Rapportcijfers 2021: Alpecin-Fenix

Rapportcijfers 2021: Alpecin-Fenix

Van der Poel bij het zien van Alpecin-Fenix' rapportcijfers - foto: Cor Vos

vrijdag 26 november 2021 om 19:00

Nu het wielerseizoen 2021 er definitief op zit, kunnen we de balans opmaken. In een nieuwe rubriek legt WielerFlits de WorldTour-teams langs de meetlat, van het laagste geklasseerde team op de UCI Ranking naar het hoogste. We nemen een sluiproute en doen alvast een Belgisch ProTeam, want Alpecin-Fenix was met haar gegarandeerde wildcard eigenlijk een quasi-WorldTour-ploeg.

Doelen 2021
Door het winnen van de Europe Tour in 2020, kreeg Alpecin-Fenix als beloning een gegarandeerde wildcard voor alle WorldTour-koersen dit jaar. Belangrijk detail: de ploeg van de broers Christoph en Philip Roodhooft mocht zelf bepalen in welke koersen ze wilden starten. Patrick Lefevere noemde het daarom al eens ‘de goedkoopste WorldTour-licentie’ van het peloton. Desalniettemin liep het Belgische team niet weg voor hun status. Ze besloten alle drie de grote rondes te rijden en mikten daar vooral op ritoverwinningen.

De broers Christoph (rechts) en Philip Roodhooft met kopman Van der Poel – foto: Cor Vos

Met onder meer wereldtopper Mathieu van der Poel en twee van ’s werelds beste sprinters – Tim Merlier en Jasper Philipsen – durfde Alpecin-Fenix hoog in te zetten. In de voorjaarsklassiekers telde voor de ploeg alleen winnen. Daarnaast wilden ze de snelle mannen zo blijven inzetten, dat zij in hun koersen konden winnen. Daarbij wilde Alpecin-Fenix ook haar afkomst niet verloochenen, en dus telden voor de ploeg ook zeges in Belgische 1.1-wedstrijden als de Druivenkoers, Brussels Cycling Classic en Dwars door het Hageland.

Klassiekers: 8
De voorjaarscampagne van Alpecin-Fenix was er eentje om tevreden mee te zijn. Met een duizelingwekkende versnelling degradeerde Mathieu van der Poel in Siena wereldkampioen Julian Alaphilippe tijdens Strade Bianche. De toen Nederlands kampioen leek vertrokken, maar de teller bleef daarna op ‘slechts’ één klassieke zege staan.

Wie verder kijkt, ziet echter alleen meer topresultaten van MVDP in de andere koersen: vijfde in Milaan-San Remo, derde in de E3 Saxo Bank Classic en tweede in de Ronde van Vlaanderen. Tim Merlier werd derde in Dwars Door Vlaanderen en Gianni Vermeersch werd dan tiende in Gent-Wevelgem, die ook al negende in de E3 Prijs werd en als zevende eindigde in Vlaanderens Mooiste. Je kunt van die wedstrijden moeilijk zeggen dat het slecht was. Helemaal als je bedenkt dat Van der Poel in het najaar ook nog voor de zege sprintte in Parijs-Roubaix.

De heuvelklassiekers gingen echter wat minder. Kristian Sbaragli sleepte wel nog een zevende plek in de Amstel Gold Race uit het vuur en Ben Tulett werd twaalfde in de Waalse Pijl, maar in Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije kwamen de mannen van de Roodhoofts tekort. Geen schande, want we hebben het hier nog altijd over een ProTeam. Daarom krijgen ze net een zeven en een half, wat afgerond uitkomt op het cijfer acht.

Grote rondes: 10
Het Belgische ProTeam beschikte in het voorbije jaar niet over een gearriveerde klassementsrenner die een rol kon spelen in het eindklassement van de grote rondes. Daar werd dan ook niet op ingespeeld. In de Giro d’Italia, de Tour de France en de Vuelta a España wilde Alpecin-Fenix op zoek naar ritzeges. Dat is wonderwel gelukt.

Tim Merlier schoot in Italië al meteen tijdens de eerste massasprint raak. De Belgische sprinter gaf na een derde plek later in de ronde wel op, maar ook Louis Vervaeke, Gianni Vermeersch, Dries De Bondt en Oscar Riesebeek beproefden hun geluk. Alleen haalden ze eens de top-5 in een daguitslag, waarbij laatstgenoemde er het dichtste bij kwam.

Waar de meeste ProTeams de laatste jaren al blij waren dat ze mochten meedoen aan de Tour, drukte Alpecin-Fenix stevig haar stempel. Met een indrukwekkende dubbelslag veroverde Mathieu van der Poel op de tweede dag het geel, om zijn leidende positie de zes dagen daarna kleur te geven. Merlier won een dag na MVDP’s triomftocht zelfs een tweede etappe voor de ploeg. Behoudens een vijfde plek in de tijdrit en een vierde plaats in de waaieretappe voor Van der Poel, kwamen de overige zes top-5-noteringen op naam van de derde kopman: Jasper Philipsen. De jonge Belg was een paar keer dicht bij ritwinst. Dat lukte hem in de Tour echter niet.

Maar niet getreurd, want in de Ronde van Spanje liet Philipsen zien dat ook hij niet achterblijft. De spurter won twee massasprints en werd later nog een keer derde. Jay Vine deed datzelfde vanuit een vlucht in een bergrit. Al bij al zullen de broers Roodhooft nog op een roze-geel-rode wolk leven, want met vijf etappezeges en zes dagen de gele trui in de Tour de France, kun je voor een ProTeam alleen maar spreken van een perfecte score. We moeten niet vergeten dat ze in iedere grote ronde debuteerden.

Overige wedstrijden: 9
Met drie snelheidsduivels in de ploeg win je relatief snel een flink aantal wedstrijden. Alpecin-Fenix won er in 2021 niet minder dan 33 en hoeft daarmee alleen Deceuninck-Quick-Step (65), Jumbo-Visma (43) en INEOS Grenadiers (35) voor te laten. Tamelijk indrukwekkend als je bedenkt dat het Belgische ProTeam een aanzienlijk minder hoog budget heeft dan de drie ploegen hierboven.

Ook de kwaliteit van de zeges is bijvoorbeeld veel hoger dan bij BORA-hansgrohe, dat dertig keer de handen in de lucht mocht steken dit jaar. Buiten de vijf ritzeges in de grote rondes en die in Strade Bianche, werden er nog acht koersen op WorldTour-niveau gewonnen. Dat zal alle verwachtingen overtroffen hebben. Wel waren het de grote drie die daaraan bijdroegen: Tim Merlier (twee ritzeges in de Benelux Tour), Jasper Philipsen (Eschborn-Frankfurt) en vooral Mathieu van der Poel (ritzeges in de UAE Tour, Tirreno-Adriatico (2) en de Ronde van Zwitserland (2)).

Op een lager niveau werden ook veel lastige wedstrijden gewonnen: Le Samyn, Bredene Koksijde Classic (beiden Merlier), Scheldeprijs (Philipsen), Ronde van Limburg, Elfstedenronde (beiden Merlier), Antwerp Port Epic (Van der Poel), Kampioenschap van Vlaanderen en de GP de Denain (beiden Philipsen). Daarmee bleef Alpecin-Fenix trouw aan hun ‘oude’ programma.

In totaal werden de 33 zeges geboekt door negen verschillende renners. Zo won Philip Walsleben ritten in Boucles de la Mayenne (waar hij tweede werd in het eindklassement) en de Arctic Race of Norway, werd Silvan Dillier Zwitsers kampioen op de weg, kroonde Tobias Bayer zich tot Oostenrijks kampioen tijdrijden U23, won Edward Planckaert de openingsrit in de Vuelta a Burgos, greep Sacha Modolo een ritzege in de Ronde van Luxemburg en was Xandro Meurisse de beste in de Veneto Classic. Philipsen werd daarnaast nog tweede in Brugge-De Panne (WorldTour).

In het rondewerk kwam de ploeg een stuk minder voor de dag, al werden daar ook noemenswaardige resultaten gehaald. Jay Vine eindigde als tweede in de Ronde van Turkije, Oscar Riesebeek werd achtste in de Baloise Belgium Tour, Ben Tulett eindigde als negende in de Ronde van Polen (WorldTour), Marcel Meisen werd negende in de Deutschland Tour en Kristian Sbaragli finishte als achtste in de Tour of Britain.

Vooral in het rondewerk had Alpecin-Fenix het niet veel beter kunnen doen; er werden namelijk maar weinig zeges nipt gemist en vooral veel gewonnen. Qua eindklassementen is er zeker nog winst te boeken, maar daar lag dit jaar zeker niet de focus op. Een heel vette voldoende, dus.

Eindcijfer: 9
Gezien de status en het bescheiden budget dat Alpecin-Fenix heeft, kun je met recht concluderen dat het ProTeam een topjaar achter de rug heeft. Ze vinden zichzelf dan ook niet voor niets terug op plek zes op de UCI Ranking, waarmee ze veertien WorldTour-teams achter zich houden. Natuurlijk speelt Mathieu van der Poel daarin een grote rol, maar de ploeg heeft dit jaar andermaal bewezen dat het zo veel meer is dan de Nederlander.

Door zijn val op de Olympische Spelen reed hij in de zomer twee maanden lang geen wedstrijden. Alpecin-Fenix is uitgegroeid tot een meedogenloze vechtmachine met een dodelijke afwerking. En als MVDP, een van ’s werelds snelste sprinters Tim Merlier of topspurter Jasper Philipsen niet meedoet, dan staat er wel een andere renner op. Heel knap werk van de Roodhoofts!

Alpecin-Fenix toonde opnieuw dat het zo veel meer is dan Mathieu van der Poel – foto: Cor Vos


In de rubriek Rapportcijfers 2021 geven we alle WorldTour-ploegen, de Belgische ProTeams en de Nederlandse Continental-teams rapportcijfers op basis van hun seizoen. We werken de UCI Team Ranking van beneden naar boven af, gevolgd door de ProTeams en op onze Continental-feed sluiten we af met de Nederlandse ploegen. Ieder team beoordelen we op interpretatie. Dat wil zeggen: een zesde plaats in het eindklassement van de Tour de France is voor de ene ploeg een daverend succes en voor de ander een fikse teleurstelling.

We beoordelen teams op basis van de klassiekers, de grote rondes en de overige koersen. Onder de klassiekers verstaan we de volgende voorjaarskoersen: Omloop Het Nieuwsblad, Strade Bianche, Milaan-San Remo, E3 Saxo Bank Classic, Dwars Door Vlaanderen, Gent-Wevelgem, Ronde van Vlaanderen, Amstel Gold Race, Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik. Daarbij aangevuld met in het najaar Parijs-Roubaix en de Ronde van Lombardije. De grote rondes spreken voor zich, waardoor alle andere koersen vallen onder overige wedstrijden. Een team krijgt drie cijfers.

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.