Jakob Fuglsang hekelt invloed motoren op koers: “Beslissen veel meer dan je denkt”
Het is een discussie die al jaren leeft in het peloton: de invloed van (camera)motoren op het koersverloop. Ook Jakob Fuglsang mengt zich in de discussie. Volgens de Deense oud-renner is de invloed van motoren veel te groot, zo valt te lezen in Feltet.
“Ik ben al jaren van mening dat de motoren bepalender zijn dan veel andere factoren. Ze bepalen of degene die wegrijdt vooruit blijft”, laat Fuglsang optekenen. “Het gaat erom als eerste aan te vallen. Want als je dat doet, krijg je de motor voor je en dan kunnen de achtervolgers je niet meer inhalen, zelfs niet als er vier van hen ronddraaien. Van der Poel had waarschijnlijk de E3 Saxo Classic niet gewonnen als hij niet met een motor voorop had gereden.”
De oud-winnaar van Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije onderbouwt zijn mening ook met zijn eigen ervaringen met de invloed van motoren op de koers. “Vorig jaar waren er momenten in de Tour dat we achterop raakten omdat we fysiek niet sneller konden. Als je een gat niet kunt dichten met een trapfrequentie van 120 omwentelingen per minuut, komt dat doordat de renners vooraan een motor voor zich hebben die hen in staat stelt sneller te gaan”, stelt hij.
Fuglsang is dan ook van mening dat er snel actie moet worden ondernomen om de invloed van motoren zoveel mogelijk te verkleinen, zowel vanuit de UCI als vanuit de renners zelf. “We moeten eerst iets doen om de motoren verder voor de renners uit te krijgen. Daarnaast zouden we een herenakkoord moeten sluiten, wat waarschijnlijk nooit mogelijk zal zijn, dat we niet achter de motoren aan koersen”, besluit hij.
Om te reageren moet je ingelogd zijn.