“Ze proberen het niet eens tegen Pogacar”: Minder grote teams stellen subdoelen in Parijs-Roubaix
foto: fotopersburo Cor Vos
Niels Bastiaens
zondag 12 april 2026 om 08:00 Volg in Google

“Ze proberen het niet eens tegen Pogacar”: Minder grote teams stellen subdoelen in Parijs-Roubaix

Special In de Strade Bianche hadden UAE Emirates XRG en Tadej Pogacar iedereen al op 90 kilometer van het einde een hak gezet, in de Ronde van Vlaanderen was drie vierde van het peloton onzichtbaar vanaf 100 kilometer van het einde. Je zou er als ploeg die niet bij de top 3 behoort, bijna moedeloos van worden. Met welk gevoel gaan zij zondag Parijs-Roubaix in? We vragen het bij enkele ploegleiders.

“Altijd”, zo begint Red Bull-BORA-hansgrohe-ploegleider Sven Vanthourenhout, “gaat de overwinning naar Mathieu van der Poel, Tadej Pogacar of Wout van Aert in Parijs-Roubaix. Ik zie oprecht geen ander mogelijk scenario. Heb je hen zien rijden in de Ronde van Vlaanderen? Als we echt naar de overwinning kijken is dat de enige conclusie. Daar moeten we eerlijk in zijn.”

Vanthourenhout kon in de Ronde van Vlaanderen wel enige tegengas geven met Remco Evenepoel, ook Mathieu van der Poel en zijn team Alpecin-Premier Tech mogen dromen. Maar voor de rest worden het zondag 260 lange kilometers. Zijn er dan geen manieren om aan die dominantie te ontsnappen? “In principe moet je geloven dat er in elke wedstrijd waarin je start een kans is”, zegt Pim Ligthart, ploegleider van Picnic PostNL. “Alleen hebben we in onze ploeg geen renners die de handschoen op dat niveau opnemen.”

Moedeloosheid
Volgens Ligthart is de winnaarsmentaliteit in het peloton door dat hoge niveau van Pogacar een beetje gaan liggen. “Ik verbaas me er over hoe de andere ploegen rijden.” Het moment dat de schifting in de Ronde van Vlaanderen op de Molenberg wordt gemaakt, is wat dat betreft tekenend, zegt Ligthart. “Ze rijden met zestien renners weg en vervolgens werkt iedereen mee en doet iedereen zijn beurtjes op kop. Als je Pogacar wil verslaan, lijkt het me dan beter om dat te doen met een zo groot mogelijk peloton. Als iedereen met hem blijft doorrijden, is dat lastiger. Dan is het man tegen man. Eigenlijk proberen veel ploegen het niet meer.”

Heeft iedereen dan de hoop op voorhand al opgegeven dat Pogacar en Van der Poel te verslaan zijn? Dat neigt naar moedeloosheid. “Misschien wel. Ik denk dan op zo’n moment: als het peloton nog een keer terug kan komen, als iedereen gewoon in het wiel blijft zitten, dan is het voor Pogačar ook moeilijker. Want die is gebaat bij een hele zware koers, een echte afmattingskoers. Dus daar kijk ik wel anders naar dan de ploegleiders van de ploegen die daar wél bij zaten.”

Wie kan mee met de Grote Twee – foto: Fotopersburo Cor Vos

Tudor is zo’n ploeg die met Matteo Trentin en Rick Pluimers nog wel een tijdje mee deed. “Dan ben je ten minste zeker dat je mee bent”, legt ploegleider Bart Leysen uit. “Als je een slag met hen overleeft, is dat een ticketje naar een station verder. De ploegen die niet mee zijn, zitten al heel vroeg in de verdrukking en komen niet in beeld. Dat risico wil je niet nemen door alle druk op hun schouders te zetten. Dat is hard, maar het is ook de realiteit van het moment. Het is meer een soort van overlevingsstrategie.”

Lotto-Intermarché-ploegleider Pieter Vanspeybrouck moet zich daarbij aansluiten. “Je moet met bewondering naar die gasten kijken. En realistisch zijn dat ze niet te kloppen zijn. Het is fenomenaal hoe Pogacar het allemaal controleert. Het ziet er met gemak uit, hoewel het niet zo zal zijn. Hij focust zich op dit moment alleen nog op de echt belangrijke koersen, en je merkt in die koers zelf dan ook dat de motivatie en honger heel groot is. Misschien dat ze er daarom zo vroeg aan beginnen.”

Subdoelen
Met welk doel stuurt Vanspeybrouck zijn mannen dan naar Parijs-Roubaix? “Wat kan je doel zijn als je weet dat die mannen alles kapot rijden? Vorig jaar hadden we vijf renners in de top 20. Jonas Rutsch was zesde voor onze ploeg. Daar kan je dan best tevreden mee zijn. Als je een renner of twee tussen plaats vijf en twintig kunt zetten, heb je het gewoon prima gedaan. Dat is voor ons zo, maar ook voor heel veel andere ploegen. Wellicht is het goed om renners al in de vroege vlucht te sturen en op die manier te anticiperen.”

Leysen beaamt: “Ik moet zeggen dat Parijs-Roubaix zich daar veel beter toe leunt dan de Ronde van Vlaanderen. Je moet het niemand toewensen, maar tegenslag speelt een belangrijke rol. Je moet de koers onder controle houden met behulp van je manschappen, wat op de tussenstroken niet altijd gemakkelijk is. Ik raad alle teams die geen grote man hebben aan om het toch vroeg te proberen. Wie weet kom je met een minuut of vijf voorgift zo in de finale. Is daar een goeie uitslag aan gekoppeld, levert het ook UCI-punten op.”

Ligthart: “Iedere ploeg maakt op die manier een realistisch plan. Wij ook. We kijken wat we kunnen doen met de kwaliteit van onze selectie. Op die manier houd je de renners gemotiveerd, om dat subdoel vervolgens te halen. We hebben overal dat plan klaar waarbij wij denken dat we de mogelijkheden hebben om op onze manier de koers te beïnvloeden. Daar vechten we voor.”

Om te reageren moet je ingelogd zijn.