Mathieu van der Poel na ritzege in Tirreno: “Benen in Omloop Het Nieuwsblad waren beter”
Foto: Raymond Kerckhoffs
Raymond Kerckhoffs
woensdag 11 maart 2026 om 07:22

Mathieu van der Poel na ritzege in Tirreno: “Benen in Omloop Het Nieuwsblad waren beter”

Interview In het ‘Manhattan van de Middeleeuwen’ steekt Mathieu van der Poel niet torenhoog boven de anderen uit. In de smalle straatjes van San Gimignano, de Toscaanse stad met veertien middeleeuwse torens, wordt de tweede rit van Tirreno-Adriatico beslist op pure kracht. In een prachtige sprint bergop met Isaac Del Toro en Giulio Pellizzari laat hij andermaal zien dat hij in het zicht van de finish altijd wat extra’s in huis heeft.

De tweede rit van de Tirreno zorgde voor beroering in het peloton. Een gravelstrook op 6,7 kilometer van de finish verdeelt het peloton in twee groepen. Sommigen vinden het vragen om problemen om slechts één zo’n ‘sterrato’ in het parcours te leggen. Zeker ook omdat er enkele gevaarlijke bochten volgen. Anderen noemen het een prachtige finale, waarin na bijna 200 kilometer nog wat extra’s wordt gevraagd.

“Het eerste waar we ons op moesten richten was de positionering voor de gravelstrook”, vertelt Van der Poel na zijn zege. “Ik denk dat iedereen dat voor de rit al wist. Voor mij ging het best goed. Ik probeerde uit de problemen te blijven. Mijn team heeft me daar goed bij geholpen. Als je eenmaal vooraan rijdt, kun je veel makkelijker uit de problemen blijven.”

Mathieu van der Poel is, je zou bijna zeggen natuurlijk, een van de liefhebbers van dit parcours. “Ik denk dat die gravelstrook vooral voor de mensen thuis voor de televisie gaaf was om te zien. En ja, ik heb er ook van genoten. Het was een prachtige finale: erg zwaar, en met San Gimignano een hele mooie stad voor een finish.”

Wanneer het in het laatste uur van de rit ook nog begint te regenen, krijgen de renners met een extra element af te rekenen en zien we grotere verschillen dan vooraf verwacht.

Foto: Fotoburo Cor Vos

“De finale werd door de regen lastiger”, vervolgt hij. “Juist door de regen werd het op het gravel extra gevaarlijk en was het vooral in de bochten erg glad. Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet had verwacht dat het zo glad zou zijn.”

Waar Van der Poel op het Toscaanse grind het tempo bepaalt, zit Matteo Jorgenson goed in zijn wiel. Totdat hij in een bocht een vreemde manoeuvre maakt. Hij haalt zijn rechterhand uit de beugel en lijkt daarmee het evenwicht op de gladde ondergrond te verliezen. Door zijn val worden ook de anderen opgehouden. Uiteindelijk kunnen alleen Del Toro en Pellizzari nog terugkomen bij de ‘Vliegende Hollander’, die duidelijk in zijn element is op de gravelzone.

“Ik heb zeker niet op hen gewacht. Ze kwamen gewoon terug. Daarna slipte ik in een gladde bocht een beetje, waardoor mijn ketting er even afliep. Ik moest vervolgens op de limiet gaan om weer bij hen terug te komen. Ik wist dat Isaac zou blijven rijden om tijd te winnen voor het klassement. Al denk ik dat we alle drie op onze limiet reden.”

In een lange sprint van zo’n 250 meter bergop door de historische straatjes kan Van der Poel zijn beide medevluchters net van zich afhouden. Wat opvalt: Van der Poel is de enige die sprint met zijn handen in de beugel, terwijl de anderen hun handen op de remgrepen hebben. Voorbij de finish is te zien dat ‘MVDP’ erg diep moest gaan voor deze zege.

“Het ging best goed. Al voelde ik me in Omloop Het Nieuwsblad eigenlijk beter. Wanneer je zo’n etappe wint, heb je natuurlijk geen reden om te klagen. Ik ben hier om te proberen nog een beetje beter te worden voor mijn belangrijke doelen van het voorjaar. Ik denk dat we op schema liggen.”

In de nipte sprint tussen Van der Poel, Pellizzari en Del Toro. Foto: Fotoburo Cor Vos

Zo’n zware finale kun je thuis op training niet nabootsen. Wat brengt een etappe als deze je extra met het oog op de klassiekers?
“Kijk, de eerste 150 kilometer van zo’n rit zijn niet bijzonder. Ik denk dat je in die uren thuis op training veel betere arbeid kunt doen. Maar zo’n finale is heel pittig. Dat zijn de dingen die je nodig hebt om beter te worden richting de klassiekers. Zo’n laatste uur als vandaag is moeilijk te simuleren op training. Die zware finales zijn dan ook de reden waarom we hier zijn.”

Isaac Del Toro bepaalt in de finale het tempo. Moeten we hem als een extra concurrent voor Milaan-San Remo beschouwen?
“Ik denk dat ze met Tadej Pogacar een duidelijke leider hebben. Als je ziet wat UAE Emirates vorig jaar op de Cipressa heeft gedaan, denk ik dat Del Toro daar ook een cruciale rol kan spelen om de koers echt zwaar te maken. Al moet elk detail kloppen om weer zoiets op de Cipressa te doen. Met tegenwind gaat dat hen niet lukken. Als je ziet hoe sterk Tadej en het hele team zijn, dan hebben zij de sleutel in handen om Milaan-San Remo dit jaar te winnen.”

Vorig jaar won je geen rit in de Tirreno. Is je huidige vorm vergelijkbaar met die van vorig jaar?
“Dat is moeilijk te zeggen. Vorig jaar won ik hier inderdaad geen rit, maar voelde ik me wel goed en was ik enkele keren dicht bij de zege. En dat was in echt zware etappes met heel wat klimmetjes. Om te winnen heb je ook een beetje geluk nodig. En ja, ik ben nu blij dat ik weer gewonnen heb. De Tirreno is een wedstrijd waar ik graag kom om te koersen. Het is voor mij perfect om me op mijn klassiek voorjaar voor te bereiden.”

Isaac Del Torro, Mathieu van der Poel en Giulio Pellizzari in tweede rit Tirreno-Adriatico. Foto: Raymond Kerckhoffs

Als je nu op het gravel met Del Toro strijdt — hij werd derde in de Strade Bianche — heb je dan geen spijt dat je de Strade hebt overgeslagen?
“Natuurlijk vind ik het jammer dat ik er niet bij was. Het is een prachtige race, maar ik denk niet dat de wedstrijd van vandaag te vergelijken is met die van de Strade. Als je ziet hoe de Strade zich ontwikkelt, dan is die klassieker momenteel voor iedereen, behalve Tadej, moeilijk om te winnen. Dat is echter niet de belangrijkste reden waarom ik niet in Siena was. Met de ploeg heb ik een plan gemaakt vanuit het veldritseizoen richting de voorjaarsklassiekers. Vorig jaar begon ik in de GP Samyn. Ik heb na het veldrijden meestal wat tijd nodig om weer in vorm te komen op de weg en ook om op hoogte te trainen. Misschien dat de Strade de komende jaren wel weer in mijn programma past.”

Wat zijn je plannen voor de rest van de Tirreno? Zijn er nog andere etappes die je wilt winnen?
“Om eerlijk te zijn: ik heb de etappes nog niet goed bekeken. Voor de sprintritten hebben we Jasper Philipsen, wat een mooi doel is. Dat worden mijn rustdagen, als je het zo bekijkt. Maar ik ga zeker nog kijken of er nog een rit is waar ik iets kan proberen.”

Om te reageren moet je ingelogd zijn.