Column Hugo Coorevits: Dit maakt Alexander Kristoff een van de laatste dino’s uit het peloton
Column Het is inmiddels voorbij voor Alexander Kristoff. De Noor van 38 jaar werkte in de Petronas Tour de Langkawi zijn allerlaatste koersdagen af. Ver weg van de Europese scène waar hij naam en faam maakte.
Het is geen afscheidstournee zoals Geraint Thomas hield in de Tour of Britain. Voor ‘G’ was meedoen belangrijker dan winnen. Niet zo bij Alexander Kristoff, die voor de eerste en laatste keer deze achtdaagse rittenkoers op een Aziatische archipel in de Andamanse Zee uitkoos.
De reden is simpel: op papier waren er minstens vijf kansen tot een massaspurt. Tot de allerlaatste snik koerst Kristoff om te winnen. #Chasing100 is de hashtag die zijn werkgever op Instagram maakte en die perfect de reden van zijn verplaatsing naar Maleisië omvat.
Deze column is geschreven voor de DNF van Kristoff in etappe 7 van de Tour de Langkawi
En elke zege die hij nog pakt, komt ook zijn werkgever Uno-X Mobility goed uit. Het Noorse ProTeam is in een snoeihard duel voor de WorldTour-punten gewikkeld met het Franse Cofidis.
Al toen hij vorig jaar in juni de Heylen Vastgoed Heistse Pijl won, hoopte de Noor zijn carrière af te sluiten met honderd overwinningen. Sindsdien sloeg hij nog zes keer toe, maar de tijd dringt, want zondag valt het doek. Er is geen verlengstuk voorzien. Dinsdag miste hij van een haar nummer 99 in Pasir Puteh. Na een lange studie van de finishfoto werd de snelle Italiaan Matteo Malucelli als winnaar aangewezen. Hij kon zijn frustratie amper verbergen.
#Chasing100
Honderd zeges is een mooier getal, maar anderzijds verandert dat niets meer aan de carrière van een coureur die in zijn thuisland voor de eeuwige discussie zorgt: wie is nu de beste Noor aller tijden? Is dat Thor Hushovd omdat hij in Geelong bij de profs de allereerste wereldkampioen ooit werd en onder meer twee keer groen en tien etappes in de Tour pakte en Gent-Wevelgem binnenhaalde? Of is dat Alexander Kristoff die de Ronde van Vlaanderen en Milaan-Sanremo won en toch een betere renner in de voorjaarsklassiekers was en veel meer won?

Kristoff verschalkt Terpstra in de Ronde van Vlaanderen – foto: Cor Vos
Het is een debat dat de bekendste wielrenner van Stavanger had kunnen vermijden als hij op het WK in zijn Bergen net iets sneller was geweest dan Peter Sagan. Kristoff is een typische Noor die in het publiek zelden zijn emoties laat zien, maar die zondag in september 2016 droop de ontgoocheling van zijn gezicht af. Kristoff was in de media nooit een veelprater, maar tijdens de persconferentie achteraf kon hij door de grond zinken van schaamte. Ook al scandeerden zijn landgenoten zijn naam, het besef overheerste dat hij nipt naast eeuwige roem greep.
Brons had hij al op de Olympische Spelen van Londen 2012, wat in eigen land groot nieuws was en daarmee de sport populair maakte. Zoveel medaillisten op de Zomerspelen telt Noorwegen niet. Een jaar later haalde hij ergens zijn gram voor zijn spurtnederlaag in Bergen door in Herning Europees kampioen te worden, maar de kans op een regenboogtrui was voorgoed verkeken.
Toch heeft hij ongeveer alles uit zijn carrière gehaald, ook al kreeg hij het de eerste jaren niet op een presenteerblaadje. Toen hij anderhalf decennium geleden de overstap maakte als amateur bij Team Joker-Bianchi naar BMC leek hij vertrokken. Maar na een jaar kwam Greg Van Avermaet erbij als uitgesproken kopman voor de kasseiklassiekers. In zijn tweede jaar werd hij niet eens geselecteerd voor de Ronde van Vlaanderen, de klassieker van zijn dromen.
Hij ontdekte Vlaanderens Mooiste als junior. Dikwijls zakten de Noren naar het cycling house Hof Ter Kammen, even buiten Oudenaarde, af. “We reden hier veel kermiskoersen, maar in april gingen we kijken naar de doortocht van de Ronde van Vlaanderen. Eenmaal de eerste motoren gepasseerd, stormden we dan met de fiets de kasseien van de Paddestraat in Velzeke op. Het was kicken, zo vóór de echte renners uit, midden al dat volk”, vertelde hij me jaren geleden. De Ronde van Vlaanderen en Kristoff: het was liefde op het eerste gezicht.
Zijn carrière kreeg een stroomversnelling toen Rik Verbrugghe – toen werkzaam bij BMC Devo – Jef Braeckevelt zaliger tipte dat die Noor wel meer inhoud had dan zijn uitslagen deden vermoeden. Via de legendarische Waregemse ploegleider belandde hij bij Team Katusha van Andreï Tchmil. Het bleek een gouden zet. Daar geloofden ze wel rotsvast in de kwaliteiten van het ongelofelijke trainingsbeest dat hij tot op vandaag is. Zeven van de veertien keren dat hij in de Ronde van Vlaanderen startte, eindigde hij binnen de eerste vijf. Met als toetje tien jaar geleden een zege in de sprint tegen Niki Terpstra.
IJzervreter
Kristoff was niet de talentrijkste van zijn generatie. Hij was ook niet de snelste, maar in een klassieker als de Ronde van Vlaanderen kon hij herhaaldelijk door de muur gaan. Door zijn immens trainingsarbeid liep hij net iets trager leeg dan de tegenstand. “De finish ligt niet op de laatste helling, maar aan de streep”, was zijn credo. “Daar telt het.”
Hij zag er ook altijd vrij moe uit. Vóór de wedstrijd en na de koers. Hij volgde strikt de trainingsplannen van zijn stiefvader Stein Örn, een cardioloog die lange tijd ook ploegarts van Noorwegen was. Zo vertelde Dimitri Claeys, ploegleider bij Intermarché-Wanty, me over die dag dat het gesneeuwd had na Dwars door Vlaanderen. Er was een groepstraining voorzien, maar omdat het zo’n ijskoud rotweer was, twijfelde iedereen. Kristoff kwam in koerskledij aan, nam zijn fiets en begon de training, zoals gepland. De rest volgde de ijzervreter in zijn spoor. Typisch Kristoff, die op zijn manier de laatste jaren bij Uno-X Mobility zijn landgenoten en de Denen professionaliteit bijbracht. Kristoff? Dat was één brok beroepsernst op de fiets, maar daarnaast één en al grappen en grollen bij de Scandinaviërs.

Kristoff wint Milaan-Sanremo in 2014 – foto: Cor Vos
Nooit in zijn carrière trok hij op hoogtestage. ’s Winters bleef hij hard trainen – tot zeven uur per dag – in Stavanger bij hem thuis, waar het ongeveer hetzelfde klimaat is als in Vlaanderen. Hoogstens trok hij voor de winterse ploegstage eens veertien dagen naar Gran Canaria om voldoende ingereden te zijn.
Een diëtist? Ook dat was niet aan hem besteed. Bij Uno-X Mobility gaat het verhaal dat hij één keer zijn maaltijd afwoog en dan zei: “De rest van het jaar neem ik zo ongeveer hetzelfde.” Zo verdwijnt na de Maleisische ronde met deze krachtspurter pur sang: een van de laatste dino’s uit het peloton die de moderne trainingsmethodes wel kende, maar altijd zijn eigen ding bleef doen. Omdat het werkte en hij tot de allerlaatste dag een overwinning in de benen had.
Straks vader van vijf jongens
De kans is miniem dat we de viervoudige winnaar van Eschborn-Frankfurt volgend jaar in een andere functie terugzien. Hij was wel vereerd met de titel ‘Mr Tour of Norway’ en neemt vanaf volgend jaar het ambassadeurschap van deze rittenkoers waar. Een job als ploegleider zegt hem dan weer niets. Af en toe zal hij wel nog opduiken in de buurt van zijn bijna twintig jaar jongere stiefbroer en talentje Felix Örn-Kristoff. En aan de schoolpoorten van zijn vier zonen in Stavanger. Volgend jaar verwachten Maren en Alexander al zoon nummer vijf. Het vaderschap wenkt. Misschien vindt hij tussendoor wel wat tijd om wat langs de fjorden te toeren met zijn Lamborghini of Hummer. Kristoff hoeft zich al lang geen zorgen meer te maken over zijn toekomst.
Maar belangrijker: met Kristoff verdwijnt voor mij meer dan een renner. Hij belichaamde een generatie die niet leefde van wattages en hoogtestages, maar van koppigheid, arbeid en karakter. De dino’s van tegen de tachtig kilo sterven langzaam uit. Kristoff was een van de laatste. Precies daarom laat zijn afscheid een leegte in het peloton na.
Om te reageren moet je ingelogd zijn.