Wout van Aert: “Veel meer genoten van podium in Parijs dan van het zilver in Tokio”

Wout van Aert: “Veel meer genoten van podium in Parijs dan van het zilver in Tokio”

© Cor Vos

zaterdag 28 augustus 2021 om 20:00
Interview

Wout van Aert begint volgende week in de Tour of Britain aan zijn derde en laatste deel van zijn wegseizoen. Tijdens een exclusief interview met WielerFlits blikt de Belgische kampioen nog een keer terug op zijn zomercampagne én kijkt hij vooruit naar het WK. “Dat ik in Leuven uitgesproken kopman ben? Prima. Goed dat die duidelijkheid er is!”

Met een Belgische titel, drie etappes in de Tour en olympisch zilver heb je niet te klagen over jouw zomer. Of vind je zelf dat je toch ergens iets hebt laten liggen?
“Ik denk het niet. Vooraf had ik gehoopt beter te zijn in de olympische tijdrit, maar daar staat tegenover dat ik nooit had gedacht drie keer te winnen in de Tour en zilver te pakken in de olympische wegrit. Ik vreesde de volledige Ronde van Frankrijk nodig te hebben om naar mijn beste vorm toe te groeien en daarvan de vruchten te plukken in de olympische tijdrit. Het is anders gelopen. Dan zou het misplaatst zijn te klagen over die zesde plaats in die tijdrit.”

Je hebt in je carrière al wat ervaring met tweede plaatsen. Meestal moet je dan uitleggen waarom je niet won. Niet in Tokio, waar je na dat zilver alleen maar positieve reacties kreeg. 
“Ik had ook snel door dat ik alleen maar tevreden kon zijn van mijn prestatie. In de gegeven omstandigheden was de kans dat ik zou sprinten voor de vierde of vijfde plaats veel groter dan dat ik het goud pakte. Natuurlijk heb ik nog eens nagedacht over het moment waarop Carapaz en McNulty wegreden, maar ik kon niet op alles reageren. Ik moest sowieso een keer gokken. Als het dan niet was, was het misschien bij de volgende aanval.”

Enige vraag die de buitenwereld zich stelde: wat als Remco Evenepoel zich had gespaard en met jou mee over de Mikuni Pass was geraakt…
“Op zijn allerbeste niveau hoorde Remco zeker in die groep thuis en waren de kansen voor ons beiden groter geweest. Dan konden we aanvallen makkelijker beantwoorden of zelf het initiatief nemen. Maar Remco had in de wegrit de benen niet. Het is niet zo dat hij zonder die aanval voor de Mikuni, wél over de klim was geraakt. Trouwens, zo heeft elk team wel een verhaal met veronderstellingen. Achteraf is het altijd makkelijk praten.”

Is er geen moment sprake geweest van ontgoocheling?
“Natuurlijk wel een beetje. Het kon een van de grootste overwinningen uit mijn carrière geweest zijn. Het passeert nog wel eens door mijn gedachten als ik Carapaz met die gouden fiets zie rondrijden. Dat ik mezelf niets te verwijten heb, maakt het makkelijker te aanvaarden.”

Zo heb je ook nog doelen voor de toekomst…
“Haha, ja. Dat zeggen ze mij wel meer als ik naast een overwinning of titel grijp. Maar ik laat toch liever niets liggen.”

Van Aert won de voorbije Tour drie keer – foto: Cor Vos © 2021

Intussen heb je zes etappezeges in de Tour achter jouw naam staan. In welke mate wordt dat door Wout van Aert intussen als ‘normaal’ ervaren?
“Voor jou zes. Voor mij zeven. Blijkbaar tellen jullie winst in een ploegentijdrit niet mee. Om concreet op jouw vraag te antwoorden, winnen went niet. Natuurlijk schrik ik niet meer van de impact en de media-aandacht. Ik kan wel inschatten wat er rondom mij allemaal gebeurt. Maar het voelde na de Tour zeker niet als “Ik heb er nog drie bijgelapt“. Ook omdat ze stuk voor stuk uniek waren.”

En toch… Je gaf al meermaals aan op een zo divers mogelijk palmares te mikken. Moet je dan niet op zoek naar een nieuw doel in die Tour de France?
“Dan zal het eerstvolgende de groene trui worden. Dat heb ik twee jaar uitgesteld omdat er een hoger doel was voor de ploeg. Dit jaar kreeg ik door het uitvallen van Primož Roglič wel die vrijheid, maar wilde ik mij sparen voor en toewerken naar de Spelen. Achteraf gezien is dat een goede keuze geweest. Maar in de toekomst, hopelijk volgend jaar, wordt dat groen wel een doel.”

Als dat past in de belangen van de ploeg? Of heb jij intussen een status dat je zelf beslist wat je gaat doen?
“Dat laatste zal je mij nooit horen zeggen! Om de groene trui te pakken in Parijs heb je trouwens ook een ploeg nodig. Maar het is iets wat wel al besproken is, ja. Als je voor zo’n doel gaat, brengt dat ook een goede vibe in de ploeg. En ik ben een renner die ritten en punten kan pakken zonder dat de ploegmaats daar veel last van hebben. Richting volgend jaar gaan we dat zeker bekijken. En zien we wel wie me daar kan in bijstaan.”

Dat lijkt niet verenigbaar met een eventuele deelname van Dylan Groenewegen aan de Tour. 
“Het is niet aan mij om daar veel over te zeggen. Maar het is een feit dat Dylan een pure sprinter is die jongens rond hem nodig heeft die hem brengen. En die hem over de bergen loodsen. Ik denk dan dat mijn profiel beter past in een klassementsploeg dan dat van Dylan. Ja, dat is een nadeel voor hem. Maar we zijn nog ver van de Tour 2022 verwijderd, hé.”

Nog even terug naar de Spelen. Belgische medaillewinnaars werden warm onthaald op het thuisfront of voor een halve stad gehuldigd. Jij nam een week rust en vertrok op stage, met nieuwe doelen in de koffer. Mis je die beleving niet?
“Bij mijn terugkeer uit Tokio had ik echt geen zin om als een koning onthaald te worden. Ik wilde gewoon naar huis. Dus was ik er ook niet rouwig om dat ze mij gerust hebben gelaten. Voor een wielrenner voelt dat ongetwijfeld anders dan voor atleten als Bashir Abdi om maar die te noemen. Voor hem zijn de Spelen een hoogtepunt, hij heeft daar vier jaar naar toegewerkt en denkt nog niet onmiddellijk aan een volgend doel. Voor een wielrenner ligt dat compleet anders.”

Van Aert vloog na de Tour vanuit Parijs meteen door naar Tokio – foto: Cor Vos © 2021

Heb jij in Tokio ooit dat speciale olympische gevoel gehad?
“Absoluut niet. Ik heb dit gewoon als een buitenlandse koers ervaren. Dan wel een vreemde, met veel regeltjes. We verbleven er ook in een hotel met alleen renners. Een andere atleet heb ik nooit gezien. Alsof we gewoon met de Belgische wielerbond onderweg waren. Daarom alleen al hoop ik er in Parijs opnieuw bij te zijn. Al was het maar om een keertje in het olympisch dorp te zijn. En om kennis te maken met atleten uit andere sporten.”

“Alleen net voor onze terugkeer ben ik met mijn verzorger even uit de bubbel geglipt en sliepen we een nacht in Tokio. Een risicootje, maar wat konden ze ons maken? Ons naar huis sturen? Dat was net wat ik wilde…”

Was de verzadiging zo groot?
“Ja! Na mijn blindedarmoperatie herstelde ik tien dagen thuis, waarna ik zo snel mogelijk naar de Sierra Nevada ben vertrokken. Ik ben daarna amper nog thuis geweest. Van de Tour direct naar Tokio. Ik stond er weinig bij stil, ook omdat de conditie top was en ik in Japan geen last had van een jetlag. Met Tiesj Benoot als kamergenoot en de goede groep waarin ik vertoefde, bleef het allemaal plezant. Tot ik die medaille pakte. Toen volgde het besef dat dit een speciale prestatie was, maar dat ik die niet kon delen met mijn gezin en familie. Tiesj, Greg en Mauri vertrokken en ik bleef alleen met Remco over. De echte groepssfeer verdween en ik kreeg het mentaal moeilijker.”

Zeg je nu dat de mentale vermoeidheid in de tijdrit groter was dan de fysieke?
“Zeker weten! Ik was hersteld van de wegrit. Dat merkte ik een dag eerder nog tijdens de verkenning. De conditie was in die paar dagen tijd niet slechter. Er was geen sprake van verval. De eerste helft van de tijdrit lag ik ook op schema en als Mathieu (Heijboer, red.) dan vertelt dat alles dicht bijeen ligt, geeft me dat normaal ‘moraal’. Ook omdat een tweede helft van zo’n tijdrit nooit in mijn nadeel is. Maar nu ging het anders in mijn hoofd. Ik zag alleen maar de achterstand en het feit dat ik nog tijd moest goedmaken.”

“In mijn hoofd ben ik sneller stilgevallen dan dat de benen stilvielen. Primož was outstanding en ook voor mij onklopbaar, maar met een frisse kop had ik wel meegedaan voor zilver of brons. Eigenlijk een beetje te vergelijken met mijn gevoel tijdens het WK veldrijden in Oostende, waar ik in de tweede koershelft het kopje liet hangen in de achtervolging op Mathieu.”

Een dilemma om de zomer af te sluiten. Wat was jouw mooiste moment? Met Georges op het podium in Parijs of een zilveren plak krijgen op het podium in Tokio?
“Dat is geen dilemma, hoor. Met voorsprong het podium in Parijs, daar op de Champs Elysées. Dat heb je al twintig keer op tv gezien, dat beeld met de Arc de Triomphe op de achtergrond. Ik ben nog steeds op zoek naar de beste foto van dat moment met Georges, omdat ik die thuis wil ophangen. Ik vond hem nog niet.”

Papa Van Aert met zoon Georges op de arm op de Champs Elysées – foto: Cor Vos © 2021

Was het een plotse ingeving om zoonlief mee te nemen?
“Na mijn zege in de tijdrit op zaterdag, zat ik meteen met die sprint op de Champs Elysées in mijn hoofd. ‘Een bergrit, een tijdrit en een massasprint in hetzelfde jaar, het kan niet dat dat al veel gebeurd is’, bedacht ik me. En de Ventoux en de Champs Elysées, dat zijn klinkende namen. Ik wilde die sprint zo graag winnen. ’s Ochtends had ik het erover met Sarah. We hebben Georges een half jaar uit de media gehouden, maar binnenkort kan hij toch stappen en loopt hij ongetwijfeld zo het beeld in. Dus bedacht ik dit scenario. Sarah vond het ook een goed plan. Moest ik wel eerst nog winnen natuurlijk.”

“Wat dat podium in Tokio betreft, dat moment was mooi, hoor. Dat de renners van de Belgische ploeg waren gebleven om naar de ceremonie te kijken, maakte het extra speciaal. Maar die setting… Daar zaten wat Japanners op de tribune, maar ik had vooral het gevoel dat die daar letterlijk waren gedropt als opvulling van het decor. Nee, niet te vergelijken met de sfeer en de traditie van de Champs Elysées.”

Intussen ben je op stage in Livigno… Hoe gaat het?
“Ik ben aan het experimenteren. Noem het een berekend risicootje. Ik heb een week geslapen op 3.000 meter hoogte. Als je van Livigno richting Sankt Moritz rijdt, rijd je de Berninapas over. Daar is een kabelbaanstation (Diavolezza, red.) met boven een skigebied en een hotel, op net geen 3.000 meter. Daar heb ik een week lang geslapen en pakte ik elke dag de lift naar beneden om te trainen. Intussen ben ik opnieuw in Livigno op normale hoogte (1.800 meter, red.).”

Vanwaar die ingeving?
“Nieuwe studies beweren dat je op een hoogte vanaf 2.800 meter nog iets meer effect hebt. Het was ons eerder opgevallen dat Filippo Ganna altijd korte stages inlast, maar op grotere hoogte. Mijn coach (Marc Lamberts, red.) is dat gaan uitzoeken. We gaan zien wat dat geeft.”

“Na een hoogtestage heb je effect tot zes weken na het einde ervan. Op het moment dat ik mijn stage beëindig, rest me nog vier weken tot het WK, vijf tot Parijs-Roubaix. Ik merkte eerder al dat ik ook zes weken later nog goed ben.”

Dat vonden Sarah en Georges ongetwijfeld een geweldig plan? 
“Haha. Ik geef toe dat ik een en ander heb mogen uitleggen. Alles voor de job, zeker? Maar een baby jonger dan één jaar moet je niet meenemen op 3.000 meter, dus verbleven zij in Sankt Moritz, waar ook Jasper Stuyven met vriendin Elke op stage was. Zo waren ze niet alleen. En tijdens mijn trainingen probeerde ik er elke dag wel een keertje langs te rijden. Intussen zijn we opnieuw samen in Livigno voor de laatste stageweek.”

Met de Ronde van Groot-Brittannië, beide WK’s en Parijs-Roubaix volgt nog een laatste blok op de weg. Dat zijn uiteindelijk niet zó veel wedstrijddagen meer…
“Oorspronkelijk bestond het tweede blok uit de Dauphiné, de Tour en Tokio. Dat waren maar drie koersen, maar wel zware. Dus wilden we een zo lang mogelijke break tussen de Spelen en het WK. Daarom is de keuze op Groot-Brittannië gevallen. Die valt namelijk later dan de Benelux Tour. En niet zó veel? Groot-Brittannië is acht dagen. Valt wel mee als voorbereidingskoers, toch?”

Zilver na de wegrit in Tokio – foto: Cor Vos © 2021

In hoeverre is een voorbereidingswedstrijd voor jou ook écht voorbereiding? Wil je in Groot-Brittannië al iets laten zien?
“Mijn vorm was uiteraard niet helemaal weg na amper een weekje niets doen. Het is dan ook de bedoeling snel terug goede benen te hebben. En ik heb in mijn carrière nog niet al te veel wedstrijden gereden waarin ik niets heb laten zien. Ik ga me niet uit de naad rijden, zoals ik begin dit jaar de Tirreno afgewerkt heb. Ik ga het slim aanpakken en er een paar ritten uitpikken om mezelf te testen.”

Waarop ligt de focus tijdens het WK in eigen land? Op de tijd- of op de wegrit?
“Door de voorbereiding die ik nu doe, moet het haalbaar zijn om in beide disciplines goed voor de dag te komen. Ik geloof dat ik in beide ook een kans heb. Ik heb mijn tijdrittrainingen zeker niet verwaarloosd, integendeel. Maar de intensiteit waarmee ik nu train is toch vooral met de focus op de wegrit. Explosiviteit staat daarin centraal. En dat is ook nodig als je in Leuven wil scoren.”

Bondscoach Sven Vanthourenhout gaf aan dat hij met jou als uitgesproken kopman van start gaat in de wegrit. Plezant? Of zorgt dat voor extra druk?
“Ik denk dat ik – op Jasper Stuyven na – de enige Belg ben die gewoon is om overal kopman te zijn binnen zijn ploeg. Dat ik daar mee om kan, heb ik al bewezen. Ik volg het idee van de bondscoach. Meer zelfs, ik vind het goed dat er duidelijkheid is. Het zou me trouwens met meer druk opzadelen, mochten er meerdere kopmannen zijn.”

Hij gaf ook aan dat jij inspraak hebt in de samenstelling van de selectie.
“Ja, ik heb die onlangs gemaakt en hem doorgestuurd. Hij moet die jongens maar gewoon contacteren… (even stilte, red.). Grapje, hé. Ik denk dat het vooral een gezonde situatie moet blijven. Het kan en zal niet zijn dat alles op mijn voorspraak gebeurt. Het is Sven die selecteert en hij zal er uiteindelijk ook op afgerekend worden. Maar dat zijn manier van werken me bevalt, kan ik niet ontkennen. Hij staat voor openheid en betrekt me in de keuzes die hij maakt. Het vijftal dat vandaag al zeker is, dat is honderd procent zijn keuze en ik kan mij daar helemaal in vinden.”

Actiebeeld tijdens de olympische tijdrit – foto: Cor Vos ©2021

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.