Zo ziet het WK-parcours 2020 eruit volgens bondscoach Koos Moerenhout

Door , woensdag 9 september 2020 om 07:30
Zo ziet het WK-parcours 2020 eruit volgens bondscoach Koos Moerenhout

foto: Cor Vos

Het WK-parcours van de wegrit in Imola is bijna 29 kilometer lang, telt twee beklimmingen van 2,7 kilometer en gaat over het algemeen over smalle banen. Maar dat zijn niet de voornaamste conclusies die bondscoach Koos Moerenhout trekt na zijn verkenning. “Dit rondje gaat heel erg in de kleren kruipen”, vertelt hij aan WielerFlits. En dat zonder Tre Monti, want die klim zit er niet in.

Nadat de Giro d’Italia U23 zaterdag eindigde, trok Moerenhout weer zuidwaarts om het WK-parcours in Imola te verkennen. Eerst met de wagen, om vervolgens het weg- en tijdritparcours met de fiets af te leggen.  “Ik heb contact gehad met Davide Cassani, de collega-bondscoach van Italië. Inmiddels is er vanuit de UCI voldoende informatie verstrekt over het parcours. Ik werk zelf met Veloviewer en die heeft de route al klaarstaan.”

“Het is een lastige omloop”, concludeert de KNWU-bondscoach. “Het is net niet de streek van de Giro dell’Emilia, maar heel ver zijn we daar niet vandaan. De klimmetjes zijn vergelijkbaar met wat je daar voor de wielen krijgt. De twee WK-klimmetjes zijn steil, je valt heel snel stil. Het loopt eigenlijk nooit. Beide hellingen zijn 2,7 kilometer lang en een deel daarvan is écht steil. Het vlakt wel iets af, maar je moet ook dan blijven duwen. Vooral op het tweede klimmetje dacht ik steeds dat ik na een bocht boven was, maar dat bleek dan niet zo te zijn. Anderzijds, het zijn geen hellingen zoals de San Luca; zo’n klim is hier niet.”

Luik en Lombardije
Moerenhout neemt ons in gedachten mee naar zijn verkenning van zondag. “Het enige wat ik niet heb kunnen rijden, is het – vlakke – Formule 1-autocircuit. Daar waren ze aan het racen. Maar als je het autocircuit verlaat, begin je meteen te klimmen. Dat is een tweebaansweg. Dat valt op zich allemaal wel mee, maar je moet wel omhoog. Vervolgens duik je na een kilometer of vier, vijf een smallere afdaling in. Daarna blijf je ook op smallere wegen rijden. Aan de zuidkant van het parcours heb je dan een paar kilometer waar je kunt herstellen. Vervolgens rijd je weer een smalle baan op naar de volgende klim.”

Op die klimmetjes loopt het stijgingspercentage volgens Moerenhout een aantal keer op tot 14%. “Die tweede helling blijft maar hupjes houden. Die is ronduit lastig, al is dat bij de eerste niet anders. Over grote lijnen, denk ik dat hier dezelfde mannen voor de titel gaan strijden als in Zwitserland het geval was geweest. Maar renners die Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije aankunnen, die mag je hier ook verwachten. Ik denk dat je het parcours qua niveau daar enigszins mee kunt vergelijken. Je moet zeker kunnen klimmen en als je dan ook nog een beetje een puncheur bent, is dat hier wel prettig meegenomen.”

Toch klinkt het te doen, een ronde van 29 kilometer met ‘slechts’ 5,4 klimkilometers. “Dat was mijn idee dus ook”, ondanks dat Moerenhout ook van ruim 4600 hoogtemeters hoorde. “Juist daarom was het goed om deze verkenning te doen. Als je droog zegt twee klimmetjes per 29 kilometer, dan zou het kunnen meevallen. Maar ondertussen… Het is eigenlijk nooit een meter vlak. Dat is ook wel een groot verschil met het parcours dat was uitgetekend in Zwitserland. Daar was het per ronde vier kilometer klimmen, maar voor de rest dalen of vlak. Je had daar nog veel meer herstel tussendoor en dat heb je in Imola een stuk minder.”

“Het gaat daarom zeker uitdraaien op een slijtageslag”, voorspelt de keuzeheer. “Dit is een parcours waar overal de beslissing kan vallen. Dat is niet alleen op de klimmetjes het geval. Ook de rest van de omloop leent zich om te koersen. Maar goed, de renners bepalen uiteindelijk de koers en wie er komt bovendrijven. Sowieso gaat dit heel erg in de kleren kruipen, omdat je eigenlijk al vanaf de eerste kilometer begint te klimmen. Je hebt een belasting die je in Zwitserland niet had gehad. Daar had je echt die vlakke aanloop en had je per ronde ook een deel wat echt vlak en breed was. Hier is het veel hectischer.”

Mathieu van der Poel
Moerenhout had de sinds de bekendmaking van het nieuws dat het WK in Imola doorgaat, nauw contact met de Nederlandse toppers. Zo ook met Mathieu van der Poel, die het WK in Zwitserland in ieder geval naast zich had neergelegd. Ook na diens verkenning, had de bondscoach reeds contact met de Nederlandse kampioen. “Uiteraard”, stelt hij. “Mathieu gaat bekijken hoe hij de informatie moet interpreteren. Ik heb geprobeerd mijn bevindingen zo goed mogelijk op hem over te brengen. Nu is het aan hem om te kijken of hij dat ook als een mogelijkheid ziet. We hebben afgesproken om later deze week daarover contact te hebben.”

foto: Cor Vos

Van der Poel zou kunnen opteren voor een verkenning met eigen ogen. De laatste rit van Tirreno-Adriatico (waar hij op dit moment actief is) eindigt traditiegetrouw in San Benedetto del Tronto. Imola ligt op twee en een half uur rijden ten noorden van die plek. Als Van der Poel met de wagen terugrijdt naar huis, ligt dat zelfs op de route. “Eén ding is met Mathieu wel zeker: zeg bij hem nooit nooit”, antwoordt Moerenhout op de vraag of hij het parcours aankan. “Wat ik erover kan zeggen: net zoals in Zwitserland het geval was, is deze ronde niet op zijn lijf geschreven. Zoals Yorkshire dat wel was. Aan de andere kant: moeilijk kan ook.”

Moeilijk was ook Muro di Sormano, de loeisteile klim die de finale van de Ronde van Lombardije inluidt. Daar klom Van der Poel met de beste vijftien klimmers in koers naar boven, om als tiende te eindigen in de daguitslag. “Dat is echt steilewandrijden”, stipt de keuzeheer aan. “Het was sowieso knap dat Mathieu daar met de besten van het peloton meekon. Ik heb dat ding zelf gereden, het heet niet voor niets de Muur van Sormano. Zo’n klim zit er in Imola niet in. De hellingen hier zijn anders. Er zitten wel echt steile passages in, absoluut. En die duren ook wel langer dan een kilometer. Maar een Sormano is het niet.”

Dat biedt dan wel weer perspectieven, zou je zeggen. Maar op kanshebbers of favorieten voor de wereldtitel, wil Moerenhout nog niet ingaan. Hij vindt het daarvoor te vroeg. In België gaan intussen stemmen op dat Wout van Aert zich in Imola tot wereldkampioen kan kronen. “Waar kan die niet winnen tegenwoordig? Wout rijdt momenteel een ongelooflijk sterk seizoen. Hij pakt ook elke keer nog eens de jackpot. Je kunt sterk rijden, maar dat hoeft niet te betekenen dat je ook maar automatisch wint. Maar hij doet dat wel. Dat is heel bijzonder. Kan hij deze vorm vasthouden, dan zou Van Aert ook in Imola kunnen meedoen.”

Hoe komen Dumoulin en Mollema uit de Tour? – foto: Cor Vos

Moerenhout had aanvankelijk Tom Dumoulin en Bauke Mollema aangestipt als speerpunten, zei hij in een eerder interview. Andere mannen die ook in aanmerking voor een selectie kunnen komen, zijn jongens als Dylan van Baarle, Robert Gesink en Wilco Kelderman. “Niemand is op dit moment zeker”, zei Moerenhout voor dit weekend. “Maar dat zijn wel de namen waar ik rekening mee houd. […] Het zullen in ieder geval mannen moeten zijn die beschikken over klimbenen. Je hebt alleen ook met de Tour de France te maken. Hoe komt iedereen daaruit? Ze hebben daar op dit moment nog een hele calvarietocht te gaan.”

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.