Etappe 14: Saint-Étienne - Mende

Datum: 16 juli 2022
Startplaats:
Saint-Étienne
Finishplaats:
Mende
Afstand: 195 kilometer
Starttijd: 12:15
Finishtijd (verwacht): 17:20

De veertiende etappe in de Tour de France van 2022 is de eerste rit die start in de finishplaats van een dag eerder. Geen lange verplaatsing voor het Tourcirus, dus. Vanuit Saint-Étienne ruiken vooral sterke vluchters hun kans. Er wacht namelijk een echte overgangsetappe tussen de Alpen die achter ons liggen en de Pyreneeën die de renners na de rustdag te wachten staan in de slotweek. De start is dus in Saint-Étienne, dat na het Spaanse Madrid en het Bulgaarse Sofia een van de hoogstgelegen steden in Europa is. Liefst 26 keer in de geschiedenis van de Tour de France, deden ze de hoofdstad van de Loire aan.

Via een rit door het middengebergte, komen de renners vandaag aan in Mende. Het dorpje in de regio Occitanie kent een lange historie. Al van in de bronstijd van de Romeinse Tijd is bekend dat deze plek bewoond is. In de middeleeuwen werd Mende gesticht rond het graf van de heilige Privat, destijds een bedevaartsoord. Vijf eeuwen later werd in opdracht van de paus de Kathedraal Saint-Privat gebouwd, nu een van de toeristische trekpleisters. Ooit bezat de kerk de grootste klok van de christelijke wereld, genaamd Non Pareille (‘zonder gelijke’). Tijdens de godsdienstoorlogen in de zeventiende eeuw ging de klok verloren.

Sinds de negende eeuw bevat het katholieke dorp ook een bisschopszetel, om maar aan te geven hoe belangrijk deze plek is voor gelovigen. Mende is ook bekend van de rivier Lot, die door deze plek loopt. De Pont Notre-Dame is een zeer smalle brug die over de Lot loopt, die sinds de dertiende eeuw bewaard is gebleven. Wie overigens denkt dat het peloton finisht in het historische oude centrum, zit mis. De aankomst ligt namelijk op het vliegveld van Mende, vlak na de Côte de la Croix-Neuve. In 1995 deed die klim zijn intrede, waarna Laurent Jalabert er zegevierde. Sindsdien heet de helling de Montée Laurent Jalabert. Nadien wonnen ook Marcos Serreno (2005), Steve Cummings (2015) en Omar Fraile (2018).

Route

De renners vertrekken vanuit het westelijk deel van Saint-Étienne in zuidelijke richting. De eerste tien kilometer zijn grotendeels in dalende lijn, tot het peloton aankomt in Firminy. Van daaruit begint de beklimming van de Côte de Saint-Just-Malmont, een klim van acht kilometer lang aan 4,6%. Een fijne loper waar het in het eerste halfuur oorlog gaat zijn om in de vroege vlucht van de dag te komen. Uiteindelijk zal het recht van de sterkste optreden, want sterke renners met een lange adem moeten richting de top toch kunnen wegrijden. Controleren vanuit het peloton is in de heuvelachtige fase die daarna komt uiterst lastig.

Pas na zo’n 65 kilometer zal de rust wedergekeerd zijn, als de renners via een afdaling tot rust kunnen komen. Dat duurt tot bedevaartsoord Le Puy-en-Velay, bekend van de kapel en het Maria-beeld op de vulkanische proppen aldaar. Deze plek is een bekend verzamelpunt voor historische pelgrimsroutes, op weg naar Santiago de Compostela in Spanje. Sinds 1996 diende Le Puy-en-Velay overigens drie keer als aankomstplaats in de Tour. De laatste keer was in 2017, toen Bauke Mollema er zijn eerste ritzege binnen harkte. Nu is het stadje decor voor de start van de langste klim van de dag: de loper Le Bouchet (22,1 kilometer aan 2,7%).

Aan de oevers van het met kristalhelder water gevulde Lac du Bouchet, begint vervolgens een razendsnelle doortrap-afdaling. Alleen aan de onderkant na het dorpje Saint-Haon wacht een technisch slot. Vervolgens meandert de route parallel aan de Le Chapeauroux-rivier naar Grandrieu, dat eigenlijk de volgende klim is. Deze is echter niet gecategoriseerd in het rondeboek. De route gaat vervolgens nog verder naar het hoger gelegen gehucht Baraque de la Motte. Pas ruim vijftig kilometer later volgt op papier de volgende klim, al zullen de renners het daar niet mee eens zijn. Dat is de niet-super lastige Col de Charpal.

Ze ronden na 4,7 kilometer (aan een gemiddelde stijging van 5,1%) de top, op precies dertig kilometer van de streep. De minder sterke klimmers zullen deze col aanvallen, want nadien volgt van 24 kilometer lang naar Mende. Daar begint het supersteile slotstuk van deze rit: Côte de la Croix-Neuve. Deze kwelduivel is slechts 2,9 kilometer lang, maar het is vooral de gemiddelde stijging van 10,5% die de renners zal doen bidden voor genade. Eenmaal de top gerond, is het nog 1,5 kilometer tot de krijtlijn getrokken is op de landingsbaan van het vliegveld van Mende. Kortom, een echte overgangsetappe voor sterke vluchters. Alleen in 2010 (toen Joaquim Rodríguez won voor Alberto Contador) won hier een klassementsman.



Bekijk overzicht van Tour de France - 2022