Marc Hirschi: “Ik wil mezelf niet in een keurslijf van ronderenner dwingen”

Marc Hirschi: “Ik wil mezelf niet in een keurslijf van ronderenner dwingen”

Het nieuwe Zwitserse wonder, Marc Hirschi - foto: Cor Vos

zondag 27 december 2020 om 07:00
Interview

Marc Hirschi vestigde zijn naam in 2020 stevig in het wielerfirmament. Hij is amper 22 jaar, maar hij won een etappe in de Tour de France, stak de Waalse Pijl op zak en stond op het podium van Luik-Bastenaken-Luik én het WK. “Dat brengt druk met zich mee voor volgend jaar, maar dat heeft juist een goede invloed op mij”, vertelt de rijzende ster van Team DSM in een interview aan WielerFlits.

Wat opvalt: de immense rust die de jonge Zwitser uitstraalt. Kalm beantwoordt hij – met een licht Zwitsers accent – de vragen die op hem afkomen. Op een serieuze toon, boordevol zelfvertrouwen en flair; de jongeling verkoopt zijn glimlach pas na een directe vraag waarom hij zo rustig is. In alles lijkt hij nu al een wereldtopper. Na een prima debuutjaar bij de profs in 2019 en een nog beter 2020, is de aandacht voor Hirschi dan ook groot. “Ik had absoluut niet verwacht dat ik het voorbije jaar zo succesvol zou zijn geweest”, begint hij zijn verhaal. “Hier kan ik mezelf aan vastklampen. Aan mij om nu op hetzelfde niveau te komen.”

Er meteen staan bij de profs
Hirschi is de volgende in een rij met toptalenten die er al meteen staat tussen de profs. Twee jaar geleden werd de Zwitser immers nog wereldkampioen bij de beloften. “Het is duidelijk dat veel teams tegenwoordig zien dat jonge renners meteen voor resultaten kunnen rijden. Dat was voorheen minder het geval, dan had je toch een paar jaar nodig om naar dat niveau toe te groeien. Daarnaast zijn jonge renners vandaag de dag ook verder dan voorheen. Op een jonge leeftijd krijgen zij al super professionele begeleiding en ontwikkelen zich sneller. Dat heb ik althans zelf ervaren in de opleidingsploeg van Team Sunweb.”

Hirschi werd als belofte wereldkampioen – foto: Cor Vos 2018

Volgens de jongeling is de stap van de U23 naar de profs daardoor niet meer zo groot. Wat dat betreft spant Team DSM wel de kroon, want maar liefst vijftien renners van de selectie in 2021 zijn op 1 januari jonger dan 24 jaar. “Het is bij ons ook gemakkelijker om te integreren als je het vergelijkt met andere teams”, vindt Hirschi. “Omdat de ploeg zo jong is, is het ook buiten de koers eenvoudiger om jezelf ertussen te nestelen. Je hebt vaak dezelfde interesses en je kunt aan tafel vaak over twee of drie onderwerpen meepraten. Dat is een stuk lastiger als de gemiddelde leeftijd van een team dertig is.”

Een van de jongens waarmee hij al jaren de degens kruist, is de jongste winnaar van de Tour de France – Tadej Pogačar. “Hem ken ik al heel lang”, vertelt Hirschi daarover. “Al bij de junioren kwamen we elkaar tegen. Daar haalden we beiden al een hoog niveau en streden we vaak tegen elkaar voor de zege. We spreken elkaar ook best vaak als we elkaar tegenkomen in het peloton. We schieten goed op. In mijn jonge jaren kwam ik ook vaak Nils Eekhoff tegen, die nu mijn ploeggenoot is. Dat geldt overigens ook voor Felix Gall. Jonas Vingegaard van Jumbo-Visma was er ook vaak bij tijdens die gevechten.”

Natuurlijke deken van rust
Wat Hirschi volgens een aantal van zijn ploeggenoten kenmerkt, is de ijzeren wil om te willen winnen.  “In het verleden wilde ik alle details weten rondom een koers, voeding en een tijdritpositie. Daar kreeg ik stress van”, legt Hirschi uit. “Tegenwoordig probeer ik daar niet te veel aan te denken. Ik probeer te focussen op de basis, zodat ik dat helemaal op orde heb. Ik probeer nu niet te veel stress te hebben van de wedstrijden. Normaal ben ik voor de koers behoorlijk relaxt. Ik houd er ook van om dan andere zaken te doen, vooral ook omdat ik weet dat dit me helpt.”

Hirschi in race-mode – foto: Cor Vos

Vóór wedstrijden sluit Hirschi zich af, belt hij met vrienden over van alles en nog wat – maar vooral niet over wielrennen – en kijkt hij graag naar series op Netflix. Zodra hij daarna op de fiets stapt, gaat hij in wat hij zelf noemt race-mode. “Voor mij heeft het niet zo veel zin om te veel te praten voor een koers”, legt hij uit. “Ik vind het prettiger om eerst in de wedstrijd te komen en daarna op instinct te koersen. Daar hoef je vooraf ook niet over na te denken. Buiten de sport ben ik behoorlijk rustig, tijdens de koers iets agressiever. Als je voelt dat er tijdens een koers iets te halen valt, verander je in een ander persoon. Ik weet wat ik wil.”

Gevraagd naar waar die rust vandaan komt, antwoordt Hirschi dat hij dat te danken heeft aan zijn ouders. In zijn tijd als belofte was hij goed in meerdere type wedstrijden, zo ook in de zwaardere rittenkoersen. Maar meedoen voor het klassement in grote rondes, ziet hij nog niet meteen zitten. “Ik beschouw mezelf nu als eendagscoureur”, stelt hij. “Daar blijf ik op focussen. De rest komt dan vanzelf. Met de jaren rijd je meerdere grote rondes, waardoor je ook groeit op dat vlak. Hoe zich dat ontwikkelt, zullen we dan wel zien. Maar ik zal mezelf absoluut niet dwingen om mij in het keurslijf van een ronderenner te duwen.”

2021 is knokken geblazen
Nu Hirschi na het seizoen van de bevestiging zich definitief bij ’s werelds besten heeft genesteld, zijn de blikken in 2021 nog meer dan ooit op hem gericht in de finales. “Dat maakt er de opdracht niet eenvoudiger op”, voorspelt hij. “Het zal een stuk moeilijker zijn om dezelfde resultaten te behalen. Andere jongens zullen sneller naar mij kijken. Ik heb met de ploeg nog niet in detail besproken welke koersen ik ga rijden en met wie dat gaat zijn. Het enige dat ik nu kan doen is trainen en mezelf nog sterker maken. Ik heb eigenlijk nog niet aan die verandering gedacht, maar het zal hoe dan ook zwaarder zijn.”

Hirschi tegen Alaphilippe gaan we vaker zien – foto: Cor Vos

Binnen Team DSM is Hirschi samen met Romain Bardet, Tiesj Benoot en Søren Kragh Andersen de kopman voor de klassiekers. “We maken elkaar sterker, omdat we bereid zijn elkaar te helpen. Dat moeten we uitbuiten. Wat het voor mij betekent dat ik op deze leeftijd al een van de leiders van een WorldTour-team ben? Het is een leuke uitdaging. Maar de verwachtingen liggen nu ook hoger. Ik moet ook nog leren om me uit te spreken. Ik heb altijd een mening, maar nu verwacht de ploeg ook dat ik die uit. Dat gaat me niet altijd even gemakkelijk af. Maar daarvoor krijg ik de tijd om te leren en daar kijk ik naar uit.”

Hirschi wil zich komend jaar ook graag op de Olympische Spelen richten. “Ik ken mijn programma nog niet, maar het staat vast dat de Spelen een groot doel voor mij zijn”, is hij daar duidelijk over. Hij zal daar andermaal de degens kruisen met wereldkampioen Julian Alaphilippe. “Hij is ongelooflijk explosief, vooral in de eerste meters van een inspanning. In de eerste vijf tot tien seconden is hij extreem snel. Daar creëert hij het gaatje en daarna is het – zeker met tegenwind – enorm moeilijk om terug te keren op zijn wiel. Julian is daarin de beste ter wereld. Maar ik train er hard voor om ook op dat niveau te komen”, waarschuwt de jonge Zwitser.

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.