rondje van een week. Dat moet binnen mijn mogelijkheden liggen. Maar niet als de klassiekers daarop volgen.”

We onthouden: in Parijs-Nice komt Van Aert af en toe binnen in het grote peloton.
“Voor het klassement hebben we daar een betere man voor in de ploeg (Roglič, red.). Maar ik ga daar ook niet rondfietsen als een toerist! Daarvoor heb ik ook te hard gewerkt. In die korte periode die het voorjaar is, moet je toch pakken wat je kan. Ik wil mijn steentje bijdragen aan de ploeg, maar ook voluit gaan in de tijdrit en daarnaast ook nog wel ergens voor een ritzege gaan, maar vooral niet elke dag tot aan het gaatje. Dat wordt dus inderdaad doseren, af en toe energie sparen en op achterstand binnenkomen.”

Nog even over die versterkte voorjaarskern van Jumbo-Visma. Wat verandert dat voor jou?
“Het mag vooral niet meer de bedoeling zijn dat ik in de aanloop naar de finale alleen zit. Ik geloof dat dat ook niet meer zo zal zijn. Er is de voorbije weken niet alleen op, maar ook naast de fiets gewerkt. We vormen intussen een hechte groep, er is nagedacht over tactiek, wedstrijden van de voorbije jaren zijn herbekeken en geanalyseerd. Het is méér dan het aantrekken van een paar goede renners.”

Wie van de ploegmaats heeft in Tenerife indruk op jou gemaakt?
“Het verloopt voor iedereen vlot, maar als ik er eentje moét uitpikken, dan Mike Teunissen. Ik heb hem nog nooit zo vlot zien rijden. Ik ken Mike uiteraard ook het beste, dus ik kan goed vergelijken met de voorbije jaren.”

Wat heb je al geleerd van de voorbereidingswedstrijden?
“Goh.. De mannen van de klassiekers zitten nogal verspreid. Dat maakt het moeilijk om in te schatten. Bryan Coquard is me opgevallen. Bij Quick-Step-Alpa Vinyl zijn ze alweer goed aan het seizoen begonnen. Ik denk spontaan aan Yves Lampaert, die een goede indruk gaf. Maar op tv zien we niet alles. Wat hebben bijvoorbeeld Oliver Naesen en Greg Van Avermaet al gedaan vóór wij de finale zien? Na het weekend gaan we wellicht al wijzer zijn.”

Wout van Aert en Mike Teunissen op de teampresentatie in Alicante – foto © Bram Berken – Jumbo-Visma

RIDE Magazine
1 Reacties
Sorteer op:
26 februari 2022 07:19
Ik gun m het beste, maar ik hoop dat hij bij t wegwielrennen niet telkens met zo’n dikke voorsprong wint als in de cross. Dan blijft t toch nog spannend.
Alhoewel …. Go Wout go!
NB: als hij standaard meer dan 1 minuut voorop gaat rijden vind ik dat hij een blauw zwaailicht op zijn helm moet. Dan kan hij zelf nog tatuu tatuu roepen.

Om te reageren moet je ingelogd zijn.